De Gileadschool blijft een ’getuigenishoop’ opbouwen
„DE GILEADSCHOOL heeft zich haar naam ’getuigenishoop’ werkelijk waardig betoond! Deze school heeft tot resultaat gehad dat er een berg van lof is opgebouwd.” Deze woorden sprak C. W. Barber, voorzitter van het programma ter gelegenheid van de diploma-uitreiking aan de afgestudeerde zeventigste klas van de Gileadschool. Deze gebeurtenis vond op zondag 8 maart plaats in de Congreshal van Jehovah’s Getuigen in Long Island City in de Amerikaanse staat New York.
Velen van de aanwezigen konden zich herinneren dat toen de school in 1943 werd opgericht, er in de gehele wereld slechts ongeveer 110.000 personen het goede nieuws van het Koninkrijk predikten. Thans hebben meer dan twee miljoen personen een aandeel aan dat werk.
De 49 mannen en vrouwen die waren afgestudeerd, kwamen uit negen landen en werden naar achttien verschillende landen uitgezonden. Na vijf maanden van intensieve opleiding kregen deze ervaren volle-tijdbedienaren als afscheid nog enkele raadgevingen, waarvan alle 2124 aanwezigen voordeel konden trekken.
W. K. Jackson zei de studenten dat zij gunstig hadden gereageerd op de oproep om dienst te verrichten, net zoals Jesaja gereageerd had met de woorden: „Hier ben ik! Zend mij” (Jes. 6:8). Broeder Jackson spoorde de studenten ertoe aan zo gunstig te blijven reageren.
M. G. Henschel vestigde de aandacht van de studenten op de woorden van de apostel Paulus: „Daarom geven wij de moed niet op” (2 Kor. 4:16-18). Hij zei dat zij ouder zouden worden en wellicht wat problemen zouden krijgen, maar dat zij datgene wat eeuwigdurend is, moesten blijven zoeken.
A. D. Schroeder haakte hierop in door de nadruk te leggen op Jezus’ woorden: „Kom, wees mijn volgeling” (Matth. 19:21). Broeder Schroeder moedigde de studenten aan nooit de moed op te geven, maar Jezus tot onbepaalde tijd te blijven volgen.
J. Redford spoorde de studenten aan om voorwaarts te blijven gaan, de dingen die achter hen liggen te vergeten en zich te blijven uitstrekken naar de dingen die vóór hen liggen (Fil. 3:13-16). Hij memoreerde de woorden die de getrouwe broeder Giovanni DeCecca (thans overleden) dertig jaar geleden tot hem had gesproken toen hij deze broeder prees omdat hij zoveel in Jehovah’s dienst had gedaan. Broeder DeCecca, die toen meer dan veertig jaar op het hoofdbureau van Jehovah’s Getuigen dienst had verricht, keek broeder Redford streng aan en zei in zijn gebroken Engels: „Broeder, niet belangrijk wat je hebt gedaan. Wat je gaat doen, dàt is belangrijk!”
U. V. Glass moedigde de studenten aan om in hun toewijzing te blijven. Hij zei: „Wees vastbesloten en zeg tegen jezelf: ’Wíe er ook uit deze toewijzing vertrekt, ik niet.’”
G. M. Couch beklemtoonde dat zij naar hun doel moesten blijven streven en nooit de moed dienden op te geven. Met Jezus’ woorden in Lukas 9:62 in gedachten, spoorde hij hen aan: „Jullie hebben de hand aan de ploeg geslagen. Keer je niet om.”
F. W. Franz, de president van de school, herinnerde allen eraan dat wij in een vurige tijd van beproeving leven, zoals in Lukas 12:49-53 wordt vermeld. De inhoud van 12 de verzen 40-48 toont aan dat het identificeren van de ’getrouwe beheerder’ van God het strijdpunt is. Broeder Franz drong er bij de studenten op aan met Jehovah’s ’getrouwe beheerder’-klasse samen te werken en ernaar uit te zien samen met deze klasse Armageddon te overleven.
Gaat u in geestelijk opzicht voorwaarts? Zou u zichzelf beschikbaar kunnen stellen voor de volle-tijd zendingsdienst? Er bestaat in dit opzicht nog steeds een behoefte. Er moet nog een grotere ’getuigenishoop’ worden opgebouwd.