Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w75 15/9 blz. 547-550
  • Wat de kerken u niet vertellen

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Wat de kerken u niet vertellen
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1975
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • GOD EN JEZUS CHRISTUS
  • HET LEVEN NA DE DOOD
  • DE CHRISTELIJKE KIJK OP POLITIEK
  • EEN GODDELOOS SAMENSTEL ZAL EINDIGEN
  • EEN RECHTVAARDIG NIEUW SAMENSTEL VAN DINGEN
  • Wat komt eerst — uw kerk of God?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1970
  • Deel 1 — Hebben Jezus en zijn discipelen de Drieëenheidsleer onderwezen?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1991
  • Jezus Christus — Gods geliefde Zoon
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1988
  • Deel 4 — Wanneer en hoe heeft de Drieëenheidsleer zich ontwikkeld?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1992
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1975
w75 15/9 blz. 547-550

Wat de kerken u niet vertellen

ALS iemand die bekend is met de kerken, weet u dat ze vaak tot hun leden spreken over God, over Jezus Christus en over het leven na de dood. Misschien hebt u de officiële vertegenwoordigers van de kerken zich ook wel horen uitspreken over verscheidene maatschappelijke en politieke vraagstukken, alsook over de noodzaak van een wereldverandering.

Maar wist u dat er uiterst belangrijke feiten zijn — feiten die van invloed zijn op uw geluk en welzijn — die de kerken u niet vertellen? Een beschouwing van bepaalde kerkelijke leerstellingen zal enkele van deze feiten aan het licht brengen.

GOD EN JEZUS CHRISTUS

U hebt geestelijke leiders misschien horen zeggen dat Jezus de Zoon van God is. Maar hebt u hen terzelfder tijd ook horen spreken over „de ene God, Vader, Zoon en Heilige Geest”? Aangezien die uitdrukking in de basisformule voor het lidmaatschap van de Wereldraad van Kerken is opgenomen, hebben veel kerklidmaten hun geestelijken in zulke bewoordingen over God horen spreken.

Gewoonlijk gebruiken kerken het woord „Drieëenheid” wanneer zij hun zienswijze over de verhouding tussen Christus en God vertolken. De wijze waarop kerken de Drieëenheidsleer definiëren, kan verschillen. Waarom zou u uw predikant of geestelijke niet vragen wat uw kerk erover leert? In de Geloofsbelijdenis van Athanasius, die naar verluidt uit de vijfde eeuw G.T. dateert, wordt de Drieëenheidsleer als volgt omschreven:

Eén is de Godheid van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, gelijk Hun heerlijkheid en gelijk van eeuwigheid Hun majesteit. . . . Eeuwig is de Vader, eeuwig de Zoon, eeuwig ook de Heilige Geest, . . . Evenzo is de Vader almachtig, almachtig de Zoon, almachtig ook de Heilige Geest.”

Gelooft u dit — dat God, Jezus Christus en de Heilige Geest dezelfde zijn in wezen, macht en eeuwigheid? De meeste kerken leren dit, met inbegrip van de Rooms-Katholieke Kerk. J. J. Moment schreef betreffende de Geloofsbelijdenis van Athanasius in zijn boek We Believe: „De stereotype definities ervan zijn in het protestantisme, min of meer bewust, als de norm voor rechtzinnigheid erkend gebleven.”

Wanneer u uw predikant of geestelijke hiernaar vraagt, zal hij u waarschijnlijk zeggen dat uw kerk in de Drieëenheid gelooft. Heeft de kerk u echter ooit gezegd waar de leerstelling haar oorsprong heeft gevonden? U zult misschien verbaasd zijn wanneer u dit verneemt.

De New Catholic Encyclopedia zegt over de Drieëenheid: „Ze is niet, zoals reeds is gebleken, direct en rechtstreeks het woord van God” (Deel 14, blz. 304). Neen, noch het woord „Drieëenheid” noch zelfs de Drieëenheidsleer wordt in de bijbel genoemd. Deze leerstelling werd lang na de dood van Jezus en zijn apostelen geformuleerd. Wanneer?

Dit gebeurde eeuwen later op kerkconcilies. Theologen weten dit. Professor N. Leroy Norquist, hoogleraar aan een Luthers seminarie, legde in een artikel in The Lutheran uit: „Degenen die [de Drieëenheidsleer] formuleerden, ontworpen deze als een werktuig dat tegen ketters gebruikt moest worden. In hun strijd tegen ketterij experimenteerden zij net zo lang met woorden en verduidelijkten zij zinsneden, totdat zij de relatie tussen de drie ’personen’ van de Drieëenheid hadden omschreven.” Wist u dat?

Op het kerkconcilie dat in 325 G.T. te Nicaea werd gehouden, sloeg één ondersteuner van het geloof dat Jezus eeuwig had bestaan, een afgevaardigde die deze pas ontworpen opvatting niet aanvaardde, in het gezicht. Op dit concilie sprak keizer Constantijn zich ten gunste van deze zienswijze uit, waardoor voor de Kerk de weg werd gebaand deze aan te nemen. Heeft uw kerk u ooit verteld dat Constantijn destijds een ongedoopte heiden was die zijn zoon, zijn tweede vrouw en verscheidene anderen van zijn familieleden vermoordde? Dit is een historisch feit.

En heeft uw kerk u ooit verteld dat christenen die in de bijbel geloofden, de Drieëenheidsleer tegenstonden? Deze vroege gelovigen in de bijbel haalden dan Markus 13:32 aan, waar staat: „Niemand weet wanneer die dag of dat uur zal komen, de engelen in de hemel niet en ook de Zoon niet, alleen de Vader weet het.”a Zij stelden dan de vraag: ’Hoe kunnen de Vader en de Zoon één in wezen zijn als de Vader toch dingen weet waarvan de Zoon onwetend is?’ De ontwerpers van de Drieëenheid, zo zeggen geschiedschrijvers ons, waren volslagen hulpeloos wanneer zij met deze schriftplaats werden geconfronteerd.

Markus 13:32 is wat dit betreft echter niet de enige schriftplaats. Jezus Christus heeft steeds weer opnieuw erkend dat hij ondergeschikt was aan de Vader. Hebt u ooit de volgende woorden van hem in de kerk horen voorlezen? Jezus zei bijvoorbeeld: „De Vader is groter dan ik” (Joh. 14:28). En hij toonde zijn onderworpenheid aan zijn Vader nog verder door te bidden: „Vader, als het u belieft, neem deze beker van me weg! Alleen: laat niet mijn wil maar uw wil geschieden” (Luk. 22:42). Ook zegt de bijbel dat God „van eeuwigheid tot eeuwigheid” is, terwijl Jezus „de eerstgeborene der ganse schepping” en „het begin der schepping Gods” wordt genoemd. — Ps. 90:2; Kol. 1:15; Openb. 3:14. Nieuwe Vertaling van het Nederlandsch Bijbelgenootschap.

Theologen kennen zulke schriftplaatsen, ook al worden ze niet in de kerken beklemtoond. Zo verklaart professor M. Werner, die verbonden is aan de universiteit van Bern in The Formation of Christian Dogma (1957): „Overal waar in het Nieuwe Testament de verhouding van Jezus tot God, de Vader, ter sprake komt, of ze nu betrekking heeft op zijn verschijning als mens of op zijn Messiaanse status, wordt deze categorisch opgevat en voorgesteld als zijnde ondergeschikt.”

’De kerken vertellen ons deze dingen dus niet’, zo zult u misschien zeggen, ’maar wat maakt dit eigenlijk uit? Hoe is dit van invloed op mijn geluk en welzijn?’

Het is hier beslist op van invloed, want Jezus heeft gezegd: „Dit is eeuwig leven: dat de mensen u kennen, u, de enige ware God, en Jezus Christus, die u gezonden hebt” (Joh. 17:3). Indien u de ware God niet kent — dat Hij superieur is aan en afgescheiden en onderscheiden is van Jezus Christus, kunt u God niet aanbidden op de wijze die door hem wordt goedgekeurd. En of wij eeuwig leven in geluk in Zijn nieuwe samenstel van dingen verwerven, hangt af van het feit of wij de enige ware God nauwkeurig kennen en op juiste wijze aanbidden.

HET LEVEN NA DE DOOD

Beschouwt u nog eens een leerstelling van uw kerk. Wat zegt uw kerk over de dood en de opstanding?

Gewoonlijk leren kerken dat wij een onsterfelijke ziel hebben en dat de ziel bij de dood het lichaam verlaat om een bewust afzonderlijk bestaan te leiden. De dood is volgens hen dus een „overgang” of, zoals één geestelijke het stelde: „De dood is slechts een uitgebreidere voortduring van het leven.” De opstanding geschiedt volgens hen wanneer de gescheiden ziel uiteindelijk met het lichaam verenigd wordt. Indien uw kerk u dit heeft geleerd, heeft ze u echter niet verteld wat de bijbel zegt.

Pakt u alstublieft eens uw eigen exemplaar van de bijbel. Sla deze nu open bij Ezechiël 18:4, waar staat: „De ziel die zondigt, die zal sterven.” Heeft uw predikant of geestelijke die schriftplaats ooit aan u voorgelezen, of 18 vers 20 van hetzelfde hoofdstuk, waarin hetzelfde wordt gezegd? Slaat u nu eens Prediker 9:5, 10 op waar staat: „De doden weten niets; . . . er is geen werk of overleg of kennis of wijsheid in het dodenrijk, waarheen gij gaat.” Hebt u dit ooit in uw kerk horen voorlezen?

