Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w78 15/7 blz. 31-32
  • Vragen van lezers

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Vragen van lezers
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1978
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1978
w78 15/7 blz. 31-32

Vragen van lezers

● Indien een zuster voor de doven, of voor hen die van tekentaal afhankelijk zijn, vertolkt, zou Paulus’ raad in 1 Korinthiërs 11:3-16 haar dan verplichten haar hoofd te bedekken?

Aangezien de tot uitdrukking gebrachte gedachten niet aan de geest van de zuster die als vertolkster optreedt, zijn ontsproten, onderwijst zij de gemeente niet. Zij is dus niet verplicht een hoofdbedekking te dragen. Zij geeft slechts inlichtingen door in een andere taal, in dit geval de tekentaal. Hetzelfde is het geval wanneer zij een gebed vertolkt. Het kan echter zijn dat zij zich prettiger voelt wanneer zij haar hoofd wel bedekt. Zij neemt namelijk een enigszins belangrijke positie in voor het publiek en er zal van haar worden verwacht dat zij naargelang dit nodig is gevoel en dringendheid in de lezing legt, ten einde de gevoelens van de spreker getrouw over te dragen. Zij zou ook van mening kunnen zijn dat het dragen van een hoofdbedekking zal voorkomen dat de verkeerde indruk wordt gewekt dat zij zonder hoofdbedekking in de gemeente onderwijst of bidt. Zusters die als vertolkster dienst verrichten, kunnen met oordeel des onderscheids beslissen wat zij in elke situatie met het oog op de omstandigheden en hun eigen geweten zullen doen.

Af en toe komt het op een gemeentevergadering voor dat de enige opgedragen broeder doof is. Indien hij hoorbaar en duidelijk verstaanbaar tot alle aanwezigen kan spreken en begrip kan overdragen, en hij ook in andere opzichten aan de vereisten voldoet, is het passend dat hij de vergadering voorzit en het gebed uitspreekt. Als hij alleen door middel van tekentaal spreekt, kan hij de vergadering voorzitten en ook het gebed tot uitdrukking brengen, indien er een zuster aanwezig is die ten behoeve van de andere aanwezigen een goede vertaling kan geven. Zij is niet verplicht een hoofdbedekking te dragen, maar zoals hierboven is besproken, kunnen de omstandigheden en haar geweten dit raadzaam maken. Indien de broeder echter niet goed spreekt of helemaal niet kan spreken en er geen bekwame vertolkster aanwezig is, dient een bekwame zuster de vergadering voor te zitten en ook het gebed uit te spreken, hetgeen zij in overeenstemming met de vereisten met gedekt hoofd zal doen. De apostel Paulus adviseert dat iemand die in een „taal” spreekt die niet door de andere aanwezigen wordt begrepen, zich stil moet houden tenzij er een vertaler aanwezig is (1 Kor. 14:27, 28). Ten einde pijnlijke situaties en misverstanden te voorkomen, kunnen ouderlingen wanneer de mogelijkheid bestaat dat dergelijke situaties zich kunnen voordoen van tevoren passende regelingen treffen.

● Is het onjuist om openbare gebeden op de band op te nemen?

Sommige christenen geven er persoonlijk de voorkeur aan dit niet te doen. De bijbel is er echter niet op tegen dat de woorden van een gebed op schrift worden gesteld of anderszins worden vastgelegd. — 2 Kron. 33:18.

Iemand neemt een christelijke vergadering misschien op een bandrecorder op, om er later nog eens naar te luisteren of om de stof met anderen, die niet aanwezig konden zijn, te delen. Sommige christenen die zulke opnamen maken, beginnen hiermee na het openingsgebed en stoppen vóór het slotgebed.

Zij gaan er misschien van uit dat het gebed in werkelijkheid niet een middel vormt waardoor anderen officieel worden onderwezen. Het gebed wordt veeleer als een persoonlijke uiting tot God beschouwd, hoewel anderen die aanwezig zijn, kunnen luisteren en hun instemming kunnen betuigen door „Amen” te zeggen. Bovendien weet iemand die een vergadering op de band opneemt dat als het gebed op de band staat, hij later, bij het afluisteren ervan, niet „Amen” zal zeggen, alsof de opname als gebedsmolen dient waardoor er elke keer dat deze wordt afgedraaid, een gebed wordt ’opgezonden’.

Het is echter interessant te constateren dat er in de bijbel veel gebeden zijn opgetekend (Gen. 24:10-14; Matth. 26:36-39; Joh. 11:41, 42; 17:1-26; Hand. 4:23-30). Wanneer wij deze gebeden lezen, zijn wij niet de mening toegedaan dat wij „Amen” moeten zeggen. — Rom. 8:26, 27.

Natuurlijk is het zo dat deze gebeden deel uitmaken van de bijbel; zij staan erin omdat God ze erin heeft willen hebben (2 Tim. 3:16). En sommige personen reageren misschien anders op een op een band opgenomen gebed dan op een gebed dat in de bijbel staat. Zolang dus niet speciaal is verzocht er geen opname van te maken, kan een individuele christen voor zichzelf bepalen of hij ook de gebeden zal opnemen wanneer hij een christelijke vergadering op de band zet. Er bestaan hier in het geheel geen schriftuurlijke bezwaren tegen.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen