Het loont de moeite uw trots te overwinnen
ER BESTAAN beslist heel wat redenen voor om uw trots te overwinnen. Dit wil echter niet zeggen dat trots in het geval van een christen werkelijk altijd moet worden veroordeeld, want alhoewel trots vaak uit hoogmoed en gebrek aan nederigheid voortspruit, heeft deze eigenschap soms te maken met zelfrespect, een lofwaardige prestatie of onze verhouding tot God.
De apostel Paulus schreef bijvoorbeeld het volgende aan de gemeente te Thessaloníka, welke gemeente hij had mogen oprichten: „Wij zijn verplicht God altijd voor u te danken, broeders, zoals gepast is, omdat uw geloof op buitengewone wijze groeit en de liefde jegens elkaar van een ieder van u zonder uitzondering, toeneemt. Vandaar dat wijzelf trots op u zijn onder de gemeenten van God wegens uw volharding en geloof in al uw vervolgingen en de verdrukkingen die gij verdraagt.” Wegens zulk een geloof en liefde van hun zijde kon Paulus terecht trots op hen zijn. — 2 Thess. 1:3, 4.
De apostel Paulus sprak ook over sommigen die zich op God beroemden (Rom. 2:17). Ja, herhaaldelijk lezen wij in de bijbel dat Gods dienstknechten in Jehovah God en Jezus Christus roemden of als het ware trots op hen waren. — Ps. 34:2; 1 Kor. 1:31; Fil. 3:3.
Er zou ongetwijfeld gezegd kunnen worden dat gezinsleden op bepaalde tijden terecht trots kunnen zijn op elkaars eigenschappen, deugden of prestaties, zoals een man trots kan zijn op de prestaties van zijn vrouw op kookgebied. Ook kunnen ouders er trots op zijn wanneer kinderen die zij hebben opgevoed, verkiezen de volle-tijddienst voor hun God op zich te nemen.
Het zal u misschien echter verbazen te vernemen dat trots in het Woord van God twintig maal vaker op een veroordelende wijze wordt gebruikt dan in gunstige zin. Hoe komt dit? Waarom moeten wij herhaaldelijk worden vermaand niet trots te zijn? Omdat trots gewoonlijk een ingewortelde vorm van zelfzucht is die ons heel gemakkelijk in moeilijkheden kan brengen, tenzij wij er altijd voor op onze hoede zijn. Ja, „de neiging van ’s mensen hart is slecht van zijn jeugd af”. — Gen. 8:21.
Ja, wij zouden ons eigenlijk buitengewoon veel moeite moeten getroosten om werkelijk alles wat maar naar zelfverhoging of trots riekt, af te wijzen. Hoe velen hebben zich belachelijk gemaakt als gevolg van trots! Nog erger, hoe velen zijn vergaan als gevolg van hun trots! Een Engelse essayist heeft terecht eens opgemerkt: „Over het algemeen ligt trots aan alle ernstige fouten ten grondslag.” Een hedendaags berucht voorbeeld is dat van Adolf Hitler.
Het ernstigste bezwaar tegen trots is het feit dat trots ons tot vijanden van Jehovah God kan maken, want wij lezen: „God weerstaat de hoogmoedigen, maar hij geeft onverdiende goedheid aan de nederigen” (1 Petr. 5:5). Ja, in deze betekenis is „iedereen die trots van hart is, . . . iets verfoeilijks voor Jehovah” (Spr. 16:5). Geen wonder dat wij een paar verzen verder lezen dat „trots . . . vóór een ineenstorting [komt], en een hoogmoedige geest vóór struikeling”. — Spr. 16:18.
Uit talloze bijbelse voorbeelden blijkt dat het van wijsheid getuigt trots te overwinnen, bijvoorbeeld wanneer iemand ons raad geeft. Dit wordt goed geïllustreerd in het geval van de Syrische legeroverste Naäman, die melaats was. Hij voelde zich in zijn eer aangetast toen hij van Elisa’s bediende te horen kreeg dat hij zich zevenmaal in de wateren van de Jordaan moest onderdompelen om genezen te worden. Naäman pochte dat de rivieren van Damaskus beter waren dan de Jordaan. Hij overwon zijn trots echter en liet zich door zijn dienaren overreden overeenkomstig de van Elisa afkomstige boodschap te handelen. Als gevolg hiervan werd Naäman van zijn melaatsheid genezen. Het loonde in zijn geval beslist de moeite dat hij zijn trots had overwonnen (2 Kon. 5:11-14). Dit geldt ook voor ons. Wanneer wij verstandige raad ontvangen die tegen onze neigingen indruist, doen wij er goed aan onze trots te overwinnen.
Wij lezen in dit verband: „Geef een wijze een terechtwijzing en hij zal u liefhebben.” „Het oor dat luistert naar de terechtwijzing des levens, verwijlt midden onder wijzen” (Spr. 9:8; 15:31). Iemand uit de vroegste tijden die weigerde terechtwijzing te aanvaarden, was Kaïn. Jehovah God waarschuwde hem: „Er [loert] zonde aan de ingang, en haar sterke begeerte gaat naar u uit; en zult gij, van uw zijde, ze overmeesteren?” Wegens zijn trots weigerde Kaïn te luisteren, als gevolg waarvan hij een moordenaar werd en werd verbannen (Gen. 4:7). Ook hebben wij het voorbeeld van koning Uzzía. Zijn militaire successen stegen hem zo naar het hoofd dat hij zich de functies van een priester wilde toeëigenen. Toen hij werd bestraft, weigerde hij koppig zijn trots te overwinnen, met het uiteindelijke gevolg dat hij als een melaatse stierf. — 2 Kron. 26:16-21.
Af en toe worden wij misschien op de een of andere manier gekleineerd of beledigd. Wat zullen wij doen? Wraak nemen? Met gelijke munt betalen? Neen, want wij mogen geen kwaad met kwaad vergelden (Rom. 12:17-21). In dergelijke gevallen zijn Jezus’ woorden van toepassing: „Slaat iemand u op uw rechterwang, keer hem dan ook de andere toe” (Matth. 5:39). Iemand die weigerde een kleinering te incasseren en die zijn trots niet opzij wilde zetten, was Haman, de Agagiet. Koning Ahasveros had het bevel gegeven dat allen zich voor Haman moesten buigen, maar de jood Mordechaï had hier, terecht, bezwaar tegen. Dit maakte de trotse en ijdele Haman zo woedend, dat hij vastbesloten was niet alleen Mordechaï maar ook alle andere joden te doden. Uiteindelijk werd Haman eerst heel erg vernederd, terwijl hij kort daarna aan de paal stierf die hij voor Mordechaï had laten opzetten. Indien Haman zijn trots had overwonnen en de kleinerende behandeling die hij van Mordechaï ontving, had genegeerd, was zo’n ontijdig en vernederend einde hem misschien bespaard gebleven (Esther, hfdst. 3 tot 9). Wij lezen terecht: „De toorn van een dwaas is aanstonds te merken, een verstandig man gaat op een smaadwoord niet in.” — Spr. 12:16, Willibrordvertaling.
Verder loont het ook de moeite onze trots te overwinnen door excuus aan te bieden als wij iemand anders door onze woorden of daden onrecht hebben aangedaan. Wij zijn het onszelf en de ander werkelijk verschuldigd het weer goed te maken. Jezus gaf in zijn Bergrede de volgende raad: „Wanneer gij daarom uw gave naar het altaar brengt en u daar herinnert dat uw broeder iets tegen u heeft, laat uw gave dan daar vóór het altaar en ga heen; sluit eerst vrede met uw broeder en offer daarna, wanneer gij zijt teruggekomen, uw gave.” — Matth. 5:23, 24.
Ook zullen wij onze trots moeten overwinnen wanneer wij moeten toegeven dat wij een fout hebben gemaakt. Niemand weet alles; niemand is volmaakt. Wanneer wij dus merken dat wij werkelijk zonder kennis van zaken hebben gesproken of een beoordelingsfout hebben gemaakt en daardoor onverstandig hebben gehandeld, getuigt het van wijsheid dit toe te geven tegenover anderen die er misschien de invloed van ondervinden. Dit is vooral belangrijk in het geval van degenen die opzicht hebben, zoals ouders, opzieners of aangestelde ouderlingen in een gemeente. — Vergelijk Jakobus 3:1, 2.
Ook zal het de moeite lonen onze trots te overwinnen door altijd minder te verwachten dan waarop wij recht menen te hebben. Zo zei Jezus dat als wij voor een feestmaal worden uitgenodigd, wij de nederigste plaats moeten kiezen, ook al zouden wij het gevoel kunnen hebben dat wij recht hebben op een eervollere plaats. Er kan beter aan ons gevraagd worden naar een eervollere plaats op te schuiven dan dat ons zou worden gevraagd op een minder eervolle plaats te gaan zitten. — Luk. 14:7-11.
Er bestaan beslist veel redenen voor om onze trots te overwinnen, niet waar? Het loont inderdaad de moeite.