Vragen van lezers
● Spreuken 10:6 luidt: „Zegeningen zijn voor het hoofd van de rechtvaardige, maar wat de mond van de goddelozen aangaat, die bedekt gewelddaad.” Wat betekenen deze woorden?
In deze spreuk worden de passende uitkomsten voor tweeërlei personen — de rechtvaardigen en de goddelozen — treffend tegenover elkaar gesteld. Door de betekenis ervan te beschouwen, zullen wij geholpen worden te analyseren wat voor soort van persoon wij willen zijn.
De persoon die zuiver en rechtvaardig van hart is, geeft daar ruimschoots blijk van. Jezus zei: „Uit de overvloed des harten spreekt de mond” (Matth. 12:34, 35). Ja, zo iemand spreekt regelmatig vriendelijke en nuttige woorden, en hij handelt dienovereenkomstig. Hoe reageert u op zo’n oprecht persoon? Toch zeker welwillend? Zegent en waardeert u zo iemand niet?
Een innerlijk slecht, haatdragend of boosaardig persoon daarentegen is er in wezen op uit anderen kwaad te berokkenen. Ook al kan hij soms heel mooi praten, toch geeft hij uit eindelijk toe aan gewelddaad, die tot uiting komt doordat hij anderen lichamelijk geweld aandoet of hen met woorden aanvalt en probeert af te breken. Hij verdient de zegen van anderen niet, maar haalt zich in plaats daarvan hun vervloekingen op de hals.
In het oorspronkelijke Hebreeuws luidt een alternatieve versie van dit laatste gedeelte: „Geweld zal zelfs de mond van goddelozen bedekken.” Hierdoor wordt de nadruk gelegd op datgene wat de goddeloze ontvangt en welke uitwerking het op hem kan hebben. Het bevestigt het beginsel: ’Wat men zaait, zal men ook oogsten.’ Hij zaait het zaad van vijandigheid en slechtheid, en dat zal hij ook terugkrijgen. Dit bedekt of sluit als het ware zijn mond. Indien hij ooit iets terugkrijgt wat hem tot zwijgen zal brengen, dan zijn dat de gewelddadige resultaten van de goddeloosheid die hij verbreidt.
Welke uitkomst wensen wij? Dat hangt ervan af wat voor persoon wij innerlijk trachten te zijn.