De strijd tegen het bijbel-analfabetisme in Frankrijk
„ANALFABETISME” en „Frankrijk” zullen veel lezers treffen als woorden die niet met elkaar te rijmen zijn. De Fransen hebben de reputatie heel trots te zijn op hun cultuur. En dat is begrijpelijk, want de Franse literatuur behoort tot de rijkste ter wereld. Daar het onderwijspeil in Frankrijk zeer hoog ligt, komt analfabetisme in de algemene zin van het woord nagenoeg niet voor.
Toch is er een terrein waarop de ontwikkeling van de Fransen bijzonder gebrekkig is, namelijk kennis van de bijbel. Hun is deze schaarste aan bijbelkennis echter niet kwalijk te nemen. Bij wie ligt de schuld dan wel?
De pausen van Rome hebben Frankrijk wel „de oudste dochter van de Kerk” genoemd. Nu nog beschouwt 85 percent van de Fransen zich als katholiek. Wanneer men verneemt dat er vóór de Franse Revolutie één priester was op elke 110 Franse mannen, vrouwen en kinderen, en dat er in 1970 zelfs nog één priester, monnik of non was per 297 inwoners, zal men er volkomen mee instemmen dat de Rooms-Katholieke Kerk een prachtige gelegenheid heeft gehad om het Franse volk de bijbel te onderwijzen. Maar in plaats daarvan heeft ze hen in onwetendheid gelaten betreffende het Woord van God.
Ja, tot zeer recent was bijbel-alfabetisme onder de leken het algemeen gevoerde beleid van de katholieke hiërarchie. In 1229 verordende het Concilie van Toulouse (Frankrijk): „Wij verbieden de leken enig exemplaar van de boeken van het Oude en Nieuwe Testament in hun bezit te hebben.” In 1564 verbood paus Pius IV het lezen van de bijbel in de volkstaal. En paus Leo XIII verklaarde in 1897: „. . . als bijbels in de volkstaal zonder onderscheid worden geautoriseerd, . . . vloeit daaruit meer kwaad dan goed voort.”
In een vierdelig Manuel Biblique, dat in 1905 als handleiding voor toekomstige katholieke priesters in Parijs werd uitgegeven, wordt verklaard: „De Kerk verleent geen toestemming voor het willekeurig lezen van de Heilige Boeken, en van het Oude Testament in het bijzonder.” Nog in 1955 schreef Daniel-Rops, een katholiek auteur, dat het „heel gewoon is mensen te horen herhalen dat . . . een katholiek de bijbel niet mag lezen”.
Het is waar dat er sedert de jaren vijftig van deze eeuw een aantal Franse katholieke bijbels is verschenen, waaronder de Bible de Jérusalem, maar die zijn erg kostbaar. Daardoor hebben ze in niet zo veel Franse gezinnen hun weg gevonden. Dit alles verklaart het verbazingwekkende feit dat een van de beschaafdste volken op aarde voor het grootste deel uit bijbel-analfabeten bestaat.
EEN BIJBEL-ONDERWIJSCAMPAGNE ZONDER WEERGA
Zo was dus de situatie in Frankrijk toen het kleine groepje van nog geen 2000 Getuigen van Jehovah na de oorlog, in 1946, hun bijbel-onderwijswerk hervatte. Hoe kon dit nietige groepje hopen de toen ruim 40 miljoen inwoners van dit katholieke land te bereiken?
Zij deden wat Christus zijn volgelingen had opgedragen, namelijk: „Gaat daarom, maakt discipelen van alle natiën . . . en leert hun alle geboden te onderhouden die ik u heb gegeven” (Matth. 28:19, 20, Bible de Jérusalem [Je]). Moedig ’predikten zij in particuliere huizen’ en gingen zij van huis tot huis om bijbels en lectuur voor bijbelstudie te verspreiden. — Hand. 5:42, Je.
In de loop der jaren is deze groep ijverige christenen in aantal gegroeid van slechts 1985 in 1946 tot 63.428 in 1976. Deze aantallen vertegenwoordigen het gemiddelde aantal Getuigen dat elke maand aan bijbel-onderwijswerk deelneemt. In die periode van éénendertig jaar hebben zij ruim honderd miljoen uren besteed aan de strijd tegen het bijbel-analfabetisme in Frankrijk. Zij hebben tegen kostprijs 6.680.584 bijbels en handboeken voor bijbelstudie verspreid, om maar niet te spreken van de ruim honderd miljoen brochures en tijdschriften, met in elk daarvan een verlichtende uitleg van de Heilige Schrift.
Terwijl de Getuigen van Jehovah in Frankrijk jarenlang de gebruikelijke Franstalige katholieke en protestantse bijbels hebben gebruikt om de bevolking de schriftuurlijke waarheden te onderwijzen, zijn hun pogingen sedert 1974 aanzienlijk vergemakkelijkt. In dat jaar drukte het Wachttorengenootschap (uitgevers voor Jehovah’s Getuigen) de Franse uitgave van de Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift en stelde die voor het publiek verkrijgbaar tegen een vrijwillige bijdrage die heel wat lager lag dan de prijs van de goedkoopste protestantse en katholieke bijbels. Dank zij de onvermoeide krachtsinspanningen van de vrijwillige werkers in de Wachttoren-drukkerij kan het armste Franse gezin zich nu dus een onverkort exemplaar van Gods Woord aanschaffen. In twee en een half jaar tijd zijn zo’n 700.000 exemplaren van deze uitstekende bijbelvertaling naar de Franse gemeenten van Jehovah’s Getuigen verzonden om onder het publiek verspreid te worden.
De pogingen van Jehovah’s Getuigen om bijbelkennis in Frankrijk te verbreiden, zijn echter niet beperkt gebleven tot het verspreiden van bijbels en religieuze lectuur. Sedert de Tweede Wereldoorlog hebben zij niet minder dan 47.556.317 nabezoeken gebracht bij mensen die belangstelling hebben getoond voor de bijbelse boodschap, en op het moment dat dit artikel wordt geschreven, leiden zij in bijna veertigduizend Franse huizen gratis wekelijkse bijbelbesprekingen.
Wat doen in vergelijking daarmee de ongeveer 44.000 katholieke priesters, de 22.000 monniken en de ruim 100.000 nonnen om het bijbel-analfabetisme in Frankrijk te bestrijden? Ontstellend weinig, te oordelen naar de volgende getuigenissen gegeven door ex-katholieken die door Jehovah’s Getuigen zijn geholpen.
KATHOLIEKEN ERBIJ HELPEN DE BIJBEL TE LEREN KENNEN
Uit Montchanin, in het oosten van Centraal-Frankrijk, komt het volgende verslag: „Mijn ouders stierven toen ik dertien jaar was. Een katholieke kloostergemeenschap nam mij op. Jaren verstreken en ik besloot het noviciaat op mij te nemen [met het doel non te worden]. Ik bracht drie jaar door in een klooster in India, waar ik mijn tijdelijke geloften aflegde. Vervolgens werd ik naar de Seychellen gezonden, daarna naar Ierland en ten slotte naar Frankrijk, in de buurt van Carcassonne. Ik was nu vijfentwintig jaar en de tijd was aangebroken om mijn eeuwige geloften af te leggen. Omdat ik echter een hekel had aan de drukkende, huichelachtige sfeer in de kloosters, weigerde ik. Mijn moederoverste stuurde mij weg om in een Frans gezin te gaan werken, waar ik veel werk maar weinig geld kreeg. Toen ontmoette ik mijn toekomstige echtgenoot. Hij sprak met mij over de bijbelse waarheid. In weerwil van al mijn godsdienstonderricht, had ik nooit van Gods persoonlijke naam gehoord — Jehovah. . . . Ik dacht dat deze man, die eens mijn echtgenoot zou worden, gek was, maar hij bleef kalm. Dit stemde mij tot nadenken en ik accepteerde een bijbelstudie met behulp van het boek De waarheid die tot eeuwig leven leidt. Ik stelde veel vragen. Dit boekje leerde mij meer over de bijbel dan al het onderwijs dat ik gedurende dertien jaar in verschillende kloosters had ontvangen. Nu koester ik de wens dat veel nonnen het wonderbaarlijke goede nieuws van het Koninkrijk zullen horen en net als ik ware ’zusters’ worden die hun God kennen.”
Bretagne, een schilderachtig schiereiland dat de Golf van Biskaje van het Engelse Kanaal scheidt, behoort tot de provincies van Frankrijk die het best haar tradities heeft bewaard. Het heeft zijn Bretonse taal levend gehouden en ook de gehechtheid aan de katholieke godsdienst. Recente veranderingen, tegenstrijdigheden en crises binnen de Roomse Kerk hebben echter talrijke Bretons die zich aan de katholieke tradities hielden in het oprechte verlangen God te behagen, de ogen geopend. Velen van hen redeneren als volgt: ’Ik heb mij m’n hele leven lang trouw aan de katholieke tradities gehouden omdat mijn priester me zei dat die dingen nodig waren om Gods goedkeuring te ontvangen. Nu vertelt hij me bijvoorbeeld dat vleesloze vrijdagen niet meer noodzakelijk zijn. Voor mij is het het één of het ander. Òf de Kerk heeft het altijd al bij het verkeerde eind gehad, in welk geval ik mijn leven lang misleid ben geweest, òf de Kerk gaat nu de verkeerde weg op.’ Het is duidelijk dat zulke oprechte katholieken hulp nodig hebben. Zij krijgen die van de ongeveer zestig gemeenten van Jehovah’s Getuigen die in Bretagne strijd voeren tegen het bijbel-analfabetisme.
Neem het geval eens van een man van in de zeventig in Brest, Frankrijks meest westelijke zeehaven. Hij was in een vroom katholiek gezin grootgebracht. De school waar hij onderwijs had genoten, werd door paters geleid. Daarna studeerde hij aan een seminarie, waar hij werd ingewijd in de thomistische theologie en filosofie en waar hij Engels, Latijn en Grieks leerde. Toen hij vierentwintig en een half jaar oud was, vlak voordat hij de plechtige geloften voor het priesterschap zou afleggen, besloot hij de „melancholieke geheimzinnigheid”, zoals hij het milieu beschreef waarin hij had geleefd, vaarwel te zeggen. Men zou denken dat deze man, na zoveel jaren aan katholieke instellingen gestudeerd te hebben, een uitstekende kennis van de Heilige Schrift zou hebben. Toch bekent hij: „Ik moest tot mijn tweeënzeventigste jaar wachten voordat ik de bijbel leerde kennen en de waarheid ervan inzag”, en wel met de hulp van een van Jehovah’s Getuigen die twee jaar lang gratis met hem studeerde. Hij voegt eraan toe: „Ik wil deze [Getuige] graag bedanken en hem feliciteren met zijn geduld en nederigheid.” Deze man is nu zelf een gedoopte Getuige die weer anderen helpt de bijbel te begrijpen.
Uit Arles, een historische stad in het zuiden van Frankrijk, waarschijnlijk overal ter wereld het meest bekend door Bizets muziek L’Arlésienne (Het meisje uit Arles), schrijft een ex-katholiek het volgende: „Ik was praktizerend katholiek, helemaal opgevoed op katholieke scholen, en ik was een actief lid van de Katholieke Actie. Na de universiteit doorlopen te hebben, werd ik leraar filosofie aan een katholieke school geleid door nonnen. Ik gaf ook catechismuslessen in de hogere klassen. In februari 1974 ontmoette ik voor de eerste keer een van Jehovah’s Getuigen. . . . Vertrouwend op mijn kennis van de bijbel en van filosofie en op mijn ervaring een gesprek aan. Ik bracht veel bezwaren als debater, nam ik een uitnodiging voor te berde maar tot mijn grote verbazing ontving ik kalme, nauwkeurige en goed gedocumenteerde antwoorden. . . . Ik bemerkte tot mijn schande dat ik in feite weinig of niets van de Heilige Schrift afwist. . . . Ook wist ik heel goed dat de christenheid veel aan de Griekse filosofie had ontleend.” Deze oprechte katholiek accepteerde een huisbijbelstudie, verliet uiteindelijk de Katholieke Kerk en nam zijn ontslag als leraar filosofie aan een katholieke school. Hij aanvaardde een ondergeschikte baan en hij en zijn vrouw werden op de in 1975 gehouden Goddelijke soevereiniteit-districtsvergadering gedoopte Getuigen. Hij besluit zijn verslag met de woorden: „Nu wordt mijn geest niet meer verontreinigd door Babylonische mysteries en filosofisch gezwets. Mijn vrouw en ik zijn werkelijk gelukkig, en wij stellen Jehovah’s zegeningen zeer op prijs.”
Jehovah’s Getuigen in Frankrijk zijn blij dat zij zoveel oprechte katholieken hebben kunnen helpen de schitterende waarheden die in de bijbel worden uiteengezet, te ontdekken.
BIJBELKENNIS VERBETERT GEZINSLEVEN EN HELPT DELINQUENTEN
De strijd tegen het bijbel-analfabetisme wordt rijk beloond. Niet alleen geeft bijbelkennis mensen een wonderbaarlijke hoop voor de toekomst, maar ze werpt ook onmiddellijke voordelen af in termen van een zinvol leven.
Zo woonde er in een bergachtige streek in oostelijk Frankrijk een echtpaar met vijf kinderen: drie zoons en twee dochters. De man kwam vaak dronken thuis en de drie zoons droegen lang haar en excentrieke kleding, waren ’s avonds met meisjes op stap en kwamen dan na middernacht thuis. Op een dag abonneerde de oudste zoon zich op aanraden van een Getuige die bij hem werkte op het tijdschrift Ontwaakt! Hij kreeg belangstelling voor de bijbel en spoedig bestudeerden hij en zijn twee broers de Schrift met de hulp van een Getuige. Binnen drie maanden hadden zij het boek De waarheid die tot eeuwig leven leidt uit en gingen zij verder met een studie van diepere bijbelse waarheden.
Naarmate de studie vorderde, werd hun haar korter; hun kleding werd aantrekkelijker en hun gedrag verbeterde. De vader, de moeder en de twee dochters, die dit opmerkten, gingen met de studie meedoen. Een ander uit zeven personen bestaand gezin kwam zo onder de indruk van de opvallende verbetering in hun gezinsleven, dat ook zij de bijbel gingen bestuderen. De jongste zoon van het eerste gezin slaagde erin de belangstelling op te wekken van een van zijn onderwijzers, die ook toestemde in een bijbelstudie. Zo droegen binnen één jaar vijftien personen hun leven aan Jehovah God op en werden gedoopt. Verscheidene zoons en dochters uit deze twee gezinnen zijn nu volle-tijdpredikers van het Goede Nieuws.
Of neem het geval eens van die beroepspokerspeler die in een stad aan de voet van de Pyreneeën woonde en tien jaar lang zijn avonden doorbracht met kaartspelen in cafés, waarmee hij zijn vrouw en drie dochters tot wanhoop dreef. Niets had hem van deze ondeugd kunnen verlossen, totdat hij erin toestemde de bijbel met Jehovah’s Getuigen te gaan bestuderen. Bijbelkennis bevrijdde hem niet alleen van zijn leeglopersbestaan, maar bracht ook het geluk terug in zijn gezin, dat ontdekte hoe waar Paulus’ verklaring is: „Godvruchtige toewijding is nuttig voor alle dingen, daar ze een belofte inhoudt voor het tegenwoordige en het toekomende leven.” — 1 Tim. 4:8.
Bewijzen deze uit het leven gegrepen voorbeelden niet wat een sterke kracht ten goede de bijbel in iemands leven kan uitoefenen, en waarom de strijd tegen het bijbel-analfabetisme zo belangrijk is?
Op 14 april 1976 waren er over geheel Frankrijk verspreid in de Koninkrijkszalen van Jehovah’s Getuigen 123.696 personen aanwezig om Christus’ dood te herdenken. Hieruit blijkt dat duizenden mensen belangstelling hebben voor de hoop die Gods Woord biedt, en ongetwijfeld zullen er nog vele duizenden meer gevonden en onderwezen worden. Jehovah’s Getuigen zullen daarom hun uiterste best blijven doen om het bijbel-analfabetisme in Frankrijk te bestrijden.
[Illustratie op blz. 648]
Les Saintes Écritures — Traduction du monde nouveau
Verkrijgbaar tegen een vrijwillige bijdrage die heel wat lager ligt dan de goedkoopste protestantse of katholieke bijbel in het Frans
[Illustratie op blz. 649]
LA VÉRITÉ qui conduit à LA VIE ÉTERNELLE
„Dit boekje leerde mij meer over de bijbel dan al het onderwijs dat ik gedurende dertien jaar in verschillende kloosters had ontvangen”