Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w76 1/11 blz. 645-647
  • Ik leefde om te vliegen

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Ik leefde om te vliegen
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1976
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • GROTE LIEFDE VOOR VLIEGEN
  • BESTAAT ER EEN GOD MET EEN VOORNEMEN?
  • EEN INGRIJPENDE BESLISSING
  • GEZEGEND IN MIJN BESLUIT GOD TE DIENEN
  • Oud worden en toch jong blijven
    Ontwaakt! 1981
  • Ik stortte neer en ging toch weer vliegen
    Ontwaakt! 1991
  • Eens een soldaat van de keizer, nu een soldaat van Christus
    Ontwaakt! 1973
  • Op zoek naar een reden om te leven
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1984
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1976
w76 1/11 blz. 645-647

Ik leefde om te vliegen

HET is laat in de winter van 1960 — om precies te zijn, de ochtend van 10 maart 1960. Ik meld me bij de verkeerstoren in Büchel in de Eifel (Duitsland) en vraag om landingsinstructies. Prompt komt het antwoord: „A.B. 234 vrij om te landen.” Dan wordt mij het nummer van de landingsbaan en de windsnelheid en -richting opgegeven.

Ik verricht de gebruikelijke handgrepen voor het verminderen van vaart. De aarde schiet omhoog naar mij toe. Ik neem gas weg, zwenk en raak de grond. Aan het eind van de landingsbaan draai ik om naar het parkeergedeelte. Het gieren van de straalmotor wordt zachter en stopt ten slotte. Ik maak m’n parachuteriem los en klim uit de bommenwerper type F-84-F.

Dit is m’n laatste vlucht. Nooit zal ik meer een „knuppel” in mijn hand nemen om een gevechtsvliegtuig te besturen. Dat was mijn besluit in de late winter van 1960 en daar sta ik nog steeds achter.

GROTE LIEFDE VOOR VLIEGEN

Wanneer u bedenkt hoeveel ik van vliegen hield, zult u begrijpen welk een moeilijke beslissing dit voor mij was. Als kind keek ik met verlangende ogen naar elk vliegtuig in de lucht. Toen ik zes of zeven jaar was, namen mijn ouders mijn broers en mij mee naar een vliegveld bij ons in de buurt, in Gleiwitz (Duitsland). Gefascineerd keek ik naar het landen en opstijgen van de vliegtuigen. Mijn ouders hadden hun handen vol om mij van het vliegveld vandaan te houden. Vliegen werd mijn grootste wens.

In 1939, toen ik net dertien jaar oud was brak de Tweede Wereldoorlog uit. Het speet mij dat ik niet in de gelegenheid zou zijn mij als een gevechtspiloot te onderscheiden, want we waren er toen allemaal van overtuigd dat de oorlog spoedig zou eindigen. De oorlog woedde echter langer dan werd verwacht. Ik sloot me aan bij de Hitler-jeugd, zoals van bijna alle jonge jongens werd geëist. Hier opende zich de gelegenheid om een vooropleiding in vliegen te krijgen, en ik greep die snel aan. Ik leerde een zweefvliegtuig besturen. Mijn droom, mijn doel, scheen in vervulling te gaan. Mijn enthousiasme voor vliegen groeide.

Met toestemming van mijn ouders gaf ik mij op zestienjarige leeftijd vrijwillig voor de Duitse luchtmacht op. Ik legde alle proeven met succes af en werd begin 1944 opgeroepen voor de officiersopleiding. Toen ik mijn vliegbrevet kreeg, was de oorlog echter bijna afgelopen. Duitslands befaamde Luftwaffe had ontzaglijk veel vliegtuigen verloren en ik heb nooit de kans gekregen om een gevechtsvliegtuig in een gevecht te besturen. Ik werd gevangen genomen en kwam ten slotte in het krijgsgevangenkamp Munsterlager terecht.

Het leek erop dat mijn kans om te vliegen voorgoed verkeken was, aangezien Duitsland na de oorlog een slechte tijd beleefde. Na uit het krijgsgevangenkamp te zijn teruggekeerd, ging ik in de zoutmijnen werken om extra levensmiddelenbonnen te krijgen. In 1949 was ik getrouwd en mijn baan stelde mij ten minste in staat om mijn gezin aan het eten te houden. Het werk in de mijnen bevredigde mij echter allerminst. Ik had nog steeds de verterende wens te vliegen en keek verlangend naar de snelle Engelse en Amerikaanse gevechtsstraalvliegtuigen die boven mijn hoofd zoemden. Toen ik in 1954 dan ook het nieuws hoorde dat Duitsland weer bewapend zou worden en weer een luchtmacht zouden krijgen, was ik overgelukkig.

Ik greep de kans aan en solliciteerde bij de luchtmacht. Met goed gevolg doorstond ik de nieuwe bekwaamheidsproeven en de medische keuring en werd aangenomen. In juni 1956 werd ik tot tweede luitenant bij de nieuwe Duitse luchtmacht benoemd. Nu leerde ik moderne straalvliegtuigen besturen. Na voltooiing van mijn opleiding werd ik tot kapitein bevorderd en werd ik vlieginstructeur en testpiloot.

Wat een geweldig verschil! Eerst was ik 600 meter onder de grond in de mijnen en nu was ik 15.000 meter hoog in de lucht. Ik had het doel van mijn dromen bereikt. Mijn toekomst zag er rooskleurig uit. Mijn kostje scheen gekocht. Wie kon mij vanuit die hoogten neerhalen?

BESTAAT ER EEN GOD MET EEN VOORNEMEN?

Mijn ouders waren inmiddels van Saksen in Oost-Duitsland naar de Duitse Bondsrepubliek verhuisd. Toen zij nog in Saksen woonden, waren zij de bijbel met Jehovah’s Getuigen gaan bestuderen en hadden na verloop van tijd de bijbelse waarheden die zij leerden, aanvaard. Nadat zij naar Cochum, niet ver van waar mijn vrouw en ik woonden, waren verhuisd, bezochten zij ons dikwijls en spraken dan met ons over de schitterende toekomsthoop die zij hadden gekregen. Maar ik lachte gewoon om hun denkbeelden van een vredige nieuwe aarde. Waarom?

Om te beginnen wist ik hoe onrealistisch een dergelijk vooruitzicht leek, aangezien ik in de positie verkeerde te weten hoe zwaar de natiën zich met vernietigingswapens bewapenden. Bovendien hadden mijn ouders me een rooms-katholieke opvoeding gegeven en ik was niet van zins nu te veranderen. Ik was van mening dat mijn vader gewoon oud werd en alleen maar bij zulke profeten als Jehovah’s Getuigen zijn heil zocht.

Niettemin brachten mijn ouders een bijbel voor me mee, en daar zij het mij vroegen, begon ik erin te lezen. Ik moet echter toegeven dat ik er geen woord van snapte. Bij hun volgende bezoek gaf ik hun de bijbel terug met de opmerking dat geen zinnig mens hem kon begrijpen. Ik was gewoon niet bereid naar God te luisteren.

Maar telkens als ik met mijn ouders samen was, ontsponnen zich discussies over de Almachtige God Jehovah en over zijn voornemen. Zij beweerden dan dat Jehovah God voornemens was een nieuwe ordening te scheppen en dat zijn aardse onderdanen dan eeuwig leven konden genieten op een tot een paradijsachtige schoonheid herstelde aarde. Een zo’n gesprek irriteerde mij dermate dat ik zei: „De God die mij zover kan krijgen dat ik ’t vliegen eraan geef, moet nog geboren worden.”

Mijn ouders waren echter geduldig. Vooral mijn vader gaf het niet op mij logische bewijzen te geven dat er, wilde ons leven enige zin hebben, wel een Almachtige Schepper moest zijn. Ik moest toegeven dat het werkelijk redelijk leek dat God er de een of andere bedoeling mee gehad moet hebben om ons en ons aardse tehuis te scheppen. Vooral mijn vrouw begon onder de indruk te komen van mijn vaders argumenten. Zij zei tegen mij: „Je kunt niets weerleggen. Wat Jehovah’s Getuigen zeggen, klinkt waar en logisch.”

Ik begon me af te vragen: Zou dit werkelijk de waarheid kunnen zijn? Wat is het doel van het leven?

Langzamerhand begon ik de dingen in een ander licht te zien. Op een middag gingen we weer bij mijn ouders op bezoek. Ditmaal hadden zij ervoor gezorgd dat ik naar een op een band opgenomen bijbelse toespraak kon luisteren. Het was een bespreking over het loskoopoffer. Er werd speciaal de nadruk gelegd op Jehovah’s liefde en de liefde van zijn Zoon Jezus Christus. Ik begreep er de helft niet van. Toch sorteerde de lezing effect. Vanaf die tijd zei ik in gesprekken met Jehovah’s Getuigen vaak: „Kon ik ’t maar allemaal geloven.”

Op een dag kwam er een speciale vertegenwoordiger van Jehovah’s Getuigen bij ons aan de deur. Ik stemde toe in een bijbelstudie, want ik begon te beseffen dat er meer stak achter wat de Getuigen zeiden dan ik aanvankelijk had gedacht. We begonnen de bijbel te bestuderen, met behulp van het bijbelstudiehulpmiddel Van het Verloren naar het Herwonnen Paradijs. Mijn vrouw en ik gingen al gauw inzien dat wat wij leerden de waarheid betreffende Gods voornemen was.

Ik kon niet snel genoeg kennis vergaren. Ik las hele jaargangen van De Wachttoren die de Getuigen mij brachten. Ik begon ook te bidden. Nu begreep ik wat ik in de bijbel las. We begrepen ook dat we er iets aan moesten doen. Mijn vrouw en ik waren het erover eens dat we de wekelijkse vergaderingen van Jehovah’s Getuigen moesten bezoeken.

EEN INGRIJPENDE BESLISSING

Ik diende toen echter nog steeds in het straalbommenwerpereskader van de Duitse luchtmacht. Maar hoe meer ik de bijbel bestudeerde, hoe duidelijker het me werd dat een opleiding in het voeren van oorlog niet juist was. Hoe kon ik jonge mannen bommenwerpers leren besturen terwijl de bijbel uiteenzet dat het volk dat God dient een volkomen tegengestelde handelwijze volgt? De bijbel zegt dat Gods volk in deze tijd „hun zwaarden tot ploegscharen [moet] slaan en hun speren tot snoeimessen. Natie zal tegen natie geen zwaard opheffen, en zij zullen de oorlog niet meer leren”. — Jes. 2:4.

Bovendien leek het me niet in overeenstemming met de leer en het voorbeeld van Jezus Christus om militair te zijn. Hij zei bijvoorbeeld tot zijn discipelen: „Ik geef u een nieuw gebod, dat gij elkaar liefhebt; net zoals ik u heb liefgehad, dat ook gij elkaar liefhebt. Hieraan zullen allen weten dat gij mijn discipelen zijt, indien gij liefde onder elkaar hebt.” — Joh. 13:34, 35.

Met het oog op Christus’ leer kon ik gewoon niet geloven dat als hij thans op aarde was, hij deel zou nemen aan een opleiding in het doden van mensen van een ander ras of een andere nationaliteit. Het leek me niet redelijk dat hij dit kon doen en toch nog in overeenstemming met zijn eigen leer zijn. Mettertijd kwam ik te weten dat vele vroege christenen er net zo over gedacht hebben.

Ik ontdekte bijvoorbeeld dat christenen in de eerste eeuwen niet in Rome’s keizerlijke legers wilden vechten. Een moderne historicus, Ernest William Barnes, verklaarde in The Rise of Christianity (De opkomst van het christendom): „Uit een zorgvuldige beschouwing van alle beschikbare inlichtingen blijkt dat, tot de tijd van Marcus Aurelius, geen enkele christen soldaat werd; en geen enkele soldaat bleef, nadat hij een christen was geworden, in militaire dienst.”

Dergelijke gedachten over het leiden van een christelijk leven, speelden mij dus al een tijdlang door het hoofd. Begin 1960 keerde ik op een nacht van een vlucht terug en kon niet onmiddellijk landen. De verkeerstoren liet mij rondcirkelen. Het was een prachtige nacht. Boven me stonden schitterende sterren en onder me lag een zee van lichtjes uit steden en dorpen. Ik vloog op 6000 meter hoogte. Toen bad ik tot Jehovah en vroeg hem mij te helpen een juiste beslissing te nemen.

En Jehovah hielp me. Na mij openlijk met Jehovah’s Getuigen geïdentificeerd te hebben, kreeg ik een oproep om voor de bevelvoerende officier te verschijnen. In plaats dat dit mij schrik aanjoeg, was ik blij de gelegenheid te krijgen hem uit te leggen dat ik besloten had een van Jehovah’s Getuigen te worden.

Mijn superieuren gaven me een vakantie om tot een definitief besluit te komen. Om mij te beïnvloeden, kreeg ik een flinke hoeveelheid lectuur mee, geschreven om Jehovah’s Getuigen te „ontmaskeren”. Onder gebed onderzocht ik deze geschriften, maar het werd mij duidelijk dat ze geschreven waren door personen met onjuiste beweegredenen die de bewijzen verdraaiden.

De boven mij staande officier stond er ook op dat ik naar de katholieke militaire priester ging. Aan de hand van de bijbel en met behulp van de in het boek „Vergewist u van alles” vermelde bijbelteksten, kon ik hem echter een goed getuigenis aangaande de ware christelijke levenswijze geven. Daarna was ik eens te meer besloten mijn ontslag als militair te nemen.

Vol vertrouwen schreef ik mijn ontslagbrief. Mijn meerdere en ook mijn kameraden twijfelden weliswaar aan mijn verstand, maar ik was er zeker van dat mijn besluit Jehovah God behaagde. In juni 1960 werd ik dus weer burger.

GEZEGEND IN MIJN BESLUIT GOD TE DIENEN

Nu rees er een groot probleem: Hoe moest ik aan de kost komen? Zou ik het vliegen eraan moeten geven? Zou ik gedwongen zijn weer in de mijnen te gaan werken? Al mijn pogingen om bij de burgerluchtvaart te komen, mislukten.

Ik bad intens tot Jehovah om hulp. Ik dacht aan de bijbeltekst in Maleachi 3:10, waar Jehovah de Israëlieten uitdaagde hem te dienen door hem te geven wat hem toekwam. Jehovah beloofde dat als de Israëlieten dit deden, hij de sluizen van de hemel zou openen en een zegen over hen zou uitgieten totdat er geen gebrek meer zou zijn. Dit is wat er in mijn geval gebeurde.

Slechts twee weken na mijn ontslag te hebben ingediend, werd mijn probleem om in mijn levensonderhoud te voorzien op een verbazingwekkende manier opgelost. Met de hulp van enkele Getuigen kon ik voor een verzekeringsmaatschappij gaan werken. Het kwam mij voor alsof Jehovah afwachtte welke beslissing ik zou nemen en toen ik die eenmaal ten gunste van zijn dienst had genomen, zegende hij mij rijkelijk.

Mijn vrouw en ik droegen ons leven aan het dienen van Jehovah God op en symboliseerden in juli 1960 onze opdracht door de waterdoop te ondergaan. In 1968 begon mijn vrouw met het volle-tijdpredikingswerk, de „pioniersdienst” genaamd, en later sloot ik mij in deze dienst bij haar aan. Wij hadden voortreffelijke gelegenheden om in gebieden te dienen waar een speciale behoefte aan Koninkrijksbekendmakers bestond. Nu dien ik als „kringopziener” en bezoek elke week een andere gemeente van Jehovah’s Getuigen om hen bij het predikingswerk te helpen.

Ook al mis ik het vliegen wel, toch kan ik naar waarheid zeggen dat andere mensen te helpen het voornemen van Jehovah God te leren kennen, mij een nog grotere voldoening en vreugde schenkt. In plaats van te leven om te vliegen, leef ik nu dus om de wil van onze liefdevolle hemelse Vader te doen. — Ingezonden.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen