Wat betekent kerklidmaatschap nog?
„Er is nog steeds een heleboel geloof en participatie”, zei een onderzoeker van de Hartford Seminary Foundation naar aanleiding van de resultaten van een onderzoek dat in Boston en voorsteden (Massachusetts, VS) was verricht. Negentig procent van de geïnterviewden zei in God te geloven en meer dan 70 procent zei tot een kerk te behoren.
De „Boston Globe”, die het onderzoek sponsorde, merkt echter op dat „de georganiseerde religie weinig invloed op individuele personen schijnt te hebben”. Waarom? Slechts 5 procent van de totale bevolking zei dat zij raad zouden inwinnen bij een geestelijke als zij „in ernstige moeilijkheden” verkeren, en van de kerklidmaten zei slechts 7 procent dat zij dit zouden doen.
Het onderzoek laat ook zien dat „de grote meerderheid van de kerklidmaten niet in de bijbel leest, niet dankt voor de maaltijden en niet geregeld kerkdiensten bijwoont”. Onder belijdende katholieken leest slechts 11 procent de bijbel met enige regelmaat en gebruikt slechts 8 procent hem als gids. Voor protestanten zijn de overeenkomstige cijfers 23 en 15 procent.
De bijbel voorzei dat er een tijd zou komen waarin mensen „een vorm van godvruchtige toewijding” zouden hebben, maar ’de kracht ervan niet zouden blijken te bezitten’. Zo beschrijft de apostel Paulus de meerderheid van de belijdende christenen gedurende „de laatste dagen” (2 Tim. 3:1-5). Ziet u het teken aan de wand?