Politieke kenteringen leiden tot een overweldigende vangst in Chili
ZEEVOEDSEL is in Chili net zo gewoon als brood. Dit hoeft geen verbazing te wekken als wij ons realiseren dat de kustlijn van het land zich over een afstand van ongeveer 4265 kilometer langs de Grote Oceaan uitstrekt. De commerciële visserij is een florerende industrie. Er wordt echter ook met wonderbaarlijke resultaten in geestelijk opzicht gevist. Personen die aan deze ’visvangst’ deelnemen zijn, om het met de woorden van Jezus Christus te zeggen, „vissers van mensen” (Mark. 1:17). Jehovah’s Getuigen in Chili houden zich ijverig met deze activiteit bezig, en de resultaten zijn verbazingwekkend.
Gaat u maar na: de meeste Getuigen in dit land hebben de bijbelse waarheid pas gedurende de afgelopen drie jaar leren kennen! Gedurende de jaren 1974 en 1975 werden er ongeveer evenveel mensen gedoopt als er slechts vijf jaar geleden aan het ’vissen van mensen’ deelnamen. In oktober 1975 besteedden 16.862 personen tijd aan deze ’visserij’, en zij leidden 17.400 huisbijbelstudies, een gemiddelde van meer dan één studie per geestelijke visser.
Soms lijkt het wel alsof de „vissen” er gewoon om smeken in de geestelijke netten gevangen te worden. Neem bijvoorbeeld het geval van Eugenio, een jonge „geëmancipeerde” student. Hij was erg onder de indruk gekomen van het bijbelse gesprek dat hij met een Getuige had gehad die bij hem aan de deur was gekomen. Zonder een volgend bezoek af te wachten, besloot Eugenio dat hij Jehovah wilde dienen, en hij ging naar het nabijgelegen bijkantoor van het Wachttorengenootschap. „Ik wil een zendeling zijn en ben bereid om terstond waar maar ook naar toe gezonden te worden — naar Peru, Bolivia, het doet er niet toe, zendt u me maar ergens heen”, zei hij tegen de verbaasde receptioniste. Vermoedend dat de jongeman in moeilijkheden verkeerde met de wet, vroeg de receptioniste hem te wachten totdat zij een mannelijke Getuige had gevonden.
Er werd met Eugenio besproken dat het een heel prijzenswaardig doel is een zendeling te willen worden, maar dat hier eerst bepaalde voorbereidingen voor getroffen moesten worden. Een bijbelstudie, één uur per keer, zou hem geleidelijk aan voor deze dienst toerusten. Toen aan hem werd gevraagd welke dag hem schikte, antwoordde hij: „Wel, elke dag.” Er werden regelingen getroffen voor twee studies per week, en zes maanden later nam Eugenio zelf als een getuige van Jehovah aan de geestelijke visserij deel.
Soms stelt één bijbelstudie een keten van gebeurtenissen in werking die een grote „vis”-vangst tot gevolg heeft. Zo werd er bijvoorbeeld een huisbijbelstudie geleid bij het hoofd van een buurthuis en zijn vrouw. Toen hij de bijbelse boodschap ging waarderen, gebruikte hij zijn positie om het „goede nieuws” te verbreiden, en één voor één begonnen zijn buren belangstelling te tonen. Een van hen was Juan, een jonge verslaafde aan verdovende middelen. Hij begon Gods Woord te bestuderen en bracht zulke enorme veranderingen in zijn leven aan dat zijn moeder ertoe werd bewogen eveneens te studeren Zijn twee broers gingen meedoen en de groep werd steeds groter. Al gauw waren vijfendertig personen met de Getuigen in contact, met inbegrip van vroegere politieke fanatici, alcoholici en, net zoals Juan, verslaafden aan verdovende middelen. Toen zij hun vroegere slechte gewoonten opgaven, begonnen velen van deze mensen zelf een bijbelstudie te leiden. Dit heeft de plaatselijke katholieke priester heel erg van streek gemaakt. Hij zette samen met een non een actie tegen de Getuigen op touw, maar deze liep op een fiasco uit. Waarom ondernamen zij zo’n actie? Wel, op zekere dag kwam er voor de mis nog niet eens één persoon opdagen!
In Copiapó, een stad in het dorre noorden, kwam een spiritistische groep van ongeveer zestig personen in het huis van Angel bijeen. Zijn neef hoorde van een Getuige op zijn werk dat spiritisme in werkelijkheid demonisme is. Bevreesd ging de neef naar zijn oom toe om hem voor zijn praktijken te waarschuwen. Angel was niet van streek te brengen. Hij redeneerde: ’Hoe zou dit zo kunnen zijn als een vooraanstaande katholieke priester en ook een protestantse predikant meedoen?’ Omdat zijn neef hier zo op aandrong, beloofde Angel dat hij zich met de Getuigen in verbinding zou stellen.
Toen hij bij de Koninkrijkszaal aankwam, ontmoette hij een man in werkkleding. „Dit zal wel de onderhoudsman zijn die de zaal schoonhoudt voor de ’gringo’s’”, dacht hij bij zichzelf. Wat was hij verbaasd te bemerken dat hij met een ouderling van de gemeente sprak! Er werd Angel snel aan de hand van de bijbel aangetoond waarom hij zijn spiritistische praktijken vaarwel moest zeggen. Overtuigd, besloot hij niets meer met het demonisme te maken te hebben. Toen hij weer thuis was, kreeg hij bezoek van de priester. Verbaasd over Angels besluit, wilde de priester in contact treden met de geesten om te horen hoe zij over deze kwestie dachten. Maar Angel weigerde hiermee akkoord te gaan, omdat hij wist dat God dit verfoeilijk vond waarna de priester vroeg: „Heb je soms met Jehovah’s Getuigen gesproken?” Dit alles heeft tot resultaat gehad dat de waarheid aan geheel Angels familie en aan twintig leden van de spiritistische groep werd onderwezen.
REGELINGEN VOOR VERGADERPLAATSEN
Wegens de uitstekende reactie onder de bevolking van Chili, is er een behoefte ontstaan aan nieuwe vergaderplaatsen. Jehovah’s Getuigen hebben er derhalve ijverig moeite voor gedaan om ondanks het probleem van een versnellende inflatie hun eigen Koninkrijkszalen te verkrijgen.
Neem bijvoorbeeld het geval van de gemeente Puerto Montt in het zuiden van Chili. Deze gemeente hield de vergaderingen altijd tussen automobielen en gereedschap, in een garage — een bijzonder ongerieflijke plaats in de winter, wanneer striemende winden en een ijskoude regen heel goed voelbaar waren. Toen deed zich een gelegenheid voor om in een mooie omgeving een gebouw te kopen. De prijs was echter erg hoog en het geld moest snel op tafel komen. De Getuigen droegen bij wat zij konden. Maar er was nog steeds niet genoeg. Daarom werden er sieraden geschonken; zelfs trouwringen werden niet gespaard. Een Getuige reisde naar Santiago, de hoofdstad, waar de sieraden werden verkocht. Aldus was er ten slotte genoeg geld beschikbaar om het gebouw contant te betalen.
Vier uur reizen ten noorden van Puerto Montt ligt de schilderachtige stad Valdivia. Hier konden de Getuigen vlak bij het belangrijkste plein van de stad een stuk grond bemachtigen, waar zij een prachtige zaal gingen bouwen. Zij reisden naar Puerto Montt en staken daar in veerboten naar het eiland Chiloé over om voor de palen die zij nodig hadden hoge boomstammen uit het bos te halen. Met veel moeite werden deze boomstammen naar Valdivia vervoerd, waar ze met nog meer moeite de grond werden ingeslagen om voor de zaal het juiste fundament te verschaffen dat volgens de bouwbepalingen van de stad noodzakelijk was. Aangezien de Getuigen slechts over weinig moderne bouwwerktuigen beschikten, deden zij bijna alles door louter mankracht. Ruim twee jaar later was de prachtige zaal gereed. „De Koninkrijkszaal van Jehovah’s Getuigen vormt een architectonische bijdrage voor Valdivia”, werd in het plaatselijke nieuwsblad opgemerkt.
EEN BIJZONDER CONGRES
Het succes van de geestelijke visserijactiviteiten trad vooral aan het licht tijdens het internationale „Goddelijke zegepraal”-congres dat in januari 1974 in het Santa-Laurastadion werd gehouden. Dat er in die tijd zo’n grote bijeenkomst gehouden kon worden, is werkelijk een wonder te noemen. Slechts vier maanden voordien was de regering door de militaire macht overgenomen. De toestanden waren buitengewoon instabiel en het land verkeerde nog in de staat van beleg. Er werden weinig vergaderingen toegestaan, laat staan een groot congres met ruim 20.000 aanwezigen in een groot stadion. Op de een of andere manier werd er echter toestemming verleend voor een kringvergadering, die één maand na de machtsovername in Santiago zelf werd gehouden en door ongeveer 4000 personen werd bijgewoond. Aldus was er een basis gelegd voor het verkrijgen van toestemming voor het houden van een veel grotere, internationale vergadering.
Het hele voorafgaande jaar waren de verwachtingen overal in het land hoog gespannen. Niemand wilde het ’grote congres’ missen. Om de reis te financieren, verkochten veel Getuigen hun meubilair en sommigen zelfs hun huis.
Uit het noorden kwamen 1300 Getuigen, met inbegrip van kinderen en baby’s, in een uit acht wagons bestaande speciale trein. Aangezien dit traject uit smalspoor bestaat, had de trein er drie dagen voor nodig om door de hete woestijn te reizen. Eindelijk liep de afmattende, vier en een halve dag durende reis ten einde en reed de trein nadat de avondklok van kracht was, het station van Santiago binnen.
Als de avondklok van kracht is, mag niemand het station verlaten. De soldaten die daar op wacht stonden, zeiden dat de mensen meestal weigeren te gehoorzamen, in de gedachte verkerend dat zij op de een of andere manier toch hun eindbestemming kunnen bereiken. De soldaten waren daarom gewend in de lucht te schieten en de honende mensenmenigte weer in de spoorwagons terug te dringen om er de nacht door te brengen.
De Getuigen uit Santiago, die de situatie kenden, wachtten hun geestelijke broeders en zusters op het eindstation met voedsel, koffie en eerstehulpmateriaal op. Tot verbazing van de wachten verlieten de vermoeide Getuigen de trein op ordelijke wijze. Voor enkele volwassenen en kinderen die medische aandacht nodig hadden, werden regelingen voor ambulances getroffen. De overige Getuigen gingen rustig in gezinsgroepjes bij elkaar zitten om aldus de nacht door te brengen. Al gauw begonnen zij te zingen en zelfs de wachten lieten zich niet onbetuigd. De volgende dagen namen de Getuigen te Santiago deze congresgangers in hun huis op.
De dag vóór het begin van het congres had de plaatselijke commissaris van politie gezegd dat Jehovah’s Getuigen alom wegens hun ordelievendheid bekendstonden en dat er geen problemen werden verwacht. Hij maakte zich alleen zorgen over het verkeer. Op het congres waren wegens veiligheidsredenen echter toch politieagenten aanwezig, aangezien de situatie in het land erg onrustig was. Deze bewapende politieagenten lieten hun gespannen en waakzame houding echter al gauw varen. Zij namen de uitnodiging aan om in de cafetaria te eten, zetten hun wapens tegen de muur en genoten te midden van duizenden congresgangers van hun maaltijd.
Op dit congres werden 1502 personen gedoopt, terwijl op de laatste dag ruim 21.000 personen aanwezig waren.
Het congres maakte een grote indruk op de inwoners van Santiago. Dit werd weerspiegeld door de vele gunstige commentaren die in de kranten verschenen: „De Getuigen, die gemakkelijk te herkennen zijn aan hun vriendelijkheid en weigering aan de slordige mode mee te doen (zij staan zelfs hun tieners niet toe lang haar te dragen), verzekeren ons dat zij geen problemen hebben met de generatiekloof.” „De resultaten van . . . een goede organisatie zijn zichtbaar. Er heersen een orde en reinheid die ongewoon zijn voor bijeenkomsten die zo goed worden bezocht.” „Er kan beslist gezegd worden dat deze religie meer aanhangers heeft dan sommige van de sportclubs, die tot nu toe niet zoveel mensen naar dit stadion hebben weten te trekken.” Buitenstaanders vinden de „vis”-vangst dus ook overweldigend, en niet alleen gezien de aantallen, maar ook wat het gedrag betreft.
WAAROM IS DE „VISSERIJ” ZO PRODUKTIEF?
Waaraan schrijven wij zulke wonderbare zegeningen onder de christelijke getuigen van Jehovah in Chili toe? Er zijn vele factoren. In het geval van letterlijke vissers, moeten de „wateren” goed zijn. Het schijnt dus dat de politieke kenteringen tot de geestelijke vangst hebben bijgedragen.
Gedurende een lange tijd heeft de politieke atmosfeer in Chili tot de meest stabiele behoord in geheel Zuid-Amerika. Plotseling kwam hier verandering in. In vijf jaar tijd hebben de Chilenen drie regeringsvormen meegemaakt die alle radicaal van elkaar verschilden. De politieke beroering heeft teleurstelling tot gevolg gehad. Dit heeft ertoe geleid dat veel mensen de bijbelse boodschap over een volmaakte regering in handen van Jezus Christus zowel aantrekkelijk als redelijk vinden.
Bovendien is de economische situatie nog nooit zo precair geweest, ondanks Chili’s rijke landbouwgronden en natuurlijke hulpbronnen. Inflatie en werkloosheid doen de mensen beseffen dat men zelfs met hard werken en het brengen van offers maar moeilijk vooruit kan komen.
De belangrijkste factor die tot een gunstige geestelijke visvangst heeft bijgedragen, is echter het falen van de kerken. Mensen die zich jarenlang aan de religieuze stelsels hadden onderworpen, zijn ruw ontwaakt. Het heeft hen teleurgesteld te zien dat religieuze leiders eerst de ene regering ondersteunden en zegenden en zich vervolgens, enkele dagen later, uitspraken ten gunste van de volgende regering, die lijnrecht met de voorgaande in strijd was.
Jehovah’s Getuigen hebben zich echter anders gedragen. Gedurende de dagen die onmiddellijk op de machtsovername volgden, werden zij met rust gelaten, aangezien het welbekend was dat zij zich niet met de politiek van het voormalige communistische regime hadden ingelaten. Toen door de arrestatie van communistische activisten in fabrieken en bedrijven kritieke vacatures ontstonden, werden de Getuigen onder de werknemers vaak in sleutelposities geplaatst. In één geval arriveerden op de ochtend van de staatsgreep soldaten bij het huis van een Getuige om hem te vragen hoe lang het hem zou kosten de plaatselijke olieraffinaderij in werking te stellen. Zij konden geen van de andere mannen die hiertoe in staat was, vertrouwen!
’s Ochtends vroeg werden er door legereenheden razzia’s uitgevoerd waarbij hele wijken systematisch op wapens en dergelijke werden onderzocht. Vaak werden huizen waarvan men wist dat er Getuigen woonden, gewoon overgeslagen. Eén soldaat merkte op toen hij de publikatie De waarheid die tot eeuwig leven leidt uit een boekenkast haalde: „Als iedereen datgene wat in dit boek geschreven staat, zou lezen en beoefenen, zouden wij deze huiszoekingen niet hoeven te doen.”
De tegenstelling tussen Jehovah’s Getuigen en de religies van de christenheid is niet onopgemerkt gebleven. Oprechte personen, die er genoeg van hadden politieke preken te horen, hebben bemerkt dat hun geestelijke behoeften ten slotte werden bevredigd toen zij zich bij Jehovah’s Getuigen aansloten.
Zijn Jehovah’s Getuigen in Chili ’verbaasd’, net zoals Petrus dit was als gevolg van een wonderbare vangst van letterlijke vissen? Zij zijn inderdaad verbaasd, maar wat belangrijker is, zij zijn ook vastbesloten om profijt te trekken van deze visrijke „wateren” door ermee voort te gaan mensen levend te vangen, opdat zij eeuwig leven kunnen verwerven. — Luk. 5:4-11, Nieuwe Vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap.