Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w79 15/7 blz. 28-31
  • Mijn zoons opvoeden zonder echtgenoot

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Mijn zoons opvoeden zonder echtgenoot
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1979
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • EEN VEELBEWOGEN, VERWARDE JEUGD
  • BRON VAN WARE WIJSHEID
  • EEN DOEL STELLEN EN HET TRACHTEN TE BEREIKEN
  • AAN PROBLEMEN OP SCHOOL HET HOOFD BIEDEN
  • HUN GELOOF OP SCHOOL DELEN
  • LEIDING IN VERBAND MET HET BEREIKEN VAN DE MANNELIJKE LEEFTIJD
  • Waarom moeten we de waarheid spreken?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2007
  • Wij waarderen de jongeren die Jehovah’s weg bewandelen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1975
  • Wat is er gaande op de scholen?
    Ontwaakt! 1982
  • Het goede nieuws aanbieden — Op school
    Onze Koninkrijksdienst 1984
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1979
w79 15/7 blz. 28-31

Mijn zoons opvoeden zonder echtgenoot

KAMPT u met het probleem dat u uw kinderen moet opvoeden zonder de hulp van een echtgenoot? Bent u bang dat u de zware verantwoordelijkheid niet zult kunnen dragen? In zo’n situatie kwam ik te verkeren.

Uit persoonlijke ervaring besefte ik welke moeilijkheden en teleurstellingen kinderen krijgen te verwerken als zij opgroeien, en ik was vastbesloten hen erop voor te bereiden hieraan het hoofd te bieden.

EEN VEELBEWOGEN, VERWARDE JEUGD

Ik werd enkele jaren vóór het begin van de Tweede Wereldoorlog in Oostenrijk geboren. Ik kan me nog goed de laatste weeën van zinloos bloedvergieten herinneren, waardoor ons land in 1945 werd overspoeld. Oorlogsvermoeide Duitse soldaten, verhongerd en halfdood van de dorst, werden in wat eindeloze colonnes leken, in gevangenschap weggevoerd. De gewonden en doden lagen aan de kant van de wegen.

Er stortte een wereld voor mijn ogen in, een wereld die tot op dat moment door mijn ouders was geprezen. Ook de opvoeding die ik in de verschillende nationaal-socialistische jeugdorganisaties had ontvangen, had de wereld verheerlijkt als de enige wereld die het verdiende ervoor te leven en ervoor te strijden. Maar nu lag die wereld in elkaar. In verwarring dacht ik bij mijzelf en vroeg ik aan anderen: ’Welke betekenis schuilt er toch achter het leven?’

In die veelbewogen dagen vond niemand de tijd belangstelling voor mijn vragen te tonen. Ik begon de antwoorden daarom te zoeken in mijn religie — de Rooms-Katholieke Kerk — die tot op die tijd geen belangrijke rol in mijn leven had gespeeld. Op geraffineerde wijze werd er voordeel getrokken van de nog onevenwichtige emotionele wereld van een opgroeiend tienermeisje. Ik werd blootgesteld aan concerten van religieuze muziek, indrukwekkende diensten in beroemde oude kathedralen en lectuur waarin een offerandelijke levenswijze in eenzaamheid werd verheerlijkt. Als gevolg hiervan besloot ik in een klooster te gaan.

Er werd een reis naar Rome georganiseerd. Ik voelde me echter ontmoedigd omdat ik wist dat mijn financiële situatie dit niet toestond. Wat was ik blij toen een bejaarde priester aanbood mijn reis te betalen! Verdere details zouden in zijn kantoor worden besproken. Verheugd en vol dankbaarheid en geloof in het goede, haastte ik mij erheen. Wat een schok ervoer ik toen hij immorele avances begon te maken! Ik kon er nog maar net in slagen uit de kamer weg te komen zonder gemolesteerd te worden! Bevend en diep teleurgesteld begon ik mijn religie kritischer te bezien.

Ik was nog steeds van mening dat God liefhebben en hem dienen, het zinvolste doel in het leven was. Maar hoe kon dit verwezenlijkt worden? Toen ik later op het kantoor van een rechtbank werkte, gebeurde er iets wat mij er verder van overtuigde dat dit niet in de katholieke Kerk gevonden kon worden. Een priester die verscheidene jonge meisjes seksueel had misbruikt, kreeg van de Kerk een van de beste advocaten van het land, ook al was tijdens het vooronderzoek zijn schuld vastgesteld.

BRON VAN WARE WIJSHEID

Er verstreken verscheidene jaren, en in het begin van de jaren vijftig trouwde ik en werd ik moeder van twee zoons. In die tijd kwamen de vragen over de betekenis en het doel van het leven, die min of meer op de achtergrond waren gedrongen, weer aan de oppervlakte. Ik begon ernstig over de toekomst van mijn kinderen na te denken. Ik was vastbesloten ervoor te zorgen dat zij, wanneer zij met levensproblemen werden geconfronteerd, nooit in het onzekere zouden verkeren, zonder een bevredigend antwoord zoals ik in mijn jeugd had meegemaakt.

Ik ben mij nog nooit zo bewust geweest van de onvolkomenheid van menselijke wijsheid als toen. Ik wendde mij in gebed tot God. Kort daarna kreeg ik bezoek van een van Jehovah’s Getuigen, die mij een verklaring gaf over Gods grootse voornemen in verband met zijn koninkrijk — een werkelijke regering — die blijvende vrede voor de mensheid zal brengen (Matth. 6:9, 10; Openb. 21:3, 4). Na verloop van tijd groeide mijn overtuiging dat wat ik in deze bijbelbesprekingen leerde, de waarheid was waarnaar ik zo lang had gezocht.

In het begin keurde mijn echtgenoot mijn activiteit goed, terwijl hij zelfs deelnam aan de bijbelstudie. De situatie veranderde echter abrupt toen hij besefte dat hij verplicht was zich nauw aan de morele beginselen van Gods Woord te houden. De neiging tot een losbandige levenswijze bracht hem er ten slotte toe de bijbelstudie op te geven en mij zelfs bitter tegen te staan. Ik ging daarom bij deze overspelige echtgenoot weg. Als gevolg hiervan verloor ik een prachtig huis en financiële zekerheid, maar ik won de vrijheid mijn kinderen ongehinderd Gods Woord te onderwijzen.

EEN DOEL STELLEN EN HET TRACHTEN TE BEREIKEN

Onder gebed beschouwde ik de bijbelse raad aan ouders. „Leid een knaap op overeenkomstig de weg voor hem; ook als hij oud wordt, zal hij er niet van afwijken” (Spr. 22:6). In overeenstemming met deze raad besloot ik mijn uiterste best te doen mijn zoons tot bruikbare vaten voor Jehovah’s dienst op te leiden.

Dit betekende in de eerste plaats mijn jongens het doel van de volle-tijdpredikingsdienst voor ogen te stellen. Natuurlijk besefte ik dat hun eigen verlangen om Jehovah te dienen, uiteindelijk de basis zou moeten zijn voor het ter hand nemen van de volle-tijddienst. Ten einde dat verlangen aan te kweken, leidde ik daarom een geregelde bijbelstudie met hen die aan hun behoeften was aangepast.

Wij hadden toen nog niet de twee uitstekende boeken Naar de Grote Onderwijzer luisteren en Maak je jeugd tot een succes. Er was dan ook veel nazoekwerk in bijbelse publikaties voor nodig om raad te vinden over bepaalde problemen die zich voordeden. In het besef dat werkelijk gebeurde ervaringen van mensen een krachtige indruk maken op de geest, lazen en bespraken wij samen zulke ervaringen, vooral die welke in de bijbel worden aangetroffen.

Na verloop van tijd raakten mijn jongens dus goed bekend met personen als Achan, Gehazi, Ananías en Saffíra. Waarom met hen? Omdat hun ervaringen onthullen hoe Jehovah denkt over mensen die hebzuchtig zijn en die liegen en stelen (Joz. 7:1-26; 2 Kon. 5:1-27; Hand. 5:1-11). Het probleem van ongehoorzaamheid pakten wij aan door over Adam en Eva te spreken of over de mensen die in de wereldomvattende vloed en in Sodom en Gomorra omkwamen. Wanneer het om jaloezie ging, bleek het voorbeeld van Jozefs broers nuttig te zijn. Ook lazen wij over mannen, vrouwen en kinderen die loyale dienstknechten van God waren en die zijn uitnemende hoedanigheden trachtten te weerspiegelen.

Als een verder onderdeel van hun opleiding, nam ik hen altijd mee naar christelijke vergaderingen. Wij bereidden samen commentaren voor en ik moedigde hen ertoe aan deze op de vergaderingen te uiten. Ook bleven wij bij met het bijbelleesprogramma van de Theocratische School en baden wij geregeld met elkaar. Ik leidde hen persoonlijk op om met anderen over de bijbel te spreken, te beginnen met het overhandigen van een strooibiljetje aan een huisbewoner, tot het houden van korte bijbelse toespraakjes, het brengen van nabezoeken en het leiden van huisbijbelstudies.

Onze vrije tijd besteedden wij door om te gaan met personen in het volle-tijdpredikingswerk of andere rijpe christenen en hun gezinnen. En ondanks onze bescheiden financiële middelen, heb ik er altijd op toegezien dat wij naar de kringen districtsvergaderingen alsook naar de internationale congressen konden gaan. Daar zaten wij dan bij elkaar en luisterden naar het programma.

AAN PROBLEMEN OP SCHOOL HET HOOFD BIEDEN

Aan het begin van elk schooljaar keek ik de leerboeken van mijn zoons door. Ik was verbaasd te zien hoe veelvuldig ze onschriftuurlijke zienswijzen propageerden, zoals dat de mens uit lagere levensvormen is geëvolueerd. Wij bespraken de viering van feestdagen en patriottische ceremoniën. Ook bespraken wij welke juiste positie er in overeenstemming met Gods Woord moet worden ingenomen in het geval van situaties die zich zouden kunnen voordoen. Verder spraken wij over het gebruik van drugs, homoseksualiteit, het maken van afspraakjes, de mate van deelneming aan sportevenementen op school, enzovoort.

Zou u zich niet bezorgd maken en u erg onrustig voelen als uw kind op zekere dag onthulde: „Er is een druggebruiker in onze klas” of „Mijn vriend Otto is herhaaldelijk door een homoseksueel lastig gevallen”? Ik ben nooit van het standpunt uitgegaan dat mijn kinderen niet door die dingen beïnvloed zouden kunnen worden. Ik beschouwde de situaties juist als heel ernstig. Samen bespraken wij artikelen in De Wachttoren en Ontwaakt! waarin deze kwesties werden besproken, terwijl ik de jongens ertoe aanmoedigde nauwkeurig te beschouwen wat de gevolgen van zulke praktijken zouden zijn.

Ik kan me nog levendig een voorval herinneren toen mijn jongste zoon Gerfried nog op de lagere school was. Met Kerstmis vroeg zijn onderwijzer de leerlingen over deze feestdag te schrijven. Aangezien Gerfried goed op de hoogte was met de heidense oorsprong van Kerstmis, was hij lang voor de anderen met zijn opstel klaar. De onderwijzer las het meteen en was verbaasd. Onmiddellijk haalde hij de papieren van de andere leerlingen op en gaf hij nieuwe instructies: „Schrijf over het onderwerp Een Winterdag.” Later liet hij zich tegenover mij gunstig uit over het goed gefundeerde betoog van mijn zoon over de oorsprong van de kerstfestiviteiten.

Bij een andere gelegenheid moest elke leerling in Gerfrieds klas het volkslied zingen. Omdat Gerfried er gewetensbezwaren tegen had liederen te zingen die nationalisme bevorderen en de neiging vertonen natiën te verafgoden, weigerde hij. Als gevolg hiervan kreeg hij een slecht cijfer. Ik ging naar het schoolhoofd toe en vroeg om een verklaring. „Hij moest het volkslied zingen omdat in de melodie ervan zoveel halve tonen voorkomen op grond waarvan het muzikale gehoor beter beoordeeld kan worden”, was het antwoord. Alsof er geen andere liederen met veel halve tonen bestaan!

Mijn bereidheid hen in hun overtuiging te steunen, schonk mijn kinderen de zekerheid dat zij in deze dingen nooit alleen waren, hetgeen hen hielp hun geloofsovertuiging moedig te verdedigen. Bovenal trachtte ik een goed contact met hun onderwijzers te bewerkstelligen. Dit heeft de kinderen geholpen heel wat problemen te vermijden.

HUN GELOOF OP SCHOOL DELEN

Ik moedigde de jongens ertoe aan met hun klasgenoten over hun geloof te spreken. Er deed zich een goede gelegenheid voor wanneer de katholieke leerlingen hun religieuze onderricht ontvingen. Degenen die hier niet aan meededen, brachten hun extra vrije uurtje in een apart lokaal door. Mijn oudste zoon Manfred heeft daar enkele fijne gesprekken kunnen voeren met leerlingen die een werkelijke belangstelling voor de bijbelse waarheid aan de dag legden. Hij nodigde deze geïnteresseerde leerlingen bij ons thuis uit om verder met hen te kunnen praten. Op deze wijze heeft Manfred twee bijbelstudies kunnen oprichten toen hij nog erg jong was. Na verloop van tijd hebben deze jonge mensen zich beiden ondanks grote tegenstand van de zijde van hun ouders aan Jehovah opgedragen, terwijl zij Hem thans getrouw dienen.

Wij hebben het heel erg gewaardeerd toen het boek Is de mens ontstaan door evolutie of door schepping? voor publikatie werd vrijgegeven. Een van Manfreds onderwijzers, aan wie hij het boek verspreidde, onderwierp de verschafte bewijzen aan een zorgvuldig onderzoek. Als gevolg hiervan onderwees hij de evolutietheorie niet langer en moedigde hij de gehele klas ertoe aan het boek te nemen en grondig te lezen. Aldus kon Manfred meer dan 25 Evolutie-boeken aan medeleerlingen verspreiden.

Het volgende jaar verscheen het boek De waarheid die tot eeuwig leven leidt, en bijna al zijn klasgenoten namen een exemplaar.

Mijn zoons hebben hun opstellen en spreekbeurten vaak gebaseerd op onderwerpen uit het tijdschrift Ontwaakt! Dit had herhaaldelijk tot resultaat dat zij veel exemplaren van Ontwaakt! in de klas konden verspreiden. Andere leerlingen begonnen voor hun opstellen ook van Ontwaakt! gebruik te maken. Manfreds invloed op sommigen van zijn klasgenoten werd zo krachtig, dat de godsdienstonderwijzeres, een katholieke non, de andere leerlingen waarschuwde niet met hem om te gaan. Een andere onderwijzeres beklaagde zich bij het hoofd van de school.

Enige tijd later zei de non tegen Manfred: „Ik heb nu wat langer op je gelet en ik moet toegeven dat je de beleefdste leerling op deze school bent. Hoewel ik me eens negatief over je heb uitgelaten, heb je me toch vriendelijk begroet. Het spijt me; ik weet nu dat ik je onrecht heb aangedaan.”

Alle leerkrachten die tijdens de schoolperiode van mijn jongens met hen in contact zijn gekomen, hebben een grondig getuigenis ontvangen, hetzij mondeling of door middel van onze uitstekende, op de bijbel gebaseerde lectuur.

LEIDING IN VERBAND MET HET BEREIKEN VAN DE MANNELIJKE LEEFTIJD

Toen de tienerjaren aanbraken, kwamen de eerste „liefdesbrieven” ons huis binnen. Ik maakte me er niet van af als betrof het iets kinderachtigs, maar nam contact op met de ouders van de hoopvolle schrijfsters, en ik sprak met hen en, indien noodzakelijk, ook met de ouderlingen van de betrokken christelijke gemeente. Aldus heb ik de neiging tot het te vroeg maken van afspraakjes in de kiem kunnen smoren. Mijn zoons waren het niet altijd eens met de manier waarop ik de kwestie aanpakte, en soms ontwikkelden zich levendige discussies. Natuurlijk heb ik altijd getracht in de een of andere vervangende activiteit te voorzien.

Bijna elke zondag nodigden wij jonge Getuigen naar ons huis uit, zodat zij met elkaar konden praten, naar muziek konden luisteren of wat aan sport konden doen. En wat was ik blij dat rijpe Getuigen het initiatief namen om met de jongens te praten over dingen die normaal gesproken een vader met zijn zoons bespreekt. Ik leerde hulp te zoeken in de christelijke gemeente en raad te aanvaarden en te waarderen. Er is iets wat ik nooit heb vergeten — dat iemands eigen voorbeeld de beste onderwijsmethode is.

Ruim zeven jaar geleden ging Manfred van school af. Zodra dit gebeurde, namen wij beiden als pioniers het volle-tijdpredikingswerk op ons. Gerfried bevond zich toen in een kritieke periode van zijn ontwikkeling. Welke beslissing zou hij nemen? Op het ogenblik kan ik verheugd zeggen dat ook hij nu al ruim vier jaar als pionier dienst verricht.

Wat ben ik blij dat wij Jehovah nu als een verenigd gezin dienen! Alleen met de kracht en leiding die Jehovah door middel van zijn Woord en organisatie verschaft, heb ik mijn zonen met succes zonder echtgenoot kunnen opvoeden. Daarom zeg ik met de bijbelpsalmist: „Laten wij voor zijn persoon komen met dankzegging; laten wij met melodieën hem in triomf toejuichen. Want Jehovah is een groot God en een groot Koning boven alle andere goden.” — Ps. 95:2, 3.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen