De kracht van Gods Woord in mijn leven
MIJN gedachten gaan drie jaar terug naar een tijd waarin ik in grote moeilijkheden verkeerde. Ik kende Jehovah God toen nog niet, en mijn leven vormde hier een bewijs van.
Ik bevond mij in het tweede jaar van een bijzonder wankel huwelijk. Mijn eerste huwelijk, dat was begonnen toen ik zestien jaar oud was, eindigde acht jaar later, toen mijn eerste man een gevangenisstraf moest uitzitten. Ik ontmoette mijn tweede man enkele maanden later. Na zes maanden ongehuwd samengeleefd te hebben, besloten wij te trouwen.
Mijn man en ik werkten beiden hele dagen. Hij was filiaalchef en ik deed de boekhouding voor een verzekeringsmaatschappij. Beide betrekkingen eisten al onze tijd en energie op. Onze twee kinderen (mijn kinderen uit mijn eerste huwelijk) werden het grootste gedeelte van de tijd aan de zorg van hun grootouders toevertrouwd.
De vrije tijd die wij hadden, brachten wij door met „high” te blijven door middel van LSD- of mescalinetrips en door marihuana te roken of THC te snuiven. Na een weekend op deze wijze doorgebracht te hebben, was het moeilijk op maandagmorgen weer aan de slag te gaan. Als compensatie gebruikten wij dan meestal peppillen (amfetamine) om op de been te blijven. Dit soort van leven leidde tot immoraliteit, en het zag ernaar uit dat ook dit huwelijk, het tweede voor ons beiden, op een echtscheiding zou uitlopen.
DE BIJBELSE WAARHEDEN LEREN KENNEN
In die tijd besloot een goede vriendin van mij, die ook met huwelijksproblemen te kampen had, naar Colorado (V.S.) te reizen om te zien of zij met zichzelf in het reine kon komen. Toen zij daar bij oude vrienden was, ontdekte ze dat zij de bijbel met Jehovah’s Getuigen bestudeerden. In het begin was zij sceptisch, maar toen begonnen de inlichtingen die zij haar uit de bijbel verstrekten, indruk op haar te maken.
Bij haar terugkomst zocht zij contact met de plaatselijke Koninkrijkszaal van Jehovah’s Getuigen en vroeg zij of iemand bij haar thuis wilde komen om met haar de bijbel te bestuderen. Er kwam inderdaad iemand. Hierna belde zij mij op, en dit bleek het begin te zijn van vele lange gesprekken over de bijbel.
Ten slotte nodigde mijn vriendin mij uit bij haar thuis te komen om het echtpaar te ontmoeten met wie zij studeerde. Na een uur met hen gesproken te hebben, was ik verbaasd. Zij waren helemaal geen onwetende mensen, zoals ik had gedacht. Zij waren heel geoefend in het gebruik van de bijbel. Ik kon haast niet wachten totdat mijn man hen zou ontmoeten. Hij bleek hier echter geen belangstelling voor te hebben. Hij zei me dat als ik de bijbel wilde bestuderen, dit prima was, maar dat ik hem erbuiten moest laten.
Na echter enkele bijbelse gesprekken tussen mijn vriendin en mij afgeluisterd te hebben, werd zijn nieuwsgierigheid opgewekt. Hij stemde erin toe het echtpaar te ontmoeten. Zijn reactie kwam overeen met die van mij en er werd met een bijbelstudie begonnen. Na enkele maanden besefte ik dat wat wij leerden, de waarheid was waarover de bijbel in Johannes 8:32 spreekt: „Gij zult de waarheid kennen en de waarheid zal u vrijmaken.” De waarheid heeft ons inderdaad vrijgemaakt: vrij van het gebruik van drugs, van immoraliteit en van het onbevredigende najagen van materieel gewin.
EEN KWESTIE VAN DIEFSTAL
Toen de tijd naderde dat wij onze opdracht om Jehovah God te dienen zouden symboliseren door de waterdoop te ondergaan, begon mijn geweten mij te kwellen. Er was één zonde die ik had begaan waarvan ik wist dat die in het reine gebracht moest worden. Dit was diefstal.
Door mijn positie als boekhoudster was ik belast met het volledige toezicht op de financiën en het opmaken van de maandbalans van het bedrijf. De verduistering was tijdens mijn eerste huwelijk begonnen. Mijn eerste man had zich voortdurend met illegale praktijken beziggehouden, en er was heel veel geld voor nodig geweest om te voorkomen dat hij in moeilijkheden kwam. Ten slotte was hij in de gevangenis terechtgekomen.
Toen hij naar de gevangenis ging, bleef ik met de zorg voor twee kinderen achter. Mijn inkomen was niet voldoende om al onze schulden te dekken en mijn gezin te onderhouden, en daarom stal ik.
Maar nu stond ik op het punt mijn leven aan Jehovah op te dragen, en hoewel ik niet langer stal, loog ik wanneer ik elke maand de onjuiste maandbalans overlegde. Ik wist dat ik Jehovah niet kon dienen als ik niet overeenkomstig de waarheid leefde. — Spr. 14:5.
HET PROBLEEM OPLOSSEN
Mijn man en ik legden het probleem in gebed aan Jehovah voor. Onze volgende stap was, het hele verhaal aan de christelijke ouderling te vertellen met wie wij studeerden. Ik was ervan overtuigd dat deze prachtmensen mijn daden onvergeeflijk zouden vinden. Wat kende ik Jehovah’s volk toen nog slecht! De liefde en bezorgdheid die zij jegens mij aan de dag legden, en de hulp die zij me gaven, treft men thans in de wereld beslist niet meer aan.
Er werd voor mij een afspraak gemaakt met een advocaat, zodat ik mijn probleem met hem kon bespreken. Tijdens de rit naar het advocatenkantoor en terwijl ik de lift nam naar zijn afdeling, bad ik tot Jehovah om kracht, ten einde datgene te doen waarvan ik wist dat het zijn wil was (Fil. 4:13). De advocaten waren niet verbaasd te vernemen dat ik had gestolen. Zij waren echter verbaasd dat ik mijn diefstallen wilde aangeven.
„Niemand wist er iets van”, zeiden zij. „Waarom betaalt u het niet geleidelijk aan terug?”
Ik legde uit dat ik Jehovah God wilde dienen en dat ik die dienst met een zuiver geweten moest beginnen. Zij besloten dat zij een afspraak met mijn werkgever zouden maken en hem van mijn diefstal in kennis zouden stellen. Ik moest een week wachten voordat de dag van deze bespreking aanbrak. Die week zal ik nooit vergeten! Ik bracht de nachten aan het bed van mijn kinderen door, wetend dat ik waarschijnlijk de gevangenis in zou gaan en mij afvragend wat er van hen terecht zou komen.
Mijn man is dol op hen. Hij beschouwt hen als zijn eigen kinderen, maar mijn ouders waren fel tegen ons pas gevonden geloof gekant, en ik was bang dat zij de kinderen van hem zouden afnemen. Ons huwelijk was vernieuwd nu wij bijbelse beginselen toepasten, en mijn hart brak als ik eraan dacht van mijn man gescheiden te worden.
Wij baden voortdurend tot Jehovah. Ik vroeg Jehovah of hij, als hij meende dat ik hem beter als een Getuige in de gevangenis kon dienen, mij de kracht wilde geven die wil ten uitvoer te brengen. Hoewel mijn werkgever geschokt was door mijn oneerlijkheid, bewonderde hij de eerlijkheid die ik door mijn nieuwe geloof had verkregen. Hij was zo vriendelijk er met de fraudeverzekeringsmaatschappij die borg stond voor zijn bedrijf regelingen voor te treffen dat ik het geld zou terugbetalen. Hij wilde zelfs dat ik daar bleef werken, maar de fraudeverzekeringsmaatschappij stond dit niet toe. Wij moesten acht maanden op de beslissing wachten.
Ik schrijf dit niet vanuit de gevangenis maar vanuit mijn eigen huis. Zij kwamen overeen mij deze schuld te laten terugbetalen. Niet alleen ervaren wij nu de vreugde dat onze kinderen over Jehovah leren, maar op onze afgelopen kringvergadering waren wij er getuige van dat onze zestienjarige pleegdochter haar opdracht aan Jehovah God symboliseerde. Zij had vorig jaar zomer haar schoolopleiding voltooid en is nu in de hulppioniersdienst. En in juli 1976 nam ook ik het volle-tijd getuigeniswerk op mij.
Mijn man verheugt zich er nu over een verantwoordelijke taak in de gemeente te hebben en had vorig jaar zomer gedurende zijn vakantie het voorrecht op twee districtsvergaderingen dienst te verrichten.
Wij danken Jehovah voor zijn liefderijke goedheid en vergevensgezindheid en dat hij ons toestaat Hem te dienen. Wij hebben ervaren hoe waar Psalm 144:15 is: „Gelukkig is het volk welks God Jehovah is!” — Ingezonden.