Afgestudeerden van Gilead, geeft de moed niet op!
DE APOSTEL Paulus heeft veel beproevingen ondergaan. Hij leed veel vervolging. Hij werd door fysieke kwalen gekweld. Vaak ontbrak het hem aan materiële goederen. Maar hoe reageerde hij? Verlangde hij naar het verleden, toen hij deze beproevingen niet ondervond? Wilde hij naar Tarsus teruggaan? Paulus antwoordt zelf: „Aangezien wij deze bediening hebben . . ., geven wij de moed niet op.” — 2 Kor. 4:1.
Met de hierboven aangehaalde woorden opende Karl Adams, een leraar van de Gileadschool voor de opleiding van zendelingen, een reeks korte lezingen voor de drieënzestigste afgestudeerde klas. De plechtigheid vond plaats op 11 september 1977, in de Congreshal van Jehovah’s Getuigen in Long Island City, New York. Drieëntwintig afgestudeerden ontvingen hun diploma en een buitenlandse toewijzing.
Nog een leraar, U. Glass, gebruikte een illustratie uit de bijbel om hetzelfde punt, namelijk geeft de moed niet op, te beklemtonen. Hij verwees naar Jezus’ illustratie van de vader met twee zoons die hun vroeg in zijn wijngaard te gaan werken. De één zei dat hij het zou doen maar deed het niet. De ander zei dat hij het niet zou doen, maar deed het wel. De laatste werd goedgekeurd. Broeder Glass herinnerde de studenten er toen aan dat zij waren overeengekomen om in buitenlandse toewijzingen in Jehovah’s wijngaard te werken. Nu moesten zij die belofte waarmaken. — Matth. 21:28-31.
A. D. Schroeder zette uiteen dat Jehovah een God van communicatie is. In deze hoedanigheid heeft hij engelen en profeten en ook zijn Zoon Jezus Christus, gebruikt. Nu moeten degenen die in Jezus’ voetstappen treden, zijn boodschap aan de volken op aarde doorgeven, waarbij zij van vele talen gebruik maken. Jezus beloofde succes: „Ik zal u een mond en wijsheid geven, die al uw tegenstanders te zamen niet zullen kunnen weerstaan noch tegenspreken.” — Luk. 21:15.
„Waarom worden jullie als zendelingen uitgezonden?” vroeg John Booth vervolgens aan de afgestudeerden. Hij beantwoordde de vraag voor hen door Jezus’ woorden aan te halen: „Slaat uw ogen op en ziet de velden, dat ze wit zijn om geoogst te worden” (Joh. 4:35). De één zaait, de ander oogst, en beiden verheugen zich te zamen.
Nadat Robert Wallen groeten had voorgelezen van zendelingen die zich reeds in buitenlandse toewijzingen bevonden, werden de lezingen voortgezet. M. G. Henschel legde er de nadruk op onmiddellijk de taal van het land te gebruiken waar zij naar toe gingen. Door dit te doen, hebben zendelingen die reeds lang in een buitenlandse toewijzing zijn, velen kunnen helpen zich bij de rijen van Jehovah’s Getuigen aan te sluiten!
L. A. Swingle herinnerde de afgestudeerden eraan dat zij met succes hadden gepionierd, een uitnodiging voor Gilead hadden ontvangen en nu gradueerden. Maar waarom hadden zij succes gehad? Was dit toe te schrijven aan bekwaamheid? Studie? Volharding? Dit zijn factoren geweest die tot hun succes hebben bijgedragen, maar het allerbelangrijkste is wel vertrouwen op Jehovah (Gen. 24:40; 39:2, 3, 23). Dicht bij zijn Woord blijven, schenkt succes (Joz. 1:8; Ps. 1:1-3). Wanneer wij waakzaam en gebedsvol zijn, zullen wij de grote verdrukking met succes overleven „Blijft dan wakker, te allen tijde smekend dat gij erin moogt slagen te ontkomen aan al deze dingen die stellig gaan geschieden.” — Luk. 21:36.
F. W. Franz, de president van het Wachttorengenootschap, voerde de raad om de moed niet op te geven, tot een hoogtepunt door de afgestudeerden eraan te herinneren dat zij soldaten van Christus zijn. Als zodanig zouden zij in hun buitenlandse toewijzing moeilijkheden ondervinden, maar hun werd gezegd dat zij „als een voortreffelijk soldaat van Christus Jezus [hun] deel in het lijden van kwaad” moesten dragen. Ook dat „de vrucht van de rechtvaardige . . . een boom des levens [is], en hij die zielen wint, is wijs” (2 Tim. 2:3; Spr. 11:30). „Zielen winnen — dat is jullie taak”, zei Franz. „Zullen jullie dat doen?”
Er werd een krachtig bevestigend antwoord gegeven, te oordelen naar de resolutie die door een lid van de afgestudeerde klas werd voorgelezen nadat zij hun diploma uit handen van de voorzitter van de bijeenkomst, Karl Klein, hadden ontvangen.
Na een pauze, een Wachttoren-studie die door Dean Songer werd geleid en een aangenaam muzikaal programma, dat door de studenten werd verzorgd en waarbij ook dia’s werden vertoond, voerden de afgestudeerden twee krachtige bijbelse drama’s op waarin de aanmoediging om de moed niet op te geven, werd beklemtoond!
Een aanwezigental van 1870 welmenende vrienden vond het bijzonder aangenaam om deze speciale dag voor de afgestudeerden met hen door te brengen, en onze gebeden gaan met hen dat zij inderdaad ’de moed niet zullen opgeven’.