Ierlands geestelijke toename — oogsten wat werd gezaaid
’DE STROMENDE regen daalt van de hemel neer en keert niet naar die plaats terug, tenzij hij de aarde werkelijk drenkt en haar doet voortbrengen en uitspruiten’ (Jes. 55:10). De Ierse boer is zich goed van de waarheid van deze woorden bewust. Ten gevolge van de overvloedige regenval is Ierland bijzonder rijk aan bomen en planten en is het gezegend met prachtige, schilderachtige bergen en nauwe bergdalen. Rivieren, stromen en meren verhogen de schoonheid van het liefelijke Ierse landschap. Maar niet slechts de produktieve aarde verschaft toename. Na vele jaren van getrouwe volharding en arbeid van de zijde van de onvermoeide, resolute bekendmakers van Gods koninkrijk is er geestelijke toename kenbaar. Zij oogsten nu de vruchten van wat zij hebben gezaaid. — Gal. 6:9.
Gedurende het afgelopen jaar hadden 1891 vreugdevolle werkers er een aandeel aan met anderen over de geestelijke zekerheid te spreken die zij hadden gevonden, en dat niet slechts in het vrediger zuidelijke deel, de republiek Ierland, maar ook in de door moeilijkheden geteisterde provincie Ulster, in Noord-Ierland. Ongeveer tweemaal dat aantal, 3394 personen, kwam bijeen om de dood van Jezus Christus te herdenken. Gezien tegen de achtergrond van de wijze waarop het werk in vroegere decennia werd verricht, vertegenwoordigt dit een opmerkelijke geestelijke groei. Jehovah’s werk in Ierland heeft namelijk een stormachtige tijd achter de rug!
EEN BOLWERK VAN HET KATHOLICISME
Een zekere schrijver heeft de Republiek Ierland eens het „sterkste bolwerk van het katholicisme in de Engels-sprekende wereld” genoemd. Ruim 95 percent van de bevolking is rooms-katholiek. Aanvankelijk reageerde men bijzonder vijandig op het evangelisatiewerk van Jehovah’s christelijke getuigen. De eerste bekendmakers van het „goede nieuws” van het Koninkrijk ontmoetten zeer veel tegenstand.
Vooral op het platteland werden degenen die de waarheidsboodschap trachtten bekend te maken, vaak uit hun woonplaatsen verdreven. Zij moesten het hoofd bieden aan gepeupel dat hen bedreigde en vaak fysiek geweld gebruikte, of dat hun lectuur afpakte en voor hun ogen verscheurde.
Twee Getuigen in het zuiden van Ierland stonden plotseling tegenover een groep woedende vrouwen die hen er verbolgen van beschuldigden communisten te zijn. Ondanks al hun pogingen om met de vrouwen te redeneren, werd hun houding steeds dreigender. Een van de Getuigen probeerde aan het gepeupel te ontkomen door in een bus te stappen die daar in de buurt stond, maar in plaats dat hij er een toevlucht vond, begonnen ook de buspassagiers hem aan te vallen. Uiteindelijk werd hij met stenen bekogeld, maar hij slaagde erin te ontkomen, terwijl het geschreeuw van „gooi hem in de rivier” nog in zijn oren klonk. Het gepeupel gebruikte toen de bus om de andere Getuige in te halen, waarna er een kwaadaardige aanval op hem werd ontketend en al zijn lectuur werd vernield. Slechts doordat er net op tijd een politieagent arriveerde, kon worden voorkomen dat hij ernstig werd gewond.
Er werden ook mondelinge aanvallen gedaan. De pers berichtte dat een van de bisschoppen over Jehovah’s Getuigen had gezegd: „Deze valse profeten zijn niet beter dan mohammedanen; zij zijn feitelijk erger, want zij geloven niet in de onsterfelijkheid van de ziel. . . . Naar hen luisteren, betekent Christus verloochenen.” Degenen die toch enige belangstelling voor de waarheidsboodschap aan de dag legden, werden onmiddellijk aan een intensieve maatschappelijke en religieuze druk onderworpen, ten einde hen ertoe te brengen hun contact met deze „valse profeten” te verbreken. In veel gevallen, vooral in de Republiek Ierland, was het voor degenen die gunstig op de waarheid reageerden vrijwel onmogelijk in het gebied waar zij zich bevonden, te blijven wonen, aangezien het hun vaak onmogelijk werd gemaakt in hun levensonderhoud te voorzien. Sommigen hebben zelfs het land verlaten om niet in hun geestelijke groei belemmerd te worden.
Op het ogenblik is de situatie echter anders! Over het algemeen zijn de Ieren veel verdraagzamer en zijn zij bereid geestelijke kwesties te bespreken. De Getuigen maken een goed gebruik van de gelegenheden die zich in het alledaagse leven voordoen om hun hoop met anderen te delen. Vaak hebben hele families op deze manier belangstelling gekregen voor wat de bijbel zegt. Eén pasgeïnteresseerde persoon sprak met een collega over hetgeen hij leerde, waardoor de belangstelling van de collega werd opgewekt. Ook hij nam contact op met de Getuigen en begon datgene wat hij leerde met anderen te bespreken. Nu zijn dertig leden van zijn familie zelf Getuigen of zij tonen belangstelling voor de bijbel. Doordat oude vooroordelen zijn verdwenen, is de situatie thans veel gemakkelijker.
IN HET GISTENDE NOORDEN
In Noord-Ierland, dat voornamelijk protestants en ultranationalistisch is, was de situatie in vroeger tijden niet veel beter. Ook hier werden kwaadaardige aanvallen ontketend, en de diepgewortelde haat tussen de rooms-katholieke en de protestantse gemeenschap is als een bedreiging voor Jehovah’s Getuigen gebleven, vooral aangezien sommige katholieken de Getuigen nog steeds ten onrechte met „protestanten” vereenzelvigen. Maar nu gaan steeds meer mensen beseffen dat de Getuigen totaal verschillen van alle andere religies, zowel katholieke als protestantse. — Openb. 18:4.
Bij een zekere gelegenheid dreigde de I.R.A. een bomaanslag te zullen plegen als een openbare lezing niet zou worden afgelast. De congreshal moest door politieagenten en rechercheurs worden bewaakt. Bij een andere gelegenheid reden twee Getuigen die een „geluidswagen” bedienden, zonder dit te weten in een uitgesproken katholiek gebied, waar zij voor protestanten werden aangezien. Men begon hen met alle mogelijke voorwerpen te bekogelen. Zij stopten hun uitrusting zo snel mogelijk weer in de auto en vertrokken uit het gebied, maar niet voordat het gepeupel de voorruit van hun auto had versplinterd en de carrosserie met ijzeren staven had ingedeukt.
Na verloop van tijd begon de situatie echter te veranderen; de houding verbeterde en deze moedige, geduldige werkers begonnen de vruchten van hun arbeid te zien. Hun werk was niet vergeefs geweest, hoewel er in 1960 gemiddeld nog geen tweehonderd Getuigen in de Republiek waren die Koninkrijksdienst rapporteerden.
EEN KEERPUNT
Een gebeurtenis die een belangrijk keerpunt in de aangelegenheden van Jehovah’s Getuigen in Ierland kenmerkte, was het eerste betrekkelijk grote internationale congres dat in 1965 in Dublin werd gehouden. Er was voor deze gelegenheid een plaatselijk voetbalterrein afgehuurd. Toen bekend werd dat Jehovah’s Getuigen het terrein zouden gebruiken, was Leiden in last! Er werd intensief en kwaadaardig tegenstand geboden. Een tijdlang was het de vraag of het congres wel zou doorgaan of niet. Het stadsbestuur, dat over het terrein moest beslissen, stond onder voortdurende druk om deze „anti-christelijke en vooral anti-katholieke mensen”, zoals Jehovah’s Getuigen werden genoemd, geen toestemming te verlenen het terrein te gebruiken. Ondanks het feit dat de Getuigen een „plaag” en een „bedreiging” werden genoemd en de oude vooroordelen weer de kop opstaken, werd de toestemming uiteindelijk verleend en werd er een fijn congres gehouden.
Er waren nog andere grote problemen in verband met de organisatie van dit congres. Zo werden er bijvoorbeeld op het laatste moment, als gevolg van religieuze druk, meer dan duizend slaapplaatsen geannuleerd, maar niettemin werd er voor alle 3948 afgevaardigden die het congres bijwoonden huisvesting gevonden. Eén huisbewoonster merkte naderhand op: „Men heeft ons niet de waarheid over jullie verteld, maar nu wij jullie kennen, zullen wij jullie altijd met open armen ontvangen.”
SNELLE GEESTELIJKE GROEI
Nadat de waarheid is geplant, volgt er vaak een snelle geestelijke groei. Hier volgt een voorbeeld: Toen een jonge man zijn ouders in een door onlusten geteisterd deel van Noord-Ierland bezocht, ontving hij een uit vier bladzijden bestaand traktaat dat door Jehovah’s Getuigen was uitgegeven. Hij was ingenomen met wat hierin over Gods koninkrijk werd gezegd en kon inzien dat dit het enige antwoord was op de bittere sektarische haat waardoor Noord-Ierland wordt verscheurd. Zijn werk als onderwijzer in katholieke scholen bracht hem in Engeland, waar hij contact kon opnemen met een gemeente van Jehovah’s Getuigen. Na slechts vier maanden besloot hij naar zijn eigen woonplaats terug te keren ten einde mee te helpen het „goede nieuws” daar te verbreiden. Er was beslist hulp nodig, aangezien in dat gebied slechts vijf anderen aan de bekendmaking van Gods koninkrijk deelnamen.
Bij zijn aankomst trof hij er regelingen voor dat drie plaatselijke kranten een brief publiceerden waarin hij zich tot zijn stadsgenoten richtte ten einde hun uit te leggen waarom hij naar zijn woonplaats was teruggekeerd. Hierdoor werd veel belangstelling opgewekt en de weg gebaand voor veel gesprekken. Hij heeft vele anderen kunnen helpen tot een waardering van de bijbelse waarheid te komen.
VOLLE-TIJDWERKERS DOEN HUN DEEL
Veel van de geestelijke toename in dit voormalig onvruchtbare land is onder bijzonder moeilijke omstandigheden tot stand gekomen. Toegewijde mannen en vrouwen hebben het tot hun levenswerk gemaakt de bevolking van Ierland te dienen. Er is ontzettend veel werk verricht door de huidige driehonderd en nog meer volle-tijdwerkers en allen die moedig de spits hebben afgebeten. Ongeveer 15 percent van alle Getuigen in Ierland zijn nu actief in de volle-tijddienst werkzaam om het waarheidszaad te planten en te begieten.
De uitwerking van deze volle-tijddienst is groot geweest. Dit blijkt wel uit een krantebericht over de activiteit van twee jonge vrouwelijke Getuigen op een scooter: „Donegal wordt opnieuw geteisterd door een plaag die verraderlijker is dan van vossen of dassen, namelijk door een leger van mannen en vrouwen — van wie sommigen op scooters rondrijden — die in stad en land van-huis-tot-huisbezoeken afleggen en hun gratis tijdschriften achterlaten.” Een plaag voor sommigen, maar een evangelie van vrede voor rechtgeaarde mensen!
DIENEN WAAR DE BEHOEFTE STERKER WORDT GEVOELD
Het werk in Ierland is ook opmerkelijk vooruitgegaan toen families uit andere landen gunstig reageerden op de uitnodiging om uit gebieden met veel Getuigen, naar gedeelten van Ierland te gaan waar slechts weinig Getuigen waren. Sommigen van hen predikten het Koninkrijk part-time, anderen full-time, maar allen spreidden een ware pioniersgeest ten toon. Aangezien veel nieuwe Ierse Getuigen het als gevolg van druk noodzakelijk hadden gevonden het land te verlaten, is dit een schitterende manier geweest om het evenwicht te herstellen. Er is opmerkelijk veel tot stand gebracht door deze vreugdevolle werkers, die dezelfde zendingsijver weerspiegelen welke door hun vroegere christelijke tegenhangers ten toon werd gespreid.
In geheel Ierland zijn gemeenten door de toevoeging van deze helpers geholpen. Het is niet gemakkelijk om huis en haard te verlaten en in een nieuw land te gaan wonen. Er moesten veel problemen worden overwonnen, maar deze werden moedig en realistisch aangepakt. Eén gemeente die op deze manier is geholpen, floreert nu in een stad in de Republiek waar sommigen van Jehovah’s Getuigen nog niet zo lang geleden werden aangevallen en geslagen door gepeupel dat door de plaatselijke priester werd aangevoerd.
De evangelisatieijver van de plaatselijke Ierse Getuigen, gepaard aan de ijver van degenen die bereidwillig de zee zijn overgestoken om in Ierland te gaan wonen, heeft een overvloedige oogst tot resultaat gehad. Er is nu geen deel van Ierland dat niet op doeltreffende wijze wordt bewerkt ten einde verdere geestelijke groei tot stand te brengen.
HUIDIGE BEWIJZEN VAN VOORSPOED
Achtenzestig gemeenten van Jehovah’s Getuigen, nog afgezien van dertig kleinere groepen in geïsoleerde plaatsen, worden nu door vijf kringopzieners bediend, die elke plaats tweemaal per jaar bezoeken ten einde geestelijke aanmoediging te verstrekken. Deze gemeenten en groepen ontvangen ook veel voordelen van de schitterende grote vergaderingen die geregeld in geheel Ierland worden gehouden.
Wegens de veiligheidssituatie in Noord-Ierland is het nu reeds verscheidene jaren achtereen niet mogelijk geweest daar een van de grotere nationale vergaderingen te houden. De Getuigen uit dat gebied hebben zich echter verheugd aangesloten bij hun metgezellen uit de Republiek ten einde in geschikte vergadergelegenheden in Dublin van opbouwende congressen te genieten. Deze congressen hebben er veel toe bijgedragen barrières van vooroordeel tegen de Getuigen af te breken.
Ten noorden en ten zuiden van de grens in Ierland groeien mensen met een liefde voor God en voor juiste beginselen in geestelijk opzicht en worden zij geworteld en bevestigd in hun geloof (Ef. 3:17). Net als in het geval van de boer die moet wachten totdat zijn gewassen gaan groeien, is er veel geduld nodig geweest van de zijde van allen die er een aandeel aan hebben gehad de waarheidszaadjes te planten en te verzorgen. Nu is echter de tijd aangebroken dat God de wasdom geeft. — 1 Kor. 3:6, 7.