Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w81 15/8 blz. 3-6
  • Levenreddende naastenliefde betonen

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Levenreddende naastenliefde betonen
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1981
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • EEN WAARSCHUWING DIE THANS WEERKLINKT
  • VAN HUIS TOT HUIS PREDIKEN EN ONDERWIJZEN
  • EEN PROFETISCH BEELD
  • Het van-huis-tot-huiswerk — Waarom nu belangrijk?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2008
  • De voorhoofden kentekenen van wie gespaard zullen worden
    „De natiën zullen weten dat ik Jehovah ben” — Hoe?
  • De voltooiing van het werk van de secretaris van de Koning
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1972
  • Onderwijs in het openbaar en van huis tot huis
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1991
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1981
w81 15/8 blz. 3-6

Levenreddende naastenliefde betonen

HET was het jaar 1559 van onze gewone tijdrekening. Prins Willem der Nederlanden en koning Hendrik van Frankrijk namen deel aan een jachtpartij in de landerijen rondom Parijs. Toen de twee mannen bij toeval even samen waren, sprak koning Hendrik vrijuit met de prins over een plan dat koning Filips van Spanje had opgevat, namelijk om alle protestanten in de Nederlanden en in Frankrijk om het leven te brengen. In de Nederlanden zou dit worden uitgevoerd door de Spaanse troepen die daar gestationeerd waren.

Dit alles was schokkend nieuws voor de Nederlandse prins, aangezien hij niet het flauwste vermoeden van zo’n plan had.a Alhoewel hijzelf katholiek was opgevoed (met een lutherse achtergrond), trok hij zich het lot van al die ten dode opgeschreven protestanten erg aan. Heel tactvol liet hij niet merken dat hij verrast of anderszins geëmotioneerd was toen hij dit moorddadige plan te weten kwam, om welke reden hij als „Willem de Zwijger” bekend kwam te staan.

Voordat hij naar de Nederlanden terugkeerde, ontving hij specifieke orders omtrent zijn aandeel aan het ten uitvoer brengen van dit vreselijke komplot. Zodra hij echter weer in zijn land terug was, bewerkte hij de publieke opinie om de Spaanse troepen uit zijn land te laten vertrekken. Ja, hij deed alles wat hij kon om dat snode plan te verijdelen — hetgeen, zoals men zou kunnen opmerken, er allemaal toe bijdroeg dat hij voor zijn natie „de Vader des Vaderlands” zou worden.

Willem had in het bijzonder de namen gekregen van bepaalde „hooggeplaatste personen die ervan werden verdacht de nieuwe religie aan te hangen”, met instructies ervoor te zorgen dat zij niet ontsnapten. In plaats dat hij die instructies opvolgde, waarschuwde hij deze „hooggeplaatste personen” en stelde hen in staat te ontkomen. Zoals hij het later onder woorden bracht, ’vond hij het noodzakelijker God te gehoorzamen dan mensen’. In dit alles legde Willem werkelijk levenreddende naastenliefde aan de dag.b

EEN WAARSCHUWING DIE THANS WEERKLINKT

In deze tijd is een groep mensen, de christelijke getuigen van Jehovah, op soortgelijke wijze gemotiveerd. Zij waarschuwen zo veel mensen als zij maar kunnen voor een gewisse, vreselijke dood die hun in de nabije toekomst te wachten staat. De dood die zovelen in deze tijd boven het hoofd hangt, zal echter niet het gevolg zijn van religieuze onverdraagzaamheid van de zijde van verblinde mensen. Neen, de reden is dat de rechtvaardige God van hemel en aarde spoedig handelend zal optreden tegen allen die smaad op zijn naam brengen en de aarde verderven. De vervulling van bijbelse profetieën wijst erop dat Jehovah’s „bestemde tijd” „om te verderven die de aarde verderven”, snel naderbij komt (Openb. 11:18). Ja, de tijd voor het begin van de grootste verdrukking aller tijden is nabij. — Matth. 24:21.

Omdat die catastrofale gebeurtenis zo nabij is, laten Jehovah’s Getuigen de waarschuwing van de engel weerklinken, opdat allen die waarheid en rechtvaardigheid liefhebben en zich binnen het domein van „Babylon de Grote”, het wereldrijk van valse religie, bevinden, deze waarschuwing kunnen horen. Ze luidt: „Gaat uit van haar, . . . indien gij niet met haar in haar zonden wilt delen, en indien gij geen deel van haar plagen wilt ontvangen” (Openb. 18:2, 4). Natuurlijk is het voor deze oprechte mensen niet voldoende zich van alle valse georganiseerde religie af te scheiden. Zij moeten voor het verkrijgen van veiligheid ook naar Gods koninkrijk vluchten. Daarom blijven de Getuigen „dit goede nieuws van het koninkrijk” over de gehele wereld prediken. — Matth. 24:14.

Om deze reden doen Jehovah’s Getuigen er alle moeite voor om oprechte waarheidszoekers te helpen het gebod te gehoorzamen dat in het bijbelboek Zefanja staat opgetekend: „Zoekt Jehovah, al gij zachtmoedigen der aarde, die Zíjn rechterlijke beslissing hebt volbracht. Zoekt rechtvaardigheid, zoekt zachtmoedigheid. Wellicht zult gij verborgen worden op de dag van Jehovah’s toorn” (Zef. 2:3). Aldus gehoorzamen deze Getuigen het gebod dat Jezus zijn volgelingen bij zijn afscheid gaf: „Gaat daarom en maakt discipelen van mensen uit alle natiën, hen dopende in de naam van de Vader en van de Zoon en van de heilige geest, en leert hun onderhouden alles wat ik u geboden heb.” — Matth. 28:19, 20.

VAN HUIS TOT HUIS PREDIKEN EN ONDERWIJZEN

Aangezien Jehovah’s dag van oordeel nabij is, voelen de Getuigen zich gedrongen om waarheidlievende mensen te wijzen op Gods koninkrijk als hun enige middel tot ontkoming. Omdat leven zo belangrijk is, betonen zij beslist liefde door mensen op deze wijze te helpen.

Berichten tonen aan dat voortreffelijk christelijk gedrag sommige mensen geholpen heeft op de weg te komen die tot eeuwig leven leidt. Een Russische journalist die een congres van de Getuigen in Duitsland bezocht, bracht het als volgt onder woorden: „Jullie gedrag is jullie beste preek.” De Getuigen hebben bemerkt dat op de hoek van een straat staan om voorbijgangers bijbelse tijdschriften aan te bieden, een doeltreffende manier is om het „goede nieuws” te prediken. Bovendien zijn de Getuigen erop bedacht gelegenheden te zoeken of te scheppen om het goede nieuws van Gods koninkrijk te prediken tot mensen die zij toevallig bij zakelijke contacten of op reis ontmoeten, of door tot collega’s op hun werk te prediken. De feiten tonen aan dat al zulke activiteiten eveneens vruchten afwerpen.

Het ligt echter voor de hand dat indien Jehovah’s dienstknechten hun getuigenisgeven tot deze soorten van activiteit zouden beperken, veel mensen over het hoofd gezien zouden worden die wellicht waarheid en rechtvaardigheid liefhebben en die het zouden verdienen de waarschuwingsboodschap, alsook het goede nieuws van het Koninkrijk, te horen. Om deze reden hebben de Getuigen de van-huis-tot-huisprediking ter hand genomen. Ja, zij zijn zo ijverig geworden in het toepassen van deze predikingsmethode dat deze een identificerend kenmerk van de Getuigen is geworden. Zo was er in een bepaald tv-programma een gezinsgroep te zien die, toen er op de deur werd geklopt, reageerde met de opmerking: ’Zeker weer Jehovah’s Getuigen.’

Nog niet zo lang geleden werd deze activiteit van de Getuigen in een bepaald Middenamerikaans land verboden verklaard. Toen de Getuigen hiertegen in beroep gingen, zei de regeringsfunctionaris die het beroep behandelde: ’Andere religieuze groeperingen gaan niet van huis tot huis zoals jullie, Getuigen, dat doen. Is deze activiteit een onderdeel van jullie aanbidding?’ Men vertelde hem dat dit werk niet zo maar een onderdeel van hun aanbidding was, maar juist een van de belangrijkste onderdelen van hun aanbidding. Als gevolg hiervan werd de verbodsbepaling opgeheven.

De Getuigen hebben deugdelijke schriftuurlijke precedenten voor het verrichten van de van-huis-tot-huisactiviteit. Toen Jezus zijn discipelen uitzond, gaf hij hun de opdracht om met hun boodschap naar de huizen van de mensen te gaan (Matth. 10:7, 12, 13, 42; Luk. 10:5, 6). Bovendien zei de apostel Paulus tot de ouderlingen van de gemeente in Efeze: „Gij weet zeer goed hoe ik vanaf de eerste dag dat ik het district Asia betrad, al de tijd bij u ben geweest . . . terwijl ik mij er niet van heb weerhouden u al wat nuttig was te vertellen en u in het openbaar en van huis tot huis te onderwijzen. Doch ik heb zowel aan joden als aan Grieken grondig getuigenis afgelegd omtrent berouw jegens God en geloof in onze Heer Jezus.” — Hand. 20:18-21.

Ja, Paulus onderwees in ’het ene huis na het andere’. Hoewel hij ongetwijfeld degenen heeft bezocht die reeds christenen waren, om hen te sterken en aan te moedigen, mogen wij in geen geval Paulus’ woorden tot dergelijke pastorale of herderlijke activiteiten beperken. Waarom niet? Omdat Paulus zei dat hij zowel aan joden als aan Grieken „berouw jegens God en geloof in onze Heer Jezus” had gepredikt. Dit toont duidelijk aan dat deze mensen nog geen christenen waren. Dat hij deze prediking als een levenreddend werk beschouwde, blijkt uit zijn verdere verklaring dat hij, als gevolg van zijn prediking, „rein [was] van het bloed van alle mensen”. — Hand. 20:25-27.

EEN PROFETISCH BEELD

De profetie in Ezechiël hoofdstuk 9, waarin de van-huis-tot-huisactiviteit die Jehovah’s Getuigen thans verrichten, wordt afgeschaduwd, bevestigt het voorgaande. Hierin wordt verteld over een visioen dat de profeet Ezechiël zo’n 2500 jaar geleden kreeg.

In het voorgaande hoofdstuk vertelt de profeet dat hij een visioen had ontvangen waarin hem de verschillende soorten van afgoderij en afval werden getoond die de joden in hun tempel te Jeruzalem bedreven. Vervolgens vertelt Ezechiël in hoofdstuk 9 over een visioen van zes mannen, gewapend met vernietigingswapens, en een zevende man die niet in een wapenrusting gekleed is maar in linnen, met een inkthoorn van een secretaris aan zijn zijde. Deze man kreeg de opdracht door de stad Jeruzalem te gaan en „een kenteken [te] zetten op het voorhoofd van de mannen die zuchten en kermen over al de verfoeilijkheden die in haar midden gedaan worden” (9 vers 4). De zes mannen met vernietigingswapens werd het bevel gegeven hem te volgen en allen die dat kenteken niet hadden, ja, allen die niet kermden en zuchtten over alle goddeloosheid die in de stad werd bedreven, ter dood te brengen.

Hoe moest deze man al degenen die zuchtten en kermden, opsporen? In De Wachttoren van 15 juli 1972 werd uitgelegd: „Niet door gewoon naar het openbare plein of naar de markt te gaan, maar naar de huizen van de mensen, door van huis tot huis te gaan. Op die manier zou hij in staat zijn hun oprechte uitingen te horen en te beslissen of zij in hun voorhoofd gekentekend moesten worden of niet. Dit was beslist geen haastwerk, maar vereiste een geduldig en gewetensvol van huis tot huis of van deur tot deur gaan en een eerlijke inspectie, waarbij geen partijdigheid getoond mocht worden maar slechts degenen gekentekend werden die oprecht bedroefd waren over al de verfoeilijkheden die anderen in de koninklijke stad bedreven. . . . hij zette het onderscheidende kenmerk op hun voorhoofd, waar het openlijk voor vriend of vijand te zien was.”

Evenals de in linnen geklede man van-huis-tot-huisbezoeken moest afleggen om zich volledig te kwijten van zijn verplichting degenen te kentekenen die het verdienden voor de terechtstelling gespaard te worden, zo moeten Jehovah’s Getuigen in deze tijd eveneens van-huis-tot-huiswerk verrichten om al degenen te vinden die waarheid en rechtvaardigheid liefhebben, en hun de gelegenheid te geven naar Gods koninkrijk te vluchten.

Wat zou in deze tijd overeenkomen met het kenteken dat de man in linnen op het voorhoofd zette van degenen die het verdienden gespaard te worden? Aan het voorhoofd gekentekend worden, blijkt het aankweken van een christelijke persoonlijkheid af te beelden. Alleen door zo’n persoonlijkheid te bezitten, zou iemand het verdienen in de „grote verdrukking” door Jehovah’s oordeelsvoltrekkers gespaard te worden (Matth. 24:21). Een christelijke persoonlijkheid is iets dat iedereen kan waarnemen, net zoals een kenteken op het voorhoofd door iedereen gezien kan worden. In de Schrift wordt herhaaldelijk aangedrongen op het aankweken van zo’n christelijke persoonlijkheid. Iemand op zo’n manier kentekenen, kost natuurlijk veel tijd, energie en geld, maar Jehovah’s Getuigen zijn blij zulke offers te brengen. Ook daardoor spreiden zij levenreddende naastenliefde ten toon. — Ef. 4:20-24; Kol. 3:9-11.

Ja, hoe belangrijk de eerste stap ook is — het van-huis-tot-huiswerk dat wordt verricht om degenen te vinden die waarheid en rechtvaardigheid liefhebben en die zuchten en kermen over de goddeloze toestanden die thans heersen — het is slechts de eerste stap. Wil een dienstknecht van Jehovah levenreddende naastenliefde betonen, dan moet hij dit werk completeren door bij deze mensen nabezoeken te brengen en huisbijbelstudies te leiden. Deze bijbelstudenten dienen ook te leren hoe zij moeten bidden, zij moeten met de christelijke gemeente omgaan en bijbelse beginselen in hun leven toepassen. Op hun beurt is het noodzakelijk dat ook zijzelf er een aandeel aan hebben weer anderen in te lichten over de dingen die zij leren. Dit alles dient ertoe te leiden dat zij zich aan Jehovah opdragen om zijn wil te doen, en zich laten dopen. Zulk een handelwijze, zo moeten wij hieraan toevoegen, is essentieel voor het ontvangen van het „kenteken”. En door deze activiteit te verrichten, betonen de getuigen van Jehovah werkelijk levenreddende naastenliefde.

[Voetnoten]

a Dat Willem van Oranje toevallig op de hoogte raakte van dit komplot, kan heel goed providentieel zijn geweest, aangezien niemand kan zeggen welke andere wending de geschiedenis van Europa en de vooruitgang op het gebied van religieuze vrijheid genomen zouden hebben als het komplot succesvol ten uitvoer was gebracht.

b Rise of the Dutch Republic, Deel 1, blz. 239, 240.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen