Ik werd voor zelfmoord behoed
WEGENS mijn interraciale huwelijk volgens gewoonterecht, verstootten mijn ouders mij, terwijl mijn vader zwoer dat hij mij van het leven zou beroven als hij mij ooit weer zou zien. Ik kwam tussen twee werelden terecht, die mij geen van beide accepteerden, en ik weigerde een keus te doen. Ik verachtte deze wereld vol lijden en haat en ik probeerde van alles om de wereld te veranderen — communisme, de hippie-levenswijze en vrouwenbeweging, terwijl ik streed voor wat naar mijn mening juist was. Toen begon ik een haat te ontwikkelen jegens God zoals hij door de kerken wordt onderwezen. Ik besloot dat ook al zou ik in een vurige hel moeten branden, ik zo’n God niet zou dienen.
Na echter twee jaar tegen dit samenstel en de god ervan gestreden te hebben, kreeg ik een zenuwinstorting. Ik besloot een eind aan mijn leven te maken. Voor de laatste keer bad ik tot een God die ik niet kende. In mijn onwetendheid zei ik tegen God dat als hij een heel klein beetje om mij gaf, hij ervoor moest zorgen dat er op die dag vóór twee uur iets gebeurde, omdat ik mij anders van het leven zou beroven. Zonder verder nog aan dat gebed te denken, begon ik daar inderdaad voorbereidingen voor te treffen.
Vóór twee uur klopte een van Jehovah’s Getuigen bij mij aan de deur. Deze speciale Getuige was al zo vaak bij mij aan de deur geweest dat ik de keren niet meer kon tellen. Zij trof mij altijd slapend aan. Ik nam haar lectuur steeds aan maar gaf ook blijk van mijn minachting voor haar God. Toen zij deze keer kwam, schreeuwde ik haar in mijn kwaadheid beledigend toe. Toen zij echter over de God begon te spreken die zij aanbad, begon ik voor het eerst te luisteren. Zij legde uit dat de ellende in deze wereld, vol verhongerende mensen en misvormde kinderen, niet Gods wil was. Haar woorden gaven mij een sprankje hoop, en ik begon de bijbel met haar te bestuderen. Kort daarna droeg ik mijn leven aan Jehovah op en werd ik gedoopt.
De kennis dat dit samenstel zal eindigen en dat er een God is die werkelijk is zoals hij zegt dat hij is, heeft mij een vrede des geestes en des harten gegeven die ik sinds mijn kinderjaren niet meer had ervaren. Jehovah heeft mijn nu wettige huwelijk met twee fijne zoons gezegend. En in Jehovah’s organisatie heb ik vrienden die mij werkelijk liefhebben.
Maar al deze zegeningen — en er zijn er nog veel meer — zouden niet mogelijk zijn geweest zonder het leven dat ik nu geniet. Als Jehovah mijn gebed niet had verhoord en als die lieve Getuige niet dat nabezoek bij mij had gebracht, zou ik dood zijn. Maar dat ben ik niet, en dit leven behoort Jehovah toe tot onbepaalde tijd. — Ingezonden.