Zal er ooit een eind aan onrecht komen?
„DE RECHTSPLEGING die op u van toepassing is, verschilt van die welke van toepassing is op mensen met een invloedrijke positie.” Aldus verklaarde Maurice H. Nadjari, destijds buitengewoon officier van justitie in de Verenigde Staten met de opdracht de strafrechtspleging in de stad New York te onderzoeken, vorig jaar zomer in een vraaggesprek. Toen hem werd gevraagd: „Gelooft u dat er een dubbele maatstaf in deze maatschappij wordt aangelegd, één voor de edelen en een andere voor de boeren?” antwoordde Nadjari:
„Ik geloof dat dit in ons rechtsstelsel beslist het geval is. Er bestaat een dualistische rechtspleging. Eén rechtspleging voor politiek belangrijke personen en een andere voor u en mij.”
Verschaffen deze opmerkingen ook een beschrijving van wat er in uw omgeving gebeurt? Waarschijnlijk wel, want overal ter wereld zijn mensen het slachtoffer van schreeuwend onrecht. Nog afgezien van wat u misschien persoonlijk hebt meegemaakt, zult u waarschijnlijk van veel voorbeelden van onrecht gehoord hebben.
Weet u bijvoorbeeld van gevallen waarin een vooraanstaand wetgever, rechter of politicus steekpenningen aanvaardde, zijn invloed verkwanselde of de wet overtrad ten einde zichzelf te verrijken of zijn carrière te bevorderen? Werd hij hier echter eerlijk voor gestraft? Of was zijn straf veel lichter dan iemand uit een minderheidsgroepering voor een vergelijkbare misdaad zou kunnen verwachten? Om het probleem ’dichter bij huis’ te brengen: Indien aan het licht zou komen dat een invloedrijk persoon in uw omgeving de regering bijvoorbeeld ƒ 125.000 had ontvreemd, gelooft u dan dat hij dezelfde straf zou krijgen als een van uw collega’s of buren zou ontvangen wanneer hij evenveel geld had gestolen?
Het feit doet zich voor dat het „rechtsstelsel” op veel plaatsen niet werkelijk rechtvaardig is. Volgens één studie ’bleken afpersers vijf maal minder kans te lopen voor een misdaad veroordeeld te worden dan anderen’. Een andere studie bracht aan het licht „dat vooraanstaande witte-boordenverdachten gemiddeld ongeveer één jaar [in de gevangenis] doorbrengen voor elke $10 miljoen die zij stelen. . . . In tegenstelling hiermee werd aan bankrovers die enkele duizenden dollars in de wacht hadden gesleept, straffen van gemiddeld 11 jaar opgelegd, vijf maal langer [in de gevangenis] dan bankzwendelaars wier verduisteringen in de miljoenen liepen”.
Dat was in de Verenigde Staten. Indien u echter in een ander land woont, gelooft u dan dat de situatie daar veel anders is?
De meesten van ons zullen vanzelfsprekend redeneren dat deze speciale vorm van onrecht ons niet rechtstreeks zal raken, want wie van ons is van plan een bankroof te plegen of miljoenen te verduisteren? Toch kan onrecht ons op veel andere manieren treffen.
Zo zult u, ter illustratie, misschien hebben geprobeerd de een of andere wettelijke kwestie te regelen. Misschien betrof dit het verkrijgen van bepaalde reis- of gezinsdocumenten of een vergunning om veranderingen aan een gebouw aan te brengen. U voldeed aan alle wettelijke vereisten, zoals het nakomen van de bouwverordening. Maar ontving u een eerlijke en rechtvaardige behandeling? Of hangt gerechtigheid in dergelijke aangelegenheden op de plaats waar u zich bevindt af van „wie u kent”?
Wat de aard of de omvang van het onrecht ook is, wij allen hebben er genoeg mee te maken gehad. Als gevolg hiervan hebben wij allen ons waarschijnlijk afgevraagd: „Zal er ooit een eind aan onrecht komen?”
HULP BIJ HET PROBLEEM
Degenen die er moeite voor hebben gedaan enkele van de schreeuwendste openbare onrechtvaardigheden op te lossen, hebben geleerd dat dit gemakkelijker gezegd is dan gedaan. Tot de oplossingen die u misschien van de gewone man hebt gehoord, behoren:
’Zorg ervoor dat de leiders eerlijk en rechtvaardig zijn; dan zal ook de rest van de bevolking rechtvaardig zijn.’ ’Vergewis u ervan dat de rechtbanken gelijke straffen ten uitvoer leggen voor allen en niet toelaten dat gangsters en politici er gemakkelijk van afkomen.’ ’Zie erop toe dat de armen voldoende wettelijke hulp ontvangen, zodat hun recht wordt gedaan.’ ’Verhoog de straffen op het aannemen van steekpenningen, zodat degenen die autoriteit bekleden, er niet toe worden verleid het recht te verdraaien.’
Bij zulke zienswijzen ziet men echter enkele belangrijke punten met betrekking tot onrecht over het hoofd die in een bijbels verslag, dat in Lukas hoofdstuk 18 wordt aangetroffen, onder onze aandacht worden gebracht. Door kort aandacht te schenken aan dat verslag, zullen wij het probleem van het onrecht in een zeker historisch perspectief kunnen zien en zullen er kanten van de zaak worden belicht die vaak worden genegeerd.
Het verslag is een illustratie die Jezus verschafte welke gebaseerd was op dingen waarmee zijn luisteraars bekend waren. Jezus zei volgens Lukas 18:2-8:
„In een zekere stad was een zekere rechter die geen vrees voor God koesterde noch achting voor de mens bezat. Er was ook een weduwe in die stad, die aanhoudend naar hem toe ging en zei: ’Zie erop toe dat mij recht wordt verschaft ten opzichte van mijn tegenpartij in het rechtsgeding.” Een tijdlang echter wilde hij niet maar daarna zei hij bij zichzelf: ’Ofschoon ik geen vrees voor God koester noch achting voor een mens bezit, zal ik er in elk geval op toezien dat deze weduwe recht wordt verschaft, omdat zij mij voortdurend lastig valt, opdat zij niet zal blijven komen en mij tot het einde blijft vervelen.’”
Vervolgens zei Jezus:
„Hoort wat de rechter, ofschoon hij onrechtvaardig was, zei! Zal God dan niet stellig recht doen wedervaren aan zijn uitverkorenen, die dag en nacht tot hem roepen, ook al is hij lankmoedig jegens hen? Ik zeg u: Hij zal hen spoedig recht doen wedervaren. Maar wanneer de Zoon des mensen gekomen zal zijn, zal hij dan werkelijk het geloof op aarde vinden?”
Jezus sprak deze illustratie uit om te beklemtonen hoe belangrijk het is in het gebed te volharden (Luk. 18:1). Wij kunnen er echter ook meer over gerechtigheid uit leren.
In de eerste plaats dient de gelijkenis ons een evenwichtige kijk op de kwestie te geven. Waarom? Omdat erdoor te kennen wordt gegeven dat het zelfs negentien honderd jaar geleden al moeilijk was rechtvaardig bejegend te worden door een persoon die autoriteit bekleedde, zoals een door de Romeinen aangestelde magistraat. Ja, onrecht is een eeuwenoud probleem. Wie kan zeggen hoeveel verschillende menselijke regeringen en hervormingsbewegingen reeds hebben geprobeerd een eind te maken aan onrecht? Toch bestaat het nog steeds onder ons. Wanneer wij dit historische feit beseffen, kan dit ons beschermen. Hoe dat zo? Het kan ons ertegen beschermen snel enthousiast te worden voor de een of andere nieuwe menselijke krachtsinspanning om de situatie te veranderen. — Spr. 24:21.
Ook dient de gelijkenis ons duidelijk te maken dat ’s mensen Schepper, volgens de bijbel, er vol deernis belangstelling voor heeft dat allen, zelfs een nederige weduwe, rechtvaardig bejegend worden. — Deut. 10:17, 18; Ps. 33:5.
Ten slotte schenkt Jezus’ illustratie ons reden te geloven dat het beslist Gods voornemen is ’recht te doen wedervaren’.
„Ja”, zullen sommigen misschien zeggen, „maar hoe zal er een eind komen aan onrecht, en wanneer zal dit gebeuren?”