Venezolanen trekken voordeel van Jehovah’s onuitputtelijke schat
DE MILJOENEN dollars die Venezuela thans binnenstromen — ruim negentien miljoen dollar per dag — maken dat velen daar gewend raken aan het hoogste inkomen per hoofd van de bevolking in Zuid-Amerika. Het rijkste van alle Latijns-Amerikaanse landen ziet echter zijn fabelachtige zwarte schat — olie — opraken. In welingelichte kringen maakt men zich hierover zorgen, want uit rapporten blijkt dat de aangetoonde reservevoorraden nog maar 17,7 miljard vaten bedragen, een hoeveelheid die bij het huidige produktiepeil wellicht voor nog slechts twintig jaar toereikend zal zijn.
Een van degenen die zich zorgen maken, monseigneur Ovidio Pérez Morales, secretaris van het rooms-katholieke episcopaat, verklaarde onlangs in een vermanende boodschap: „Wij worden meegesleurd in een golf van verspilling, van luxe en van collectieve dwaasheid. . . . De filosofie van het gemakkelijke leventje, van huizehoge winsten en van zegevieren tegen elke prijs grijpt om zich heen, en op die manier kan een land niet opgebouwd worden.”
Veel Venezolanen worden echter geholpen een positieve kijk op de toekomst te krijgen. Jehovah’s christelijke getuigen in dat land vertellen hun over een schat die veel waardevoller is dan olie, een geestelijke schat die nooit uitgeput zal raken (Jes. 33:6). Ruim 30 jaar geleden, in 1946, waren er nog maar dertien personen die dit werk op het gebied van bijbelonderwijs verrichtten. In 1976 waren er echter ruim dertienduizend (13.749) personen die hun dertien miljoen naasten bezochten met de boodschap van een toekomst vrij van vrees, onder de heerschappij van Christus. De helft van dit aantal is alleen al in de afgelopen vier jaar gedoopt.
Er zijn verschillende factoren die Jehovah’s Getuigen hebben geholpen de waarheid uit Gods Woord aan zo velen te onderwijzen. Tegenwoordig kunnen de meeste Venezolanen lezen, daar de regering er krachtig naar heeft gestreefd voor voldoende scholen te zorgen. De afgelopen paar jaar is men de bijbel in een beter licht gaan zien. De Rooms-Katholieke Kerk heeft de „Week van de bijbel” georganiseerd, waarin men de katholieke bijbel tegen een gereduceerde prijs kan kopen, en het bijbellezen wordt aangemoedigd. Dit heeft ertoe bijgedragen dat het denkbeeld dat de bijbel een ’immoreel boek’ is en dat je door erin te lezen ’gek kunt worden’, uit de weg is geruimd.
Een bijzonder nuttig gevolg van de olie-voorspoed is het netwerk van goede wegen in een groot deel van Venezuela. Daardoor is het veel gemakkelijker geworden mensen met het „goede nieuws” van het Koninkrijk te bereiken. Er zijn echter nog steeds plaatsen waar men slechts per vliegtuig, boot, curiara (kano gemaakt uit een uitgeholde boomstam) of ezel of via andere vervoermiddelen kan komen.
BLINDE MAN GEHOLPEN ANDEREN VAN DIENST TE ZIJN
Mensen van alle rangen en standen en onder allerlei omstandigheden scheppen er behagen in een nauwkeurige kennis van Gods Woord te verwerven. Op het eiland Margarita, vijf uur uit de Caraïbische kust per veerboot, aanvaardde een blinde jongeman van eenentwintig jaar de bijbelse boodschap. Toen hij twaalf jaar was, had hij het gezichtsvermogen verloren bij het spelen met tumbarancho voetzoekers, het „jumbo”-type. Hij had in zijn onderhoud voorzien door als zanger op te treden met een plaatselijk groepje musici. Na een van Jehovah’s Getuigen geworden te zijn, gaf hij dit werk echter op om de sfeer van overmatig drinken en herrie schoppen te vermijden. Hij besteedt nu al bijna een jaar lang elke maand zo’n negentig uur aan het delen van de bijbelse waarheid met anderen. Hoe doet hij dat?
Getuigen hebben hun huis voor hem opengesteld en verschillenden helpen hem in het gebied te komen waar hij deelneemt aan de openbare prediking van het „goede nieuws”. Hij voorziet in zijn onderhoud door rieten meubelen te repareren — een vaardigheid die hij zich eigen heeft gemaakt op de blindenschool in Caracas, de hoofdstad. Daar heeft hij ook braille geleerd. Dit vooràl is heel waardevol voor hem geweest. Zo heeft hij voor eigen gebruik aan de hand van opnamen op geluidsbanden van het bijbelstudiehulpmiddel De waarheid die tot eeuwig leven leidt, een vertaling in braille gemaakt, waardoor hij in staat is de bijbel aan anderen te onderwijzen. Drie van zijn leerlingen zijn nu Getuigen.
GEWELDIGE VERANDERINGEN IN PERSOONLIJKHEID
De kostbare boodschap uit de bijbel heeft veel Venezolanen geholpen hun persoonlijkheid ten goede te veranderen. Een Portugese immigrant vertelt:
„Een paar jaar geleden had ik vrienden die, net als ik, stalen en allerlei drugs gebruikten, waaronder LSD. Op een avond liep ik met de bende op straat toen plotseling iemand riep: ’De vier J’s!’ (Onze namen begonnen allemaal met de letter „J”: Joao, Jesus, Jorge en José.) Even later stierven Jorge en José in een vuurgevecht.
Toen ik me voor de tiende keer op het politiebureau bevond, schuldig aan diefstal, bad ik inwendig tot God met heel mijn hart. Ik beloofde hem dat ik nooit weer zou stelen. Die ochtend werd ik vrijgelaten.
Ik probeerde me los te maken van die hele gewelddadige wereld en ging bij mijn broer Manuel in zijn bakkerij werken. Daar kwam een oude man die een exemplaar van Ontwaakt! bij me achterliet. Het tijdschrift beviel me zo goed dat ik hem om meer lectuur vroeg. Toen hij me kwam afhalen voor een vergadering in de Koninkrijkszaal, had ik het boek De waarheid die tot eeuwig leven leidt al uitgelezen.
Daar het boek duidelijk maakte dat men gedoopt moest worden, wilde ik daar gereed voor zijn. Ik dacht bij mijzelf: ’Ik ben te verlegen om met de Getuigen over de doop te praten, maar voor het geval zij het er met mij over hebben — wel, ik zal m’n zwembroek aan hebben!’ En dus droeg ik de eerste keer dat ik naar de Koninkrijkszaal ging, mijn zwembroek onder mijn pantalon.
Mijn broer Manuel was heel kwaad op me dat ik met de Getuigen omging en schold me uit. Maar mijn gedrag was nu heel anders. Ik gebruikte geen drugs meer, stal niet meer, werd niet meer dronken en maakte me niet meer schuldig aan seksuele immoraliteit.
Mijn familie merkte de grote verandering in me op en één voor één begonnen zij de bijbel te bestuderen. Mijn broer Alfonso zei: ’Die godsdienst mag dan heel slecht zijn, maar de mensen zijn goed!’ Nu zijn Alfonso en zijn vrouw en mijn jongste broer Carlos allen gedoopt, en zelfs Manuel studeert.
Een vriend van de familie, José, de compagnon van mijn broer in de bakkerij, had ook waardering voor mijn goede gedrag en bracht ook zelf wat veranderingen aan. Daar hij worstelaar was, had hij voordien elk meningsverschil met brute kracht beslecht. Nu streeft hij er als Getuige naar vreedzaam te zijn tegen iedereen. José’s broer Ernesto voelde zich vooral aangetrokken door de bijbelse hoop van een paradijs hier op aarde. Hij trouwde met de moeder van zijn vier kinderen, die hij eerder in de steek had gelaten, en nu zijn beiden gedoopte Getuigen. Ten slotte trouwde ook de broer van José en Ernesto, Fernando, met de moeder van zijn kinderen, en beiden bereiden zich voor op de doop.
Ik koesterde het verlangen Jehovah als pionier te dienen, maar een grote schuld maakte mij dit onmogelijk. Ik bad tot Jehovah. De eigenaar van de zaak bood mij een verhoging van mijn dagloon aan. Maar ik vertelde hem dat hij mij de loonsverhoging kon geven of één uur per dag, en dat ik er de voorkeur aan gaf een uur eerder vrij te zijn, zodat ik om 5 uur n.m. met mijn werk klaar was in plaats van om 6 uur, waardoor ik elke dag twee of drie uur in Gods dienst zou kunnen besteden als ’pionier’. Tegelijkertijd sprak ik in gebed tot Jehovah. De eigenaar nam mijn voorstel aan en onmiddellijk begon ik met de hulppioniersdienst.
Alles dank ik aan Jehovah’s onverdiende goedheid, want ik heb het niet verdiend.”
JONGE MENSEN REAGEREN GUNSTIG
Tot degenen die grote veranderingen in hun leven aanbrengen, behoren ook jonge mensen. Venezuela is werkelijk een land van jonge mensen, want 70 percent van de bevolking is nog geen dertig jaar oud. In plaats dat zij hun hoop voor de toekomst baseren op de vloeibare zwarte schat van Venezuela, gaan sommigen van hen de geestelijke schat op prijs stellen die Jehovah God zijn volk aanbiedt.
In een koele stad in de bergen niet ver van Caracas, hadden een jonge langharige en bebaarde hippy, met over zijn schouder een gitaar, en zijn vriend — een fanatieke atheïst en communist — de oplossing gezocht voor een betere wereld en veel over oosterse godsdiensten gelezen. Ten slotte kwamen zij bij het bijkantoor van het Wachttorengenootschap een gratis bijbelstudie vragen. Beiden hebben zich gezuiverd van hun vroegere gewoonten en zijn nu gedoopte Getuigen, die hun hoop voor de toekomst baseren op de wijsheid en kennis die de Schrift bevat.
GETROUW ONDANKS TEGENSTAND
Soms gaat het aanvaarden van de bijbelse waarheid met bittere tegenstand in het gezin gepaard. Dit ondervond een jonge Syrische vrouw. Zij wist niets van Venezuela af totdat een Syrische zakenman die vanuit Venezuela op bezoek was in zijn geboortestreek, haar tot vrouw koos. Zij begon een nieuw leven, ver van haar familie, en kreeg vier kinderen. Zij was zo’n vrome rooms-katholiek, dat haar man, een materialist, bezwaar maakte tegen zoveel bidden en kerkbezoek. Toen deze Syrische vrouw bezoek kreeg van een „pionierende” Getuige, kon zij geen Spaans spreken maar gaf zij met gebaren haar liefde voor haar Arabische bijbel te kennen.
Er werden regelingen getroffen dat zij in het Arabisch zou studeren met een Libanese Getuige, meestal bij iemand anders thuis of per telefoon. De man werd woedend dat zijn vrouw niet rooms-katholiek meer was (wat beter was voor zijn zaak) en met Jehovah’s Getuigen studeerde. Hij verbood de Getuigen het huis te bezoeken. Hij verbood zijn vrouw naar de Koninkrijkszaal te gaan. Hij ontsloeg het dienstmeisje, dat een van Jehovah’s Getuigen was. Hij liet de telefoon weghalen. Hij liet haar moeder en andere familieleden uit Syrië overkomen om druk op haar uit te oefenen. Hij uitte schreeuwend dreigementen, sprak toen helemaal niet meer met haar, wendde ziekte voor en verliet het huis met een revolver. Hij ging zelfs zo ver dat hij haar onder valse voorwendsels naar een medische kliniek bracht en haar verdovende middelen liet toedienen, in de hoop zo de naam Jehovah uit haar geest te wissen. Maar alles tevergeefs. Met de geestelijke hulp van enkele vrouwelijke Getuigen bleef zij vorderingen maken; zij slaagde erin vergaderingen te bezoeken en deel te nemen aan het verkondigen van de bijbelse waarheid aan anderen, leerde vloeiend Spaans spreken en werd gedoopt.
Ten slotte, terwijl zij in verwachting was van hun vijfde kind, vroeg de man een scheiding van tafel en bed aan. Niettemin zorgde hij goed voor haar en nu was zij in staat Jehovah te dienen zonder hevige tegenstand thuis. Een jaar later besefte hij dat hij alles had verloren — het gezelschap van zijn knappe vrouw, de vreugde zijn vijf kinderen te zien opgroeien, thuis klaargemaakte maaltijden en verzorgde kleding. Hij keerde dus naar huis terug en het gezin is herenigd.
DE KONINKRIJKSBOODSCHAP WORDT WIJD EN ZIJD VERBREID
Jehovah’s Getuigen hebben niet alleen tot de inheemse bevolking gepredikt, maar zich ook ingespannen om de bijbelse boodschap te delen met de ruim een half miljoen immigranten die zich sedert de Tweede Wereldoorlog in Venezuela hebben gevestigd. Sommigen van de immigranten uit Italië, Portugal, Spanje, Oost-Europa en het Midden-Oosten hebben met veel succes hun familieleden over Gods beloften voor een beter samenstel van dingen ingelicht. Een Spaanse vrouw heeft tot haar grote vreugde behalve haar naaste familie nog vijf van haar bloedverwanten gedoopt zien worden. Na Getuigen geworden te zijn, treffen sommigen speciale regelingen om naar hun geboorteland terug te keren en daar lang genoeg te blijven om hun familieleden een grondige uiteenzetting te geven. Een Spanjaard ging bijvoorbeeld terug naar de provincie Galicië, waar hij geboren was, om daar te gaan wonen en de waarheid bekend te maken. Zijn hele familie aanvaardde de waarheid uit Gods Woord. Een Italiaanse immigrant gaf getuigenis aan zijn familie en nu zijn twee broers en een jong zusje van hem Getuigen van Jehovah. De drie mannen zijn ouderlingen in dezelfde gemeente.
Vermeldenswaard is de overbelaste situatie in de glinsterende hoofdstad Caracas. Daar ze gebouwd is in een smal dal, zijn de gebruikelijke problemen van een grote stad nog nijpender, vooral die in verband met huisvesting en verkeer. Een schreeuwende kop in het dagblad El Universal luidde: „Verkeersanarchie maakt Caracas tot een stad voor krankzinnigen.”
Maar zelfs die omstandigheid biedt Jehovah’s Getuigen gelegenheden om hun geestelijke schat te delen. Een Getuige uit Caricuao, een voorstad van Caracas, die met zijn stationcar op weg naar zijn werk was, bood een buurman een lift aan. Toen een auto met hoge snelheid door het rode licht reed, zag de buurman hierin aanleiding om te klagen over de toestanden in de wereld en het gebrek aan wetsbetrachting. De Getuige legde uit dat die angstaanjagende toestanden een vervulling zijn van bijbelprofetieën en dat hij tot een organisatie behoorde die gehoorzaamheid en respect voor de wet leert. De buurman had daar belangstelling voor en dus beloofde de Getuige hem te bezoeken. Later werden er regelingen getroffen voor een bijbelstudie. Nu is deze buurman een ouderling in de plaatselijke gemeente.
Jehovah’s dienstknechten in Venezuela blijven personen die oprecht van hart zijn helpen, geestelijke schatten te verwerven. Gelukkig zijn er Venezolanen die daar gunstig op reageren. In plaats dat zij vertrouwen op de welvaart die olie kan verschaffen, leren zij vooruit te zien naar een eeuwige toekomst onder Gods koninkrijk in handen van Christus. Mogen nog velen meer de blijvende waarde van geestelijke rijkdommen gaan inzien.