Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w77 15/2 blz. 127-128
  • Vragen van lezers

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Vragen van lezers
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1977
  • Vergelijkbare artikelen
  • Balsemen
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Balsemen — Iets voor christenen?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2002
  • Balsemen
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • De dood vulde mijn leven
    Ontwaakt! 1983
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1977
w77 15/2 blz. 127-128

Vragen van lezers

● Moet de balseming van Jakob beschouwd worden als een precedent dat christenen dienen na te volgen, of waarom werd dit gedaan?

Er zijn geen bewijzen voorhanden waaruit blijkt dat het balsemen van Jakob als een voorbeeld voor ware aanbidders moest dienen. Het schijnt veeleer gedaan te zijn als een bewijs van het vertrouwen in Gods belofte om Abrahams zaad een land te geven.

Toen Jakob in Egypte stierf, liet zijn zoon Jozef het lichaam door Egyptische artsen balsemen (Gen. 50:2, 3). Onder de oude Egyptenaren was balsemen gebruikelijk. Zij deden dit klaarblijkelijk op grond van hun geloof dat het geconserveerde lichaam noodzakelijk was opdat de ziel van de persoon er uiteindelijk weer mee verbonden kon worden. Natuurlijk hebben noch Jakob noch Jozef de heidense leerstelling van de onsterfelijkheid van de ziel aanvaard. Beiden hingen de juiste zienswijze aan dat de doden die voor Gods voorziening in aanmerking komen, naar Sjeool gaan, het gemeenschappelijke graf van de mensheid, waaruit God hen na verloop van tijd zal opwekken (Gen. 37:35; 42:38; Hebr. 11:21, 39, 40). Waarom liet Jozef Jakob dan balsemen?

Jehovah God had met Abraham het verbond gesloten dat zijn zaad of nakomelingen het land Kanaän, het Beloofde Land, zouden ontvangen (Gen. 15:16-21). Nog voordat dat zaad het land beërfde, werden Abraham en Isaäk aldaar in een familiegraf begraven. Toen Jakob op sterven lag, woonden hij en zijn gezin echter in Egypte. Had hij zijn geloof in Gods belofte verloren en de conclusie getrokken dat de Hebreeën voorgoed in Egypte zouden blijven wonen? Beslist niet. Hij liet Jozef beloven hem bij zijn vaders in Kanaän te begraven. Jakob gaf aldus blijk van zijn vertrouwen dat God Abrahams nakomelingen dat land zou geven. — Gen. 49:29-33.

Om Jakobs verzoek in te willigen, moest Jozef het lichaam naar het land Kanaän meenemen. Maar als er geen voorzorgsmaatregelen werden getroffen, zou het lichaam tot ontbinding overgaan voordat de lange, hete reis voltooid zou zijn. Door echter gebruik te maken van de vaardigheid die de Egyptenaren in het balsemen hadden, kon Jozef het lichaam conserveren totdat zijn vader begraven kon worden in het land dat Jakobs nakomelingen zouden beërven. — Gen. 50:2, 3, 7-14.

Ongeveer vijfenvijftig jaar later vroeg Jozef zelf of men zijn beenderen wilde meenemen als God de Israëlieten uiteindelijk uit Egypte zou voeren. Jozef toonde aldus dat ook hij ervan overtuigd was dat God Zijn belofte dat hij Abrahams zaad een land zou geven, zou vervullen. Vandaar dat ook Jozef in Egypte werd gebalsemd, terwijl zijn overblijfselen gedurende de exodus uit dat land werden meegenomen. — Gen. 50:25, 26; Joz. 24:32; Hebr. 11:22.

Hoewel de Hebreeën in latere geslachten de begrafenis van een overledene als een belangrijke handeling beschouwden, zijn er geen bewijzen voorhanden dat zij hun doden balsemden (1 Kon. 2:31; 2 Kon. 13:21; Ps. 79:1-3; Jer. 16:4). In plaats dat de Hebreeën Egyptische balsemtechnieken toepasten, waarbij het lichaam vele wekena achtereen behandeld moest worden, begroeven zij hun doden snel na de dood, zelfs nog op dezelfde dag. — Deut. 21:23; Gen. 50:2, 3.

Dat is ook met Jezus gebeurd. Hij werd begraven op de dag dat hij stierf. Wat werd er vóór de begrafenis met zijn lichaam gedaan? Wij lezen: „Zij . . . namen het lichaam van Jezus en bonden het met de specerijen in windsels, zoals bij de joden gebruikelijk is ter voorbereiding voor de begrafenis” (Joh. 19:40). En hoewel sommige discipelen na de sabbat naar zijn graf kwamen om uitwendig enkele specerijen op het lichaam aan te brengen, werd er duidelijk geen poging gedaan om zijn lichaam door een lange behandeling met bederfwerende middelen te balsemen, zoals in Egypte werd gedaan. Dat de ’gebruikelijke voorbereiding voor de begrafenis’ die bij Jezus werd toegepast, niet de conservering of balseming ten doel had, blijkt uit het geval van Lazarus. Hoewel zijn lichaam naar alle waarschijnlijkheid op de normale wijze was behandeld, verwachtten zijn familieleden dat zijn lichaam tegen de vierde dag na de dood reeds tot ontbinding zou zijn overgegaan en zou ruiken. — Joh. 11:39.

De vroege christenen schijnen de joodse begrafenisgewoonten over het algemeen te hebben gevolgd. Dat betekende dat zij hun doden snel begroeven, zonder hun toevlucht te nemen tot uitgebreide balsemingsprocedures (Hand. 5:5-10; 9:37). Er is dus niets waardoor te kennen wordt gegeven dat Jakobs nakomelingen of de eerste christenen de balseming van Jakob of Jozef als een precedent beschouwden dat zij moesten navolgen.

In de meeste delen der aarde behoort balseming thans niet tot de normale behandeling van de doden. In sommige gevallen zou een dergelijke conservering echter wettelijk vereist kunnen worden, zoals wanneer het lichaam niet onmiddellijk begraven zal worden of als het over een lange afstand vervoerd moet worden. In de Verenigde Staten zullen begrafenisondernemers een lichaam gewoonlijk balsemen, ook al wordt het onmiddellijk begraven of zal het gecremeerd worden. Wanneer de wet dit niet vereist, kunnen de familieleden van de overledene, om onnodige uitgaven te vermijden of wegens andere persoonlijke redenen, het balsemen echter achterwege laten.

De balseming van Jakob en Jozef behoeft dus niet als een model beschouwd te worden dat christenen moeten navolgen. Het is echter opmerkenswaardig dat God niets in zijn Woord liet opnemen waaruit blijkt dat hij hun balseming afkeurde. Christenen behoeven dus niet te denken dat er iets onschriftuurlijks wordt gedaan als omstandigheden balseming noodzakelijk maken.

[Voetnoten]

a Gedurende een periode van verscheidene weken gebruikten de Egyptenaren speciale kruiden en legden het lichaam in natron (natriumcarbonaat), opdat het lijk jarenlang, zelfs eeuwenlang, niet tot ontbinding zou overgaan.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen