Is geloof ouderwets?
VOOR MILJOENEN gaan geloof en de bijbel hand aan hand. Zij beschouwen dit eeuwenoude boek duidelijk met respect, want het is nog altijd een best-seller die thans, op zijn minst gedeeltelijk, in meer dan 1630 talen en dialecten beschikbaar is.
De bijbel is echter reeds eeuwenlang beschikbaar. En in veel opzichten is de mens er nog nooit zo slecht aan toe geweest als nu. U zou u daarom kunnen afvragen of geloof dat op de bijbel is gebaseerd, in deze hedendaagse tijd wel enige waarde heeft. Is het nuttig de bijbel in het dagelijkse leven toe te passen? Is geloof ouderwets geworden?
BESCHOUW HET GEZIN
„Alleen een slagveld of een oproer zijn gewelddadiger dan het Amerikaanse huisgezin.” Dit stond te lezen in een internationaal United Press-bericht uit Washington, D.C., zoals het in de Denver Rocky Mountain News werd gepubliceerd. De verklaring was gebaseerd op een nationaal onderzoek in de Verenigde Staten naar geweld in huisgezinnen, waarvan het rapport aan een subcommissie van het Huis van Afgevaardigden werd aangeboden. „Kindermishandeling, slaan door een der echtgenoten, seksuele aanranding en gewelddadigheid onder de kinderen” werden alle tijdens hoorzittingen over gezinsgeweld door getuigen beschreven.
Denkt u dat geloof gezinsgeweld zou kunnen voorkomen? Zou waar geloof tot een rustig en gelukkig gezinsleven kunnen leiden?
IS HET VOOR DE JONGEREN?
„Jonge mensen vinden religie saai en vervelend”, schreef Dr. C. Northcott in The Daily Telegraph van 18 oktober 1977. Wat was de basis voor die verklaring? Een onderzoek naar de geloofsovertuiging van Engelse jongeren, zoals dit door de Anglicaanse Raad van Onderwijs werd gepubliceerd. Men had honderd jongelui tussen 13 en 24 jaar ondervraagd. Onder hen hadden 12- tot 14-jarigen toegegeven dat zij niet langer naar de kerk gingen. De gepubliceerde resultaten van het onderzoek werden in de krant als volgt weergegeven:
„’De krachtige overtuiging leeft dat naar-de-kerk-gaan eenvoudig geen onderdeel vormt van wat van een gezonde, normale adolescent wordt verwacht. Naar-de-kerk-gaan wordt altijd beschouwd als de gewoonte van iemand anders, zelfs door degenen die soms zelf naar de kerk zijn gegaan’, aldus het rapport.
’Als men de antwoorden die de ondervragers ontvingen, in één samenvattende term zou willen uitdrukken, zou dit STIERLIJK VERVELEND zijn, met zes dikke strepen eronder.’”
Welnu, hoe denkt u hierover? Heeft geloof werkelijk iets te betekenen voor de jongeren?
GELOOF IN ACTIE
Dat geloof werkelijk zinvol kan zijn in het gezin en onder jonge mensen, hebben Jehovah’s Getuigen herhaaldelijk ondervonden. Geloof in God, gepaard aan gehoorzaamheid aan de voortreffelijke beginselen van zijn Woord de bijbel, heeft niet alleen problemen van gezinnen en jonge mensen opgelost, maar heeft hun werkelijke vreugde en een doel in het leven geschonken. Dit is buitenstaanders heel vaak opgevallen. Tijdens het internationale „Zegevierend geloof”-congres dat van 5-9 juli 1978 in Quebec (Canada) werd gehouden, verscheen er in de Montreal-Matin, een blad dat in de Canadese provincie Quebec wordt gepubliceerd, een artikel van de hand van een journalist die zijn indrukken over Jehovah’s Getuigen weergaf. Zijn commentaren verschenen onder de kop: „Congres trekt jonge mensen aan.” Hij merkte het volgende op:
„Wat is een Jehovah’s Getuige? Ik vroeg me dit het afgelopen weekend af toen ik hoorde dat hun congresorganisatoren erin waren geslaagd 80.000 van hen naar het Olympisch Stadion te trekken. Dat zij in zo’n hitte zo’n opkomst wisten te realiseren, is werkelijk een prestatie! Als het om een honkbalwedstrijd was gegaan, zou men hebben kunnen redeneren dat, ach ja, amusement . . . Maar er werd geen amusement geboden op dit congres, dat uiteindelijk veel meer mensen trok dan de charismatische beweging.
Wat is dus een Jehovah’s Getuige? De oude definitie was gemakkelijker te geven: iemand die, met de bijbel in de hand, van huis tot huis gaat, die vaak wordt afgewezen, aan wie Duplessis de oorlog had verklaard en die tegen bloedtransfusies is.
Ja, maar dit was allemaal te simplistisch. Ik bracht daarom een bezoek aan hun woordvoerder voor Quebec, Léonce Crépeault. Hij is een doodnuchtere, beschaafde en ontwikkelde man die ik nu al verscheidene jaren ken. Na een uur gebabbeld te hebben, gaf hij mij ten slotte de sleutel voor het raadsel.”
En wat is die sleutel? Onder het onderkopje „Jonge mensen” vervolgde de schrijver met uit te leggen:
„Ik had hem zojuist verteld wat ik had gezien na twee uur in het Olympisch Stadion rondgewandeld te hebben. In de eerste plaats was ik verbaasd zo’n hoog percentage jongeren te zien. Hoeveel religies in deze tijd van ongeloof kunnen erop bogen jeugd aan te trekken? Ik was ook verbaasd te zien hoe ordelijk, rein en gedisciplineerd die mensen waren, hoe zij de deugden beoefenen waarvan onze heilige Moederkerk zo graag zou willen dat wij die zouden beoefenen. En de heer Crépeault . . . gaf de volgende definitie — eenvoudig maar hoe waar — van zijn medegelovigen: ’Een Getuige is iemand die de bijbel leest maar die hem bovenal in al zijn levensomstandigheden toepast.’”
Deze correspondent merkte verder nog op: „Rassendiscriminatie schijnt bij hen niet voor te komen.” En over hun levenswijze zei hij dat deze „de Amerikaanse Levensstijl benadert zoals deze vóór de seksuele revolutie in zwang was, welke de betere zijde van de Amerikaanse Levensstijl vertegenwoordigde”. Samenvattend merkte hij op:
„Ze zijn groots als het op bekeren aankomt, zoals iedereen weet. Doch ook andere dingen zijn kenmerkend voor hen: Zij zijn betrouwbaar, krachtig in hun geloof en goede burgers. Hun vrouwen kleden zich zedig (in de katholieke betekenis van het woord) en met een zekere goede smaak waarin met de huidige mode rekening wordt gehouden; geen korte rokken en heel fatsoenlijke halsuitsnijdingen. Zelfs hun kinderen maken niet te veel lawaai!”
Wat deze schrijver berichtte, komt overeen met andere verslagen die over de gehele wereld gedurende de „Zegevierend geloof”-congressen van Jehovah’s Getuigen zijn verschenen. Merk op hoe hij hun ’krachtige geloof’ in verband brengt met het feit dat zij „goede burgers” zijn, zich zedig of bescheiden kleden en goed opgevoede kinderen hebben. Is geloof dat zulke goede vruchten voortbrengt werkelijk ouderwets en uit de tijd? Integendeel, het is geheel en al up to date en aangepast aan de behoeften van deze kritieke tijd. Het is inderdaad een zegevierend geloof.
[Inzet op blz. 3]
„Naar-de-kerk-gaan . . . STIERLIJK VERVELEND”
[Inzet op blz. 4]
„Hoeveel religies in deze tijd van ongeloof kunnen erop bogen jeugd aan te trekken?”