Ons twintig-jarenplan — als ouders
Zoals verteld door Norman C. Pearcy
VEEL jonge echtparen zien verlangend uit naar de geboorte van hun eerste kind. Anderen zien de komst van de baby met gemengde gevoelens tegemoet, aangezien de baby een grote verandering in hun leven zal betekenen.
Wij bevonden ons in laatstgenoemde situatie, want de komst van ons eerste kind bracht een grote verandering in ons leven teweeg. Wij beschikten niet over de tijd en de middelen om het werk dat wij verrichtten, voort te zetten en dan ook nog voor een gezin te zorgen en het te onderhouden.
Wij hebben vanaf het begin beseft dat het onverstandig is de opvoeding van een kind aan het toeval over te laten. Jaren geleden hadden wij iets gelezen wat erop neerkwam dat de mate waarin ouders bereid zijn met andere invloeden te wedijveren om de kameraadschap van hun opgroeiende kind, bepalend is voor hun liefde voor hem. Wanneer mijn vrouw en ik terugkijken, kunnen wij ervan getuigen dat de wedijver zich soms behoorlijk toespitste. Maar nu ons twintig-jarenplan bijna voltooid is — onze kinderen zijn negentien en twintig jaar oud — kunnen wij getuigen dat het resultaat de moeite alleszins waard is.
Laat ik echter eerst kort vertellen wat tot ons huwelijk en het begin van ons twintig-jarenplan heeft geleid.
HUWELIJK EN EEN GEZIN
In 1948 werd ik een „pionier”, zoals Jehovah’s Getuigen volle-tijdonderwijzers van het goede nieuws van Gods koninkrijk noemen. Twee jaar later werd ik een lid van de familie op het hoofdbureau van de Getuigen in Brooklyn, New York, om mee te helpen aan het vervaardigen van bijbelse lectuur.
Het volgende jaar, in 1951, bezocht ik de diploma-uitreiking van de Gileadschool, waar zendelingen van Jehovah’s Getuigen een opleiding ontvangen. Een van de studenten, Marianne Berner, bleef enkele weken in de stad New York, voordat zij naar haar toewijzing ging, en wij leerden elkaar kennen. Na meer dan drie jaar in Jokohama, Japan, geweest te zijn, keerde zij in 1955 terug om een internationaal congres in de stad New York bij te wonen. Ik vroeg haar ten huwelijk en Marianne werd mijn vrouw en levensgezellin.
Wij werden in de gelegenheid gesteld kringwerk te verrichten en gemeenten van Jehovah’s Getuigen in het zuiden van de Amerikaanse staat Illinois te bezoeken en te helpen. Deze gemeenten vormden een bron van grote vreugde voor ons en wij koesterden het verlangen ons leven in de volle-tijddienst door te brengen. Uiteindelijk hoopten wij naar Brooklyn terug te keren ten einde met de familie op het hoofdbureau dienst te verrichten. Het werd ons echter al gauw duidelijk dat wij ouders zouden worden, een vooruitzicht dat ons niet bepaald met enthousiasme vervulde, aangezien het onze plannen zo drastisch zou veranderen. Wij moesten de kringdienst verlaten en gingen in Californië wonen, waar onze dochter, Cynthia, werd geboren. Daarna kwam onze zoon, Gregory.
EEN DOELBEWUSTE OPLEIDING
Onze kinderen werden een bron van grote vreugde voor ons en wij besloten ons best te doen hen goed op te voeden. Maar hoe zouden wij hen gedurende de volgende twintig jaar leiden en streng onderrichten? Wij herinnerden ons het voorbeeld van de vader van de jonge Simson, die Jehovah om hulp vroeg bij de opvoeding van zijn zoon. — Recht. 13:8.
Elke week, vanaf hun prilste jeugd, gaven wij blijk van ons verlangen Gods leiding te volgen door de bijbel met onze kinderen te bestuderen. Wij bemerkten dat dit moeilijker was dan met anderen te studeren, omdat men deze studie het gemakkelijkste uitstelt. Ook maakten wij er een dagelijkse gewoonte van een bijbeltekst met hen te bespreken als wij ’s avonds aan tafel zaten.
Bovendien gebruikten wij de avondmaaltijd als een gelegenheid om de kinderen het alfabet te leren, waardoor wij hen op het schoolonderwijs voorbereidden. In de eerste klas had Greg een leesprobleem. Elke dag besteedden wij er een uur aan om hem te helpen vorderingen te maken. Ons nauwe contact met de onderwijzers schonk hun het bewijs dat wij werkelijk belangstelling hadden voor de vorderingen die onze kinderen maakten.
Vanaf de tijd van hun geboorte hebben wij Cynthia en Gregory naar alle gemeentevergaderingen en congressen meegenomen, omdat wij wisten dat deze vergaderingen de beste invloed op hen zouden uitoefenen (2 Tim. 3:15). Toen zij ouder werden, hielpen wij hen antwoord te geven op de vergaderingen. In het begin zeiden zij slechts enkele woorden, maar wij vergewisten ons ervan dat zij de paragraaf waaruit zij antwoord gaven, begrepen. Na een openbare lezing vroegen wij hen op weg naar huis wat zij zich ervan konden herinneren.
Onze krachtsinspanningen om hen te onderwijzen, wierpen resultaten af, want de inlichtingen werden diep in hun geest gegrift. Toen Greg nog maar vier jaar oud was, studeerden wij bijvoorbeeld over Abraham, en hoe hij, als een beproeving op zijn geloof, de opdracht kreeg zijn enige zoon, Isaäk, als een slachtoffer te offeren. Wij legden uit dat zowel Abraham als zijn zoon bereid waren Jehovah te gehoorzamen. Toen zei ik, om een voorbeeld te geven: „Kijk, Greg, het was net als wanneer Jehovah mij zou zeggen jou mee te nemen naar de achtertuin om jou als een slachtoffer te offeren.” Toen vroeg ik hem: „Als dat zou gebeuren, wat zou ik dan moeten doen?” Greg antwoordde zonder te aarzelen dat ik Jehovah moest gehoorzamen.
Later hoorden wij wat Greg in zijn gebed zei. Hij sloot zijn ogen, boog zijn hoofdje en zei: „Jehovah, als u tegen pappa zegt dat hij mij naar de achtertuin moet meenemen om mij te offeren, is het oké wat mij betreft.”
Geen wonder dat Jezus zei dat degenen die het Koninkrijk der hemelen willen binnengaan, wat hun eigenschappen betreft als kinderen moeten zijn. Wij bemerkten dat de bijbelse waarheden het hart van onze kinderen bereikten en dat zij ertoe werden aangezet te gehoorzamen.
Toen Cindy zeven jaar oud was, hielpen wij haar zich op de aanbieding van de tijdschriften De Wachttoren en Ontwaakt! voor te bereiden. Elke dag als zij van school thuis kwam, klopte zij op de achterdeur aan en deed zij haar aanbieding. Toen brak de grote dag aan dat zij naar het huis van een buitenstaander ging. Ze werd onvriendelijk bejegend en begon te huilen. Toen zij weer terug was in de auto, legde mijn vrouw uit dat ook Jezus en zijn apostelen vaak niet door de mensen werden aanvaard en dat wij net als zij de moed niet moeten opgeven. En Cindy heeft dit niet gedaan.
In 1966 ging mijn vrouw weer in de pioniersdienst en trof zij er regelingen voor om gedurende honderd uur per maand de bijbel in de huizen der mensen te onderwijzen. Naar onze mening konden de kinderen alleen maar met het verlangen opgroeien dit belangrijke werk te verrichten, als zij zagen dat ook wij er grote achting voor hadden. Die zomer kreeg ik de uitnodiging om weer, op tijdelijke basis, als kringopziener in ons gebied dienst te verrichten, en ons gehele gezin kon hier een aandeel aan hebben.
Op zaterdag hoorde ik hoe onze achtjarige Greg er met anderen van zijn leeftijd regelingen voor trof om aan de predikingsactiviteit van huis tot huis deel te nemen. Hij volgde nauwgezet het voorbeeld dat hij slechts enkele minuten voordien van mij had gezien. Hierdoor werd het mij des te duidelijker hoe belangrijk het is het juiste voorbeeld te geven.
VERSCHILLENDE SITUATIES AANPAKKEN
Toen de kinderen opgroeiden, kwamen kwesties aan de orde als haardracht, kledingstijl, het maken van afspraakjes en feestjes. Wij probeerden hun te leren beleidvol te werk te gaan, terwijl wij gereed stonden om goede raad te geven.
Toen Cindy ongeveer vijftien jaar was, wilde zij een nauwe heupbroek hebben die de meisjes op school droegen. Mijn vrouw begon eens rustig de meisjes gade te slaan die deze broeken droegen. Zonder te zeggen waarom zij dit wilde weten, vroeg zij aan andere jonge mensen in de gemeente wat zij van meisjes dachten die zich zo kleedden. Zij zeiden dat dergelijke meisjes vaak een losse moraal hadden.
Marianne vertelde aan Cindy wat zij had opgemerkt en waarom wij hadden besloten dat zij niet met zulke meisjes geïdentificeerd zou mogen worden. Cindy kreeg de gelegenheid te zeggen of zij het al dan niet eens was met onze beslissing. Gelukkig was de kwestie hiermee afgedaan. Zij leerde hierdoor ook welke indruk wij door onze kleren kunnen geven.
Toen Greg ongeveer veertien jaar oud was, vond hij het vervelend een „jongen” te zijn en wilde hij heel graag als een „jongeman” worden beschouwd. Hij raakte bevriend met een aardige jonge Getuige die negentien jaar oud was. Als gevolg van deze omgang wilde Greg echter dezelfde onafhankelijkheid hebben die de oudere jongen bezat. Hij begon een gereserveerde, onafhankelijke houding te ontwikkelen. Wij begonnen deze omgang te beperken en Greg vroeg: „Waarom doet u dat? Gelooft u dat hij slechte omgang vormt?”
Wij legden uit dat de omgang niet slecht was, maar dat de situatie misschien niet zo geschikt voor hem was. Ik gaf hem de gelegenheid zich te uiten — te zeggen hoe hij erover dacht. Ik zei: „Als je het niet met ons eens bent of als je denkt dat wij het bij het verkeerde eind hebben of de kwestie niet goed bezien, zeg dit dan alsjeblieft.”
Na een ogenblik van stilte, zei Greg: „Nee, ik ben het met u eens. Ik wilde alleen maar weten waarom.”
Toen wij eens in de auto reden, glimlachte Cindy heel naïef terug naar een voorbijganger op de snelweg. De jongen, die wij niet kenden, volgde ons naar huis en kwam via anderen Cindy’s naam te weten. Voordat wij wisten wat er aan de hand was, begon er een kennismaking te ontluiken. Het kostte ons heel wat tijd haar duidelijk te maken dat deze jongen niet haar welzijn op het oog had, doch zich alleen maar in fysiek opzicht tot haar aangetrokken voelde.
Wij hebben met heel veel waardering de prachtige artikelen in De Wachttoren gelezen over de problemen waarmee jonge mensen te kampen hebben. Sommige ervan hebben wij steeds weer opnieuw met onze kinderen gelezen, terwijl wij het vóór en tegen van bepaalde handelwijzen bespraken. Vervolgens hebben wij als ouders vastberaden beslissingen genomen, waardoor wij onze kinderen een voorbeeld hebben gegeven van respect voor Jehovah en zijn geschreven Woord.
PRAKTISCHE VAARDIGHEDEN ONDERWIJZEN
Ik had als onderhoudsman een kleine route van adressen waar ik werkte, en toen Greg dertien jaar oud was, ging hij vóór schooltijd van 5 tot 8 uur v.m. met mij mee. Toen Cindy vijftien jaar oud was, begon zij onder leiding van een bevriende Getuige boekhouden te leren. Wij legden ook de nadruk op koken, naaien en andere praktische vaardigheden. Ook Greg leerde koken, en ik leerde hem tapijten leggen.
Voor dit alles moesten wij een strak schema aanhouden, en wij besloten het schoolonderwijs van de kinderen af te ronden met een schriftelijke cursus. Hierdoor kregen zij tijd om een vak te leren terwijl zij ook het noodzakelijke wereldse onderricht ontvingen. Ten einde Greg aan te sporen, mocht hij van ons pas zijn rijbewijs halen nadat hij de school had voltooid. Hij doorliep de vierjarige middelbare-schoolcursus in twee jaar en sloot zich toen bij Marianne, Cindy en mijzelf aan in de volle-tijd pioniersactiviteit.
EEN BELANGRIJK ONDERDEEL VAN ONS OPLEIDINGSPROGRAMMA
Toen Greg veertien en Cindy vijftien was, besloten wij, in overeenstemming met de uiteindelijke gezinsdoeleinden die wij ons hadden gesteld, dat voor hen de tijd was aangebroken dat zij het hoofdbureau van Jehovah’s Getuigen in New York zagen. Dit was echter ruim 4800 kilometer ver weg en onze financiën waren beperkt. Wij bespraken de kwestie als gezin en waren vastbesloten te gaan, ook al zouden wij een hypotheek op ons huis moeten nemen. Maar opnieuw ondervonden wij dat Jehovah’s hand niet te kort is. Een vriendin bezocht ons en zei dat zij iets voor ons wilde doen. Zij gaf ons haar benzine-kredietkaart en zei ons dat wij die voor al onze benzine onderweg moesten gebruiken.
Onze kinderen kwamen heel erg onder de indruk van Bethel en van de fijne en liefdevolle mensen die hun tijd vrijwillig beschikbaar stellen om ons van geestelijke publikaties en onderricht te voorzien. Het was voor mijn vrouw en mij een grote vreugde om de oude vriendschapsbanden met velen van deze getrouwe personen, die reeds jaren achtereen getrouw in Jehovah’s dienst werkzaam zijn, te hernieuwen.
EEN LONEND VOORRECHT
Hoewel wij aanvankelijk niet erg enthousiast waren over het toekomstige ouderschap, kunnen wij naar waarheid zeggen dat het een voorrecht is geweest waarvoor wij dankbaar zijn. Het is inderdaad niet gemakkelijk kinderen op te voeden in deze wereld, die vervuld is van onchristelijke praktijken. Sommige van de wereldse feesten zijn in het heidendom geworteld en kunnen een sterke aantrekkingskracht op kinderen uitoefenen. Maar wij hebben er zorgvuldig op toegezien onze kinderen te helpen, zodat zij nooit het gevoel hebben gehad iets goeds te kort gekomen te zijn.
Wanneer andere mensen Kerstmis vierden, trokken wij derhalve voordeel van de vrije schooldagen door een huisje in de bergen te huren en van de sneeuw te genieten. Ik ging af en toe met Greg vissen. En wij reisden naar grote christelijke vergaderingen en verrichtten gezamenlijk vrijwilligerswerk voordat deze vergaderingen begonnen. Hierdoor leerden onze kinderen veel goede vrienden kennen. Zij hebben niets gemist, behalve de geslachtsziekten, buitenechtelijke zwangerschappen, abortussen, verslaving aan drugs en meer van dergelijke dingen die zo gewoon zijn onder de hedendaagse jongeren die van hun ouders geen juiste leiding uit Gods Woord hebben ontvangen.
Onze kinderen zijn in emotioneel opzicht evenwichtig, en ik geloof dat dit onder andere komt doordat wij zoveel dingen samen met hen doen. Elk jaar hebben wij bijvoorbeeld een groot feest op onze huwelijksdag, ter gelegenheid waarvan wij alle vier geschenken krijgen. Wij leggen deze geschenken reeds dagen van tevoren op de piano en genieten gezamenlijk van een feestmaaltijd. Het gaat bij deze feestdag niet slechts om ons, want aangezien de kinderen uit ons huwelijk zijn voortgekomen, is het ook hun feestdag.
Onze kinderen putten vreugde uit veel activiteiten waarvan anderen niet genieten, zoals het voorbereiden en houden van bijbelse toespraken. Toen Cindy ongeveer tien jaar oud was, hield zij een oefenlezing voor een grote groep op onze kringvergadering. Mijn vrouw maakte speciale kleding voor haar en Cindy hield het toespraakje alsof zij een eerste-eeuws meisje was dat een bijbels punt besprak met een ander meisje dat in die tijd leefde. Ook hebben beide kinderen het verrukkelijk gevonden aan de programma’s op onze grotere districtsvergaderingen deel te nemen.
Wij vinden dat wij een voldoening schenkend en zinvol leven hebben geleid. Wij hebben onze kinderen zien opgroeien en hebben met vreugde waargenomen dat zij steeds bekwamer werden als voortreffelijke jonge onderwijzers van de bijbelse waarheden die wij zo dierbaar achten. Nu ons gezin twee bekwame, volwassen dienstknechten van Jehovah rijker is geworden, zien wij uit naar verdere vreugden en voorrechten in de dienst van onze God.
[Illustratie op blz. 551]
Mijn vrouw leerde Cindy naaien
[Illustratie op blz. 551]
Ik leerde Greg tapijten leggen