Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w77 1/10 blz. 591
  • Hoe een God gemaakt wordt

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Hoe een God gemaakt wordt
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1977
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1977
w77 1/10 blz. 591

Hoe een God gemaakt wordt

● Afgoderij werd door Horatius, beroemd Romeins satiricus en dichter uit de eerste eeuw vóór de gewone tijdrekening, op een opmerkenswaardige wijze aan de kaak gesteld. Zoals vertaald uit het Latijn schreef deze dichter uit de oudheid de volgende woorden: „Vroeger was ik de tronk van een vijgeboom, een nutteloos stuk hout; toen besloot de timmerman uiteindelijk, na lang aarzelen of hij een god of een krukje van me zou maken, dat ik een god zou worden. Aldus werd ik een god!” — Clarke’s Commentary, Deel IV, blz. 175.

● Hoe volkomen absurd beelden zijn, werd echter reeds lang vóór die tijd door de profeet Jesaja, die tijdens de achtste eeuw vóór de gewone tijdrekening de ware God, Jehovah, vertegenwoordigde, op een zelfs nog dramatischer wijze getoond. Zijn woorden luiden ten dele: „Er is er een wiens werk het is ceders om te hakken; en hij neemt een zekere boomsoort, . . . Hij neemt er dus een deel van opdat hij zich kan warmen. Ja, hij legt een vuur aan en bakt in feite brood. Ook werkt hij aan een god waarvoor hij zich kan neerbuigen. Hij heeft er een gesneden beeld van gemaakt en hij werpt zich ervoor neer. De helft ervan verbrandt hij werkelijk in een vuur. Op de helft ervan roostert hij het vlees dat hij eet goed gaar en hij wordt verzadigd. Ook warmt hij zich en zegt: ’Ha! Ik heb mij gewarmd. Ik heb het vuurschijnsel gezien.’ Maar het overige ervan maakt hij werkelijk tot een gód, tot zijn gesneden beeld. Hij werpt zich ervoor neer en buigt zich en bidt tot het beeld en zegt: ’Bevrijd mij, want gij zijt mijn God.’ . . . En niemand maakt zijn hart indachtig of heeft kennis of verstand om te zeggen: ’De helft ervan heb ik verbrand in een vuur, en op de kolen ervan heb ik ook brood gebakken; ik rooster vlees en eet. Maar zal ik van de rest ervan louter iets verfoeilijks maken? Zal ik mij voor het uitgedroogde hout van een boom neerwerpen?’ Hij voedt zich met as. Zijn eigen hart, dat iets voorgespiegeld heeft gekregen, heeft hem op een dwaalspoor gebracht. En hij bevrijdt zijn ziel niet, noch zegt hij: ’Heb ik geen leugen in mijn rechterhand?’” — Jes. 44:14-20.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen