Jehovah openbaart zijn oordelen
Jehovah God houdt mensen niet in onwetendheid omtrent zijn oordelen. Het bijbelboek Amos vertelt ons: „De [Soevereine] Heer Jehovah zal niets doen tenzij hij zijn vertrouwelijke aangelegenheid heeft geopenbaard aan zijn knechten, de profeten. Er is een leeuw die heeft gebruld! Wie zal niet bevreesd zijn? De [Soeverein] Heer Jehovah zelf heeft gesproken! Wie zal niet profeteren?” — Amos 3:7, 8; herziene Engelse uitgave van 1971.
Een onderzoek van het bijbelse verslag brengt aan het licht dat Gods dienstknechten de eersten waren die wisten wat hij voornemens was te doen. Noach was de eerste die vernam dat de goddeloze wereld in een wereldomvattende vloed vernietigd zou worden. Abraham werd ingelicht over Jehovah’s kijk op Sodom en de omliggende steden, en Israëls profeten werden herhaaldelijk op de hoogte gesteld van wat er in de toekomst zou gebeuren. Dit plaatste de profeten in de positie waarin zij een waarschuwing konden laten weerklinken en op de Israëlieten een beroep konden doen hun wetteloze wegen te verlaten.
Het gebrul van een leeuw is een waarschuwend geluid en vervult degenen die het horen met vrees. Wanneer Jehovah sprak en zijn oordelen aan zijn profeten openbaarde, bracht dit evenzo een reactie in hen teweeg. Zij voelden zich gedrongen te profeteren en datgene wat aan hen was geopenbaard, bekend te maken.