Standvastig tot het einde
MET gemengde gevoelens kondigen wij aan dat een getrouwe dienstknecht van Jehovah, broeder Nathan H. Knorr, na een ziekte van vele maanden in de late avond van 8 juni 1977 is overleden. Zijn ijverige en standvastige loopbaan van vele, vele jaren is een voortreffelijk voorbeeld van iemand die „recht vooruit” keek. Zijn wegen waren „stevig bevestigd” en hij „[week] niet af naar rechts, noch naar links” (Spr. 4:25-27). Degenen die nauw met hem in contact stonden, gaf hij altijd de aanmoediging ’hun vrijmoedigheid van spreken en hun roemen over de hoop tot het einde toe stevig vast te houden’. — Hebr. 3:6.
Broeder Knorr werd op 23 april 1905 geboren. Hij werd op 4 juli 1923 gedoopt en trad in hetzelfde jaar in de Betheldienst. Vanaf 1932 bekleedde hij verschillende verantwoordelijke functies in het leiding geven aan de activiteit van Jehovah’s Getuigen, en in 1942 werd hij president van de „Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania”. Op 31 januari 1953 trad hij in het huwelijk met Audrey Mock. Zijn natuurlijke bekwaamheden in het organiseren en uitbreiden van het werk werden ten volle gebruikt in het toezicht over de bijkantoren van het Genootschap overal ter wereld. Dit hield onder meer in dat hij veelvuldige en verre reizen moest maken en heel veel lezingen moest houden. Het onderwijzende aspect van ons christelijke werk werd vooral bevorderd gedurende de jaren dat hij als president diende. In 1943 bewerkstelligde hij de oprichting van de Wachttoren-Bijbelschool Gilead voor de opleiding van zendelingen. Hij had het voorrecht het aantal Getuigen van 115.240 in 1942 tot 2.248.390 in 1976 te zien toenemen.
Hoewel zijn dood een gevoel van verlies en de behoefte aan vertroosting meebrengt, verheugen wij ons niettemin ter wille van broeder Knorr, vooral met het oog op het bericht van liefde voor Gods volk en voor Gods werk dat hij heeft opgebouwd, zodat hij tot het einde toe blijk heeft gegeven van onverflauwde ijver en de bereidheid zich volkomen in te zetten. Wij verheugen ons nog meer omdat wij in de tijd leven waarin degenen die een hemelse hoop bezitten bij de beëindiging van hun aardse loopbaan „veranderd worden, in een ogenblik, in een oogwenk”, en „onverderfelijk worden opgewekt” (1 Kor. 15:51, 52). Moge de hoop op eeuwig leven in Gods koninkrijk ook ons „het vertrouwen dat wij in het begin hadden, tot het einde toe stevig [doen] vasthouden”. — Hebr. 3:14.