Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w76 1/11 blz. 663-664
  • Voor christenen te Korinthe worden ’dingen rechtgezet’

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Voor christenen te Korinthe worden ’dingen rechtgezet’
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1976
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • DE BELANGRIJKERE DINGEN
  • ZELFBEHEERSING EN LIEFDE
  • Bijbelboek nummer 46 — 1 Korinthiërs
    „De gehele Schrift is door God geïnspireerd en nuttig”
  • Korinthiërs. de brieven aan de
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Bijbelboek nummer 47 — 2 Korinthiërs
    „De gehele Schrift is door God geïnspireerd en nuttig”
  • Hoofdpunten uit de brieven aan de Korinthiërs
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2008
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1976
w76 1/11 blz. 663-664

Voor christenen te Korinthe worden ’dingen rechtgezet’

TOEN de apostel Paulus aan zijn vriend Timótheüs schreef, verklaarde hij dat de geïnspireerde Schriften nuttig zijn om „terecht te wijzen, dingen recht te zetten, streng te onderrichten in rechtvaardigheid” (2 Tim. 3:16). Zijn eerste geïnspireerde brief aan de gemeente te Korinthe, die omstreeks 55 G.T. vanuit Éfeze werd geschreven, heeft er inderdaad toe bijgedragen zowel „dingen recht te zetten” als die christenen in Korinthe terecht te wijzen en streng te onderrichten.

Ongeveer vijf jaar voordien, omstreeks 50 G.T., had Paulus deze gemeente gedurende zijn tweede zendingsreis zelf opgericht. Zoals reeds zo vaak was gebeurd, verwekte zijn prediking onmiddellijk tegenstand. Maar toen verscheen de Heer Jezus hem in een nachtvisioen en zei hem dat hij van bescherming en succes verzekerd kon zijn, want hij had, zoals hij opmerkte, „veel volk in deze stad” (Hand. 18:5-11). En dit bleek inderdaad zo te zijn, om welke reden Paulus anderhalf jaar in Korinthe bleef. Terecht kon hij tot die Korinthiërs zeggen: „Ik [ben] uw vader geworden door middel van het goede nieuws.” — 1 Kor. 4:15.

Paulus’ eerste brief aan hen staat vol met belangrijke inlichtingen die gedurende de afgelopen negentien eeuwen bijzonder nuttig zijn geweest voor christenen. Hij beantwoordt hierin een aantal vragen die de Korinthische christenen hadden gesteld. Ook besteedt hij aandacht aan hun problemen waarover hij berichten had ontvangen.

Zij hadden Paulus onder andere vragen gesteld over de ongehuwde staat, het huwelijk en het uiteengaan van huwelijkspartners. In zijn antwoord toonde Paulus aan dat hoewel de ongehuwde staat ideaal was, men er met het oog op het algemeen voorkomen van seksuele immoraliteit toch verstandig aan deed het huwelijk te kiezen; men kan beter gehuwd zijn dan van hartstocht te branden. Gehuwde christenen dienen elkaar te geven wat hun in het huwelijk toekomt en dienen een ongelovige partner niet te verlaten wanneer deze er tevreden mee is met zijn of haar christelijke huwelijkspartner samen te leven. Degenen die een huwelijk aangaan, dienen alleen met medegelovigen te trouwen. — 1 Kor. 7:1-40.

De Korinthische christenen hadden ook vragen gesteld over vlees dat aan afgoden was geofferd. Paulus verzekerde hen ervan dat afgoden niets waren en dus geen uitwerking op voedsel konden hebben. Indien het eten van zulk voedsel een zwakkere broeder echter tot struikelen zou brengen, zou het beter zijn dit niet te eten, want wij zijn niet slechts op ons eigen voordeel uit, maar op dat van anderen. Ja, ’of wij nu eten of drinken, wij moeten alles tot Gods heerlijkheid doen’ (1 Kor. 8:1-13; 10:18-33). Paulus’ raad met betrekking tot de uitoefening van gezag als hoofd, de rol van de vrouw in de gemeente, het spreken in talen en de wijze waarop gemeentevergaderingen geleid moeten worden, schijnt een antwoord gevormd te hebben op vragen die uit Korinthe afkomstig waren. Er waren echter nog meer kwesties, maar die konden volgens Paulus wachten totdat hij hen opnieuw bezocht. — 1 Kor. 11:34.

DE BELANGRIJKERE DINGEN

Het is werkelijk ironisch — en toch zo eigen aan de menselijke aard — dat de bovengenoemde kwesties waarover men Paulus vragen had gesteld lang niet zo belangrijk waren als die waarover hij berichten had ontvangen, want deze baarden hem werkelijk zorgen. Eigen aan de menselijke aard? Ja, want deze is geneigd zich meer om de vorm en het uiterlijk te bekommeren dan om het wezen der dingen en dat wat onder de oppervlakte ligt. — Matth. 23:23.

Paulus was bedroefd omdat er verdeeldheid onder hen heerste doordat zij zich op persoonlijkheden beroemden. Als gevolg hiervan ’bestond Christus verdeeld’ onder hen! Maar Christus, en niet een van hun leraren, was voor hen gestorven! God doet alles groeien; Paulus en Apollos konden slechts planten en water geven! Vervolgens legde Paulus er de nadruk op dat de wijsheid van deze wereld dwaasheid is bij God en dat niemand enige reden tot roemen heeft. Waarom niet? Omdat iemand alles wat hij heeft, aanvankelijk zelf heeft ontvangen! Als gevolg van hun vleselijke gedachtengang waren zij zelfs als koningen gaan regeren! — De hoofdstukken 1 tot en met 4.

Paulus was ook erg verontrust over een geval van grove immoraliteit in hun midden. Hij wond er geen doekjes om. ’Een klein beetje van zulk zuurdeeg doet het gehele deeg gisten’, en daarom moesten zij ’de goddeloze man uit hun midden wegdoen’! (1 Kor. 5:1-13) Paulus had ook gehoord dat zij elkaar voor wereldse rechtbanken sleepten. Toch waren er onder hen beslist mannen die over zulke kwesties recht konden spreken, vooral aangezien de heiligen zelfs de engelen zullen oordelen. Zou het bovendien niet beter zijn om van de zijde van een broeder onrecht te lijden dan hem voor het gerecht te dagen? (1 Kor. 6:1-8) Aangezien dergelijke dingen in hun gemeente voorkwamen, wekt het geen verbazing dat Paulus hen ook moest berispen met betrekking tot de wijze waarop sommigen het Avondmaal des Heren vierden. Sommigen gebruikten de bijeenkomst zelfs om vóór de viering in zulk een mate te eten en te drinken dat zij niet de betekenis van het Avondmaal des Heren onderscheidden. — 1 Kor. 11:17-34.

Doordat sommigen van hen zeiden dat „er geen opstanding van de doden is”, werd Paulus ertoe gebracht deze leer uitvoerig te bespreken, waarvoor christenen sindsdien bijzonder dankbaar zijn geweest. Hij stelde vast dat Jezus uit de doden was opgewekt, waardoor onomstotelijk werd bewezen dat er een opstanding is. Vervolgens toonde Paulus aan hoe belangrijk de opstandingshoop is en verschafte hij verdere details met betrekking tot de tijd en de wijze waarop de opstanding zal plaatsvinden. Heel passend besloot hij die voortreffelijke uiteenzetting door tot handelen aan te sporen: „Dientengevolge, mijn geliefde broeders, wordt standvastig, onwrikbaar, altijd volop te doen hebbend in het werk van de Heer, wetend dat uw arbeid niet tevergeefs is in verband met de Heer.” — 1 Kor. 15:1-58.

ZELFBEHEERSING EN LIEFDE

Behalve het bovenstaande bevat Paulus’ eerste brief aan de Korinthische christenen vele andere juwelen om hen en alle christenen na hen te helpen betere navolgers van Paulus te zijn, evenals hij dit was van Christus (1 Kor. 11:1). Hij schrijft dan ook: „Ik ben hard voor mijn lichaam en leid het als een slaaf, om niet, na tot anderen te hebben gepredikt, zelf op een of andere wijze afgekeurd te worden” (1 Kor. 9:27). Hij zegt hun ronduit: „Wat! Weet gij niet dat onrechtvaardigen Gods koninkrijk niet zullen beërven? Wordt niet misleid. Noch hoereerders, noch afgodendienaars, noch overspelers . . . zullen [het] beërven. . . . Toch zijn sommigen van u dat geweest” (1 Kor. 6:9-11). En na enkele van de slechte dingen opgesomd te hebben die de Israëlieten in de wildernis hadden gedaan, zegt Paulus hun dat „deze dingen . . . hun [bleven] overkomen als voorbeelden en ze werden opgeschreven tot een waarschuwing voor ons . . . Wie daarom denkt te staan moet oppassen dat hij niet valt.” — 1 Kor. 10:1-12.

En wat schrijft Paulus een schitterende dingen over liefde: „Liefde bouwt op”! (1 Kor. 8:1) Meer dan dat, „liefde is lankmoedig en vriendelijk. De liefde is niet jaloers, ze snoeft niet, wordt niet opgeblazen, gedraagt zich niet onbetamelijk, zoekt niet haar eigen belang, wordt niet geërgerd. Ze rekent het kwade niet aan. Ze verheugt zich niet over onrechtvaardigheid, maar verheugt zich met de waarheid. Ze verdraagt alle dingen, gelooft alle dingen, hoopt alle dingen, verduurt alle dingen. De liefde faalt nimmer”. Wat een maatstaf om naar te streven! — 1 Kor. 13:4-8.

Gods heilige geest inspireerde Paulus er beslist toe de Korinthische christenen in zijn tijd en alle christenen nadien voortreffelijke raad te geven, opdat zij allen ’staande’ kunnen blijven en ’niet zullen vallen’. — 1 Kor. 10:12.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen