Welke uitwerking heeft de Koninkrijksprediking in het katholieke Spanje?
OP ZATERDAG, 11 mei 1974, kwam in Barcelona een menigte van 22.417 christelijke getuigen van Jehovah bijeen in de monumentale arena voor stieregevechten aldaar. Dit was werkelijk een belangrijke bijeenkomst, de grootste die de Getuigen tot op dat moment in Spanje hadden gehouden. In werkelijkheid hebben zij in dit land pas sinds 1971 congressen gehouden.
In de voorgaande jaren weigerde de Spaanse regering de Getuigen toestemming te geven bijeenkomsten voor bijbelstudie te houden of hun openbare predikingsactiviteiten ten uitvoer te brengen. Zij hadden te lijden van invallen door de politie, verbeurdverklaring van hun bezittingen, lichamelijke mishandeling, onrechtvaardige gevangenzetting en vele andere onwaardige behandelingen waartoe speciaal de katholieke geestelijkheid had aangezet.
Ondanks deze tegenstand bleven de christelijke getuigen van Jehovah in Spanje, in navolging van Jezus Christus, echter tot hun naasten over het ’goede nieuws van Gods koninkrijk’ spreken (Luk. 8:1). Zij waren er vast van overtuigd dat vele bewoners van dit land het oprechte verlangen hadden een nauwkeurige kennis over God te verkrijgen en zijn wil te doen. De resultaten van hun vastberaden krachtsinspanningen om in het overheersend katholieke Spanje te prediken, zijn hartverwarmend.
ONDANKS TEGENSTAND EEN ’GROTE EXPANSIE’
Een bericht dat in het 1949 Yearbook of Jehovah’s Witnesses werd gepubliceerd, onthulde dat er destijds slechts 34 actieve Getuigen in Spanje waren. In het bericht werd echter opgemerkt dat zij vastbesloten waren om „door de genade van de Heer, Jehovah’s lof te blijven bezingen. Zij zijn er verlangend naar aan het grote expansieprogramma deel te nemen”.
En dit deden zij ook. Tegen het einde van 1958 waren er gemiddeld 894 getuigen van Jehovah in Spanje. In het volgende jaar vaardigde de Spaanse minister van binnenlandse zaken een serie circulaires uit waarin de volledige stopzetting van het christelijke werk van Jehovah’s getuigen in dat land werd geboden. Dit leidde tot een vloed van boetes, gevangenzettingen en andere vormen van terrorisme. Toch bleef het aantal Getuigen groeien, zodat tegen het einde van 1966 het aantal van 4302 werd bereikt. Gedurende alle jaren van het regeringsverbod op hun activiteiten is de expansie voortgegaan.
Toen kwam 10 juli 1970. Op die dag maakte de Spaanse regering bekend dat ze het „Genootschap van Jehovah’s getuigen” wettelijk had erkend. Dit maakte het voor de Getuigen mogelijk bijbelse lectuur in Spanje in te voeren, Koninkrijkszalen te openen en grote congressen te houden. Thans zijn er meer dan 31.000 getuigen van Jehovah in Spanje.
Deze groei leidde tot de vorming van vele nieuwe gemeenten. Tegen september 1972 waren er 162 gemeenten, het volgende jaar was dit aantal gegroeid tot 294 en tegen mei 1975 waren er 494 gemeenten.
Opdat het voor allen mogelijk zou zijn een bijeenkomst voor bijbelstudie bij te wonen, werden er honderden Koninkrijkszalen geopend. Men kan nu in negenenveertig van Spanje’s vijftig provincies een Koninkrijkszaal aantreffen. Dit is indrukwekkend, vooral wanneer men in gedachten houdt dat de allereerste Koninkrijkszaal in december 1970 werd geopend. Er heeft zich in Spanje inderdaad een ’grote expansie’ voorgedaan. Hoe was dit onder hevige tegenstand mogelijk?
DE „GEEST” VAN DE WARE AANBIDDING
Jezus Christus zei betreffende de „ware aanbidders” van God: „Het uur komt, en is nu, waarin de ware aanbidders de Vader met geest en waarheid zullen aanbidden” (Joh. 4:23). God „met geest” aanbidden, houdt in dit met een oprechte beweegreden te doen. Voor het tot uitdrukking brengen van deze geest is vaak een grote mate van zelfopoffering nodig.
Spanje is bijvoorbeeld een land waar velen meer dan één betrekking moeten hebben om de hoge voedselkosten en de hoge huren te kunnen betalen. Toch is het aantal getuigen van Jehovah die al hun tijd aan de Koninkrijksprediking besteden, tussen de jaren 1973 en 1974 van 1690 tot 2786 gestegen, hoewel zij hier geen salaris voor krijgen.
Jehovah’s getuigen zijn bereid zich bijzonder veel moeite te getroosten om zoveel mogelijk mensen met de bijbelse waarheid te bereiken. Er zijn bijvoorbeeld ongeveer 90 Getuigen in Albacète, een stad met 100.000 inwoners in het zuiden van het land. De vraag rees wat er gedaan kon worden om de inwoners van ongeveer tweehonderd afgelegen stadjes en dorpen in de provincie Albacète te bereiken. Slechts weinig plaatselijke Getuigen zijn in het bezit van een eigen automobiel, en aangezien zowel de vergaderingen als de predikingsactiviteiten beide voor de zondag op het programma stonden, was er weinig tijd beschikbaar om deze verafgelegen gebieden te bezoeken.
Met het oog hierop besloot de gemeente twee goedkope tweedehands auto’s te kopen. De vergaderingen werden op zaterdag verzet, waardoor de hele zondag gebruikt kon worden om in deze stadjes en dorpen te prediken. Wat had dit tot resultaat?
In zeven maanden tijds werden er aan de bewoners van deze gebieden 4644 bijbelverklarende boeken verspreid. Velen gingen in op het aanbod van een wekelijkse gratis huisbijbelstudie. Er werd zelfs zoveel belangstelling getoond dat het noodzakelijk was vijf afzonderlijke groepjes te organiseren om daar vergaderingen te houden.
De geest van de ware aanbidding heeft personen uit een aantal andere landen ertoe aangezet met hun gezin naar Spanje te verhuizen. Sommigen zijn afkomstig uit de Verenigde Staten, Canada, Duitsland en de Britse Eilanden en één persoon komt zelfs uit Japan. Er bevonden zich onder hen personen die de Spaanse taal pas hadden geleerd nadat zij in Spanje waren aangekomen, en toch nemen zij nu full-time aan het predikingswerk deel.
NOG STEEDS ENIGE TEGENSTAND
Hoewel Jehovah’s getuigen in Spanje nu wettelijk zijn erkend, komt er af en toe nog steeds tegenstand voor, vooral in kleine stadjes en dorpen. Zo verspreidde een bejaard echtpaar bijvoorbeeld bijbelse traktaten in het stadje La Calahorra, in Granada. Een priester liep de straat op en daagde hen uit, waarbij hij zo hard schreeuwde dat toekijkende parochianen dit konden horen. Toen verscheen er een groep kinderen, die riepen: „Weg met de demonen! De stad uit!”
Het echtpaar verliet daarom dat gebied maar, doch keerde de volgende dag terug om hun traktaatverspreiding voort te zetten, zonder dat zich weer een incident voordeed. Zij merkten op: „Wij beseften dat de kinderen in onwetendheid handelden en dat hun geen schuld trof.”
In Las Cuevas de Fátima, in Granada, sloeg een priester onlangs een van Jehovah’s getuigen en stookte het gepeupel tegen hem op. Zowel katholieke als protestantse geestelijken publiceren voortdurend boeken, brochures en artikelen in een poging de prediking van Jehovah’s getuigen tegen te werken.
EEN VERANDERDE HOUDING — WAAROM?
In het algemeen is er onder de Spaanse bevolking echter een veranderde houding ten opzichte van het werk van Jehovah’s getuigen waarneembaar. Velen luisteren nu graag wanneer een Getuige bij hen aan de deur komt om de bijbel te bespreken, vooral in de grotere steden, waar de mensen zich minder bezorgd maken over wat hun buren wel denken.
Zelfs personen die het niet met Jehovah’s getuigen eens zijn, zien er de wijsheid van in hun de vrijheid toe te staan hun geloof met anderen te delen. Nadat in de stad Munera tegenstand was opgelaaid, gaf een journalist hier in La Voz de Albacete het volgende commentaar op:
„Wij moeten beseffen dat er religieuze vrijheid in Spanje bestaat en dat zij [Jehovah’s getuigen], wegens die vrijheid, kunnen prediken . . . En wat meer is, datgene wat zij doen, is wat wij niet doen: Trachten de mensen in de dingen van God te onderwijzen. Wij hebben het veld in de steek gelaten . . . Wij moeten ons gedrag opnieuw onder de loep nemen. Jezus Christus is nooit een voorstander van geweld geweest en was aan de andere kant altijd bereid te onderwijzen, zelfs toen de Farizeeën met strikvragen bij hem kwamen.”
Ook heeft het katholicisme in Spanje de mensen niet meer zo in zijn greep. De geestelijken zijn er zelf verantwoordelijk voor dat veel mensen zich van de katholieke Kerk hebben afgekeerd. De mensen merken bijvoorbeeld op dat de priesters zich met de politiek bemoeien. Sommigen hebben zich tot de liberale „linkse” groeperingen gewend, ten einde in een goed blaadje te komen bij de werkende klassen. Deze nieuwe tactiek heeft de meerderheid der mensen echter niet bedot. Een dame merkte tegenover een van Jehovah’s getuigen op die in de buurt van Níjar, in Almería, predikte: „De priesters zijn er door hun gedrag verantwoordelijk voor dat wij ons geloof verliezen. Zij vertonen zich met opgerolde hemdsmouwen, met hun overhemd helemaal los — en rokend. Het is hun eigen schuld dat wij niet meer in hen geloven.”
Ook bestaat er onder veel priesters geen overeenstemming met betrekking tot de christelijke leer. Twee volle-tijdpredikers uit San Javier, in Murcia, leggen uit: „Wij hebben met de meeste priesters in het gebied gesproken. Elk van hen uitte ideeën die verschilden van die van de andere priesters. De priester van San Pedro del Pinatar gaf zelfs toe dat het verkeerd is beelden bij de aanbidding te gebruiken.”
ZIJ HONGEREN NAAR BIJBELSE WAARHEID
Duizenden Spaanse mensen hongeren naar de bijbelse waarheid. In slechts twee jaar tijds, die eind 1974 eindigden, hebben Jehovah’s getuigen 1.022.576 boeken en bijbels, alsmede 500.000 brochures en 4.000.000 exemplaren van de tijdschriften De Wachttoren en Ontwaakt! bij deze godvrezende mensen verspreid. Tussen het najaar van 1972 en het najaar van 1973 werden er in Spanje 3486 personen door Jehovah’s getuigen gedoopt. Het volgende jaar werden er 7070 personen gedoopt. Dit waren geen onoordeelkundige dopen van nieuwsgierige mensen of kleine kinderen. De doop door Jehovah’s getuigen vormt een symbool van opdracht aan Jehovah God en is slechts na maanden van bijbelstudie mogelijk.
Tot degenen in Spanje die er blijk van hebben gegeven meer over de bijbel te willen leren, behoren ook enkele katholieke priesters. Eén priester schreef dat hij graag een gesprek wilde hebben met Jehovah’s getuigen, die toen een geregelde bijbelstudie met hem gingen houden. Priesters hebben onlangs vergaderingen bijgewoond in Koninkrijkszalen in Málaga en Barcelona. En in het noordelijke mijndistrict Asturias zei een priester tot zijn kudde dat zij de Getuigen vriendelijk moesten behandelen en naar hen moesten luisteren.
Op het ogenblik is er echter slechts één getuige van Jehovah op de 1124 mensen in Spanje. In een verslag van het kantoor van het Wachttorengenootschap aldaar wordt verklaard: „Er zijn vele grote plaatsen, soms wel met 50.000 tot 70.000 inwoners, waar Jehovah’s getuigen nog nooit zijn geweest.”
Spreekt u Spaans? Hebt u de vrijheid en de financiële middelen om naar Spanje te verhuizen? Indien dit zo is, en indien de Spaanse bevolking in uw eigen land u niet nodig heeft, voel u dan vrij om naar het kantoor van de Watch Tower Bible and Tract Society in Barcelona om inlichtingen te schrijven. Het is heel goed mogelijk dat u een rechtstreeks aandeel aan de Koninkrijksprediking in het katholieke Spanje kunt hebben.