Spiritistische praktijken vaarwel gezegd
Enkele jaren geleden woonde er op het eiland Ometepe, midden in het Meer van Nicaragua in Midden-Amerika, een jong meisje wier vader occulte praktijken, spiritistische genezingen en tovenarij beoefende. Hij was bekend vanwege het genezen van verlammingen, door boze geesten aan te roepen. Na zijn dood werd zijn dochter echter zelf verlamd en bedlegerig.
De vrouw werd behandeld door iemand die eveneens in spiritisme liefhebberde. Maar op zekere dag kwam er een reizende christelijke opziener bij haar aan de deur en gaf haar een geschenk — een exemplaar van de „Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift”. Bij het lezen ervan ontdekte de vrouw Jehovah’s gebod tegen spiritistische praktijken, zoals vermeld staat in Deuteronomium hoofdstuk 18. Daarop stopte zij met de behandeling die zij van een beoefenaar van spiritisme ontving.
Een andere Getuige bracht een volgend bezoek bij deze vrouw en er werd een huisbijbelstudie met haar begonnen. Uiteindelijk werd haar gevraagd of haar overleden vader boeken of papieren had nagelaten die met zijn spiritistische praktijken verband hielden, en de vrouw antwoordde dat verscheidene bureauladen vol zaten met die spullen. Dus verbrandden zij deze dingen (Hand. 19:18, 19). Ook werd de vrouw ertoe aangespoord tot Jehovah om hulp te bidden. Kort daarna begon zij weer te lopen.