Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w79 15/10 blz. 22-23
  • Commentaren van anderen over het van-huis-tot-huiswerk

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Commentaren van anderen over het van-huis-tot-huiswerk
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1979
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • OP WERELDOMVATTENDE SCHAAL
  • Katholieken bevelen de ijver der Getuigen aan
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1963
  • Neemt u deel aan de grote strijd van het geloof?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1971
  • Deel 4 — Getuigen tot de verst verwijderde streek der aarde
    Jehovah’s Getuigen — Verkondigers van Gods koninkrijk
  • Hoe groot is het getuigenis?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1968
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1979
w79 15/10 blz. 22-23

Commentaren van anderen over het van-huis-tot-huiswerk

Toen voor Jehovah de tijd aanbrak om het oordeel aan de afvallige stad Jeruzalem te voltrekken, gaf hij zijn profeet Ezechiël een visioen, waarin deze een man zag die in linnen was gekleed en een schrijversinkthoorn aan zijn heupen had. Aan deze man gaf Jehovah de opdracht: „Trek midden door de stad, midden door Jeruzalem, en gij moet een kenteken zetten op het voorhoofd van de mannen die zuchten en kermen over al de verfoeilijkheden die in haar midden gedaan worden.” Degenen die een kenteken van goedkeuring ontvingen, werden ten tijde van de vernietiging gespaard. Alle anderen kwamen om. — Ezech. 9:2-11.

Een soortgelijk kentekenwerk wordt in deze tijd verricht, waardoor degenen worden geïdentificeerd die bedroefd zijn over de huichelarij, corruptie en bloedschuld die zij in de christenheid aantreffen, en die bereid zijn de ware christelijke persoonlijkheid aan te doen — met eeuwig leven in het vooruitzicht. Dit kentekenwerk wordt in het gehele rijk van de christenheid door Jehovah’s Getuigen verricht, onder leiding van de klasse die wordt afgebeeld door de „man . . . in linnen gekleed”, en het wordt grotendeels gedaan door middel van een energieke veldtocht waarbij „dit goede nieuws van het koninkrijk” van huis tot huis wordt gepredikt (Matth. 24:14; Hand. 20:20). Hoe hebben de mensen op dit getuigenis gereageerd?

Net als in de dagen van Ezechiël zijn sommigen bereid geweest het kenmerk van het ware christendom te ontvangen. Anderen hebben de boodschap verbitterd tegengestaan. Weer anderen hebben woorden van lof over de Getuigen en hun predikingsmethoden gesproken. Een katholieke priester, John A. O’Brien, zei bijvoorbeeld tot zo’n 200 priesters op het St. Joseph’s Seminary te New York:

„Bij het werven van bekeerlingen en het terugbrengen van afgedwaalde leden gaat er niets boven persoonlijk contact. Dit wordt bereikt door de tactvolle, hoffelijke, goedgetrainde ’deurbel-apostel’. Het geheim van het buitengewone succes van St.-Paulus was dat hij bij het werven van bekeerlingen onvermoeid gebruik maakte van de van-huis-tot-huismethode. De ironie wil dat de apostolische methode nu door niet-katholieke sekten wordt toegepast, in het bijzonder door Jehovah’s Getuigen, wier talrijke bekeerlingen ons katholieken beschaamd doen staan.” — „The Monitor”, 7 juli 1961.

En in meer recente tijd werd op een conferentie van religieuze leiders in Spanje het volgende opgemerkt:

„Misschien zijn [de kerken] uiterst onachtzaam in datgene waarmee de Getuigen zich nu juist het meest bezighouden — het huisbezoek, dat past in de apostolische methodologie van de primitieve kerk. Terwijl de kerken zich in veel gevallen beperken tot het bouwen van hun tempels, het luiden van hun klokken om de mensen te trekken en hot prediken binnen hun vergaderplaatsen, volgen [de Getuigen] de apostolische methode door van huis tot huis te gaan en gebruik te maken van iedere gelegenheid om getuigenis te geven.” — „El Catholicismo”, Bogotá (Colombia), 14 september 1975.

Terwijl orthodoxe religies wachten tot er mensen naar hen toe komen, volgen Jehovah’s Getuigen het voorbeeld van Jezus en de apostelen door zelfs ondanks vervolging naar de mensen toe te blijven gaan, zoals ook Christus’ eerste volgelingen dit deden. Over hen wordt gezegd:

„Er [brak] een zware vervolging los tegen de gemeente die in Jeruzalem was; allen werden verstrooid over de streken van Judéa en Samaria. Zij echter die verstrooid waren, gingen het land door en maakten het goede nieuws van het woord bekend.” — Hand. 8:1, 4.

OP WERELDOMVATTENDE SCHAAL

In de hedendaagse tijd werd er tot aan de Tweede Wereldoorlog een groot getuigenis in de christenheid gegeven. Dit getuigenis werd zeer uitgebreid toen de Wachttoren-Bijbelschool Gilead in de Amerikaanse staat New York vanaf het jaar 1943 zendelingen begon op te leiden en uitzond. In land na land verrichtten zij eerst een intensieve van-huis-tot-huisprediking en leidden daarna vele huisbijbelstudies. Het resultaat? Reeds in het jaar 1950 schreef een professor in godsdienstgeschiedenis aan de Northwestern University (VS) het volgende:

„Jehovah’s Getuigen hebben de aarde letterlijk met hun getuigeniswerk overspoeld. . . . Er kon naar waarheid worden gezegd dat geen enkele religieuze groepering in de wereld meer ijver en volharding aan de dag heeft gelegd in haar poging het goede nieuws van het Koninkrijk te verbreiden dan de Jehovah’s Getuigen. . . . Deze beweging zal zeer waarschijnlijk steeds sterker worden.” — C. S. Braden in zijn boek „These Also Believe”.

Anderen hebben de zendingsactiviteit van Jehovah’s Getuigen eveneens aan een onderzoek onderworpen. Een van deze geleerden, Bryan Wilson, een professor aan het All Souls College van de Oxford University (Engeland), bracht een bezoek aan Japan, waar hij een studie maakte van wat hij „de recente snelle groei” in de gelederen van Jehovah’s Getuigen noemt. De resultaten van zijn onderzoekingen werden gepubliceerd in het tijdschrift „Social Compass” van januari 1977. Daarin stonden enkele interessante commentaren, zoals:

„De Getuigen bieden een brede scala van praktische adviezen, verpakt in gezaghebbende taal, over de huwelijksrelatie, morele kwesties, het opvoeden van kinderen en andere praktische zaken. . . . De Getuigen hebben [ouders] veel te bieden in de vorm van krachtige raad, die belichaamd is in de Heilige Schrift . . . Verder heeft de raad van de Getuigen nog een kenmerk: hun raad wordt eensluidend verschaft en zonder concessies met betrekking tot plaatselijke culturele vooroordelen. De raad wordt gegeven zonder neerbuigend te zijn en zonder privilege of vooroordeel, en bezit de kracht onwrikbaar te zijn. . . . Niemand neemt de Wachttoren-religie louter en alleen vanwege de heilzame gevolgen aan: haar leringen met betrekking tot het opvoeden van kinderen kunnen niet op één lijn worden gesteld met de manier waarop de oude katholieke en protestantse missies inboorlingen tot rijstchristenen maakten.”

In deze tijd prediken in Japan meer dan 48.000 inheemse Jehovah’s Getuigen de schitterende hoop van Gods koninkrijk van huis tot huis. Bij een enquête die onder 377 van deze Getuigen in Tokio werd gehouden, bevond professor Wilson dat 58,3 percent door van-huis-tot-huisbezoek geïnteresseerd was geraakt, terwijl 34,3 percent voor het eerst getuigenis kreeg van een familielid, vriend of kennis. Men kan dus begrijpen hoe doeltreffend van-huis-tot-huisbezoek in dit zendingsgebied is gebleken. De professor vroeg de geïnterviewden ook wat hen het eerst tot Jehovah’s Getuigen aantrok, en de volgende antwoorden waren kenmerkend:

„De vriendelijkheid van de Getuigen.” „Het ontbreken van elke zweem van religieus formalisme en de afwezigheid van uiterlijk vertoon.” „De hartelijkheid van de Getuigen, hun netheid, hun hulpvaardigheid en de goede verhouding die er onder hen bestaat, trokken mij aan.” „De houding en de persoonlijkheid van de verkondiger die het eerst met mij sprak.” „Het hoge peil in de gemeente.” „Ik was verbaasd zulke zachtmoedige mensen te vinden.” „Ik was onder de indruk van de beschaafde taal van de Getuigen. Toen ik in 1973 het congres bijwoonde, was ik onder de indruk van de eenheid van de organisatie: ik dacht dot ik goedgetrainde soldaten gadesloeg.” „De liefde en hartelijkheid onder Jehovah’s Getuigen.”

Laten wij nu eens naar de westerse wereld terugkeren en een artikel bekijken dat in het tijdschrift „U.S. Catholic” van januari 1979 verscheen. Het werd geschreven door William J. Whalen en in een onderkopje wordt de vraag gesteld: „Heeft een van-deur-tot-deurreligie succes?” Tot slot zegt de schrijver:

„In 1962 kwam ik na een studie van Jehovah’s Getuigen te hebben gemaakt, tot de volgende slotsom: ’Dat de Nieuwe-Wereldmaatschappij spoedig haar kracht zal verliezen, valt te betwijfelen. Of Armageddon nu voor de deur staat af niet, honderdduizenden, zo niet miljoenen mensen leven iedere dag in de overtuiging dat dit wel zo is.’ Armageddon staat nog steeds voor de deur, en er zijn nu meer dan tweemaal zoveel Getuigen als toen. Alle tekenen wijzen erop dat het Wachttorengenootschap de komende tien jaar waarschijnlijk weer in omvang zal verdubbelen.”

Het is duidelijk dat, naar de mening van de zojuist aangehaalde schrijver, een „van-deur-tot-deurreligie” succes heeft. Maar het belangrijkste van alles is dat Jehovah’s geest en zegen op zijn volk rust. — Zach. 4:6; Joh. 14:15-17.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen