Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w82 1/4 blz. 22-31
  • Nu is het de tijd om het Woord te prediken

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Nu is het de tijd om het Woord te prediken
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1982
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • WAT ER IS GEBEURD
  • HET WOORD VERBREIDEN
  • DE OOGST IN ANDERE LANDEN
  • HET WERELDOMVATTENDE GETUIGENIS
  • Neemt u deel aan de grote strijd van het geloof?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1971
  • Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1982
    Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1982
  • Hoe groot is het getuigenis?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1968
  • Jaarboek van Jehovah’s getuigen 1975
    Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1975
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1982
w82 1/4 blz. 22-31

Nu is het de tijd om het Woord te prediken

„Zij bleven zonder ophouden elke dag in de tempel en van huis tot huis onderwijzen en het goede nieuws over de Christus, Jezus, bekendmaken.” — Hand. 5:42.

1, 2. (a) Van welke eerste-eeuwse resultaten van de Koninkrijksprediking maakt de bijbel melding? (b) Hoe toonde Jezus in Matthéüs 28:19, 20 en Handelingen 1:8 aan dat zijn volgelingen predikers zouden zijn?

NA DE uitstorting van de heilige geest met Pinksteren waren de volgelingen van Jezus Christus bezield met kracht en moed om zonder ophouden het goede nieuws over de Christus, Jezus, te onderwijzen en bekend te maken. Wat waren de resultaten in die eerste eeuw? Ons wordt meegedeeld dat velen van degenen die naar de toespraak van de volgelingen van Jezus hadden geluisterd, gelovigen werden. In totaal stelden zelfs ongeveer vijfduizend mannen geloof in het goede nieuws (Hand. 4:4). Het bijbelse verslag bericht dat het aantal gelovigen in de Heer bij een andere gelegenheid bleef toenemen, menigten van zowel mannen als vrouwen. — Hand. 5:14.

2 Doordat Jezus’ volgelingen zonder ophouden het goede nieuws over Christus bleven onderwijzen, werden in een zeer korte tijd na Pinksteren letterlijk duizenden mensen gelovigen. Het is opwindend om te lezen wat er in de eerste eeuw van onze gewone tijdrekening, kort na de dood en opstanding van Jezus tot stand werd gebracht door degenen die toen aan de bekendmaking van het „goede nieuws” deelnamen en welk schitterende werk zij als gevolg van de uitstorting van de heilige geest hebben verricht. Onze getrouwe broeders en zusters in de eerste eeuw waren werkelijk werkers, harde werkers die datgene deden waartoe zij van de Heer Jezus Christus de opdracht hadden ontvangen. — Matth. 28:19, 20; Hand. 1:8.

3, 4. (a) Wanneer in de hedendaagse tijd werden er voorbereidingen getroffen voor een herleving van het predikingswerk? (b) Welke regelingen trof Jehovah, ondanks het feit dat de christenheid de Koninkrijksprediking dwarsboomde, om zijn werk te laten verrichten, met welke resultaten gedurende een veelbewogen tijd in de menselijke geschiedenis?

3 Is dit in de twintigste eeuw soms in mindere mate het geval? Laten wij de feiten eens onderzoeken. Houd met betrekking tot de eerste eeuw en het begin van het christendom het volgende in gedachte: Het is allemaal met één man, de Heer Jezus Christus, begonnen. Het christendom groeide in het korte tijdsbestek van drie en een half jaar zo snel dat zijn religieuze tegenstanders zeiden: „Ziet! De wereld is hem achternagelopen” (Joh. 12:19). In onze tijd, vooral tegen het einde van de negentiende eeuw, naderde de tijd dat Jehovah Gods grote oogstwerk door bemiddeling van Christus Jezus moest beginnen (Matth. 13:24-30, 36-43). De christenheid bestond reeds eeuwenlang, maar in plaats dat ze het licht van de waarheid betreffende het goede nieuws over Christus Jezus en het koninkrijk waar christenen om moesten bidden en naar moesten uitzien, bevorderde, verborg ze dat licht met haar vele valse leerstellingen en onderwijzingen. Jehovah kon echter niet worden gedwarsboomd nu de tijd naderde dat zijn Zoon Koninkrijksmacht zou opnemen. Via een groep oprechte bijbelonderzoekers begon Jehovah’s heilige geest inzicht te verschaffen aan degenen die rechtvaardigheid liefhadden en het oprechte verlangen koesterden zijn wil en werk te doen. De resultaten sinds die vroege dagen zijn opwindend geweest, evenals dit in de eerste eeuw het geval was. Naar schatting deden vlak voor de laatste eeuwwisseling vierduizend personen een openbare bekendmaking van hun hoop.

4 Wanneer wij de periode van ongeveer tachtig jaar sinds het begin van het jaar 1900 beschouwen, bemerken wij dat Jehovah er in de moeilijkste periode van de menselijke geschiedenis mee is blijven voortgaan personen toe te voegen aan de gelederen van de bedienaren van het evangelie die het goede nieuws over de Christus en zijn koninkrijk bekendmaken. (Vergelijk Handelingen 16:5.) En het dienstjaar 1981 waarin Jehovah’s Getuigen hun werkzaamheden hebben verricht, heeft de Koninkrijksbekendmakers over de gehele wereld veel zegeningen geschonken.

WAT ER IS GEBEURD

5. (a) Hoe groot was in 1981 de belangstelling voor het Avondmaal des Heren? (b) Hoevelen van de aanwezigen hadden gedurende het jaar een aandeel aan de openbare bekendmaking van het Koninkrijk?

5 Wanneer wij onze aandacht nu eerst vestigen op de belangrijkste dag op de christelijke kalender, de viering van het Avondmaal des Heren ter herdenking van de dood van Christus, dan valt het ons op dat gedurende 1981, op zondag 19 april (14 Nisan, joodse kalender), in 43.870 gemeenten over de gehele wereld 5.987.893 personen voor deze viering bijeenkwamen. Deze miljoenen luisterden naar een bespreking van de werkelijke en nauwkeurige betekenis van de dood des Heren, zoals die in de bijbel wordt onderwezen. Van dat aantal hebben in het dienstjaar 1981 over de gehele wereld 2.247.486 personen er een geregeld aandeel aan gehad het goede nieuws van het Koninkrijk in 206 landen en eilanden in de wereldzeeën te prediken en te onderwijzen. En een hoogtepunt van 2.361.896 Getuigen heeft op een bepaalde tijd gedurende het jaar een aandeel aan deze door God toegewezen bediening gehad. Wat hebben zij tot stand gebracht? Hoe doeltreffend worden mensen door hun boodschap geholpen? Laten wij eens zien.

HET WOORD VERBREIDEN

6. (a) Welke religie heeft met haar leringen eeuwenlang de boventoon gevoerd in Midden- en Zuid-Amerika, hetgeen tot welke toestand heeft geleid? (b) Welke verandering heeft zich echter in deze landen voorgedaan?

6 Het rooms-katholicisme heeft eeuwenlang de Midden- en Zuidamerikaanse denkwijze beheerst, met het gevolg dat de meerderheid der mensen heel weinig waardering voor de werkelijke leringen van de bijbel heeft (2 Kor. 4:4). Dientengevolge zijn de mensen, die het zonder de kennis van Christus Jezus en het goede nieuws van het Koninkrijk hebben moeten stellen, gestroopt en heen en weer gedreven en verkeren zij in een toestand welke overeenkomt met de situatie die Jezus aantrof onder de joden van zijn tijd, die onder de tirannie van de schriftgeleerden en Farizeeën gebukt gingen (Matth. 9:36). Als gevolg van Gods zegen op de twintigste-eeuwse predikingsactiviteit van Jehovah’s Getuigen in deze Latijnse landen, vindt er echter een wonderbaarlijke verandering plaats. Doordat het licht is gaan schijnen midden in de geestelijke duisternis die de aarde bedekt, zijn duizenden rechtgeaarde personen in Jehovah’s organisatie bijeengebracht. — Jes. 60:1, 2, 8.

7. Vermeld in hoofdtrekken de schitterende ervaring van een twaalfjarige meisje in Argentinië.

7 De bijbelse waarheid oefent invloed uit op het leven van mensen van alle leeftijden en helpt hen een standpunt voor Jehovah’s koninkrijk in te nemen (Ps. 119:129, 130). Een twaalfjarige verkondigster in Argentinië, die nog niet gedoopt is, vertelde welk een grote vreugde het haar schenkt acht huisbijbelstudies te leiden. Zij schreef het volgende: „Vooral gedurende de vakantieperiode besteed ik zoveel mogelijk tijd aan het van-huis-tot-huiswerk, het brengen van nabezoeken en het leiden van bijbelstudies. Al deze activiteiten maken mij erg gelukkig en ik voel mij heel erg bevoorrecht door Jehovah gebruikt te worden als een instrument in zijn handen om veel mensen te helpen hem als de ware God te leren kennen. Ik bid of ik dit voorrecht altijd mag behouden.” Zij wil zich binnenkort laten dopen en blijft haar doel als pionierster nastreven. En dit voor een twaalfjarig meisje! Wat geeft het Woord van God ons een kracht voor het verkrijgen van een juiste denkwijze!

8. Welke wonderbaarlijke toename in het aantal Koninkrijksbekendmakers heeft zich sinds 1945 in Midden- en Zuid-Amerika voorgedaan?

8 In 1945, aan het einde van de Tweede Wereldoorlog die de aarde had geteisterd, namen in geheel Midden- en Zuid-Amerika, met inbegrip van Mexico, 4720 personen aan de prediking van het goede nieuws van het Koninkrijk deel. Gedurende het dienstjaar 1981 werd het „goede nieuws” in diezelfde landen door een topaantal van 373.919 verkondigers gepredikt. In die dorre landen heeft het waarheidswater beslist rijkelijk gevloeid, en dorstigen hebben hier op een wonderbaarlijke wijze op gereageerd. — Vergelijk Johannes 7:37, 38.

9. Hoe is de situatie sinds het begin van de twintigste eeuw voor de Koninkrijksverkondigers in Europa geweest?

9 Het goede nieuws van het Koninkrijk heeft in veel Europese landen diep wortel geschoten. Vanaf het begin van de twintigste eeuw, en in sommige landen zelfs vóór die tijd, verbreidden de getuigen van Jehovah, destijds bekend als Internationale Bijbelonderzoekers, het goede nieuws van het Koninkrijk onder de mensen. Het eerste verslag van enig getuigeniswerk dat in Duitsland werd gedaan, gaat bijvoorbeeld tot de eeuwwisseling terug. De eerste president van het Wachttorengenootschap, Charles T. Russell, bezocht Duitsland in 1891, waarna er regelingen voor werden getroffen om enkele boeken en brochures in het Duits te drukken. Kort na 1901 werden er in Duitsland voor het eerst gemeenten opgericht.

10. Welke ervaring uit Duitsland toont aan hoe doeltreffend de van-huis-tot-huisbediening blijft?

10 Jehovah’s volk in Duitsland is tot op de huidige dag van mening dat het van-huis-tot-huiswerk een bijzonder doeltreffende manier is om dit goede nieuws van Jehovah’s koninkrijk onder de mensen te verbreiden (Luk. 9:1-6). Als gevolg van het getuigenis dat aan één echtpaar werd gegeven dat in het van-huis-tot-huiswerk werd ontmoet, werd daarna met een groep van twaalf tot veertien mensen een huisbijbelstudie begonnen. Later emigreerde het gezin naar Australië, waar het gehele gezin, met uitzondering van één gehuwde dochter, met Jehovah’s Getuigen bleef studeren. De vader en moeder zijn sindsdien gedoopt.

11. Hoe denkt een bejaarde, lichamelijk gehandicapte getuige van Jehovah in West-Berlijn over haar bediening?

11 Een opmerking van een 84-jarige zuster in West-Berlijn, die, ondanks dat zij ernstig lichamelijk gehandicapt is, aan het hulppionierswerk kan deelnemen, geeft enig inzicht in haar waardering voor de waarheid en voor de noodzaak het Woord van God nu te prediken. Zij zei: „Ik heb Jehovah zo lief dat ik mij gewoon verplicht voel aan de dienst deel te nemen en vergaderingen te bezoeken om dit aan hem te bewijzen.” — Vergelijk Psalm 122:1.

12. (a) In welke mate heeft Italië vooral sinds 1945 het goede nieuws van het Koninkrijk ontvangen? (b) Welke aanmoedigende inlichtingen hebben wij over het Koninkrijkswerk in de landen Italië, Portugal en Spanje?

12 In Italië, waar de Rooms-Katholieke Kerk het religieuze leven van de mensen eeuwenlang heeft beheerst, is het werk van Jehovah’s Getuigen door de gebeurtenissen van de laatste jaren als nooit tevoren op de voorgrond gekomen. Van een handjevol van ongeveer negentig mensen in 1945, zijn Jehovah’s Getuigen uitgegroeid tot de op één na grootste religieuze organisatie in Italië (Jes. 60:22). Voor het dienstjaar 1981 berichtte het bijkantoor aldaar een hoogtepunt van 90.553 Koninkrijksverkondigers. In Italië en andere Latijnse landen van Europa is de tijd nu als nooit tevoren rijp voor de prediking van het goede nieuws van het Koninkrijk. Zoals gezegd, waren er in 1945 in Italië ongeveer negentig verkondigers, maar volgens de berichten waren er in dat jaar in Spanje en Portugal geen getuigen van Jehovah die het goede nieuws van het Koninkrijk bekendmaakten. In 1981 werd in deze drie landen echter een totaal van 159.972 verkondigers bereikt. Het is zoals Jezus zei: „De oogst is groot, maar er zijn weinig werkers.” — Matth. 9:37.

DE OOGST IN ANDERE LANDEN

13. (a) Wat tonen de berichten aan over de verbreiding van het „goede nieuws” in het werelddeel Afrika? (b) Welke ervaring toont aan dat de tijd werkelijk rijp is voor de oogst van meer mensen die rechtvaardigheid liefhebben?

13 In veel delen van Afrika hebben talloze duizenden gunstig gereageerd op de waarheidsboodschap die Jehovah’s getrouwe getuigen daar gedurende de twintigste eeuw bekendmaken. Op sommige plaatsen, zoals in Nigeria, Zuid-Afrika, Zambia, Zimbabwe en Malawi, werden reeds in 1923 tot 1927 waarheidszaadjes gezaaid, terwijl de boodschap in andere landen, zoals Mali, Mauritanië, Opper-Volta en Rwanda, pas in de periode tussen 1962 en 1970 Koninkrijksverkondigers voortbracht. De tijd is er beslist gunstig voor om al het mogelijke te doen ten einde dorstigen te helpen tot de waarheidswateren te komen voordat Jehovah zegt dat het werk voltooid is. In Zambia bezocht een speciale pionier een dorpshoofd die zeer veel belangstelling voor de Koninkrijksboodschap aan de dag legde. Dit dorpshoofd nam anderen mee om aan de bespreking deel te nemen, zodat in totaal achttien personen naar de boodschap van de speciale pionier luisterden, hetgeen ertoe leidde dat er verscheidene huisbijbelstudies werden opgericht. In korte tijd groeide het aantal verkondigers van de plaatselijke gemeente van 65 tot 86. In deze tijd zijn er maar zeer weinig plaatsen in het werelddeel Afrika waar geen getuigen van Jehovah zijn die het „goede nieuws” prediken.

14. Welke bijzonder interessante ervaring wordt er bericht over hetgeen er op de eilanden in de Torres Straat is voorgevallen?

14 De berichten die het afgelopen jaar uit andere delen van de wereld zijn binnengekomen, duiden op zegeningen en vooruitgang. Dicht bij de noordelijkste punt van Australië bevinden zich de eilanden van de Torres Straat. Deze groep bestaat uit honderd eilanden, waarvan er twintig zijn bewoond. Op een van deze eilanden, Thursday Island, bevindt zich een bloeiende gemeente van Jehovah’s Getuigen. Een kringopziener en twee inheemse broeders van Thursday Island bezochten een van de andere eilanden, Sue genaamd, waar zij hartelijk werden verwelkomd. De voorzitter van het eiland, zoals hij wordt genoemd, had de broeders gevraagd te komen, aangezien hij belangstelling heeft voor de waarheid van de bijbel en het werk van Jehovah’s Getuigen, van wie hij publikaties bezat. Wat waren de broeders verbaasd te bemerken dat deze voorzitter bijzonder strikt was met betrekking tot de reinheid en netheid van de eilandbewoners, alsook hun gedrag. Hij treft er geregeld regelingen voor dat de mensen op de een of andere manier geestelijke omgang hebben. Toen de broeders er op bezoek waren, luisterden zij naar liederen die tijdens een van deze bijeenkomsten werden gezongen, waarvan de woorden uit enkele van de publikaties van het Wachttorengenootschap waren genomen. Zij konden een lezing houden voor deze mensen, in totaal ongeveer veertig personen, en hen aanmoedigen met hun bijbelstudie aan de hand van de publikaties van het Genootschap voort te gaan.

HET WERELDOMVATTENDE GETUIGENIS

15. Wat blijft derhalve de verantwoordelijkheid van Jehovah’s bedienaren van het Koninkrijk?

15 Hoe vaak hebben wij Jezus’ woorden in Matthéüs 24:14 niet aangehaald, waarin staat dat „dit goede nieuws van het koninkrijk . . . op de gehele bewoonde aarde [zal] worden gepredikt tot een getuigenis voor alle natiën, en dan zal het einde komen”! Jehovah’s getrouwe dienstknechten geven het Koninkrijksgetuigenis zowel door hun woorden als hun daden. Wanneer het getuigenis in voldoende mate gegeven is — hetgeen door Jehovah God beslist zal worden — zal het einde komen. Onze toewijzing blijft dus dat wij ermee voortgaan getuigenis te geven omtrent de grootste gebeurtenis die de wereld ooit zal meemaken, de komst van Jehovah’s koninkrijk in handen van zijn regerende Koning onze Heer Jezus Christus.

16. (a) Welke statistieken worden verschaft om aan te tonen dat Jehovah’s Getuigen beseffen dat het nu de tijd is om het Woord te prediken? (b) Welke persoonlijke vraag wordt derhalve aan elkeen van ons gesteld?

16 In 206 landen en eilanden in de wereldzeeën hebben de 2.361.896 verkondigers van het goede nieuws van het Koninkrijk er 358.581.547 uur aan besteed om deze opwindende boodschap te verbreiden. Zij leidden 1.475.177 huisbijbelstudies en verspreidden over de gehele wereld 31.444.062 boeken en brochures en 234.163.921 exemplaren van de tijdschriften De Wachttoren en Ontwaakt! Dit alles, gevoegd bij het enorme getuigenis dat gedurende de vele jaren van de twintigste eeuw is gegeven, toont op overvloedige wijze aan dat Jehovah’s dienstknechten zich graag willen kwijten van hun opdracht ’de zachtmoedigen goed nieuws te vertellen, de gebrokenen van hart te verbinden, vrijheid uit te roepen tot de gevangen genomenen, het jaar van goede wil van de zijde van Jehovah en de dag der wraak van de zijde van onze God uit te roepen en alle treurenden te troosten’ (Jes. 61:1, 2). Hebt u NU een aandeel aan de prediking van het Woord van God en zijn beloofde koninkrijk?

17. Welk verdere bewijs van Jehovah’s zegen zullen wij nu beschouwen?

17 Gedurende het dienstjaar 1981 hebben 119.836 personen zich aangesloten bij de gelederen van degenen die hun leven aan Jehovah hebben opgedragen en dit door de waterdoop hebben gesymboliseerd. Wij verwelkomen al deze personen in de christelijke broederschap. Wanneer u de in dit tijdschrift verschafte tabel beschouwt, waarop staat aangegeven welke activiteit Jehovah’s Getuigen in het dienstjaar 1981 in de Koninkrijksprediking hebben ontplooid, zult u zien dat talloze duizenden van het Oosten en het Westen naar de wateren van leven en waarheid zijn gekomen die door het Woord van God worden verschaft, en zich bij de bekendmaking van het goede nieuws van het Koninkrijk hebben aangesloten.

18. Wat betekent het feit dat de overgebleven tijd dagelijks korter wordt, met betrekking tot de belangrijkheid van ons predikingswerk, en wat dient daarom ons besluit te zijn?

18 Iedere dag wordt de tijd die voor dit goddeloze samenstel van dingen is overgebleven, korter, hetgeen betekent dat onze gelegenheden om het „goede nieuws” te prediken, steeds meer aan belangrijkheid winnen. Moge het elke dag opnieuw duidelijk zijn dat wij ernstige krachtsinspanningen doen om ons getrouwe volgelingen van Jezus te betonen die er moeite voor doen zijn levenswandel als een bevorderaar van zuivere aanbidding, na te volgen. Moge, evenals in het geval van de getrouwe David, ijver voor Jehovah’s huis, zijn zuivere en reine aanbidding, ons ertoe brengen vast te staan in onze rechtschapenheid en in de gelederen van de Koninkrijksverkondigers te blijven totdat Jehovah zegt dat het werk is voltooid. — Ps. 69:9.

[Kader/Illustratie op blz. 23]

Groei in predikers van het woord in MIDDEN- en ZUID-AMERIKA —

1945 . . . 4.720 verkondigers

1981 . . . 373.919 verkondigers

[Kader/Illustratie op blz. 24]

Toename in Koninkrijksverkondigers in SPANJE, PORTUGAL en ITALIË —

1945 . . . 90 verkondigers

1981 . . . 159.972 verkondigers

[Kader/Illustratie op blz. 25]

Toename van Getuigen in AFRIKA —

1945 . . . 19.083 verkondigers

1981 . . . 300.989 verkondigers

[Tabel op blz. 26-29]

BERICHT OVER HET DIENSTJAAR 1981 VAN JEHOVAH’S GETUIGEN OVER DE HELE WERELD

(Zie ingebonden jaargang)

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen