Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w75 1/11 blz. 668-671
  • Jeruzalem in de dagen van de apostelen

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Jeruzalem in de dagen van de apostelen
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1975
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • DE TEMPEL
  • DE BURCHT VAN ANTONIA
  • HET WATERBEKKEN BETHZATHA
  • HET WATERBEKKEN VAN SILÓAM
  • DE OLIJFBERG EN GETHSÉMANE
  • GOLGOTHA, TUINGRAF EN HET VELD VAN DE POTTENBAKKER
  • THANS GEEN SPECIALE HEILIGHEID
  • Jeruzalem en de tempel zoals Jezus die kende
    ‘Zie het goede land’
  • Antonia (burcht)
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Het eerste-eeuwse Jeruzalem
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Bethzatha
    Hulp tot begrip van de bijbel
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1975
w75 1/11 blz. 668-671

Jeruzalem in de dagen van de apostelen

IN DE eerste eeuw G.T. was Jeruzalem reeds een oude stad, met een geboekstaafde geschiedenis daterend uit omstreeks 1943 v.G.T. Dat deze stad (ook Sion genaamd) in de dagen van de apostelen van Jezus Christus bestond, was geen toevalligheid. Het was van essentieel belang wilden de Messiaanse profetieën in vervulling kunnen gaan. — Jes. 28:16; 52:7; Zach. 9:9.

Hoewel Jeruzalem ruim 770 meter boven de zeespiegel is gelegen, verheft de stad zich niet boven het omliggende, heuvelachtige terrein. Alleen wanneer men behoorlijk dicht bij de stad is gekomen, heeft men er een goed uitzicht op.

Gelegen op Israëls centrale bergketen, heeft Jeruzalem een aangenaam klimaat. De nachten zijn koel en de gemiddelde temperatuur is ongeveer 17 graden Celsius. Voornamelijk tussen november en april valt er in Jeruzalem ongeveer zestig centimeter regen.

In de dagen van de apostelen was de stad Jeruzalem nog geen twee en een halve vierkante kilometer groot. De steile hellingen van de dalen ten oosten, zuiden en westen van de stad maakten deel uit van de verdedigingsmuren van de stad. Alleen aan de noordzijde ontbrak een natuurlijke verdediging, maar daar waren de gebouwde muren extra sterk.

DE TEMPEL

Het belangrijkste bouwwerk in Jeruzalem was de tempel, die door Herodes de Grote was herbouwd. Met inbegrip van alle voorhoven, besloeg het tempelgebied een terrein van zes tot acht hectare. Het gebied kon via een van de acht of tien poorten betreden worden. Vier of vijf poorten bevonden zich aan de westzijde, twee of drie aan de zuidzijde, en aan de oost- en noordzijde elk één. De oostelijke poort kan dezelfde geweest zijn als de tempeldeur die „de Schone” werd genoemd, waar Petrus een man genas die al vanaf zijn geboorte kreupel was. — Hand. 3:1-10.

De buitenste omtrek van het tempelgebied werd ingenomen door zuilengangen. De indrukwekkendste zijde, de Koninklijke Zuilengangen in het zuiden, bestond uit 162 enorme pilaren met Korinthische kapitelen. Er waren drie mannen met uitgestrekte armen voor nodig om deze te kunnen omvatten. De pilaren stonden in vier rijen, met drie gangen, en ondersteunden een met snijwerk versierde houten zoldering. De buitenste gangen waren ongeveer vijftien meter hoog, maar de middelste was hoger, aangezien het dak in het midden verhoogd was. De zuilengangen aan de oost-, noord- en westzijde bestonden uit twee rijen marmeren pilaren die eveneens een zoldering ondersteunden. In de overdekte zuilengang van Salomo, aan de oostzijde, hebben Jezus en zijn discipelen bij verschillende gelegenheden Gods waarheid bekendgemaakt. — Joh. 10:22-24; Hand. 3:11; 5:12.

Het gebied dat onmiddellijk door de zuilengangen werd begrensd, was het Voorhof der heidenen. Aangezien het gemakkelijk door een aantal poorten te bereiken was, werd het een doorgang. In plaats dat mensen die in verband met hun dagelijkse bezigheden vaten droegen, om het tempelgebied heen gingen, liepen zij door het Voorhof der heidenen. Ook zetten geldwisselaars in dit voorhof of in de Koninklijke zuilengangen hun tafels op, terwijl anderen offerdieren verkochten. Jezus keurde het echter niet goed dat welk deel van het tempelgebied maar ook als een doorgang of als een plaats voor zakelijke transacties werd gebruikt. Bij twee gelegenheden maakte hij een eind aan zulke toestanden. — Matth. 21:12, 13; Mark. 11:15-17; Joh. 2:13-16.

Als iemand vanaf het zuiden door het Voorhof der heidenen liep, kwam hij bij een stenen afscheiding die op verscheidene plaatsen van openingen voorzien was. Deze stenen afscheiding was ongeveer 1,30 meter hoog. Op deze afscheiding bevonden zich grote stenen met een inscriptie in het Grieks en het Latijn waardoor heidenen op straffe des doods werden gewaarschuwd deze afscheiding niet te passeren. Door deze muur werden aldus de joden van de heidenen gescheiden. — Vergelijk Efeziërs 2:14.

Het volgende voorhof, het Voorhof der vrouwen, was veertien treden hoger dan het Voorhof der heidenen. Dit was het voorhof dat de joodse vrouwen voor de aanbidding konden binnengaan. Hier bevonden zich de schatkisten, waarin bijdragen voor het heiligdom werden gedeponeerd. — Luk. 21:1-4.

Vanuit het Voorhof der vrouwen gingen ceremonieel reine Israëlitische mannen het Voorhof van Israël binnen. Vijftien grote, halfcirkelvormige treden leidden naar dit voorhof, waarvan de voorraadkamers zich tegen de buitenste muur bevonden.

Het voorhof dat de grootste heiligheid bezat, was het Voorhof der priesters, dat het tempelheiligdom zelf omringde. Hier bevonden zich de gegoten zee en het brandofferaltaar.

Het heiligdom zelf bevond zich twaalf treden boven het Voorhof der priesters. Gouden deuren, ongeveer vierentwintig meter hoog en zeven meter breed, sloten de ingang af. De voorkant van het gebouw was breder dan de achterkant, met uitgebouwde vleugels die aan weerszijden ruim acht en een halve meter buiten het eigenlijke bouwwerk uitstaken. Aan de zijkanten van dit gebouw bevonden zich kamers, terwijl een bovenkamer zich boven zowel het Heilige als het Allerheiligste uitstrekte. Het Heilige was van binnen ongeveer achttien meter lang en ongeveer negen meter breed, terwijl het Allerheiligste ongeveer negen meter in het vierkant was. Het gehele bouwwerk was van witte steen opgetrokken en met gouden panelen verfraaid.

DE BURCHT VAN ANTONIA

Vlak bij het tempelgebied, in de noordwestelijke hoek, bevond zich de burcht van Antonia. Deze was op een rots gebouwd welke ongeveer 22,30 meter hoog was. Op elk van de vier hoeken van de burcht bevond zich een toren. Drie hiervan waren ongeveer 22,30 meter hoog. De vierde, die zich in de zuidoostelijke hoek bevond, was ruim 31,20 meter hoog en gaf uitzicht over het gehele tempelgebied. Het Romeinse garnizoen was in de burcht van Antonia gelegerd.

De burcht was door middel van een onderaardse gang met het tempelgebied verbonden. Dit stelde Romeinse soldaten in staat snel te handelen om ongeregeldheden aldaar de kop in te drukken. Dit schijnt er een verklaring voor te vormen waarom Claudius Lysias en een groep van zijn soldaten de apostel Paulus van een woedende menigte konden redden toen hij net ’de tempel was uitgesleept’. — Hand. 21:30-32.

Sommigen geloven dat Jezus Christus op een binnenplaats van de burcht van Antonia voor Pilatus verscheen om door hem geoordeeld te worden. Het stenen plaveisel in dit gebied kan de Gábbatha zijn, waarnaar in Johannes 19:13 wordt verwezen. Het is echter ook mogelijk dat Jezus op een open plein vóór Herodes’ paleis werd geoordeeld.

HET WATERBEKKEN BETHZATHA

Dicht bij de Schaapspoort, vermoedelijk ten noorden van het tempelgebied, bevond zich het waterbekken Bethzatha met zijn vijf zuilengangen. Hier genas Jezus Christus een man die achtendertig jaar ziek was geweest (Joh. 5:2-9). In 1888 kwamen archeologische bewijzen van een dergelijk waterbekken aan het licht. Bij opgravingen werd een dubbel waterbekken ontdekt dat door een rotswand in twee delen werd verdeeld en in totaal ongeveer 45 bij 90 meter groot was.

HET WATERBEKKEN VAN SILÓAM

Ten zuiden van het tempelgebied bevond zich het waterbekken van Silóam, waar Jezus Christus een blinde man heenstuurde opdat hij zich daar zou wassen om het gezicht terug te krijgen (Joh. 9:6, 7, 11). De bron Gihon, met haar reservoir in een natuurlijke grot in het Kidrondal, voorzag dit waterbekken van water.

DE OLIJFBERG EN GETHSÉMANE

Ten oosten van Jeruzalem strekt zich een bergrug uit bestaande uit enigszins koepelvormige kalksteenheuvels. In de oudheid was deze bergrug bedekt met olijfbomen, zodat hij bekendstond als de Olijfberg. Gedeeltelijk verheft de Olijfberg zich ongeveer 122 meter boven de algemene hoogte van Jeruzalem, zodat men van hieruit het gehele tempelgebied kan overzien. — Mark. 13:3.

Ergens op of vlak bij de Olijfberg bevond zich de tuin of hof van Gethsémane. Jezus Christus kwam vaak met zijn discipelen in deze tuin bijeen (Joh. 18:1, 2). Gedurende de paschanacht in het jaar 33 G.T. heeft Judas Iskáriot hem daar met een kus verraden. — Matth. 26:36, 48, 49.

GOLGOTHA, TUINGRAF EN HET VELD VAN DE POTTENBAKKER

De plaats waar Jezus aan de paal werd genageld, heette Golgotha of „Schedelplaats”. Deze kan zich ten noorden van de burcht van Antonia bevonden hebben. Ongeveer 229 meter ten noordoosten van de Damaskuspoort bevindt zich een rotswand met in het oog springende gaten, die aan een schedel doet denken. Niet ver van deze rotswand ligt een grote tuin die aan de noordzijde door een heuvel wordt begrensd. Uit een enorme steen die aan één kant van deze heuvel uitsteekt, is een grafgewelf met één voltooid graf gehouwen. De plaats komt overeen met de beschrijving van de plaats waar Jezus aan de paal werd genageld en werd begraven (Matth. 27:57-60; Mark. 15:22-24; Luk. 23:33; Joh. 19:38-42). Of dit echter de werkelijke plaats is, kan thans niet worden vastgesteld.

De traditie plaatst „het veld van de pottenbakker . . . om daar vreemden te begraven” ten zuiden van het Dal van Hinnom, dicht bij de plaats waar dit dal zich met het dal van de Kidron verenigt. Er bevinden zich veel grafgewelven in dat gebied. Het „veld van de pottenbakker” was het stuk land dat met de „dertig zilverstukken” was gekocht waarvoor Judas Iskáriot Jezus had verraden. Het kwam bekend te staan als Akeldama, „Bloedveld”. — Matth. 27:5-8; Hand. 1:18, 19.

THANS GEEN SPECIALE HEILIGHEID

In deze tijd zijn vele van de plaatsen die verband hielden met de openbare bediening van Jezus en zijn apostelen niet precies bekend. Dit is klaarblijkelijk in harmonie met Gods voornemen, want de ware aanbidding is thans niet van specifieke geografische plaatsen afhankelijk (Joh. 4:21-24). Datgene wat werkelijk belangrijk is, is de boodschap die Jezus en zijn apostelen bekendmaakten. Die boodschap is in de Heilige Schrift blijven voortbestaan en wordt thans over de gehele aarde gepredikt.

[Kaart op blz. 669]

(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)

JERUZALEM GEDURENDE DE BEDIENING VAN JEZUS EN ZIJN APOSTELEN

Golgotha (?)

Waterbekken van Bethzatha

Burcht van Antonia

Voorhof van Israël

Voorhof der priesters

Tempel

Voorhof der vrouwen

Voorhof der heidenen

Zuilengangen

Paleis van Herodes

Waterbekken van Silóam

Gethsémane (?)

OLIJFBERG

KIDRONDAL

DAL VAN HINNOM OF GEHENNA

Akeldama (?)

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen