Kunt u zich dit herinneren?
Hebt u de laatste uitgaven van „De Wachttoren” zorgvuldig gelezen? Zo ja, dan zult u zich ongetwijfeld de volgende punten herinneren:
● Waarom betekent het feit dat de „grote schare”, zoals die in een visioen wordt gezien, God in de naos of het „Heiligdom” dient, niet dat degenen die ertoe behoren, een hemelse bestemming hebben?
Het Griekse woord naos verwijst niet alleen naar het binnenste „heiligdom” van de tempel, maar kan in een ruimere betekenis ook betrekking hebben op het gehele tempelterrein of de gehele tempelregeling (Jes. 66:6, Griekse Septuaginta; Matth. 27:5, 39, 40; Mark. 15:29, 30; Joh. 2:19-21). Het is hier in het aardse voorhof van Gods geestelijke tempel dat de leden van de ongetelde „grote schare”, zoals die door Johannes worden gezien, hun „heilige dienst” verrichten. De „grote schare” overleeft als groep de „grote verdrukking”, en met betrekking tot hun geestelijke verhouding tot Jehovah wordt nu reeds ten aanzien van hen de belofte vervuld: „God zal elke traan uit hun ogen wegwissen.” — Openb. 7:9-17. — 15/11/80 blz. 14-21.
● Omvat „heilige dienst” ook alledaagse activiteiten van het leven, zoals het zorgen voor ons gezin, het bewaren van een goede moraal, enzovoort?
Neen. „Heilige dienst” heeft betrekking op datgene wat rechtstreeks met onze aanbidding van God te maken heeft. Het omvat het formele en informele getuigenisgeven, het voor aanbidding bijeenkomen in Koninkrijkszalen, het zorgdragen voor onze vergaderplaatsen, alle activiteit die verband houdt met het verschaffen van bijbels en bijbelse lectuur, alsook de opofferingen die wij ons wellicht getroosten om onze broeders en zusters aan te moedigen en hen zowel in geestelijk als stoffelijk opzicht te helpen actief te blijven in Jehovah’s werk. — 1/3/81 blz. 30, 31.
● Hoe kunnen alleenstaande ouders in de huidige wereld standhouden?
Dit kunnen zij door op God en zijn beloften te vertrouwen, een intieme, persoonlijke verhouding tot Jehovah in stand te houden en druk bezig te blijven met het verrichten van heilzaam werk. Anderen in de christelijke gemeente kunnen eraan meehelpen hun hart te verheugen door liefdevolle en praktische hulp te bieden. — 15/12/80 blz. 20-27.
● Welke duidelijke bewijzen hebben wij dat wij sinds 1914 in de „laatste dagen” leven?
Het door Jezus in Matthéüs 24 en 25 gegeven „teken” gaat op overtuigende wijze in vervulling. Het wereldomvattende predikingswerk van Jehovah’s Getuigen dient Gods voornemen doordat de natiën worden gewaarschuwd en een „grote schare” die de „grote verdrukking” zal overleven en Gods „nieuwe ordening” zal binnengaan, wordt bijeengebracht. Wanneer deze georganiseerde bekendmaking van het Koninkrijk haar climax bereikt, „dan”, zo zegt Jezus, „zal het einde komen”. — 1/1/81 blz. 30.
● Welke profetische betekenis heeft het zakken van de wateren van de Eufraat, hetgeen onmiddellijk voorafging aan de omverwerping van Babylon?
Het hedendaagse „Babylon de Grote”, het wereldrijk van valse religie, „zit op vele wateren”. Deze „wateren” duiden op de „volken” die haar ondersteunen. Maar heden ten dage is er een grote achteruitgang in het aantal leden van de kudde, alsook in het aantal religieuze geestelijken en werkers, vooral in de christenheid. Deze afnemende steun van „Babylon de Grote” duidt erop dat Jehovah op het punt staat de Grotere Cyrus, Christus Jezus, eropuit te zenden om het oordeel aan de „grote hoer” te voltrekken (Openb. 17:1, 4, 15-17). — 15/1/81 blz. 17-24.