Zij hebben hun vrienden nodig
MIDDEN onder zijn dagelijkse werk kreeg een christelijke man ineens de vrouw van een medegelovige aan de telefoon: „O, broeder, de dokter heeft me verteld dat mijn man nog maar drie maanden heeft te leven. Ik weet werkelijk niet hoe ik het hem moet vertellen. Ik dacht ineens aan jou. Alsjeblieft, wil jij met hem praten?” Het was even stil en toen luidde het antwoord: „Natuurlijk. Ik kom hem morgenochtend opzoeken.”
De volgende ochtend begroetten de beide mannen elkaar hartelijk. Nadat zij een kop koffie hadden gedronken vroeg de bezoeker hoe zijn zieke vriend zich voelde. „Prima. De operatie is geslaagd. Het is nu alleen een kwestie om weer op krachten te komen.”
„Dat klinkt bemoedigend. Het toont dat je een goede instelling hebt. Als dienstknecht van God kun je altijd opgewekt zijn, zelfs als je herstel wat langer zou duren dan waar je nu op rekent. Doch wat ook komen mag, wij kunnen alle dingen in de kracht van onze hemelse Vader dragen, meen je ook niet?”
De patiënt, eveneens een door het leven gerijpte man, keek aandachtig in de ogen van zijn vriend. „Hé! Weet jij soms iets over mij wat ik zelf niet weet?” Zijn bezoeker antwoordde kalm: „Ja, inderdaad. De dokter heeft met je vrouw gesproken, en wat hij zei was ernstig. Hij denkt dat je leven in gevaar is. Vanzelfsprekend is hij pas de eerste dokter die zijn mening geeft, maar het toont wel dat we iets moeten doen. Zou het niet verstandig zijn om een andere dokter op te zoeken die misschien in staat is om je met andere middelen te helpen? Je zou niet de eerste patiënt zijn die heel wat langer leefde dan zijn dokters hem hadden voorspeld. Maar zou het toch niet raadzaam zijn bepaalde dingen nu te regelen, voor het geval je ziekte ernstiger wordt? Ik ben bereid je met alles te helpen waar je om vraagt.”
Dit gesprek ging door, maar wij hebben genoeg gehoord om duidelijk in te zien hoe eerlijk en nuttig het bleek te zijn. Patiënten hebben het recht de waarheid over hun gezondheidstoestand te weten, zeker wanneer zij daarom vragen.
WAAROM AARZELEN WIJ SOMS?
Wij zijn misschien wat terughoudend om iemand te bezoeken wiens leven binnenkort dreigt af te lopen. Wij zien en voelen de vernietigende kracht van de dood van dichtbij en het jaagt ons schrik aan (Hebr. 2:14, 15). Maar denk alstublieft in zulke situaties niet aan uzelf, zoals u eigenlijk nooit mag doen als uw vrienden in grote moeilijkheden zijn. Spreuken 17:17 zegt niet voor niets: „Een ware metgezel heeft te allen tijde lief, en is een broeder die geboren wordt voor de tijd dat er benauwdheid is.” Want uw broeder of zuster heeft u als lid van de christelijke gemeente nu meer nodig dan ooit. Laat de moeilijke positie waarin uw zieke vriend of vriendin zich bevindt, u er niet toe brengen dat u meer door uw gevoelens dan door bezorgdheid voor zijn werkelijke noden wordt geleid. Denk aan zijn beste belangen en wees een goede vriend. Dit zal uw spanning doen wegebben, en de diepe vreugde van het dienen van anderen zal uw verdriet verzachten.
WAT TE ZEGGEN?
Bij het bezoeken van iemand die ernstig ziek is, dient u zich te realiseren dat hij niet door een gespeelde opgewektheid geholpen zal worden. De vriendelijke vraag „Vind je het goed als ik even bij je kom zitten?” kan een goede start zijn. Ook vragen als „Hoe voel je je?” of „Kan ik iets voor je doen?” kunnen u tonen waarover de patiënt wil praten. Indien hij bang is voor de onbekende dingen die gaan komen, zal het erg moeilijk voor hem zijn zich daarover te uiten. Men vertelt niet zo gemakkelijk wat er in zijn geest of hart omgaat. Maar als de patiënt over het troosteloze uitzicht van zijn ziekte wil spreken, val hem dan niet in de rede met zulke misplaatste uitingen als: „Daar mag je niet aan denken! Je wordt beslist beter.” Stem eerlijk met hem in dat de dingen een slechte wending kunnen gaan nemen, maar dat hij zelfs dan alles in de bekwame handen van zijn hemelse Vader kan leggen. — Fil. 4:6, 7.
U kunt ook vragen: „Zou je het prettig vinden als ik iets moois uit de bijbel voorlees?” De troostrijke woorden van de bijbel zullen een geloofversterkende invloed hebben. Patiënten houden van de Psalmen omdat daarin de diepste gevoelens van een persoon die zich in moeilijkheden bevindt, en zijn geroep om hulp tot Jehovah zo wonderbaarlijk staan weergegeven.
Personen die levensgevaarlijk ziek zijn, zijn over het algemeen zeer vermoeid en hebben niet de kracht om een gesprek lang voort te zetten. Er is dus geen behoefte om in zulke situaties veel te zeggen. Als u rustig naast het bed gaat zitten en zijn of haar hand vasthoudt, kan dit op zichzelf reeds een bron van troost vormen. Ook al vragen zij niet om een gebed, toch zullen onze vrienden die met de dood worstelen, het bijzonder op prijs stellen wanneer medechristenen gelegenheid zoeken voor een gemeenschappelijk gebed. Indien u woorden kunt vinden die uitdrukking geven aan uw volledige geloof in Jehovah’s wens en kracht om uw vriend in zijn moeilijke situatie te ondersteunen, zult u beiden een verheven moment van eenheid in geest beleven.
Alhoewel wij een ernstig zieke er nooit toe mogen pressen om regelingen te treffen voor de tijd dat hij niet meer in leven zal zijn, is het toch goed om op het moment te letten dat hij er wel over wil spreken. Het kan hem enorm troosten als zijn christelijke vrienden hem beloven voor alles te zullen zorgen als hij in de dood is gaan slapen — zeker de zorg voor zijn vrouw en kinderen, of in het geval van een vrouw, voor haar echtgenoot. Misschien is het nodig iets op schrift te stellen als voogdijschap dient te worden geregeld of verantwoordelijkheden moeten worden overgedragen. Het raadplegen van een notaris verschaft meer zekerheid dat de laatste wensen ook werkelijk zullen worden doorgevoerd.
Onze bezoeken behoeven natuurlijk niet altijd zo ernstig te zijn als wij juist hebben beschreven. Het hangt helemaal van de situatie af waarin u uw zieke vriend aantreft. Patiënten vinden het veelal fijn als u hen eraan kunt herinneren hoe zij waren gedurende de gelukkiger momenten in hun leven. Weet u een leuke gebeurtenis die u samen met hem hebt beleefd? Vertel dit en u kunt er zeker van zijn dat nadat u bent weggegaan, de patiënt over deze hartverwarmende herinnering zal blijven nadenken. U kunt diepe gevoelens van geluk oproepen in het hart van een ijverige dienstknecht van Jehovah, die nu niet in staat is nog iets op het gebied van de prediking van het goede nieuws te doen. Herinner hem aan alles wat hij in dit opzicht in het verleden heeft gedaan. Prijs patiënten warm voor hun volharding en het prachtige voorbeeld dat zij geven als zij hun lijden met geloof en vol goede moed dragen. — Hebr. 6:10.
OVERWIN UW VREES
U zult willen toegeven dat zij die zich hebben neergelegd bij de mogelijkheid dat ziekte of een ongeval hun leven zal kunnen beëindigen, in een veel betere positie verkeren om anderen bij te staan die oog in oog met de dood staan. Het is een blijk van volwassenheid als men de werkelijkheden waarvoor wij allen kunnen komen te staan, niet tracht te ontkennen.
Maar als nu vrees voor de dood aan ons knaagt, wat kunnen wij dan doen om deze vreselijke gevoelens en sombere gedachten te overwinnen? Probeer in de eerste plaats niet uw angsten weg te drukken. Neem de tijd om over de onzekerheid van dit leven en de oplossing die God verschaft, te mediteren. Vrienden van God, de hemelse Bron van leven, kunnen dit onderwerp op realistische en toch evenwichtige wijze bezien. Zij weten wat de dood werkelijk is: een onbewuste slaap zonder pijn of verschrikkingen (Joh. 11:11-14). Jezus onderwees vrijmoedig dat de doden zullen worden opgewekt toen hij zei: „Verwondert u hierover niet, want het uur komt waarin allen die in de herinneringsgraven zijn, zijn stem zullen horen en te voorschijn zullen komen” (Joh. 5:28, 29). Alhoewel Jezus door zijn tegenstanders werd terechtgesteld, werd hij door zijn hemelse Vader tot leven teruggebracht. Na dit wonder, zo vermeldt de apostel Paulus, „is hij aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk verschenen, van wie de meesten tot op dit ogenblik nog in leven zijn” (1 Kor. 15:3-8). Ja, inderdaad, er werd overvloedig getuigenis van Christus’ opstanding afgelegd.
Christenen weten dat het leven waarover zij zich nu verheugen, niet het allerbelangrijkste is. Goddelijke goedkeuring te mogen bezitten is veel meer waard, „daar ze een belofte inhoudt voor het tegenwoordige en het toekomende leven” (1 Tim. 4:8). Wees ervan overtuigd dat Jehovah de kracht om de dood onder de ogen te zien, zal verlenen op het moment dat wij die kracht werkelijk nodig hebben. — Ps. 46:1.
„MAAR NIET IN DE STEEK GELATEN”
Als u de overtuiging hebt dat de ziekte waaraan u nu lijdt, niet gunstig zal aflopen, zult u zeker moeten vechten om uw geestelijke evenwicht te bewaren. Misschien borrelen vragen als: „Waarom juist ik?” in u op. Vrees en diepe gevoelens van verlatenheid kunnen u teisteren. Bestrijd die echter. Blijf uw gedachten de baas en houd deze onder controle. U leeft nog steeds en Jehovah is dichtbij. Wees u ervan bewust dat de Duivel uw zwakheden graag tegen u zou willen uitspelen om uw geloof in God en in zijn beloften te verzwakken. Doch u strijdt geen eenzaam gevecht. Jehovah zal u niet ’in de steek laten’. — 2 Kor. 4:9.
Zoek de hulp van vrienden, zeker van hen die reeds vele moeilijkheden in de kracht van Jehovah hebben overwonnen. Blijf geloof in al Gods beloften stellen. Kijk vooruit naar de tijd dat u tot leven zult terugkeren en al Jehovah’s zegeningen zult zien. Wat een grootse tijd zal dat zijn! Tot in alle eeuwigheid zonder pijn en verdriet leven, te zamen met werkelijke vrienden. Jehovah God wenst dat wij allen eeuwig leven. Jezus zei: „Ik ben de opstanding en het leven. Wie geloof oefent in mij, zal, ook al sterft hij, tot leven komen.” — Joh. 11:25.
DENK AAN UW TREURENDE VRIENDEN
Zou een christelijke broeder of zuster zijn ontslapen, vergeet dan zijn naaste familieleden niet. Nu is het de tijd om uzelf in hun situatie te verplaatsen. Kunt u zich indenken hoe zij zich na zo’n verlies voelen? Zij zijn gedwongen met hun gewone dagelijkse activiteiten door te gaan, terwijl zij nog steeds diep gewond zijn. Nu is het de tijd dat zij hun vrienden nodig hebben, echte vrienden die in staat zijn om te luisteren. Iemand te hebben die bereid is nog eens te luisteren naar het relaas van wat echtgenoot, vrouw of kind allemaal heeft gezegd of gedaan, kan kalmerend en troostrijk zijn. Zij kunnen hun nu afwezige geliefden niet opeens vergeten. Ondertussen kunt u hun erbij behulpzaam zijn dat zij weer hun eigen leven gaan voortzetten.
U kunt zoveel voor uw treurende vrienden doen. Een telefoontje of een onverwachte uitnodiging voor een maaltijd behoren tot de mogelijkheden. Kunt u hen mee laten doen aan uw persoonlijke bijbelstudie? Zijn trouwens alle officiële en financiële formaliteiten geregeld? Hebben zij genoeg geld om te bestaan, en indien niet, zijn wij dan bereid hun met iets van dat wat Jehovah ons geschonken heeft, behulpzaam te zijn?
Het is duidelijk wanneer onze vrienden ons in speciaal opzicht nodig hebben: in tijden van verdriet, bezorgdheid, en zelfs vrees. Jezus gaf zijn gelijkenis over de goede Samaritaan ook voor ons nut op zulke momenten. Laat er over ons nooit geschreven kunnen worden: Hij „ging . . . aan de overkant voorbij”, net als de priester en de leviet in Jezus’ verhaal (Luk. 10:29-37). Wij begrijpen nu veel beter wat er in Prediker 7 vers 2 staat: „Het is beter te gaan naar het huis van rouw dan te gaan naar het huis van feestgelag.” En Jakobus schreef: „De vorm van aanbidding die van het standpunt van onze God en Vader uit bezien rein en onbesmet is, is deze: voor wezen en weduwen zorgen in hun verdrukking en zichzelf onbevlekt van de wereld bewaren” (Jak. 1:27). Moge Jehovah ons zegenen als wij dit doen!