De geest vatten van „de goede oude tijd”
TOEN de Amerikaanse basketballspeler Julius Erving een 3,5-miljoen-dollarcontract had getekend en hem werd gevraagd: „Is er iets wat u graag wilt hebben en toch nog niet kunt kopen?” moet hij hebben geantwoord: „Het zouden emotionele of geestelijke dingen moeten zijn die niemand kan kopen, maar niets stoffelijks.”
Door zijn opmerking heeft deze miljonair basketballspeler wellicht een fundamentele reden aangeroerd waarom zoveel mensen tegenwoordig verlangend over „de goede oude tijd” spreken. Hoewel in vele delen der aarde mensen een ongeëvenaarde materiële of technologische vooruitgang ervaren, zijn velen toch niet tevreden. De bevrediging van onze emotionele en geestelijke behoeften houdt nu eenmaal niet noodzakelijkerwijs verband met de materiële goederen die wij bezitten. Wij kunnen ook geen emotionele en geestelijke bevrediging kopen. De krachtsinspanningen die velen thans in het werk stellen om meer geld te krijgen voor moderne technische dingen staan het bevredigen van hun fundamentele geestelijke en emotionele behoeften in feite vaak in de weg.
Jezus zelf vestigde de aandacht op het feit dat mensen niet louter materialisten zijn. Toen Jezus eens honger had en de Duivel hem aanspoorde zijn macht om wonderen te verrichten te misbruiken door stenen in brood te veranderen, antwoordde Jezus: „Er staat geschreven: ’De mens moet niet van brood alleen leven, doch van elke uitspraak die uit Jehovah’s mond voortkomt’” (Matth. 4:1-4). Jezus vestigde er aldus de aandacht op dat wij niet louter als dieren met fysieke behoeften zijn zodat, hoe overvloediger deze verschaft worden, des te gelukkiger wij automatisch moeten zijn. In plaats daarvan hebben mensen ook geestelijke en emotionele behoeften. En als deze niet bevredigd worden, zullen wij niet werkelijk gelukkig zijn of werkelijk vreugde in het leven vinden.
Dit wordt gedeeltelijk geïllustreerd door wat door enkele bekende onderzoekers aan de Universiteit van Connecticut (V.S.) werd opgemerkt. Zij bestudeerden vijfenzeventig mannen die leidinggevende functies hadden opgegeven voor lager betaalde posities die minder spanning zouden veroorzaken. Het resultaat? Ook al konden de mannen zich materieel niet zoveel veroorloven, toch hadden zij „vaak een gelukkiger leven en een beter huwelijk”. Een ander recent onderzoek van succesvolle speculanten op de effectenbeurs wees uit dat bij hen de tendens bestond mislukkelingen in de liefde te zijn. Waarom? Het schijnt dat hun opgaan in geld verdienen ’hen belette op intieme voet met iemand anders te komen’.
Hoewel veel mensen dus bemerken dat zij meer geld en materiële dingen hebben dan in vroeger jaren, denken zij misschien toch wel met liefde terug aan „de goede oude tijd”. Het is waar dat de meeste mensen jaren geleden hard moesten werken om aan de kost te komen en ook nog vaak langere werkdagen hadden dan tegenwoordig gebruikelijk is. Maar het was gewoonlijk een kwestie van werken om in hun fundamentele levensbehoeften te voorzien en er dan ook van te genieten. Daarentegen streven veel mensen thans wanhopig naar steeds meer moderne technische produkten, maar het feit doet zich voor dat het verkrijgen daarvan hun minder werkelijke voldoening schijnt te schenken. De raad van de wijze man is thans dus nog passender:
„Want wat krijgt een mens voor al zijn harde werk en voor het streven van zijn hart waarmee hij hard werkt onder de zon? Want al zijn dagen betekent zijn bezigheid smarten en ergernis, ook ’s nachts legt zijn hart zich nog niet neer. Ook dit is louter ijdelheid. In het geval van een mens is er niets beters dan dat hij eet en inderdaad drinkt en zijn ziel het goede doet zien wegens zijn harde werk.” — Pred. 2:22-24.
Ja, de geest der dingen schijnt heden ten dage anders te zijn. Omdat velen in onze tijd minder ’goeds wegens al hun harde werk’ zien, zijn zij geneigd naar „de goede oude tijd” te verlangen.
VRIENDEN EN FAMILIE
Nog iets uit vroeger jaren dat velen aantrekt, is het feit dat de mensen toen vriendelijker schenen te zijn. Je leerde andere mensen als vrienden kennen. Buren waren niet alleen maar mensen die naast je woonden — zij waren ook vrienden. Er was minder aandacht voor materiële dingen en meer aandacht voor persoonlijke verhoudingen.
In dit verband antwoordde de miljonair basketballspeler Julius Erving toen hem werd gevraagd: „Heeft het bezitten van veel geld nog nadelen?”:
„Je bent in vele opzichten een doelwit. Het is moeilijk om een oprechte onbevangen verhouding te hebben. Je moet de mensen doorzien, je moet achterdochtig zijn. De overgrote meerderheid worden kennissen. Je kunt wel ’vriend’ zeggen, maar in werkelijkheid betekent het kennis.”
Erving bevestigde alleen maar de bijbelspreuken: „Vermogen voegt vele metgezellen toe, maar wie gering is, wordt zelfs van zijn metgezel gescheiden. . . . Iedereen is een metgezel van de man die geschenken geeft” (Spr. 19:4, 6). Dat was meestal de situatie in de tijd van koning Salomo. En het is ook thans dikwijls het geval nu ’wat je hebt’ of ’wat je krijgen kunt’ voor velen zo belangrijk schijnt te zijn. En de schaarste aan echte vrienden is duidelijk niet enkel een probleem van de rijken. De overdreven nadruk die tegenwoordig op bezittingen wordt gelegd in plaats van op menselijke betrekkingen maakt dat het mensen van alle rangen en standen ontbreekt aan ware vrienden. Daardoor zijn zij geneigd naar „de goede oude tijd” te verlangen.
Wat ook verband houdt met de „geest” van die vergane tijd is de situatie in het gezin. Jaren geleden „isoleerden” de gezinsleden zich niet voortdurend van elkaar door voor een televisietoestel of een bioscoopdoek te zitten. Zij beschikten ook niet over de onnatuurlijke vervoermiddelen die moderne ouders en jongelui in staat stellen met hoge snelheden in verschillende richtingen weg te „vliegen”. Gezinnen deden meer dingen als een eenheid. De gezinsleden waren nauwer met elkaar verbonden. Vaak lazen hele gezinnen gezamenlijk de bijbel en gaven zodoende gehoor aan de geestelijke behoefte die de Schepper de mens heeft ingeplant. Dit droeg ook bij tot meer gezinsconversatie.
WAT TE DOEN
Maar wat voor waarde heeft het zich bewust te zijn van deze goede aspecten of de „geest” die in „de goede oude tijd” normaal was? Kunnen wij de dingen zoals ze nu zijn, veranderen?
Het is nu eenmaal zo dat we persoonlijk niet alle technische vooruitgang die is gemaakt ongedaan kunnen maken. Wij behoeven dit ook niet noodzakelijkerwijs te doen, zoals door te trachten te leven zoals onze grootouders dit deden. Vandaag is vandaag. Wij moeten dat feit onder de ogen zien. Wat zou het voor zin hebben al te veel stil te staan bij wat geweest is?
In zekere zin komt dit overeen met de strekking van de geïnspireerde raad: „Zeg niet: ’Waarom is het geschied dat de vroegere dagen beter zijn gebleken dan deze?’ want het is niet uit wijsheid dat gij hiernaar hebt gevraagd” (Pred. 7:10). Er schuilt geen wijsheid in het onrealistisch stil blijven staan bij het verleden alsof alles toen goed was en er nu niets goed is.
Wij kunnen dit ook thans ter harte nemen. Het is zeker waar dat sommige mensen, ondanks ’s mensen technische vooruitgang, nog altijd honger lijden. Anderen nemen als middel van bestaan hun toevlucht tot misdaad, en het algemene morele klimaat wordt inderdaad steeds slechter. Maar iemands uitzicht behoeft nog niet overwegend negatief te zijn.
Dit wordt goed geïllustreerd door de positieve, optimistische geest van Jehovah’s Getuigen, die zich niet in beslag laten nemen door nostalgische herinneringen aan „de goede oude tijd”. Jehovah’s Getuigen hebben ontdekt dat hun geestelijke en emotionele behoeften als gevolg van hun studie van de bijbel thans worden bevredigd op een wijze die zelfs gunstig afsteekt bij datgene waaraan veel oudere personen met zoveel liefde als „de goede oude tijd” terugdenken.
Is het eigenlijk niet te verwachten dat het bestuderen van de bijbel iemand helpt zijn geestelijke en emotionele behoeften te bevredigen? Jehovah God heeft de bijbel verschaft. Hij is niet alleen onze Schepper, Degene die het beste weet wat onze diepste emotionele behoeften zijn en hoe wij deze kunnen bevredigen, maar hij heeft ons ook zo gemaakt dat wij onze geestelijke behoefte, onze behoefte om hem te aanbidden, konden beseffen. De psalmist schreef naar waarheid:
„De wet van Jehovah is volmaakt, de ziel wederbrengend. . . . De bevelen van Jehovah zijn recht, het hart verheugend; het gebod van Jehovah is rein, de ogen stralend makend. De vrees voor Jehovah is zuiver, standhoudend voor eeuwig. De rechterlijke beslissingen van Jehovah zijn waarachtig; ze zijn alle te zamen rechtvaardig gebleken. . . . In het houden ervan ligt een rijke beloning.” — Ps. 19:7-11.
Door Gods Woord te bestuderen en toe te passen, kunt u een intense emotionele en geestelijke voldoening ontvangen. Als dit, juist zoals Jehovah zelf aanbeveelt, als gezin wordt gedaan, worden alle gezinsleden dichter tot elkaar en tot hun Vader in de hemel getrokken. Daardoor worden mensen, hoewel zij niet de resultaten en voordelen van ’s mensen materiële vooruitgang verwerpen, ten slotte geen gefrustreerde materialisten of ijdele dromers over het verleden.
Hier vloeit ook de zegen uit voort dat men tot een groep van personen gaat behoren die zuivere vriendschappen onderhouden. In Religious Movements in Contemporary America (1974) geeft Lee R. Cooper weer wat hij ten aanzien van enkele zwarte getuigen van Jehovah in een grote stad had waargenomen. Hij bemerkte dat „de Getuigen in hun eigen gemeenteleven een oprechte gemeenschap vormen waarin zij elkaar vertrouwen en aanvaarden”. En hij kwam tot de slotsom dat „de Jehovah’s Getuigen [iemand] een alternatieve levensstrategie bieden die de aanhangers ervan een manier geeft om hun identiteit en zelfrespect te vinden, een gemeenschap waarin zij aanvaard worden en die een hoop voor de toekomst biedt”. Die hoop is gebaseerd op Gods belofte om niet alleen de onwenselijke aspecten van ’s mensen technische vooruitgang, maar ook de gevolgen van menselijke onvolmaaktheid te verwijderen. Het is waar dat onze tijd in de bijbel goed wordt beschreven als de „laatste dagen”, die gekenmerkt zouden worden doordat veel mensen ’zichzelf liefhebben, het geld liefhebben, aanmatigend zijn, hoogmoedig, ongehoorzaam aan ouders, ondankbaar, zonder natuurlijke liefde, niet ontvankelijk voor enige overeenkomst, zonder zelfbeheersing, onbezonnen, met meer liefde voor genoegens dan liefde voor God’ (2 Tim. 3:1-4). Maar God verzekert ons ook dat hij hier spoedig verandering in zal brengen.
Hij zal dit tot stand brengen door goddeloosheid van de oppervlakte der aarde weg te vagen en door een nieuwe ordening van rechtvaardigheid in te voeren. Deze tijd die — zoals de bewijzen aantonen — weldra zal aanbreken, wordt in Openbaring 21:4 als volgt beschreven: „En [God] zal elke traan uit hun ogen wegwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geschreeuw, noch pijn zal er meer zijn. De vroegere dingen zijn voorbijgegaan.” Een soortgelijke profetie in Jesaja 65:17 vermeldt: „Want ziet, ik schep nieuwe hemelen en een nieuwe aarde; en de vroegere dingen zullen niet in de geest worden teruggeroepen, noch zullen ze in het hart opkomen.” De toestanden waarin God zal voorzien, zullen in elk opzicht zo oneindig beter zijn dan ze vroeger waren dat er geen reden voor nostalgie zal bestaan. Ja, er zal dan geen neiging zijn om naar „de goede oude tijd” te verlangen.
Als u meer wilt weten van de goede dagen die weldra zullen komen, zullen Jehovah’s Getuigen u graag bij het bestuderen van de bijbel willen helpen, opdat ook u reeds nu grote voldoening in het leven kunt hebben en de zekere „hoop voor de toekomst” kunt vinden die een erkend aspect van hun leven is.
„Geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord, noch is het in het hart van een mens opgekomen al wat God heeft bereid voor degenen die hem liefhebben.” — 1 Kor. 2:9.