Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w79 1/2 blz. 26-30
  • In ons Portugese gehuchtje oefent Gods Woord kracht uit

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • In ons Portugese gehuchtje oefent Gods Woord kracht uit
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1979
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • IK KREEG EEN BIJBEL
  • OF ZOEK NAAR DE GETUIGEN
  • WAARHEIDSZAAD ONTKIEMT
  • REGELMATIGE VERGADERINGEN BEGINNEN
  • VOLHARDING LEVERT RESULTAAT OP
  • VERVOLGING
  • Zij brengen het geleerde in praktijk
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1969
  • Jaarboek van Jehovah’s getuigen 1975
    Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1975
  • Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1989
    Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1989
  • Hebt u er al met uw familie over gesproken?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1966
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1979
w79 1/2 blz. 26-30

In ons Portugese gehuchtje oefent Gods Woord kracht uit

Zoals verteld door Eva Maria Carvalho

DE NAAM van mijn broer is Adam. Ik heet Eva. Wat achtergrondinformatie zal u helpen te begrijpen waarom mijn vader ons deze namen gaf.

Vader werd in 1879 in een erg conservatieve katholieke gemeenschap, zo’n 32 kilometer ten noorden van Lissabon, geboren. Hij was boer en bracht een gezin van negen kinderen groot. Hij was een godvrezend man.

Na de maaltijd bad vader meestal aan tafel om God te danken voor de dag. Omdat vader weigerde bedrog te plegen en van anderen te profiteren, kwam hij als ’de arme man’ bekend te staan. Desondanks werd toch niemand in de gemeenschap meer gerespecteerd dan hij.

Vader had horen zeggen dat het ware woord van God kon worden aangetroffen in een boek, de Heilige Schrift. Ik herinner mij zijn opmerking: „Het moet wel een erg duur boek zijn; ik denk niet dat ik ooit een exemplaar zal kunnen bezitten.” Men had hem verteld dat Adam en Eva de namen waren van de eerste man en vrouw die door God waren geschapen. Toen wij werden geboren, vond hij dat dan ook een goede reden om mijn broer en mij deze namen te geven.

Vader stierf zonder ooit een bijbel gezien te hebben. Ik herinner mij hem als een goed mens. Het weinige dat hij over God wist, was belangrijk voor hem. Dit feit, naast de naam die hij mij had gegeven, had een enorme invloed op mijn leven.

IK KREEG EEN BIJBEL

Jaren gingen voorbij. Ik trouwde en bracht hier in hetzelfde heuvelland waar ik was opgegroeid, een gezin groot. Wij wonen in Serra de Alrote, een klein gehuchtje van zo’n 35 woningen. Maar mijn man werkte een tijdlang in Lissabon.

Toen hij op een weekend thuiskwam, vertelde hij me dat een medearbeider met hem over de bijbel had gesproken. Hij had gezegd dat hij er een kon krijgen voor 25 escudo’s. Dit was mijn kans iets te weten te komen over het bewuste boek dat vader zo graag had willen hebben.

Ik slaagde erin kort daarop naar Lissabon te gaan en deze man te ontmoeten. Het was geweldig te ervaren hoe hij mijn vragen, de een na de ander, beantwoordde door zich rechtstreeks tot de bijbel te wenden. De man was een van Jehovah’s Getuigen, en hij nodigde mij vriendelijk voor een vergadering uit.

Jammer genoeg kon ik maar een paar keer een reis naar Lissabon maken, aangezien mijn man in 1961 met pensioen ging en thuis kwam wonen. Ofschoon ik de bijbel en de brochure „Dit goede nieuws van het Koninkrijk” in bezit had gekregen, had ik er moeite mee ze te begrijpen. Geïsoleerd in dit heuvelland, verloor ik een aantal jaren het contact met Jehovah’s Getuigen. Toen kwam mijn zoon, die getrouwd was en in Lissabon werkte, thuis met het boek Van het verloren naar het herwonnen paradijs, dat door Jehovah’s Getuigen wordt uitgegeven.

Toen mijn zoon zijn vrouw en mij enkele van Gods beloften verklaarde waar deze Getuige met hem over had gesproken, maakte dit ons erg enthousiast. We vroegen de naam en het adres van de vrouwelijke Getuige die met hem had gesproken. De enige informatie die hij ons echter kon geven, was haar voornaam, María Julia, en de straat en het nummer waar hij dacht dat ze woonde.

OF ZOEK NAAR DE GETUIGEN

Met deze vage informatie schreven wij een brief naar María Julia. Stelt u zich eens voor: ze ontving hem, ondanks het feit dat het adres niet het hare was, maar dat van een vrouw bij wie zij een bijbelstudie leidde! Ik ging dus naar Lissabon, en wat had ik een geweldige middag met María Julia! Het was zo hartverwarmend de bijbelse waarheden te horen uitleggen.

Wij vonden echter dat Lissabon ver van Serra de Alrote lag, vooral omdat het openbaar vervoer destijds nog tamelijk gebrekkig functioneerde. Er was mij verteld dat de gemeente die het dichtst bij ons huis lag, Malveira was, op een afstand van ongeveer 23 kilometer. In mei 1969 ging ik naar Malveira om een Getuige te ontmoeten, en mij werd verteld dat iemand ons zou komen opzoeken. Het duurde echter lang voordat dit gebeurde. Ik had er geen flauw vermoeden van hoe druk die paar Getuigen het in dit gebied hadden om zorg te dragen voor de vele geïnteresseerde mensen die allemaal, net als ik, graag een huisbijbelstudie wilden hebben.

WAARHEIDSZAAD ONTKIEMT

Ondertussen leidde María Julia in Lissabon geregeld schriftelijk een bijbelstudie met mijn schoondochter, Argentina. Wanneer er zich ook maar een gelegenheid voordeed, sprak ik met onze vele familieleden over de hoop op het Koninkrijk. Ja, dat Paradijs-boek bereikte tenslotte alle huizen van onze verwanten, die in dit heuvelland wonen. Mijn broer Adam en zijn gezin hadden nu ook belangstelling en María Julia begon aan steeds meer leden van onze familie schriftelijke studies te geven.

Wij zullen nooit de opwinding vergeten toen mijn schoondochter Argentina in oktober 1969 van Lissabon terugkwam met het boek De waarheid die tot eeuwig leven leidt. Men had haar verteld dat degene die dit boek nam, recht had op een zesmaandse gratis bijbelstudie. Dan kon de persoon voor zichzelf beslissen of hij overeenkomstig de ontvangen kennis wilde handelen. Die avond bespraken verscheidenen van ons hoe dringend deze kwestie was. Wij bleven zelfs de hele nacht op, bij elkaar gekropen rond een petroleumlamp, en lazen het Waarheid-boek bijna van begin tot eind uit.

REGELMATIGE VERGADERINGEN BEGINNEN

Op 25 januari 1970 kwam er een Getuige uit Malveira naar Serra de Alrote. Het was inderdaad niet gemakkelijk deze plaats te vinden. De enige toegang was een klein onverhard kronkelweggetje, dat door de heuvels omhoog voerde. Vanaf de hoofdweg kan men geen huizen zien en destijds was er geen enkel bordje dat erop duidde dat er ook maar enige soort van nederzetting was. Maar hierboven, verstopt in deze heuvels, ligt ons kleine gehuchtje.

Toen broeder Basilio aankwam, was hij zeer verbaasd een klein groepje te vinden dat echt hongerde en dorstte naar bijbelkennis. Sommigen van ons waren toen met onze studie van het Waarheid-boek tot hoofdstuk 16 gekomen. Er werden regelingen getroffen voor een geregelde studie om de veertien dagen, aangezien hij van zijn naar huis en weer terug een afstand van 44 kilometer moest afleggen en hij het druk had met verscheidene andere bijbelstudies.

Na een paar studies zeiden we: „Twee weken is een lange tijd! Omdat benzine zo duur is, zullen we helpen de kosten te dragen. Dan kunnen we misschien elke week onze studie hebben!”

Nu, Basilio ging hier graag op in! Het gevolg was dat de zeven leerlingen die op de eerste studie aanwezig waren, allemaal hun leven aan Jehovah opdroegen om hem te dienen en dit op 16 mei 1971 symboliseerden door zich te laten onderdompelen. Binnen korte tijd werd onze huisbijbelstudie een gemeenteboekstudie. Mijn schoondochter Argentina leidde nu zelf wekelijks zeven huisbijbelstudies die allemaal hier in het heuvelland wonen.

VOLHARDING LEVERT RESULTAAT OP

Niet alle familieleden aanvaardden echter bereidwillig wat hun werd geleerd. Mijn eigen zoon José Pedro, die met Argentina getrouwd is, was daar een typisch voorbeeld van. Hij wilde eerst de wereld zien voordat hij een geregelder leven wilde leiden. Dus ging hij bij de koopvaardij. Een tocht die hij naar de Verenigde Staten maakte, bleek een werkelijke zegen te zijn. Hij bezocht het hoofdbureau van Jehovah’s Getuigen in Brooklyn, New York.

Daar zag hij hoe honderden jonge mannen en vrouwen uit de drukkerij kwamen, op weg naar het Bethelhuis om een maaltijd te nuttigen. Hij dacht bij zichzelf: „Dat is werkelijk iets bijzonders! Al die jonge mensen van mijn leeftijd, druk bezig en gelukkig in het werk van Jehovah!”

Een Getuige die Portugees sprak, liet hem de gebouwen zien, en de geest die hij onder Jehovah’s volk op Bethel waarnam, ontroerde hem diep. Spoedig daarna veranderde hij van werk; hij werd gedoopt en is nu een dienaar in de bediening in onze gemeente.

Evaristo, de broer van mijn schoondochter Argentina, nam het ons erg kwalijk dat wij met zijn vrouw over de bijbel spraken. Toen Argentina een studie met zijn vrouw begon, waarschuwde hij haar: „Pas op wat je doet! Ik wil geen enkel probleem met mijn vrouw hebben. Ik zou je erg dankbaar zijn als je ermee zou ophouden haar met die vreemde ideeën te beïnvloeden.”

Evaristo’s vrouw sprak met hem over Gods waarschuwing dat er een wereldvernietiging voor de deur staat, net zoals de vloed in Noachs dagen (Matth. 24:37-39). Dit bracht Evaristo ertoe ernstig na te denken, want als kleine jongen had hij over Noach en de vernietiging van goddeloze mensen door de Vloed gelezen. Aangezien hij als marinier gewoonlijk op reis was, besloot hij het Waarheid-boek op een van zijn reizen met zich mee te nemen. Hij kreeg ook een katholieke bijbel, zodat hij zelf kon onderzoeken of zulke leerstellingen als hellevuur, drieëenheid en onsterfelijkheid van de ziel erin werden onderwezen. Hij controleerde iedere bijbeltekst die in het Waarheid-boek werd aangehaald, en na één maand was hij ervan overtuigd dat Jehovah’s Getuigen de waarheid onderwijzen. Dit leidde tot opwindende resultaten.

Toen Evaristo met verlof was, begon hij vergaderingen bij te wonen. Kort voordat hij bij de marine werd ontslagen, begon hij deel te nemen aan de predikingsactiviteit. In september 1972 werd hij gedoopt, samen met de tweede groep uit ons heuvelland, en nu dient hij in de gemeente als een ijverige dienaar in de bediening.

De man van mijn nicht, Antonio, was erg tegen de boodschap van het Koninkrijk gekant. Toen hij in het leger in Angola diende, begon zijn vrouw hem brieven te sturen waarin zij hem vertelde over de prachtige dingen die zij uit de bijbel leerde. Toen Antonio er achter kwam dat zijn vrouw met de Getuigen studeerde, vroeg hij verlof aan, met het speciale doel naar huis te gaan om zijn vrouw te „redden”. Wat wachtte hem een verrassing!

Al zijn tegenwerpingen werden rustig aan de hand van de bijbel beantwoord en binnen een maand was ook hij ervan overtuigd dat Jehovah’s Getuigen de waarheid onderwijzen. Hij keerde naar Angola terug als een ander mens. Zijn makkers dachten dat hij gek geworden was, want hij bleef ’s nachts op om te lezen. Al hun pogingen om hem in hun immorele leven te betrekken, waren zonder succes. Antonio werd later, op 15 juli 1973, met de derde groep uit dit gebied gedoopt. Hij is nu ook een van onze dienaren in de bediening.

VERVOLGING

Al die tijd was de activiteit van Jehovah’s Getuigen in Portugal illegaal. Toen wij in dit gehuchtje vergaderingen begonnen te houden, reageerden sommige buren fel en gaven onze activiteit door aan de G.N.R. (Nationale Republikeinse Garde). Een politieman kwam ons opzoeken om ons te zeggen dat hij wist dat er regelmatig vergaderingen werden gehouden in het huis van mijn zoon. Hij gelastte ons daar niet meer bij elkaar te komen. Toen de tijd voor de volgende vergadering aanbrak, kwamen wij zoals gewoonlijk bij elkaar, maar in mijn huis. De politie werd hiervan in kennis gesteld en het duurde niet lang of zij ontdekten ons toen wij bij ons thuis een gezamenlijke bijbelstudie hielden.

De politieman zei: „Had ik u niet bevolen met deze vergaderingen te stoppen?”

Ik antwoordde: „Ja, u zei in het huis van José Pedro. Nu zijn we niet in het huis van mijn zoon. Dit is mijn huis, een ander huis.” De politieman was echt met stomheid geslagen en ging weg zonder een woord te zeggen.

Onze buren waren hardnekkig in hun besluit onze christelijke vergaderingen te stoppen. Wij zagen in dat het verstandig was nodeloze confrontaties te vermijden. Daarom hielden wij de vergaderingen elke week op verschillende dagen, op verschillende tijdstippen en in verschillende huizen. Op een keer vond Basilio na de vergadering de twee achterbanden van zijn auto plat. Een nauwkeurig onderzoek bracht aan het licht dat ze op verschillende plaatsen doorgestoken waren.

De buren wilden er hoe dan ook voor zorgen dat wij gearresteerd werden, en ten slotte gingen zij naar het districtshoofdbureau van politie in Loures. Spoedig daarna arriveerde op een vergaderingavond een jeep van de G.N.R. in ons gehucht, vergezeld van 15 gewapende soldaten in een ander voertuig. Om de een of andere reden hadden wij de vergadering die avond echter een uur eerder dan gewoonlijk gehouden. O, wat was de politie teleurgesteld dat hun plannen verijdeld waren! We zagen heel wat buren vanachter dichtbijzijnde gebouwen gluren; kennelijk verwachtten zij een overwinning. Tot hun grote ergernis keerde de politie met lege handen terug.

De tijden zijn hier in dit gehucht veranderd. Onze buren vallen ons niet langer lastig. In ons gezin en onze familie is beslist gebleken dat het Woord van God levend is. In het geheel zijn we nu met 28 Getuigen van de Allerhoogste God Jehovah; een totaal van 41 personen woont de vergaderingen bij en er zijn vijf dienaren in de bediening. En dit allemaal in een klein gehuchtje van ongeveer 100 inwoners! Werkelijk, Gods Woord heeft hier kracht uitgeoefend! — Hebr. 4:12.

[Illustratie van Eva Maria Carvalho op blz. 26]

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen