Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w81 1/9 blz. 20-25
  • Hulpmiddelen om ons als minderen te gedragen

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Hulpmiddelen om ons als minderen te gedragen
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1981
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • HET GEZAGSBEGINSEL
  • DE GEEST VAN EEN GEZOND VERSTAND EN GODS HEILIGE GEEST
  • PRAKTISCHE WIJSHEID
  • ONZELFZUCHTIGE LIEFDE HET GROOTSTE HULPMIDDEL
  • Wees wijs — gedraag uzelf als een mindere
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1981
  • Gedraag je als een mindere
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2012
  • Ons als „een mindere” gedragen
    Zing lofzangen voor Jehovah
  • Vragen van lezers
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1961
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1981
w81 1/9 blz. 20-25

Hulpmiddelen om ons als minderen te gedragen

1. Welke schriftuurlijke inlichtingen die in het voorgaande artikel zijn beschouwd, kunnen ons helpen ons als minderen te gedragen?

WAT zal ons helpen ons als minderen te gedragen? Alles wat in het voorgaande artikel is opgemerkt over de slechte vruchten die worden voortgebracht wanneer men zich niet als een mindere gedraagt, dient beslist een waarschuwing voor ons in te houden om dit wèl te doen. Wij zullen er toch in geen geval mee willen ophouden het leven na te jagen, niet waar? Anderzijds dienen alle voortreffelijke schriftuurlijke voorbeelden van degenen die zich wèl als minderen hebben gedragen, en de beloningen die zij hebben ontvangen, ons ertoe aan te moedigen hen te willen navolgen.

2, 3. (a) Hoe kan een goede verhouding tot Jehovah ons helpen ons als minderen te gedragen? (b) Waarom kan nederigheid ons helpen?

2 Hoewel sommigen van ons misschien niet op deze gedachte zijn gekomen, vormt een goede verhouding tot Jehovah God een van de grootste hulpmiddelen in dit verband. Wanneer wij ons volledig op hem verlaten, zullen wij ons er niet al te bezorgd over maken dat men ons misschien te kort zal doen, een minder belangrijke taak zal opdragen of over het hoofd zal zien. Ja, wij willen ’met heel ons hart op Jehovah vertrouwen en niet op ons eigen verstand steunen. Als wij in al onze wegen acht slaan op hem, zal hij ons pad, tot welzijn van ons, recht maken’ (Spr. 3:5, 6). Bovendien kunnen wij het vertrouwen hebben dat hij al zijn werken tot welzijn van ons zal doen samenwerken. — Rom. 8:28.

3 Er is ook nederigheid voor nodig om onszelf als minderen te gedragen. En waarom zouden wij niet nederig willen zijn? Er wordt ons gezegd: „Beter is het ootmoedig van geest te zijn met de zachtmoedigen, dan buit te delen met wie zich verheffen.” Volgt men een trotse handelwijze, dan snijdt men zich alleen maar zelf in de vingers: „Trots komt vóór een ineenstorting, en een hoogmoedige geest vóór struikeling.” Meer dan dat, trots leidt ertoe dat God ons tegenstaat, zoals wij lezen: „God weerstaat de hoogmoedigen, maar hij geeft onverdiende goedheid aan de nederigen.” De apostel Petrus beklemtoont hetzelfde punt als de discipel Jakobus door te zeggen: „Omgordt u allen echter met ootmoedigheid des geestes jegens elkaar.” Ja, wij moeten ons als minderen gedragen — „want God weerstaat de hoogmoedigen, maar hij geeft onverdiende goedheid aan de nederigen”. — Spr. 16:18, 19; Jak. 4:6; 1 Petr. 5:5; vergelijk Romeinen 12:16.

HET GEZAGSBEGINSEL

4, 5. (a) Hoe kan erkenning van het gezagbeginsel ons in deze kwestie helpen? (b) Hoe kan dit goed worden geïllustreerd?

4 Ook vormt het een hulp voor ons wanneer wij het gezagsbeginsel erkennen. Steeds wanneer er werk gedaan moet worden waarvoor meer dan één persoon nodig is, moet er iemand zijn die de leiding neemt en bij het nemen van beslissingen het laatste woord heeft, omdat er anders verwarring zal heersen en men langs elkaar heen zal werken. Er bestaat met andere woorden behoefte aan organisatie. Een door veel mensen gevormde organisatie kan met het menselijke lichaam worden vergeleken. Wat heeft ons lichaam veel verschillende leden, en toch worden ze alle door het ene hoofd geleid! Het mag dan waar zijn dat sommige leden meer in het oog springen en belangrijker zijn dan andere, maar zoals de apostel zo duidelijk aantoont, kan geen enkel lid tot een ander lid zeggen: „Ik heb u niet nodig.” Alle leden zijn noodzakelijk. Dienen wij, wanneer wij dit patroon volgen, er niet tevreden mee te zijn een aandeel te mogen hebben aan de verwezenlijking van het gemeenschappelijke doel van de organisatie? — 1 Kor. 12:21.

5 Hoe belangrijk het is het gezagsbeginsel te erkennen, kan ook goed worden geïllustreerd door aan een orkest te denken. In een groot symfonieorkest kunnen zich wel honderd begaafde musici bevinden, en toch moet elk van hen zich als een mindere gedragen. Zelfs de dirigent moet zich als een mindere gedragen, aangezien hij verplicht is de muziek op dusdanige wijze te vertolken dat hierdoor de intenties van de componist worden overgebracht. En alle musici in het orkest moeten acht slaan op de dirigent, zodat zij minderen zijn ten opzichte van hem. En dat is nog niet alles, want in elke groep waarin meer dan één musicus een bepaald instrument bespeelt, is er een „aanvoerder”, terwijl van de overige musici in die groep wordt verwacht dat zij zijn stijl zo nauwkeurig mogelijk volgen. Zo is er in de groep van de eerste violen de concertmeester. Alleen door middel van zo’n regeling kan prachtige, harmonieuze muziek worden voortgebracht. Ja, door het gezagsbeginsel te erkennen, zullen wij worden geholpen ons als minderen te gedragen.

DE GEEST VAN EEN GEZOND VERSTAND EN GODS HEILIGE GEEST

6, 7. In welke opzichten kan de geest van een gezond verstand ons helpen ons als minderen te gedragen?

6 Wanneer wij de geest van een gezond verstand bezitten, zal dat in dit verband ook een hulp voor ons vormen. De apostel Paulus geeft ons de raad: „Krachtens de onverdiende goedheid die mij is gegeven, zeg ik tot een ieder onder u, niet meer van zichzelf te denken dan nodig is, maar met een gezond verstand te denken, een ieder naar de mate van geloof die God hem heeft toebedeeld” (Rom. 12:3). Wanneer wij onszelf nuchter en met een bescheiden blik bezien en niet toelaten dat trots of eigenbelang ons oordeel vertroebelt, kunnen wij zeer veel redenen vinden om ons als minderen te gedragen. Hoe dat zo?

7 Een ieder van ons kent zichzelf veel beter dan anderen. Wij moeten nog veel beter dan anderen kunnen zien hoezeer wij te kort schieten in datgene wat wij zouden moeten zijn en doen. Paulus verzuchtte in dit verband: „Ik doe níet wat ik wil, maar ik doe juist wat ik verfoei” (Rom. 7:15, Petrus-Canisiusvertaling). Als christenen zijn wij bovendien verplicht anderen niet te streng te oordelen maar hun onvolmaaktheden door de vingers te zien en eventuele twijfel in hun voordeel uit te leggen. Maar ongetwijfeld zijn wij ons pijnlijk van onze eigen zwakheden bewust en weten wij in welke gevallen wij ons misschien door een verkeerd motief hebben laten beïnvloeden. Dus alleen al op grond van dit feit dienen wij bereid te zijn ons als minderen te gedragen ten opzichte van anderen. Er bestaat geen twijfel over: Wanneer wij de geest van een gezond verstand bezitten, zal dit ons in dergelijke kwesties helpen. — 2 Tim. 1:7.

8. Hoe kunnen wij door waardering te hebben voor de kracht van Gods heilige geest, geholpen worden ons als minderen te gedragen?

8 Een goede waardering voor de kracht van Gods heilige geest zal ons ook helpen ons als minderen te gedragen. Ook al bezitten wij talenten of capaciteiten, in Jehovah’s organisatie gaat het om Gods heilige geest (Zach. 4:6). Die heilige geest stelde de eerste christenen in staat zo doeltreffend in hun bediening te zijn dat hun vijanden klaagden dat de christenen „de bewoonde aarde ondersteboven [hadden] gekeerd” (Hand. 17:6). Het was aan Gods geest te danken dat zij zo openhartig konden spreken wanneer zij, ongeletterde en gewone mensen als zij van een natuurlijk standpunt uit bezien waren, tegenover hun religieuze tegenstanders kwamen te staan (Hand. 4:13, 29-31). Wanneer wij beseffen dat al onze broeders en zusters Gods heilige geest bezitten, zal dit ons helpen ons als minderen te gedragen ten opzichte van hen, ook al bezitten wij, van werelds standpunt uit bezien, in bepaalde opzichten meer bekwaamheden. Hierdoor dient het voor ons gemakkelijker te zijn de raad op te volgen: „Neemt de leiding in het betonen van eer aan elkaar.” — Rom. 12:10.

9. Welke uitwerking dient het besef dat Jehovah’s koninkrijk van het allergrootste belang is, op ons te hebben?

9 Beseffen wij dus hoe belangrijk Jehovah Gods koninkrijk is? Indien dit het geval is, zullen wij bereid zijn de belangen van dit koninkrijk de eerste plaats in ons leven toe te kennen. Wij zullen er bovendien door worden geholpen ons als minderen te gedragen. Waarom kan dit worden gezegd? Omdat als wij beseffen dat het Koninkrijkswerk waarmee wij allen bezig zijn, het belangrijkste is en niet wijzelf, wij niet al te verontrust zullen zijn als wij toevallig zijn gepasseerd met betrekking tot een dienstvoorrecht dat wij graag hadden willen hebben. Wij moeten Gods werk, niet onszelf, ernstig opnemen. Er zijn per slot van rekening slechts een beperkt aantal onderdelen op de verschillende gemeentevergaderingen, slechts een beperkt aantal onderdelen op het programma van een kringvergadering, slechts een beperkt aantal onderdelen op het programma van een districtscongres. Er valt dus niet aan te ontkomen dat sommigen van ons niet aan bod komen. Mocht dit ons overkomen, laten wij ons dan verheugen met de broeders die de voorrechten wèl genieten in plaats dat wij jaloers op hen zijn. Laten wij de geesteshouding hebben van de psalmist, die zei: „Want één dag in uw voorhoven is beter dan duizend elders. Ik heb het staan aan de drempel in het huis van mijn God verkozen boven het rondgaan in de tenten der goddeloosheid.” Ja, het is veel beter een mindere in Jehovah’s organisatie te zijn dan aanzien te genieten in Satans goddeloze, ten ondergang gedoemde organisatie. — Ps. 84:10.

PRAKTISCHE WIJSHEID

10. Voor welke onaangename situatie kunnen wij worden behoed door ons als minderen te gedragen?

10 Gods Woord de bijbel heeft veel over praktische wijsheid te zeggen. Het toont bijvoorbeeld aan hoe wijs het is scherpe werktuigen te gebruiken, zodat men zich niet nodeloos hoeft in te spannen (Pred. 10:10). Het verschaft ons ook praktische raad over de noodzaak ons als minderen te gedragen. Jezus maakte dit duidelijk, zoals wij in Lukas 14:8-11 lezen: „Wanneer gij door iemand op een bruiloftsfeest wordt uitgenodigd, ga dan niet op de voornaamste plaats liggen. Misschien is er gelijktijdig iemand die voornamer is dan gij, door hem uitgenodigd, en dan zal hij die zowel u als hem heeft uitgenodigd, komen en tot u zeggen: ’Sta de plaats aan deze man af.’ En dan zult gij vol schaamte de minste plaats moeten gaan innemen. Maar ga, wanneer gij wordt uitgenodigd, op de minste plaats aanliggen, opdat wanneer degene die u heeft uitgenodigd, komt, hij tot u zal zeggen: ’Vriend, ga hogerop.’ Dan zal u eer te beurt vallen in het oog van al uw medegasten. Want al wie zich verhoogt, zal vernederd worden en wie zich vernedert, zal verhoogd worden.”

11. (a) Waarom leidt het tot een goede verhouding tot anderen wanneer wij ons als minderen gedragen? (b) In welke andere opzichten vormt deze geesteshouding een hulp?

11 Er kan ook terecht worden gezegd dat het van praktische wijsheid getuigt wanneer men tracht in een goede verhouding tot anderen te staan. Zich als een mindere gedragen, is één manier om dat gewenste doel te bereiken. Het hoort bij de aard van de mens om zijn eigen voordeel te zoeken, en als wij dan eerzuchtig zijn of ons er al te zeer op toeleggen uit te munten, maken wij dat anderen zich niet op hun gemak voelen. Maar als wij ons als minderen gedragen, vormen wij geen bedreiging voor de positie van anderen en veroorzaken wij niet dat zij zich onzeker of inferieur voelen. Wij zijn er niet de oorzaak van dat zij een verdedigende houding aannemen. Als gevolg hiervan zullen zij des te meer genegen zijn ons met vriendelijkheid en genegenheid te bejegenen. Meer dan dat, wanneer wij ons als minderen gedragen, zullen wij ervan worden weerhouden uit wedijver alles op alles te zetten om maar uit te munten. Dit zal ons ervan weerhouden ons te vermeten te hoog te grijpen door dingen te doen waarvoor wij de bekwaamheden of de mogelijkheden missen; het zal ons ervan weerhouden om, zoals het gezegde luidt, ’te veel hooi op onze vork te nemen’. Of, zoals dit veel beter door Jezus onder woorden werd gebracht, het getuigt van wijsheid om de kosten te berekenen. Bovendien zal praktische wijsheid ons ervan weerhouden meer te beloven dan wij kunnen volbrengen. — Luk. 14:28.

12. Hoe nuttig kan het in de gezinskring zijn wanneer wij ons als minderen gedragen?

12 Praktische wijsheid die ons ertoe brengt ons als minderen te gedragen, is ook van toepassing in de gezinskring. Een verstandige vrouw zal er bijvoorbeeld tevreden mee zijn een aanvullende, onderdanige rol te vervullen ten opzichte van haar echtgenoot, beseffend dat dit tot de vrede in het gezin bijdraagt en bevorderlijk is voor het geluk van de gezinsleden. Wanneer zij bereid is deze rol te vervullen, wint zij de genegenheid en liefde van haar man en zal hij ertoe worden gebracht dingen voor haar te willen doen. En wat zou een vrouw gelukkiger kunnen maken dan een echtgenoot te hebben die haar zo goed gezind is dat hij, zowel door woorden als door daden, altijd laat merken dat hij waardering voor haar heeft en haar genegenheid toedraagt? Het getuigt in dit verband ook van praktische wijsheid wanneer een man erkent waarin zijn vrouw uitmunt en er tevreden mee is een mindere rol te vervullen door haar deze erkenning onder zijn gezag als hoofd te schenken. Dit zal een overeenkomstige goede uitwerking op haar hebben.

ONZELFZUCHTIGE LIEFDE HET GROOTSTE HULPMIDDEL

13, 14. Hoe is onzelfzuchtige liefde in dit verband een hulp geweest voor (a) Jonathan? (b) Jezus Christus?

13 Zal genegenheid en onzelfzuchtige liefde ons helpen ons als minderen te gedragen? Ja, en zelfs meer dan al het andere! Wij hebben een schitterend voorbeeld in de persoon van Jonathan, de zoon van koning Saul. Wij lezen dat onmiddellijk nadat David de reus Goliath had verslagen, „de ziel van Jonathan nauw verbonden werd aan de ziel van David, en Jonathan kreeg hem lief als zijn eigen ziel” (1 Sam. 18:1). Na verloop van tijd begon Jonathan te beseffen dat niet hij maar David Jehovah’s keus was om Saul als koning in Israël op te volgen. Maar in plaats dat Jonathan jaloers was op David, zei hij wegens zijn liefde voor David: „Wees niet bevreesd; want de hand van mijn vader Saul zal u niet vinden, en gíj zult koning zijn over Israël, en ík zal na u de tweede worden.” — 1 Sam. 23:17.

14 Wat bezitten wij ook een schitterend voorbeeld in de persoon van Jezus Christus! Jezus zei: ’Ik heb de Vader lief.’ Wegens die liefde heeft Jezus er nooit ook maar een ogenblik aan gedacht gelijk te willen zijn aan zijn Vader, maar heeft hij altijd beseft dat Jehovah God zijn hoofd was (Joh. 14:31; 1 Kor. 11:3; Fil. 2:6). Verder was Christus, wegens zijn grote liefde voor zijn gezalfde volgelingen, die in zijn voetstappen wilden treden, bereid voor hen te sterven (Ef. 5:25). Jezus’ voorbeeld op het gebied van nederigheid en liefde dient ons er beslist bij te helpen ons als minderen te gedragen.

15. Welk schitterende voorbeeld van iemand die zich als een mindere gedroeg, heeft de apostel Paulus gegeven?

15 Wij hebben al eerder opgemerkt dat de apostel Paulus zich ten opzichte van zijn medechristenen als een mindere gedroeg. Waarom? Wegens zijn grote liefde voor hen. Toen hij dan ook aan zijn medechristenen in Rome schreef, zag hij er niet alleen naar uit hun geloof te kunnen versterken, maar ook, als gevolg van een uitwisseling van aanmoediging, door hen in zijn geloof gesterkt te worden (Rom. 1:8-12). Een overeenkomstige gedachte wordt overgebracht door zijn woorden aan de broeders in Korinthe: „Onze mond heeft zich voor u geopend, Korinthiërs, ons hart heeft zich verruimd. In ons zijt gij niet eng behuisd, maar gij zijt eng behuisd in uw eigen tedere genegenheden. Bij wijze van vergelding dan, om iets terug te doen — ik spreek als tot kinderen — verruimt gij u eveneens” (2 Kor. 6:11-13). Merk overeenkomstige uitspraken op met betrekking tot de christenen in Filippi en in Thessaloníka. — Fil. 1:8; 4:1; 1 Thess. 2:7, 8.

16, 17. (a) Wat kan er worden gezegd over hedendaagse voorbeelden van mensen die zich als minderen gedragen? (b) Welke hulp biedt liefde in dit opzicht?

16 Hebben wij in onze huidige tijd niet veel schitterende voorbeelden op dit gebied? Velen die verantwoordelijke posities bekleden, geven een voortreffelijk voorbeeld door zich als minderen te gedragen. Nederig staan zij hun broeders ten dienste die hulp nodig hebben. Dit treedt vooral aan het licht op onze grotere bijeenkomsten. Ondanks hun natuurlijke begaafdheden of positie in de organisatie steken zij dan allen ’de handen uit de mouwen en pakken zij aan’, zoals de uitdrukking luidt, om het werk klaar te krijgen.

17 Er bestaat geen twijfel over dat onzelfzuchtige liefde ons zal helpen ons als minderen te gedragen. Ja, ’de liefde snoeft niet, wordt niet opgeblazen en zoekt zelfs niet haar eigen belang’. Ze maakt zich er niet overmatig druk over alles te krijgen waar ze recht op heeft (1 Kor. 13:4, 5). Liefde kan ons werkelijk helpen, want ze zal ons ertoe bewegen ’niet ons eigen voordeel te blijven zoeken, maar dat van de ander’ (1 Kor. 10:24). Paulus zei in dit verband tot de christenen in Galátië: „Dient elkaar als slaven door middel van de liefde.” Om elkaar als slaven te kunnen dienen, moet elkeen van ons zich beslist als een mindere gedragen! — Gal. 5:13.

18. Hoe kan deze kwestie, dat wij ons als minderen moeten gedragen, goed worden samengevat?

18 Het bijbelse verslag, alsook de oude en hedendaagse wereldlijke geschiedenis, bewijst duidelijk dat het verstandig is zich als een mindere te gedragen. Een dergelijke handelwijze draagt ertoe bij dat wij in een goede verhouding staan tot Jehovah God, tot onze medechristenen en tot de leden van ons eigen gezin. Ons als een mindere gedragen, zal ons bovendien gelukkig maken, omdat het betekent dat wij anderen de voordelen en voorkeuren geven, en „het is gelukkiger te geven dan te ontvangen” (Hand. 20:35). Ook staan ons heel veel hulpmiddelen ter beschikking om ons te motiveren ons als minderen te gedragen: acht slaan op bijbelse voorbeelden, het gezagsbeginsel erkennen, de geest van een gezond verstand aan de dag leggen, de leiding van Gods heilige geest volgen en praktische wijsheid en onzelfzuchtige liefde aan de dag leggen. Mogen wij het altijd als een voorrecht, ja, als een zegen beschouwen ons als minderen te gedragen, tot voordeel van anderen en onszelf, en voornamelijk tot eer van Jehovah.

[Illustratie op blz. 20]

Als iedereen een dirigent was, waar zou dan het orkest zijn?

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen