Wanneer anderen zorgzaam zijn
„IK HEB helemaal geen vleselijke familie. . . . Ik zorg voor mezelf en krijg van niemand hulp, en geloof me, er zijn vaak momenten dat ik hulp zou kunnen gebruiken. . . . Iedere attentie, het geeft niet hoe klein, roert ons diep en wordt nederig aanvaard.”
Aldus schreef een oudere vrouw. Evenals zij, zijn oudere personen dikwijls erg dankbaar wanneer anderen zorgzaam zijn.
Maar dat geldt ook voor veel jongere personen. Eén jeugdige persoon schreef aan goede vrienden van haar: „Ik zou jullie beiden graag willen bedanken omdat jullie zo vriendelijk en attent zijn om met ons ’jongeren’ op te trekken, en dat jullie er tijd aan hebben besteed om ons zo’n fijne dag te bezorgen.” Een klein groepje had een dag van prettige en opbouwende omgang met elkaar gehad. Klaarblijkelijk was het een onvergetelijke gebeurtenis geweest, en het briefje was een uiting van dankbaarheid aan het attente echtpaar „vanwege zoveel zorgzaamheid”.
ZORGZAAM ZIJN HELPT ECHT
Degenen aan wie aandacht wordt geschonken, ondervinden er vaak veel voordeel van wanneer anderen zich om hen bekommeren. Zij kunnen er bijvoorbeeld aanmoediging door ontvangen. Een andere jongere schreef aan haar geestelijke zuster: „Je moedigde me aan wanneer ik zin kreeg om te naaien of te koken, en je leverde nooit kritiek . . . Ik houd werkelijk als een christelijke zuster van je.” Ja, aanmoediging bij nuttige bezigheden — vooral bij geestelijke activiteiten — kan anderen tot voordeel strekken. — Hand. 11:23; 1 Petr. 5:12.
Toch is zorgzaamheid ook op andere manieren werkelijk een hulp. Er kan leiding nodig zijn, en het is ongetwijfeld veel gemakkelijker om gezonde raad te aanvaarden als men weet dat degene die de raad geeft, echt vanuit het hart zorgzaam is. Eén christelijke ouderling was beslist verheugd toen hij een briefje ontving waarin stond: „Dank je wel voor alle . . . leiding en tijd en zorg.” De apostel Paulus bekommerde zich beslist om zijn medegelovigen, want hij schreef: „Behalve die dingen, welke van uitwendige aard zijn, bestormt mij nog van dag tot dag de zorg voor alle gemeenten. Wie is er zwak en ik ben niet zwak? Wie wordt tot struikelen gebracht en ik ontsteek niet in toorn?” — 2 Kor. 11:28, 29.
Wanneer anderen zorgzaam zijn, kunnen verdere voordelen worden opgesomd — voordelen die niet zo in het oog springen. Een jonge vrouw schreef aan het eerder genoemde echtpaar: „Hoeveel ik ook voor jullie doe, het kan nooit genoeg zijn. Ik hoop nooit een van jullie beiden verdriet te doen.” Ja, vriendelijkheid brengt vriendelijkheid voort, en ze brengt mensen dichter tot elkaar.
TOON UW ZORGZAAMHEID
Hoe kunt u tonen dat u zich om anderen bekommert? Er bestaan ongetwijfeld ontelbare manieren. Maar beschouw er eens enkele.
„Wordt vriendelijk jegens elkaar, teder mededogend”, schreef de apostel Paulus (Ef. 4:32). Hij zei ook: „Laat uw broederlijke liefde blijven. Vergeet de gastvrijheid niet” (Hebr. 13:1, 2). Inderdaad, doe altijd datgene wat vriendelijk, mededogend, liefdevol en gastvrij is.
Is het bij het betonen van gastvrijheid bijvoorbeeld niet heel wenselijk hier mensen van verschillende leeftijden en maatschappelijke posities in te betrekken, en niet slechts degenen van uw eigen leeftijd en stand? Jezus Christus zei eens: „Wanneer gij een feestmaal aanrecht, nodig dan armen, gebrekkigen, kreupelen en blinden uit; en gij zult gelukkig zijn, omdat zij niets hebben waarmee zij u kunnen terugbetalen. Want het zal u in de opstanding der rechtvaardigen worden terugbetaald” (Luk. 14:13, 14). Denk in ieder geval aan de minder begunstigden, onder wie zich misschien weduwen en weduwnaars bevinden, die het fijn zullen vinden bij u te zijn.
Natuurlijk is het mogelijk dat uw geldmiddelen niet toestaan dat u een feestmaal aanrecht. Maar laat dat u niet verontrusten. Een geïnspireerde spreuk zegt: „Beter is een schotel groente waar liefde is, dan een aan de kribbe gevoederde stier en haat daarbij” (Spr. 15:17). Toen Jezus bij een zekere gelegenheid op bezoek was bij Maria en Martha in Bethanië, met wie hij zeer bevriend was, beklemtoonde hij de uitnemende waarde van geestelijke dingen. Maar hoe staat het dan met een maaltijd? „Martha, Martha”, zei Jezus, „gij zijt bezorgd en verontrust over veel dingen. Toch zijn er maar weinig dingen nodig, of maar één” (Luk. 10:38-42). Ja, Jezus zou met slechts één gerecht tevreden zijn geweest, opdat zowel de afgeleide Martha als de oplettende Maria voordeel van zijn onderwijs hadden kunnen trekken.
Christenen kunnen tonen dat zij zich om anderen bekommeren door gezellige omgang met hen te hebben. Deze gelegenheden worden onvergetelijk door fijne ervaringen op te halen die men in Gods dienst heeft meegemaakt of door elkaar aan te moedigen door heilzame, geestelijk opbouwende gesprekken, gemeenschappelijk bijbellezen of een schriftuurlijke bespreking. Zowel oud als jong kunnen hier voordeel van trekken, en dikwijls schijnt de tijd voorbij te vliegen. Vriendschappen worden verstevigd en de aanwezigen zullen misschien nog lang aan die prettige uren met elkaar terugdenken.
Maar wat valt er te zeggen over degenen jegens wie gastvrijheid of andere vriendelijke daden zijn betoond? Hoe passend is het dat zij hun welgemeende dank tot uitdrukking brengen! Dit toont aan dat ook zij zorgzaam zijn. „Met het oog op de tijd waarin wij leven”, schreef een jeugdig persoon aan geliefde vrienden, „denk ik niet dat wij als christenen één gelegenheid moeten laten voorbijgaan om elkaar te vertellen hoezeer wij elkaars vriendschap waarderen. Jullie . . . zijn op vele manieren een hulp voor mij geweest.”
Degenen die met de juiste beweegredenen belangstelling voor anderen tonen, zijn er niet op uit eer voor hun inspanningen te ontvangen. Toch worden zij beloond voor het feit dat zij iets van zichzelf hebben gegeven, omdat, zoals Jezus zei, ’het gelukkiger is te geven dan te ontvangen’ (Hand. 20:35). Zowel de gever als de ontvanger trekken dus voordeel van attente woorden en daden. Wat een zegeningen zijn het gevolg wanneer anderen zorgzaam zijn!