Geestelijke verkwikking voor Curaçao
DE BEWONERS van het Caribische eiland Curaçao weten hoe verkwikkend een koel glas water kan zijn. De gemiddelde temperatuur op het eiland bedraagt 28 graden Celsius en bovendien waait er de altijd aanwezige noordoostpassaat, gewoonlijk met een snelheid van 26 kilometer per uur, wat de droogte nog verder bevordert. Het eiland biedt dan ook het grootste deel van het jaar een tamelijk droge aanblik. Tijdens het natte seizoen, tussen oktober en februari, ontvangt Curaçao 65 percent van zijn totale regenval, die niet meer bedraagt dan 58 centimeter per jaar. Toch bezit het eiland een onmiskenbare schoonheid en is het wel een „paradijs voor natuurliefhebbers” genoemd.
De watervoorziening is altijd een probleem geweest. Het water uit de bronnen is brak. Niettemin beschikt Curaçao thans over bijna het zuiverste drinkwater ter wereld, aangezien het nu gedistilleerd water betrekt van een distillatiefabriek die in 1929 zijn ontstaan vond. Het gebrek aan water is eveneens van invloed op de landbouw. Zelfs in moderne tijd is het niet mogelijk gebleken voldoende voedsel voor alle bewoners te verbouwen. Daarom moet het grootste deel van de levensmiddelen worden ingevoerd: vlees en boter uit Nieuw-Zeeland, kaas, aardappelen en poedermelk uit Nederland, ingeblikte levensmiddelen en graanprodukten uit de Verenigde Staten, tarwe uit Canada, en suiker en vruchten uit Venezuela. In economisch opzicht mag men Curaçao behoorlijk gezond noemen; het kan bogen op een van de grootste olieraffinaderijen ter wereld, waar de olie van de Venezolaanse olievelden wordt verwerkt. Ook de toeristenindustrie heeft de afgelopen tien jaar een bloeiende tijd doorgemaakt.
Curaçao is een soort van kruispunt in de Caribische Zee. Het ligt ongeveer 800 kilometer ten zuiden van Puerto Rico en zo’n 65 kilometer vanaf de kust van Venezuela, langs wat men vroeger de „Spaanse Main” noemde, waar piraten de zee afschuimden en waar allerlei soorten handel en smokkelarij werden bedreven. Curaçao is een betrekkelijk klein eiland; ongeveer 65 kilometer lang en 6, 5 tot 13 kilometer breed, wat neerkomt op een totaal van nog geen 520 vierkante kilometer. De bevolking loopt in de ongeveer 160.000 personen, bestaande uit allerlei nationaliteiten en taalgroepen.
In ongeveer 135 jaar, tijdens de Spaanse overheersing, werd de Indiaanse bevolking tot het katholicisme bekeerd. In het jaar 1634 veroverden de Nederlanders het eiland en zonden zij vele katholieke priesters en het overgrote deel van de Indianen naar het vasteland van Zuid-Amerika. Hierna werden er slaven ingevoerd om op de plantages te werken. De omstandigheden waaronder dezen verkeerden, waren bijzonder slecht. Alleen joodse slaveneigenaars verleenden hun slaven nog enige verlichting, doordat zij hen toestonden op hun wekelijkse sabbatdag te rusten. De meeste bewoners op het eiland zijn echter katholiek (ongeveer 90 percent).
En evenals de droogte en het brakke water een letterlijk waterprobleem op het eiland hebben geschapen, hebben de leerstellingen die lange tijd op Curaçao zijn verkondigd — de Drieëenheid, het hellevuur, het vagevuur — ook een geestelijke dorst gewekt. Dat veranderde echter toen de mensen de waarheid te horen kregen over Gods liefderijke goedheid ten aanzien van de mensheid door bemiddeling van zijn Zoon — dat hij geen God van pijniging is en evenmin een groteske ’God in drie personen’, maar één God, die de naam Jehovah draagt; toen konden de bewoners van Curaçao hun geestelijke dorst gaan lessen. Thans hebben velen een verder begrip opgebouwd omtrent de diepere dingen uit Gods Woord en omtrent de weg van een christelijke levenswijze, in liefde voor de naaste.
Op het ogenblik brengen 711 actieve getuigen van Jehovah dit water der waarheid naar de mensen, waarbij elkeen de zorg heeft voor gemiddeld 220 personen. En nog velen meer aanvaarden deze verkwikkende boodschap en tonen dit door met de Getuigen te studeren en om te gaan. Geregeld worden er 964 bijbelstudies in de huizen van waarheidzoekende personen geleid, zodat er weldra een nog groter aantal rijpe onderwijzers beschikbaar zal zijn.
MET DE BIJBELSE WAARHEID NAAR DE VERSTE UITHOEKEN
Sinds het jaar 1930 zijn de tijdschriften De Wachttoren en Ontwaakt! in elk huisgezin van Curaçao bekend geraakt. Er zijn zelfs personen die deze tijdschriften in het Papiamento, Nederlands, Spaans, Engels, Frans, Arabisch, Chinees, Portugees en in enkele andere talen ontvangen. Dit weerspiegelt de kosmopolitische samenstelling van de bevolking. Dank zij de ijverige pogingen van de Getuigen is het verkwikkende nieuws omtrent Gods koninkrijk en de zegeningen ervan voor de mensheid, tot in elke uithoek van het eiland doorgedrongen. Tot voor kort was er echter één plaats — de gevangenis — die voor de boodschap onbereikbaar bleek. Toen men pogingen in het werk stelde de gevangenen te bezoeken, antwoordde de directeur: ’De priester heeft de zorg voor de katholieken hier en de dominee zorgt voor de protestanten. Jullie hebben hier niemand in de gevangenis.’ Dus werd een bezoek aan de gevangenen geweigerd.
Maar in 1976 werd op Curaçao een Amerikaans staatsburger uit New York die op doorreis was, op het bezit van drugs betrapt en tot drie en een half jaar gevangenisstraf veroordeeld. Op een dag zat deze man in zijn cel de bijbel te lezen toen een bewaker die met Jehovah’s Getuigen de bijbel bestudeerde, hem bezig zag en vroeg of hij begreep wat hij las. De gevangene zei dat hij het boek Ezechiël aan het lezen was. De bewaker bracht toen het boek „De natiën zullen weten dat ik Jehovah ben” — Hoe? naar zijn cel, waarin de profetieën van Ezechiël worden besproken. Tegen de tijd dat de gevangene de helft van het boek uit had, herkende hij het als de waarheid, en dus schreef hij een brief naar het Wachttorengenootschap waarin hij om meer informatie vroeg. Een zendeling van het Wachttorenbijkantoor op Curaçao nam de brief mee naar de gevangenis en vroeg toestemming de gevangene te bezoeken en een bijbelstudie met hem te houden. Dit verzoek werd ingewilligd en de studie ging ongeveer een jaar lang heel fijn door.
Ondertussen had de gevangene met zijn medegevangenen over de bijbel gesproken en daarop hadden 17 van hen een verzoek bij de directeur ingediend of ook zij met Jehovah’s Getuigen mochten studeren. Dit verzoek werd afgewezen. En toen de Getuige voor zijn wekelijkse studie bij de gevangenis kwam, werd hem door de bewaker bij de ingang medegedeeld dat zijn toestemming om de gevangene te spreken, was ingetrokken. Hij ging naar huis en belde de directeur op om een afspraak voor een gesprek te maken. Tijdens dat gesprek bleek de directeur erg door het gebeurde ontdaan. Hij zei dat zowel de zendeling als de gevangene tot anderen in de gevangenis hadden gesproken en een probleem hadden veroorzaakt, omdat in de gevangenis de gedragsregel gold dat iemand die er met een bepaalde geloofsovertuiging inkwam, er ook weer met diezelfde geloofsovertuiging uit diende te komen. Maar de Getuige wilde het daar niet bij laten. Hij nam contact op met twee leden van de bestuursraad van de gevangenis, die beiden al jaren geabonneerd waren op De Wachttoren en Ontwaakt!, en met de minister van justitie, ook een Ontwaakt!-abonnee. Het gevolg was dat hij weer toestemming kreeg om met de gevangene te studeren.
De bijbel zegt: „Het woord van God is levend en oefent kracht uit en is scherper dan enig tweesnijdend zwaard, en het dringt zelfs zover door dat het ziel en geest, en gewrichten en hun merg scheidt, en het kan gedachten en bedoelingen van het hart onderscheiden” (Hebr. 4:12). Nu wij in elke hoek van het eiland met dit krachtige Woord aan het werk zijn, zien we ernaar uit dat God een nog grotere geestelijke verkwikking over de bevolking van Curaçao zal uitstorten.