Hij maakte „zware vrachten” licht
JEZUS zei met betrekking tot de schriftgeleerden en Farizeeën: „Zij binden zware vrachten samen en leggen die op de schouders der mensen, maar zelf willen zij ze met hun vinger niet verroeren” (Matth. 23:4). Als bewijs hoe waar dat was, lezen wij het volgende in A Dictionary of the Bible, onder redactie van James Hastings:
„De schriftgeleerden waren geen filosofen; zij waren uitleggers van de heilige Wet. . . . Elk onderdeel van het leven werd erdoor geregeld. . . . Ieder bijbels gebod werd omsponnen door een netwerk van kleingeestige verordeningen. Er werd geen rekening gehouden met veranderende omstandigheden; onverbiddelijk werd van iedere jood volstrekte gehoorzaamheid geëist tot in alle bijzonderheden van de Wet. Aan de voorschriften van de Geschreven Wet werden die van de ’Halacha’ of Overgeleverde Wet toegevoegd, die als een heilig pand van generatie op generatie werd overgedragen en uiteindelijk gestalte kreeg in de Talmoed. . . . Aldus werd een poging ondernomen om elk denkbare geval binnen het bereik van de Wet te brengen en met genadeloze logica het totale menselijke handelen door middel van strikte gedragsregels aan banden te leggen. De wettelijke details werden net zo lang vermeerderd totdat religie een zakelijke aangelegenheid werd en het leven een ondraaglijke last. De mensen werden gereduceerd tot morele automaten. De stem van het geweten werd verstikt; de levende kracht van het Goddelijk woord werd ongedaan gemaakt en gesmoord onder een massa eeuwigdurende regels. Vandaar de beschuldiging van onze Heer aan het adres van de Farizeeën, dat zij door hun overleveringen de wet krachteloos maakten.”
Wat moet het voor nederige, oprechte mensen aanmoedigend zijn geweest te vernemen dat de Zoon van God de aanbidding niet op die manier bezag! Hoe verrukkelijk moeten zijn woorden hun in de oren hebben geklonken: „Komt allen tot mij die zwoegt en zwaar beladen zijt, en ik zal u verkwikken. Neemt mijn juk op u en wordt mijn discipelen, want ik ben zachtaardig en ootmoedig van hart, en gij zult verkwikking vinden voor uw ziel. Want mijn juk is weldadig en mijn vracht is licht”! — Matth. 11:28-30.