Maar weten geestelijken dat de bijbel leert dat de ziel niet onsterfelijk is? Ja, velen weten dit. De katholieke priester A. Kosnik legde bijvoorbeeld uit: „In de bijbel wordt de mens nooit voorgesteld als een ’lichaam-ziel’-combinatie. In zowel het Oude als het Nieuwe Testament wordt de mens altijd als een enkele totaliteit beschouwd. . . . Wat meer is — deze lichaam-zieltotaliteit werd als essentieel sterfelijk beschouwd. . . . Er is geen onsterfelijke ziel die blijft leven of voortbestaan.” Toch leren de kerken over het algemeen de onsterfelijkheid van de ziel.

De bijbel biedt daarentegen de vertroostende hoop dat degenen die in Gods loskoopvoorziening zijn opgenomen en onbewust zijn in de dood, weer tot leven zullen worden opgewekt. „Alle mensen, goeden zowel als slechten zullen opstaan uit de dood”, belooft de bijbel (Hand. 24:15; Joh. 5:28, 29). Het is in werkelijkheid van het grootste belang de waarheid over de doden en de opstanding te weten. Wij kunnen hierdoor van gevaarlijke misvattingen worden bevrijd. — Joh. 8:32.

DE CHRISTELIJKE KIJK OP POLITIEK

Deze bijbelse leerstellingen vormen echter niet het enige terrein dat voor u van het grootste belang is. Hoe dient u als christen tegenover actieve belangstelling voor de aangelegenheden van de wereld te staan?

Veel predikanten en priesters moedigen hun gemeenten ertoe aan zich met de politiek in te laten. Niet lang geleden zei een katholieke priester, die zelf een politiek ambt bekleedt, bijvoorbeeld: „De kerken behoren de rol van de politiek voortdurend te verheerlijken.” Moedigt uw kerk haar gemeenteleden hier ook toe aan? Bent u het persoonlijk met die zienswijze eens?

Heeft uw kerk u verteld hoe Jezus Christus deze kwestie bezag? Heeft uw predikant of geestelijke bijvoorbeeld uitgelegd hoe Jezus reageerde toen bepaalde mensen, die zijn wonderbare kracht beseften, hem ertoe trachtten te bewegen over hen te regeren? Wij lezen in de bijbel: „Jezus wist dat de mensen van plan waren hem tegen zijn zin mee te nemen en koning te maken. Daarom trok hij zich weer op de berg terug; daar was hij alleen.” — Joh. 6:15.

Het is ook interessant wat Jezus in gebed over zijn ware volgelingen zei: „Zij behoren net als ik niet tot de wereld.” Toen de Romeinse bestuurder Pontius Pilatus aan Jezus vragen stelde over zijn koninklijke autoriteit, antwoordde Jezus: „Mijn koningschap is niet van deze wereld. Als dat zo was, hadden mijn dienaars wel gevochten om me uit de handen van de Joden te houden. Nee, mijn koningschap vindt zijn oorsprong niet hier.” — Joh. 17:16; 18:36.

Heeft uw predikant of geestelijke u op deze verklaringen en dit voorbeeld van Jezus gewezen? Heeft hij het beginsel uitgelegd dat in Jakobus 4:4 staat opgetekend, waar wij lezen: „Ontrouw volk! Weet u niet dat vriendschap met de wereld vijandschap met God betekent? Wie met de wereld goede vrienden wil zijn, maakt zichzelf tot vijand van God”?

Hoe bezagen de eerste christenen deze kwestie van het vermengen van religie met politiek? In het boek Christianity and the Roman Government wordt hierover opgemerkt:

„De christenen waren vreemdelingen en pelgrims in de wereld om hen heen; hun burgerschap was in de hemel; het koninkrijk waarnaar zij opzagen, was niet van deze wereld. Het hieruit voortvloeiende gebrek aan belangstelling voor publieke aangelegenheden was dus van het begin af aan een opvallend kenmerk van het christendom.”

Indien uw kerk, hoewel ze voorgeeft christelijk te zijn, u er derhalve toe aanspoort u met de politiek in te laten, heeft ze u niet verteld welk standpunt Jezus Christus en zijn oorspronkelijke discipelen in dit opzicht innamen. ’Maar hoe kunnen de problemen van de mens nu opgelost worden indien mensen niet „betrokken” zijn bij de wereld waarin zij leven?’ zult u misschien vragen.

EEN GODDELOOS SAMENSTEL ZAL EINDIGEN

Misschien moedigt uw predikant of priester u ertoe aan u met maatschappelijke en politieke kwesties in te laten omdat hij gelooft dat God het aan de mens heeft overgelaten zijn eigen problemen op te lossen. Indien dit zo is, onthoudt uw kerk u een uiterst belangrijke inlichting. Beschouw wat de bijbel in Daniël 2:44 zegt:

„De God des hemels [zal] een koninkrijk oprichten, dat in eeuwigheid niet zal te gronde gaan, en waarvan de heerschappij op geen ander volk meer zal overgaan: het zal al die koninkrijken verbrijzelen en daaraan een einde maken, maar zelf zal het bestaan in eeuwigheid.”

Klinkt dit alsof de mens zijn eigen zaken in orde zal brengen? Wat het werkelijk betekent is, dat aan alle aardse politieke stelsels ’een einde gemaakt zal worden’ door een hemelse Koninkrijksregering die door God zelf zal worden opgericht.

Wat gebeurt er echter nadat de menselijke politieke stelsels zijn verwijderd? Zal er een vurige vernietiging zijn van de aarde en van alle leven dat erop is? Indien uw kerk u ertoe heeft gebracht dat te geloven, is er nòg iets wat ze u niet heeft verteld.

EEN RECHTVAARDIG NIEUW SAMENSTEL VAN DINGEN

In Daniël 2:34, 35 wordt het koninkrijk van God dat de aardse politieke stelsels vernietigt, gesymboliseerd als een „steen” die daarna „tot een groten berg [wordt], die de gehele aarde vulde”. De aarde zal dus niet alleen Gods oordeelsvoltrekking aan menselijke regeringen overleven, maar ook ervaren dat Gods heerschappij zich tot alle uithoeken ervan zal uitstrekken. Hier leerde Jezus zijn discipelen in het „Onze Vader” om bidden, zeggende: „Uw koninkrijk kome, uw wil geschiede, op aarde zoals in de hemel” (Matth. 6:10). Wist u dat? In Openbaring 21:3-5 geeft de bijbel een idee van de toestanden die er zullen bestaan wanneer ’Gods wil op aarde geschiedt’:

„Uit de richting van de troon hoorde ik iemand luid zeggen: ’Nu heeft God zijn tent onder de mensen opgeslagen! Hij zal bij hen wonen en zij zullen zijn volk zijn. God zelf zal met hen zijn. Elke traan in hun ogen zal hij drogen. De dood zal er niet meer zijn; rouw, jammer en pijn zullen niet langer voorkomen. De dingen van vroeger zijn voorbij.’ Hij [God] die op de troon was gezeten, zei: ’Ik maak alles nieuw.’”

Zou u graag in dat heerlijke nieuwe samenstel van dingen willen leven? De bijbelse profetieën tonen aan dat het in dit geslacht werkelijkheid zal worden (Matth. 24:3-14, 34; vergelijk Openbaring 6:1-8). Heeft uw kerk uitgelegd wat u moet doen om de vernietiging van het huidige goddeloze samenstel te overleven en dat nieuwe samenstel binnen te gaan? Gods vereisten hiervoor worden alleen in de bijbel aangetroffen.

Indien u werkelijk belangstelling hebt voor wat de bijbel leert, zullen Jehovah’s getuigen u graag helpen. Zij zullen er regelingen voor treffen de bijbel gratis bij u thuis of op een andere geschikte plaats te bestuderen. Ook bent u welkom in hun Koninkrijkszaal, waar verscheidene malen per week werkelijke bijbelbesprekingen worden gehouden. Er wordt op deze bijeenkomsten niet gecollecteerd. Wij nodigen u uit zelf na te gaan of u de hartelijke vriendschap en liefde waaraan volgens Jezus zijn ware volgelingen te herkennen zouden zijn, onder deze mensen aantreft (Joh. 13:35). Doe dit zo spoedig mogelijk!

[Voetnoten]

a Het Nieuwe Testament in de omgangstaal. Tenzij anders vermeld, is deze bijbeluitgave, die zowel door katholieke als protestantse autoriteiten wordt erkend, in dit gehele artikel voor teksten uit de Griekse Geschriften gebruikt. Voor teksten uit de Hebreeuwse Geschriften is de Nieuwe Vertaling van het Nederlandsch Bijbelgenootschap gebruikt.

[Kader op blz. 549]

HEEFT DE KERK U VERTELD DAT JEZUS DE ALMACHTIGE GOD IS?

Zo ja, dan heeft ze u niet de waarheid verteld. De bijbel zegt:

„God [staat] boven Christus.” „Ook de Zoon [zal] zichzelf onderwerpen aan God. — 1 Kor. 11:3; 15:28.

Jezus zei zelf:

„De Vader is groter dan ik.” — Joh. 14:28.

HEEFT UW KERK U GELEERD DAT DE ZIEL NIET KAN STERVEN?

Gods Woord zegt: „De ziel die zondigt, die zal sterven.” — Ezech. 18:4, 20.

En over Jezus Christus zei de Schrift profetisch: „Hij [heeft] Zijn ziel uitgestort in den dood.” — Jes. 53:12.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen