Wij hebben de ware weg tot liefde, vreugde en vrede gevonden
MIJN vrouw en ik gaan vandaag een bijbelstudie leiden bij een jongeman die verslaafd is aan drugs. Elke keer als wij naar hem toe gaan, is het weer de vraag of wij hem in een toestand van hevige depressie of zielsangst zullen aantreffen. Misschien hebben degenen die in 1970 met ons studeerden, zich dit destijds ook wel afgevraagd, want wij waren toen hippies, die net zo’n leven leidden als deze jongeman.
Hoewel Romy en ik ongehuwd waren, leefden wij, samen met nog vijf andere jongelui, in een grote flat in Rome. Wij wilden erachter zien te komen wat de betekenis van het leven is en door middel van een onderzoek op het gebied van architectuur, muziek, toneel en zelfs stripverhalen te weten komen hoe wij de mensen liefde, vrede en waarheid konden bijbrengen. Wij gebruikten niet alleen hasjiesj en LSD, maar beoefenden ook transcendente meditatie en bestudeerden het occulte. In plaats dat wij onze problemen konden oplossen en de antwoorden op onze vragen vonden, raakten wij echter steeds meer in verwarring.
Omdat wij de toestand steeds meer zagen verslechteren, overwogen wij de maatschappij, de stad en de establishment de rug toe te keren. Samen met onze metgezellen organiseerden wij een reis die ons naar Polynesië zou voeren, waar wij dicht bij de natuur meenden te zullen leven, zodat wij met onze eigen handen zouden maken wat nodig was om in ons levensonderhoud te voorzien. Dat was onze laatste hoop.
Voordat wij vertrokken, wilden Romy en ik trouwen om onze respectieve families een plezier te doen, hoewel het wettelijke huwelijk weinig voor ons te betekenen had. Ten einde de ouders van mijn vriendin te ontmoeten, gingen wij in 1970 naar Zwitserland. Romy was door haar moeder grootgebracht. Haar vader was van haar gescheiden en hertrouwd, maar nu was hij een van Jehovah’s Getuigen. Volgens Romy zou hij ons stierlijk vervelen met de bijbel.
EEN BEZOEK IN HET HUIS VAN ROMY’S VADER
Zodra wij in het huis van haar vader aankwamen, vertelde hij ons dat wij alleen in de keuken of buiten konden roken en dat een van ons beneden en de ander boven zou moeten slapen, aangezien wij niet wettelijk getrouwd waren. Zulk een vastberadenheid zette ons aan het denken.
Wij waren werkelijk vastbesloten hem aan het verstand te brengen dat de bijbel slechts de drempel tot geestelijke ontplooiing is en niet de zuivering van de ziel leert, waardoor men in staat gesteld wordt in harmonie met het universum en zijn medemens te leven. Mijn toekomstige schoonvader legde ons echter uit dat al onze pogingen om ons in geestelijk opzicht te verheffen, in werkelijkheid het doel van de Duivel dienden en dat wij elke keer als wij onszelf voor transcendente meditatie ’ledigden’, de deur voor de Duivel openzetten. Het is interessant op te merken dat onze ervaring met drugs en het occulte ons ervan had overtuigd dat de Duivel bestond, want gedurende onze meditaties hadden wij werkelijk gevoeld dat er boze trillingen in ons voeren. In onze bezorgdheid hadden wij hier met degene die de initiatie had verricht, over gesproken. Hij zei ons eenvoudig dat wij, om gelouterd te worden, de moed moesten hebben om door het kwaad dat in ons was, heen te breken.
Romy’s vader waarschuwde ons voor de mentale leegte waardoor de demonen in staat gesteld worden bezit van iemand te nemen. Hij las uit Lukas 11:24-26: „Wanneer een onreine geest van een mens uitgaat, trekt hij door dorre plaatsen op zoek naar een rustplaats, en wanneer hij er geen heeft gevonden, zegt hij: ’Ik zal terugkeren naar mijn huis, waar ik ben uitgegaan.’ En daar aangekomen, vindt hij het schoongeveegd en versierd. Dan gaat hij heen en brengt zeven andere geesten mee, die nog goddelozer zijn dan hijzelf, en wanneer zij er naar binnen zijn gegaan, wonen zij daar; en de laatste omstandigheden van die mens worden erger dan de eerste.” Mijn eigen ervaringen hadden mij een voorproefje gegeven van de waarheidsgetrouwheid van wat de bijbel zei.
Na deze bespreking namen Romy en ik het risico elkaar onze mantra, de geheime formule die onontbeerlijk is voor meditatie, te onthullen. Dit woord was nog maar nauwelijks van onze lippen gekomen, of wij beiden voelden ons ijskoud worden; we waren versteend van de kou. Er was zojuist iets van ons uitgegaan dat, terwijl het woedend wegstormde, ons het gevoel gaf dat wij midden in een wervelwind waren terechtgekomen. Dodelijk verschrikt door deze manifestaties, maakten wij Romy’s vader wakker om hulp te krijgen. Toen hij onze verschrikte blikken zag, bood hij aan onmiddellijk voor ons tot Jehovah te bidden. Die nacht konden wij vredig slapen, hoewel apart van elkaar, zoals Romy’s vader had verzocht.
BIJBELSTUDIE BEGINT
Kort na onze terugkeer naar Rome, gingen wij naar het bijkantoor van het Wachttorengenootschap om te vragen of wij met Jehovah’s Getuigen de bijbel konden bestuderen. Wij wilden nog altijd hippies blijven, hoewel wij toen minder vaak drugs gebruikten, uit vrees dat wij lastig gevallen zouden worden door de Duivel.
Het hartelijke welkom dat ons op het bijkantoor werd gegeven en onze toer door het gebouw maakten een diepe indruk op ons. Niemand keek afkeurend naar onze hippiekleding, hoewel deze aanstotelijk was, aangezien de mensen op straat in de meeste gevallen omkeken en onvriendelijke opmerkingen tegen ons maakten. Voordat wij vertrokken, lieten wij ons adres achter, opdat iemand ons zou bezoeken om een bijbelstudie bij ons te leiden.
In het begin bezochten twee jonge mensen ons om Gods Woord met ons te bespreken. Aangezien zij jonger waren dan wij, lachte Romy hen meestal uit. Later begon een Getuige die ouder en veel strikter dan de twee jonge Getuigen was, ons te bezoeken. Hoewel wij hem herhaaldelijk voor niets lieten komen, bleef hij ons opzoeken; hij wachtte dan een lange tijd en liet een briefje achter waarin hij een volgende afspraak maakte. Vanaf het allereerste bezoek sprak deze Getuige een gebed uit en vroeg hij ons onder de studie niet te roken. Hij nodigde ons vaak voor een maaltijd bij hem thuis uit, omdat hij wist dat wij niet goed aten.
Vastberaden en liefdevol maakte hij ons bewust van onze trots en onze superieure houding, die door onze onjuiste filosofische opvattingen werden veroorzaakt. Hij overtuigde ons van de dringende noodzaak ons krachtdadig los te maken van de invloed van goddeloze geestenkrachten. Een beschouwing van Handelingen hoofdstuk 19 en Deuteronomium 7:25, 26 brachten ons er geleidelijk toe ons te ontdoen van bepaalde boeken — met inbegrip van boeken over het occulte — en kleding die voor initiatiedoeleinden was gebruikt.
Toch hadden wij nog steeds het gevoel alsof wij in een net vastzaten. Zonder dat wij ons hiervan bewust waren, bleken brieven die een vriendin van mijn vrouw had geschreven, een bron van moeilijkheden te zijn. In het donker gaven deze brieven haar een duidelijk besef van de aanwezigheid van bovenmenselijke wezens die haar aanstaarden. Zodra wij de lichten aandeden, hielden deze manifestaties op. Gewoonlijk was het voldoende de naam „Jehovah” hardop uit te spreken. Zodra wij Gods naam aanriepen, ging de demonische invloed weg, om enkele uren later weer terug te keren. Dit ging door totdat wij de brieven vernietigden.
Op zekere nacht, toen wij beiden waren ingedut, kreeg mijn vrouw plotseling het voorgevoel dat ik haar zou gaan doden. En ik voelde inderdaad hoe een onweerstaanbare kracht mijn arm beetpakte om mij ertoe te brengen de misdaad tegen mijn wil in te volbrengen. Hoewel ik met alle macht weerstand bood, trachtte deze kracht zich onweerstaanbaar van mij meester te maken. Alleen door Gods naam „Jehovah” onafgebroken uit te spreken, kon ik mijzelf in bedwang houden. Om het ergste te voorkomen, zei ik mijn vrouw zich vlug aan te kleden en naar het huis van een Getuige, een ouderling, die onze problemen kende, te hollen. Kort daarna stond ook ik bij hem voor de deur. Het was drie uur ’s nachts. Hij doorzag de situatie onmiddellijk, en na ons aangehoord te hebben, stelde hij ons gerust en sprak hij een passend gebed uit, waarna hij ons aanbood bij hem thuis te slapen. De volgende dag vergezelde de Getuige die met ons studeerde, ons weer naar huis.
REACTIE VAN VRIENDEN
Ondertussen waren wij ermee begonnen met onze aan drugs verslaafde vrienden over de bijbelse waarheid te spreken. Wij hadden hun een bijbel en de publikatie De waarheid die tot eeuwig leven leidt gegeven. Maar deze vrienden verhinderden mij vorderingen te maken op de christelijke weg ten leven. Zij kritiseerden de waarheid voortdurend en bespotten mij omdat ik mijn haar wilde laten knippen en met het gebruik van drugs wilde ophouden. Ongewild moest ik aan 2 Korinthiërs 6:14-18 denken: „Komt niet onder een ongelijk juk met ongelovigen. Want wat voor deelgenootschap hebben rechtvaardigheid en wetteloosheid? Of wat heeft licht met duisternis gemeen? Welke overeenstemming bestaat er voorts tussen Christus en Belial? Of welk deel heeft een gelovige met een ongelovige? En welke overeenkomst heeft Gods tempel met afgoden? Want wij zijn een tempel van een levende God, zoals God heeft gezegd: ’Ik zal onder hen verblijven en onder hen wandelen, en ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn.’ ’„Gaat daarom uit hun midden vandaan en scheidt u af”, zegt Jehovah, „en raakt het onreine niet langer aan”’, ’„en ik zal u aannemen.”’ ’„En ik zal u tot een vader zijn en gij zult mij tot zonen en dochters zijn”, zegt Jehovah, de Almachtige.’”
Het was voor mij echter niet gemakkelijk met deze vrienden te breken. Vooral op een van mijn vrienden, die heel erg geschokt was omdat ik mijn haar had laten knippen en op een geregelde basis was gaan werken, was ik erg gesteld. Alles wat ik deed, was bijzonder schokkend voor hem. Ik vond dit erg naar. Toen ik later echter van de school terugkeerde waar ik werkte, floot en zong ik op mijn motorfiets. Ik voelde me zo gelukkig. Diezelfde vriend zat in zijn auto en deed zijn raampje naar beneden, verbaasd mij zo gelukkig te zien. Mijn vreugde deed hem beseffen dat drugs hem steeds ongelukkiger maakten.
Als gevolg hiervan kwamen hij, zijn zestienjarige vrouw en zijn neef op diezelfde dag naar de Koninkrijkszaal. Onder de indruk van de hartelijke wijze waarop zij welkom werden geheten en het geluk van de aanwezigen, begonnen zij de bijbel te bestuderen met de Getuige die met ons studeerde. Zij werden in hetzelfde jaar gedoopt als wij. Wij zijn heel erg blij dat van onze vrienden die aan drugs verslaafd waren, vier zich tot nu toe aan Jehovah hebben opgedragen.
Onder Jehovah’s Getuigen hebben wij vele ware vrienden en werkelijke liefde, vreugde en vrede gevonden. Wij zullen nooit het geduld vergeten dat aan de dag gelegd werd door de vrouw van de Getuige die de bijbel met ons bestudeerde. Zij leerde Romy koken en hoe zij het huis netjes en schoon kon houden. Het is aan haar te danken dat mijn vrouw Jehovah nu ook welgevallig kan zijn op deze terreinen van een christelijke levenswijze (Spr. 31:27). Eindelijk zijn wij werkelijk verenigd in een gelukkige huwelijksverbintenis. — Ingezonden.
[Inzet op blz. 9]
Onze ervaring met drugs en het occulte hadden ons ervan overtuigd dat de Duivel bestond
[Inzet op blz. 10]
Het wettelijke huwelijk had weinig voor ons te betekenen
[Inzet op blz. 10]
Alleen door Gods naam „Jehovah” onafgebroken uit te spreken, kon ik mijzelf in bedwang houden
[Inzet op blz. 10]
Mijn vreugde deed hem beseffen dat drugs hem steeds ongelukkiger maakten