Terrorisme — Waarom?
ENIGE tijd geleden is de stad Kolwezi in Zaïre het toneel geweest van een verschrikkelijke slachtpartij. Twee Getuigen van Jehovah, een zendelingenechtpaar, zagen zich plotseling omspoeld door geweld. De aanval op de stad werd klaarblijkelijk uitgevoerd door stamleden die met communistische steun opereerden, en eerst schenen zij zich ermee tevreden te stellen de blanken angst aan te jagen door op de daken te vuren. Vele blanken barricadeerden zich in hun huizen doch hun aanvallers lieten zich later opzwepen tot een razernij van plunderen, drinken, verkrachten en moorden, waardoor de stad compleet in een slachthuis veranderde. Een afschuwelijke week van terreur eindigde toen op 19 mei het Franse Vreemdelingenlegioen verscheen en de volgende dag Belgische parachutisten arriveerden. Men schat dat ongeveer 200 blanken en 700 zwarten in het bloedbad zijn omgekomen.
Hoe is het Getuigenechtpaar er afgekomen? Zeven dagen lang hebben zij in hun huis weggedoken gezeten achter opgestapelde dozen met bijbellectuur. De vensteropeningen hadden ze afgeschermd met dozen, matrassen en kussens. De granaten en scherven vlogen overal om hen heen. Van hun huis en inboedel bleef niet veel meer over, maar zij overleefden de terreur en werden per vliegtuig naar Kinshasa geëvacueerd. Zij hadden slechts lichte verwondingen opgelopen, maar voor de vrouw — in de zesde maand van haar zwangerschap — was de spanning toch zo groot geweest dat ze ontijdig een baby ter wereld bracht. Nog niet voldoende ontwikkeld voor het bestaan buiten de baarmoeder heeft het jongetje maar vier dagen geleefd. De ouders vonden echter troost in de wetenschap dat hij opnieuw zal leven en wel op een veel aangenamere aarde. Ook troostten zij zich met de hoop dit tijdperk van terrorisme zelf te overleven om hun teruggekeerde zoontje in dat paradijs te verwelkomen. — Luk. 23:43; Joh. 5:28, 29.
DE DREIGING VAN HET TERRORISME
Kijk waar u wilt — overal op deze aarde steekt het terrorisme de kop op. Terroristen hebben in Midden- en Zuid-Amerika democratieën omvergeworpen. Duizenden hebben de dood gevonden in de vete tussen katholieke en protestantse terroristen in Noord-Ierland. In Japan hebben militante terroristen de opening van Tokio’s nieuwe internationale luchthaven vijf jaar lang tegengehouden. Palestijnse guerrillastrijders zetten hun gevecht tegen Israël voort en laten zelfs hele busladingen mensen het slachtoffer van hun aanslagen worden. In Duitsland en Italië hebben ontvoeringen plaatsgevonden, eindigend in de dood van de slachtoffers, met als triest hoogtepunt de wrede moord op de vroegere premier Aldo Moro in Rome.
Dan is er, iedere dag opnieuw, de angst die rondwaart op de straten van vele grote steden. Geweldpleging, diefstal, verkrachting en moord zijn alledaagse voorvallen geworden. Slechts weinigen voelen zich nog werkelijk veilig. Ja, terrorisme is over de hele aarde losgebroken.
Eén weekblad beschreef de situatie als een „epidemie van geweld”.a Daarbij werden de woorden weergegeven van „een vooraanstaande autoriteit op het gebied van terrorisme”, Walter Laquer, die tijdens een vraaggesprek had gezegd:
„De terrorist van vandaag verschilt in een heel belangrijk aspect van zijn tegenhanger van vroeger. . . . De terroristen van de 19de eeuw waren selectief. . . . Het hedendaagse terrorisme maakt geen onderscheid — is veel onmenselijker dan in het verleden. Terroristen laten een bom achter in een supermarkt en het kan hen totaal niet schelen wie er wordt gedood. De periode tot de Eerste Wereldoorlog was toch, in het geheel genomen, humaner. Het spijt me te moeten zeggen dat een mensenleven in onze tijd goedkoper is geworden — ten dele doordat men in de Eerste en Tweede Wereldoorlog grote aantallen mensen heeft zien doden. En dan hebben we nu ook deze filosofen van het geweld, die er in de 19de eeuw niet waren — mensen die beweren dat geweld prachtig is, dat geweld je iets doet, dat we geweld nodig hebben.”
De heer Laquer waarschuwde ook voor de mogelijkheid dat terroristen wapens voor „supergeweld” bemachtigen, waarmee zij een heel land zouden kunnen vernietigen, gezinnen, vrienden, vijanden — iedereen!
WAAROM DEZE EPIDEMIE?
Merk op dat de bovenaangehaalde deskundige verklaart dat dit tijdperk van onmenselijk, wreed terrorisme op gang is gekomen als uitvloeisel van de Eerste Wereldoorlog. De epidemie van geweld heeft zich sinds die tijd onafgebroken voortgezet. Dit is vooral belangwekkend voor bijbelonderzoekers, want toen Jezus over ’het teken van zijn tegenwoordigheid en van het besluit van het samenstel van dingen’ sprak, heeft hij zelf voorzegd dat ’natie tegen natie zou opstaan en koninkrijk tegen koninkrijk’ — een totale oorlogvoering die de wereld zou overspoelen. Dit, zo zei Jezus, zou „een begin van weeën der benauwdheid” zijn en zou gevolgd worden door een ’toename der wetteloosheid’ en „vreselijke schouwspelen . . . terwijl de mensen mat worden van vrees en verwachting omtrent de dingen die over de bewoonde aarde komen”. — Matth. 24:3, 7, 8, 12; Luk. 21:10, 11, 26.
Jezus wees erop dat deze angstwekkende gebeurtenissen deel zouden uitmaken van het teken dat hij, als „de Zoon des mensen”, op zijn glorierijke troon in de hemelen tegenwoordig zou zijn om de natiën en volken van de aarde te oordelen en de goddelozen terecht te stellen. Sinds de epidemie van terrorisme in 1914 is begonnen, bevinden wij ons kennelijk in die oordeelstijd. — Matth. 25:31-33, 41, 46.
De filosofie van het geweld is sinds 1914 stellig op de voorgrond getreden, iets waardoor deze eeuw veel beangstigender is dan de voorgaande eeuwen. Maar het is belangwekkend dat er meer dan vier millennia geleden een soortgelijk tijdperk van geweld en terreur is geweest. Dat was in de dagen van Noach. De bijbel beschrijft die tijd met de volgende woorden:
„De aarde werd verdorven in de ogen van de ware God en de aarde werd met geweldpleging vervuld. God zag de aarde dus en zie! ze was verdorven, want alle vlees had zijn weg op de aarde verdorven.” — Gen. 6:11, 12.
De geweldplegers van toen waren vooral de bastaarden met hun grote kracht, het nageslacht van de dochters der mensen en de ongehoorzame geestenzonen van God, die zich op aarde hadden gematerialiseerd. Deze nakomelingen werden „Nefilim” genoemd, hetgeen „vellers” betekent — „sterke mannen” die de mensheid terroriseerden (Gen. 6:4). Door hun toedoen werd een tijdperk van geweld ingeluid dat vergelijkbaar is met wat wij nu op aarde zien. Die goddeloze generatie weigerde te luisteren naar Noachs waarschuwing van naderende vernietiging. Zoals Jezus in de bovenaangehaalde profetie verklaarde: „Zij sloegen er geen acht op totdat de vloed kwam en hen allen wegvaagde.” En Jezus maakte duidelijk dat het doel van zijn ’tegenwoordigheid als de Zoon des mensen’ zou zijn een overeenkomstig oordeel te voltrekken aan de goddeloze generatie in de eindtijd van deze wereld. — Matth. 24:37-39.
HOE ZAL HET TERRORISME EINDIGEN?
Dat het tijdperk van terrorisme een gewelddadig einde zal vinden, wordt in vele bijbelprofetieën duidelijk gemaakt (Jer. 25:31-33; 2 Thess. 1:7-9; 2 Petr. 3:5-7). Maar dit zal niet plaatsvinden omdat terroristische groeperingen of natiën overgaan tot het gebruik van wapens van „supergeweld” om daarmee de aarde of delen ervan te vernietigen. In plaats daarvan zal dat einde komen door het optreden van Jezus Christus, die liefde heeft voor de mensheid en er werkelijk in geïnteresseerd is degenen die rechtvaardigheid liefhebben te bevrijden van de verschrikkingen van onze tijd. Daarom heeft Jezus, na zijn beschrijving van de „radeloze angst der natiën” vanwege de verschrikkingen van onze tijd, de volgende aanmoedigende woorden uitgesproken:
„Als . . . deze dingen beginnen te geschieden, richt u dan rechtop en heft uw hoofd omhoog omdat uw bevrijding nabijkomt.” — Luk. 21:25, 28.
Ja, voor allen onder de verdrukte mensheid die rechtvaardigheid liefhebben, is het nu de tijd om hun hoofd op te heffen, in verwachting van de gelukkige tijden die voor ons liggen. Het was een sterk geloof in God, samen met de hoop op een paradijsaarde en de opstanding der doden, waardoor de getrouwe zendelingen gedurende die verschrikkelijke ervaring in Zaïre werden geschraagd. Geloof in Gods beloften blijft een bron van kracht voor zijn toegewijde dienstknechten, wáár zij ook op deze van geweld vervulde aarde dienen. Moge het ook u ondersteunen, zodat u door dit tijdperk van terrorisme heen een nieuwe aarde zult betreden ’waar rechtvaardigheid zal wonen’. — 2 Petr. 3:13.
[Voetnoten]
a U.S. News & World Report, 22 mei 1978, blz. 35, 36.