Christus’ dood herdenken
Waarom? Wanneer? Hoe? Wie? Waar?
TOT de vele zinvolle en werkelijk roerende voorvallen die in de Hebreeuwse Geschriften zijn opgetekend, behoort dat van de patriarch Abraham toen hij aanstalten maakte om zijn zoon Isaäk te offeren.
Wat vormde het een beproeving voor Abraham toen hij God hoorde zeggen: „Neem alstublieft uw zoon, uw enige zoon, die gij zo liefhebt, Isaäk, en . . . offer hem . . . als een brandoffer op een van de bergen die ik u zal aanwijzen”! (Gen. 22:2, 3) Wegens zijn grote geloof heeft Abraham die proef doorstaan, vol vertrouwen dat God Isaäk kon opwekken ten einde de goddelijke belofte met betrekking tot zijn nakomelingschap te vervullen (Gen. 12:2, 3; 21:12; Hebr. 11:17-19). Abraham verschafte aldus een prachtig beeld van de wijze waarop Jehovah God zijn eniggeboren Zoon, Jezus Christus, die hij eveneens intens liefhad, zou opofferen. — Joh. 3:16; Gal. 3:16.
Wist u echter dat Isaäk bij die gelegenheid eveneens een grote beproeving doorstond? Hij was tegen deze tijd naar alle waarschijnlijkheid een krachtige jongeman geworden. Als hij dit gewild had, had hij zich gemakkelijk tegen zijn vader kunnen verzetten of kunnen weglopen. Maar neen, hij onderwierp zich gehoorzaam aan zijn vader. Aldus beeldde Isaäk prachtig af hoe Jezus Christus zich aan de wil van zijn hemelse Vader zou onderwerpen, zelfs tot zijn dood aan de martelpaal toe, in verband waarmee hij zei: „Niet zoals ik wil, maar zoals gij wilt.” — Matth. 26:39; Fil. 2:5-8.
Wat werd er niet allemaal tot stand gebracht doordat Jezus zich gehoorzaam aan de wil van zijn hemelse Vader onderwierp! Zoals uit de hoofdstukken 1 en 2 van Job blijkt, had Satan de Duivel Jehovah God gehoond door te zeggen dat Hij geen mensen op aarde kon plaatsen die hun rechtschapenheid jegens Hem zouden bewaren. Getrouwe mensen zoals Job bewezen dat de Duivel een leugenaar is. Zou een andere volmaakte man, net als de volmaakte Adam in Eden, zijn rechtschapenheid echter op smetteloze wijze kunnen bewaren, terwijl Adam hierin had gefaald? Aan wie moest dit falen worden toegeschreven? Aan God of aan de mens? Doordat Jezus, als een volmaakt mens, zijn rechtschapenheid volmaakt bewaarde, bewees hij dat Jehovah God rechtvaardig en juist handelde toen hij eeuwig leven voor Adam van volmaakte gehoorzaamheid afhankelijk stelde. Jezus bewees dat het niet aan God maar aan de mens lag dat Adam zondigde. Jezus rechtvaardigde daardoor zijn hemelse Vader als de rechtmatige Soeverein. Dat is hetgeen hij voor zijn Vader tot stand bracht door zijn rechtschapenheid tot de dood toe te bewaren.
En wat bracht Jezus voor de mensheid tot stand? Door zijn dood verschafte hij een zoenoffer dat de zonde van de wereld wegneemt en de basis verschaft op grond waarvan de mensheid tot volmaaktheid hersteld zal worden (1 Joh. 2:2). Dit herstel zal door middel van Gods koninkrijk in een aards paradijs plaatsvinden (Matth. 6:10; 20:28). Als de grote Onderwijzer heeft Jezus bovendien de wil van zijn Vader aan ons bekendgemaakt, waarvan zijn Bergrede een voortreffelijk voorbeeld vormt (Matth. 5:1–7:28). Daarenboven heeft hij zijn volgelingen een volmaakt voorbeeld gegeven: „Christus heeft voor u geleden, u een model nalatend opdat gij nauwkeurig in zijn voetstappen zoudt treden.” — 1 Petr. 2:21.
WAAROM EEN GEDACHTENISVIERING?
Er bestaat geen twijfel over dat Jezus veel heeft geleden. Zo zei hij bij één gelegenheid: „Ik moet inderdaad met een doop worden gedoopt, en hoe benauwt het mij totdat het is volbracht!” Af en toe bad hij zelfs tot God „met sterk geroep en tranen” (Luk. 12:50; Hebr. 5:7). En wat rustte er die laatste nacht dat hij als mens op aarde was, een enorme last op Jezus! Hij wist wat zijn hemelse Vader zich met betrekking tot hem had voorgenomen, maar hij wist ook dat hij zich onder beproeving getrouw moest betonen. Hij had kunnen falen. Was dit gebeurd, wat zou dit dan een smaad voor zijn Vader hebben betekend, en wat een verlies zou het hebben betekend voor de mensheid! Hij bewaarde zijn rechtschapenheid echter volkomen. Met het oog op alles wat hij daardoor tot stand heeft gebracht, zowel voor Jehovah God als voor de mensheid, is het inderdaad bijzonder passend dat zijn dood wordt herdacht.
HOE VAAK? WANNEER?
Sommige religieuze groeperingen in de christenheid vieren Christus’ dood dagelijks, andere wekelijks en weer andere driemaandelijks. Maar is het niet gebruikelijk belangrijke en veelbetekenende gebeurtenissen jaarlijks te herdenken? Dit was het geval met het pascha waardoor de bevrijding van de Israëlieten uit Egyptische gevangenschap werd gekenmerkt. Het werd éénmaal per jaar, op de verjaardag van de precieze dag waarop dit gebeurde, namelijk op de veertiende dag van de bijbelse maand Nisan, gevierd. En op 14 Nisan 33 G.T. stelde Jezus de viering ter herdenking van zijn dood in, waarna hij later op diezelfde dag stierf. Het is derhalve logisch en passend dat zijn dood eens per jaar en op die datum wordt herdacht. Dit jaar valt 14 Nisan op zondag, 3 april, na zonsondergang. Waarom na zonsondergang? Omdat de dag in oude bijbelse tijden van zonsondergang tot zonsondergang liep. Dus al gaat de zon op noordelijker breedtegraden laat onder, dient het werkelijke doorgeven van het brood en de wijn van de Gedachtenisviering na zonsondergang te geschieden.
WIE VIERDEN HET?
Toen Jezus de viering ter gedachtenis aan zijn dood instelde, nam hij een brood (in werkelijkheid een groot rond pannekoekvormig brood), brak het en gaf het aan zijn discipelen met de woorden: „Neemt, eet. Dit betekent mijn lichaam” (Matth. 26:26). Naar wat voor lichaam verwees Jezus hier? Naar zijn eigen lichaam van vlees en bloed, want hij gaf zijn vleselijke lichaam voor het leven van de wereld. Dat het brood geen zuurdeeg bevatte, beeldde af dat Jezus zonder zonde was. Het brood dat tijdens de Gedachtenisviering wordt gebruikt, dient dus ongezuurd te zijn, zonder gist, en het dient geen andere ingrediënten te bevatten dan meel en water. — Joh. 6:51; 1 Kor. 5:7, 8; 1 Petr. 2:22.
Vervolgens nam Jezus de beker wijn, en na gedankt te hebben, gaf hij deze aan zijn discipelen met de woorden: „Drinkt allen hieruit; want dit betekent mijn ’bloed van het verbond’, dat ten behoeve van velen vergoten zal worden tot vergeving van zonden” (Matth. 26:27, 28). Uit deze woorden kunnen wij opmaken dat Jezus’ vergoten bloed een tweeledig doel diende. In de eerste plaats heeft het ten doel mensen van zonde te reinigen (1 Joh. 1:7). En in de tweede plaats heeft het ten doel het nieuwe verbond tussen God en de christelijke gemeente van kracht te maken of in werking te stellen, net zoals het oude Wetsverbond tussen God en de natie Israël in werking werd gesteld doordat Mozes het vergoten bloed van dieren sprenkelde (Hebr. 9:19, 20). Net zoals Jezus zuivere gegiste rode wijn gebruikte, ten einde zijn volmaakte menselijke levensbloed af te beelden, dient de wijn die thans tijdens de Gedachtenisviering wordt gebruikt, zuivere rode wijn te zijn, zonder dat er iets aan is toegevoegd om deze te versterken, te zoeten of te aromatiseren.
WIE NEMEN ERAAN DEEL?
Wie kunnen op passende wijze van deze symbolen gebruiken? Jezus stelde de Gedachtenisviering in toen slechts zijn elf getrouwe apostelen aanwezig waren. Daarna zei hij dat hij heenging om in de hemel een plaats voor hen te bereiden (Joh. 14:1-3). En hij zei hun ook dat hij een verbond met hen sloot voor een koninkrijk (Luk. 22:28-30). Dus alleen degenen die verwachten te zamen met Jezus in zijn hemelse Koninkrijk te delen en die ook in het nieuwe verbond zijn opgenomen, komen ervoor in aanmerking aan het Avondmaal des Heren, zoals het ook wel wordt genoemd, deel te nemen. — Luk. 12:32; Hebr. 8:10-13; 1 Kor. 11:20.
Over deze gebruikers van de symbolen lezen wij vervolgens: „De geest zelf legt getuigenis af met onze geest dat wij Gods kinderen zijn. Indien wij dan kinderen zijn, zijn wij ook erfgenamen, ja, erfgenamen van God, maar medeërfgenamen met Christus, mits wij te zamen lijden, opdat wij ook te zamen worden verheerlijkt” (Rom. 8:16, 17). In een brief aan zulke christenen gaf Paulus instructies over de juiste viering van het Avondmaal. Vervolgens zei hij over hen dat zij in de opstanding met onverderfelijkheid en onsterfelijkheid bekleed zouden worden (1 Kor. 11:20-34; 15:50-54). Zo is het duidelijk dat alleen degenen die deze hemelse hoop bezitten, tijdens de Gedachtenisviering op passende wijze van het brood en de wijn mogen gebruiken.
WIE TREKKEN ER NOG MEER VOORDEEL VAN?
Er zijn twee bestemmingen voor de volgelingen van Jezus Christus. Dit wordt te kennen gegeven door het feit dat de Schrift verklaart dat Gods volk zich zowel in hemelse heerlijkheid als in aardse paradijsachtige toestanden zal verheugen (Openb. 20:4, 6; 21:3, 4). Jezus sprak over deze twee klassen als twee kooien die ten slotte één kudde zullen worden (Joh. 10:16). Zo lezen wij ook dat de menselijke schepping vurig wacht op het openbaar worden van de geestelijke „zonen Gods” (Rom. 8:19-21). Deze zonen worden „eerstelingen [eerste vruchten] voor God en voor het Lam” genoemd, waardoor te kennen wordt gegeven dat er nog andere, latere „vruchten” zouden volgen (Openb. 14:1, 4). Een verdere aanwijzing hiervan wordt aangetroffen in de geïnspireerde woorden dat Jezus Christus „een zoenoffer voor onze zonden [is], echter niet alleen voor de onze, maar ook voor die van de gehele wereld” (1 Joh. 2:2). Dit onderscheid blijkt tevens duidelijk uit het feit dat de Koninkrijkserfgenamen worden vergeleken met Abrahams zaad dat alle geslachten van de aardbodem zal zegenen. — Gen. 22:17, 18; Gal. 3:29.
Het is derhalve duidelijk dat degenen met een aardse hoop, de „grote schare” „andere schapen”, die niet in het nieuwe verbond zijn opgenomen, tijdens de Gedachtenisviering niet van het brood en de wijn mogen gebruiken. Heeft het dan zin dat zij er aanwezig zijn? Ja, zeer zeker! Wij zouden het in zeker opzicht met het vieren van de trouwdag kunnen vergelijken. Hoewel het natuurlijk in de eerste plaats om het bruidspaar gaat, is het heel goed mogelijk dat zij anderen, vrienden en familieleden, uitnodigen om in hun geluk te delen. (Vergelijk Openbaring 19:6, 7.) Degenen met een aardse hoop hebben zeer veel belangstelling voor alles wat degenen met de hemelse hoop aangaat; vol vreugde eren zij de gelegenheid door er aanwezig te zijn.
Het staat vast dat allen, ongeacht hun bestemming, er veel voordeel van zullen trekken wanneer zij deze gebeurtenis bijwonen. De viering wordt altijd gebruikt om de grootse hoedanigheid liefde die Jehovah God getoond heeft door zijn Zoon als onze loskoper te geven, te verhalen. Ook wordt tijdens de viering beklemtoond hoe groot Jezus’ liefde was door zijn leven voor ons af te leggen, alsook welk een voortreffelijk voorbeeld hij zijn volgelingen heeft gegeven (Joh. 15:12, 13; 1 Kor. 15:3). De Schrift geeft verder te kennen dat het Avondmaal des Heren alle aanwezigen in de gelegenheid stelt zichzelf te onderzoeken. En dit zou vooral hun liefde voor elkaar betreffen, want Jezus zei bij die gelegenheid: „Ik geef u een nieuw gebod, dat gij elkaar liefhebt; net zoals ik u heb liefgehad, dat ook gij elkaar liefhebt. Hieraan zullen allen weten dat gij mijn discipelen zijt, indien gij liefde onder elkaar hebt.” Deze hoedanigheid liefde, die zo treffend door Jehovah God en Jezus Christus tot uitdrukking is gebracht, dient beslist alle christenen te identificeren, ongeacht welke hoop zij koesteren. — Joh. 13:34, 35.
WAAR AANWEZIG ZIJN?
De herdenking van Christus’ dood is een tijd van vreugde. Jezus kon zijn apostelen tijdens dat gezamenlijke gedenkwaardige avondmaal namelijk zeggen: „Ik heb de wereld overwonnen” (Joh. 16:33). Door zijn rechtschapenheid te bewaren, bewees Jezus dat de Duivel een leugenaar is en dat God waarachtig is, hetgeen beslist een oorzaak tot vreugde is. Deze maand zullen Jehovah’s Getuigen in meer dan 40.000 gemeenten over de gehele aarde vol blijdschap Jezus’ dood herdenken. Bent u iemand die alles wat Jehovah God en Jezus Christus voor u hebben gedaan, waardeert of er meer over wilt weten? Dan wordt u van harte uitgenodigd om op 3 april 1977, na zonsondergang, naar een van de Koninkrijkszalen van Jehovah’s Getuigen te komen ten einde u bij hen aan te sluiten in het vieren van deze herdenking van Christus’ dood, tot lof van Jehovah God en tot uw eigen geestelijke welzijn.