Het door moeilijkheden gekwelde Cyprus hoort ’goed nieuws’
NA EEN coup waardoor de regering in juli 1974 werd omvergeworpen, viel het Turkse leger Cyprus binnen. Sindsdien zijn er acht jaar voorbijgegaan, en de noordelijke helft van dit land (ongeveer veertig procent ervan) wordt nog steeds door de Turken bezet. Duizenden Cyprioten zijn naar Engeland, Australië, Canada en Griekenland gevlucht. Ongeveer 200.000 Grieks-Cypriotische vluchtelingen zijn van het noordelijke naar het zuidelijke deel van Cyprus getrokken.
Men zou denken dat zulke omstandigheden het land economisch zouden schaden. Maar in het zuidelijke deel van Cyprus heerst economische welvaart. Nieuwe huizen, hotels en zakenpanden schieten als paddestoelen uit de grond. Hier moet men ervoor op zijn hoede zijn niet voor het materialisme te zwichten.
De Koninkrijksprediking op Cyprus
Jezus Christus heeft eens gezegd „Ik moet . . . het goede nieuws van het koninkrijk Gods bekendmaken, want hiertoe werd ik uitgezonden” (Luk. 4:43). Jehovah’s Getuigen op Cyprus doen er moeite voor dit „goede nieuws” met de bewoners van dit door moeilijkheden gekwelde eiland te delen.
Hoewel het Turkse leger, dat het noorden bezet houdt, de activiteit van Jehovah’s Getuigen heeft verboden, worden er in het zuiden schitterende vorderingen gemaakt. Ongeveer driehonderd Getuigen zijn als vluchtelingen van het noorden van Cyprus naar het zuiden getrokken. Velen van hen zijn erin geslaagd een huis te verkrijgen dat oorspronkelijk aan Turken toebehoorde die naar het noorden zijn getrokken.
Toen het land werd verdeeld, kwam het bijkantoor van Jehovah’s Getuigen in de stad Nicosía op de grens tussen noordelijk en zuidelijk Cyprus te liggen. Aangezien dit een gevaarlijk gebied was, werd het besluit genomen de inboedel van het gebouw naar de stad Limassol over te brengen. Met gevaar voor hun leven ging een klein groepje Getuigen het gebouw van het bijkantoor binnen, waarna zij de vensterluiken aan de zijde van de Turkse troepen sloten. Vervolgens brachten zij het meubilair en de kantooruitrusting bijeen, lieten dit uit een raam naar beneden zakken en droegen het over de schuttingen van nabijgelegen verlaten huizen. Daarna laadden zij het materiaal in wachtende auto’s voor transport buiten de gevarenzone. De weg vóór het bijkantoorgebouw kon niet worden gebruikt, aangezien deze een gemakkelijk doelwit voor in de buurt gelegerde Turkse troepen was.
In vroeger tijden hadden veel Cyprioten nooit van Jehovah’s Getuigen gehoord. Maar dit is niet langer het geval. In 1980 was er een hoogtepunt van 1008 Getuigen die aan de Koninkrijksprediking deelnamen, een schitterende toename ten opzichte van de 962 Koninkrijkspredikers die het werk gedurende het voorgaande jaar hadden gedaan. Een oude Turkse bioscoop in Limassol dient nu als Congreshal voor Jehovah’s Getuigen, terwijl een gedeelte ervan als Koninkrijkszaal wordt gebruikt. Er zijn nu twaalf gemeenten op Cyprus.
Tegenstand binnen het gezin overwinnen
Jezus verklaarde over de uitwerking die het ware christendom op sommige mensen zou hebben: „Ik ben gekomen om verdeeldheid teweeg te brengen tussen een mens en zijn vader, tussen een dochter en haar moeder en tussen een jonge vrouw en haar schoonmoeder. Ja, ’s mensen vijanden zullen zijn eigen huisgenoten zijn” (Matth. 10:35, 36). In de hedendaagse tijd is dit ook hier op Cyprus waar gebleken. Een jonge vrouw, die in 1975 met Jehovah’s Getuigen in contact kwam, vertelt:
„Mijn man en ik konden helemaal niet met elkaar opschieten, en in april 1975 verliet ik hem en ging ik bij familieleden in Limassol wonen. Jehovah’s Getuigen bezochten dit gezin geregeld en ik besefte al gauw dat ik niets van de bijbel af wist. De Getuigen merkten mijn belangstelling voor het Woord van God op en gingen de bijbel met mij bestuderen. In diezelfde tijd namen de moeilijkheden tussen mijn man en mij dermate toe dat ik bijna een zenuwinstorting kreeg. Op een zekere avond, toen ik heel erg gedeprimeerd was, besloot ik een publikatie van het Wachttorengenootschap te lezen waarin fundamentele bijbelse leerstellingen worden uitgelegd. Mijn belangstelling was zo groot, dat ik bleef lezen tot ik het hele boek uit had. Het was toen vier uur ’s nachts.”
Kort hierna bezocht deze vrouw een kringvergadering van Jehovah’s Getuigen. Het christelijke gedrag dat zij daar opmerkte, bracht haar ertoe te zeggen: „Ik dacht dat ik in het paradijs was!”
Maar toen kreeg zij vervolging te verduren. „Toen ik van de vergadering thuis kwam”, vertelt zij, „sloeg mijn moeder mij. Mijn man bood ook tegenstand; en hetzelfde geldt voor anderen in de familie. Uit angst dat hun reputatie geschaad zou worden wanneer ik een Getuige werd, dreigde mijn moeder zelfs dat zij zelfmoord zou plegen. Een van mijn zusters legde echter belangstelling voor de bijbel aan de dag en begon met Jehovah’s Getuigen te studeren. Dit bracht andere familieleden ertoe zich tegen ons beiden te keren. Onze boeken werden vernietigd en de Getuigen die met ons studeerden, werden met de dood bedreigd.”
Als gevolg van wat deze vrouw door haar studie van de bijbel leerde, trachtte zij zich met haar man te verzoenen, van wie zij was weggegaan. Zij kregen een huis en zij en haar twee kinderen trokken weer bij haar man in. Maar dit bracht geen einde aan de tegenstand tegen haar bijbelstudie. „Heel vaak als wij van een christelijke vergadering thuiskwamen”, legt zij uit, „bleek mijn man de deuren op slot gedaan te hebben. Als ik uiteindelijk mocht binnenkomen, konden de kinderen en ik op een pak slaag rekenen.”
De bijbel spoort christenen ertoe aan geen kwaad met kwaad te vergelden maar lankmoedig te zijn (Rom. 12:17, 18). De jonge vrouw trachtte deze schriftuurlijke raad op te volgen. Dit wierp heel fijne resultaten af, zoals zij verder toelicht:
„Na drie lange jaren werd ik in april 1978 gedoopt. Vanaf die tijd heb ik voortdurend zegeningen van Jehovah ontvangen. Mijn man is milder geworden in zijn houding en is begonnen de bijbel te bestuderen. Wij vormen een verenigd gezin. Mijn zuster is nu gedoopt. Haar man is ook van houding veranderd. Hij toont belangstelling voor bijbelstudie en bezoekt vergaderingen in de Koninkrijkszaal. Ook mijn ouders zijn veranderd. Voorheen hadden zij geweigerd mij nog langer als hun dochter te erkennen. Maar nu bezien zij dat besluit als dwaas en willen zij hun kinderen niet verliezen ter wille van wat anderen misschien zullen denken. Al mijn familieleden willen nu meer over de bijbel weten.”
Personen die in hun leven toepassen wat Jezus heeft geleerd, laten een goede indruk bij anderen achter (Matth. 5:16). Bij een zekere gelegenheid betoogde een advocaat voor de rechtbank dat zijn cliënt niet langer zou stelen of leugens zou vertellen. De rechter antwoordde: „Is uw cliënt een getuige van Jehovah geworden?”
Hoewel velen tegenstand blijven bieden aan de bijbelse opvoedkundige activiteit van Jehovah’s Getuigen, worden er nog steeds mensen gevonden die de schriftuurlijke waarheid liefhebben en er gunstig op reageren. Dit is voor Jehovah’s Getuigen een geweldige aansporing om het „goede nieuws” met de bewoners van Cyprus te blijven delen.
[Kaart op blz. 10]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
TURKIJE
MIDDELLANDSE ZEE
CYPRUS
Nicosia
SYRIË
LIBANON