Hoe aanvaardt u raad?
WAT is het doel van raad die de ene persoon aan een ander geeft? Het is om hulp en leiding te geven of inzicht te verschaffen in de wijze waarop iets gedaan moet worden. Alleen de Schepper, Jehovah God, heeft niemand nodig die hem raad geeft, zoals de profeet zei: „Wie kan hem als zijn raadsman iets doen weten? Met wie is hij te rade gegaan opdat men hem zou doen verstaan, of wie onderwijst hem in het pad der gerechtigheid, of onderwijst hem kennis, of doet hem zelfs de weg van het werkelijke verstand kennen?” — Jes. 40:13, 14.
Zelfs de volmaakte mens Jezus Christus, met al zijn vroegere ervaring in de hemel, ontving en aanvaardde raad van God. Hij zei: „Ik [doe] niets uit mijzelf . . .; maar deze dingen spreek ik, zoals de Vader mij heeft geleerd.” — Joh. 8:28; 5:19, 30.
HOE BELANGRIJK HET IS ACHT TE SLAAN OP RAAD
Onvolmaakte mensen hebben dus dringend behoefte aan raad, ten einde de juiste weg te kunnen volgen en Gods Woord in hun leven toe te passen. De apostel Johannes beklemtoonde welke situatie raad zo noodzakelijk maakt toen hij zei: „Indien wij de bewering uiten: ’Wij hebben geen zonde’, misleiden wij onszelf en de waarheid is niet in ons.” — 1 Joh. 1:8.
Wegens overgeërfde zonde hebben wij allemaal de natuurlijke neiging raad onprettig te vinden, vooral als deze raad betrekking heeft op de een of andere fout of zwakheid. Jehovah waarschuwt: „Maakt u niet als een paard of muildier zonder verstand, wier vurigheid zelfs door toom of halster bedwongen dient te worden voordat ze tot u zullen naderen” (Ps. 32:9). Iemand die toegeeft aan de geest van wrok en „zijn nek [herhaaldelijk] verhardt”, door onredelijk en ongenaakbaar te worden, zal krachtiger maatregelen, beperkingen en ten slotte rampspoed onder de ogen moeten zien. — Spr. 29:1.
Personen daarentegen die nederig zijn en graag in inzicht willen toenemen, vragen om raad. Het gaat er bij hen niet om dat zij altijd „gelijk” willen hebben, maar dat zij dingen doen die God behagen en waardoor anderen geholpen zullen worden. Zij beseffen derhalve dat er „redding [is] in de veelheid van raadgevers” (Spr. 11:14). Als zij een fout maken, zijn zij blij wanneer deze hun onder de aandacht wordt gebracht, ook al is dit soms misschien pijnlijk. Zij willen het vermijden opnieuw in een verkeerde of onwenselijke handelwijze — tot hun schande — te vervallen. Zij volgen Gods raad op: „Koop wáárheid en verkoop ze niet — wijsheid en streng onderricht en verstand.” — Spr. 23:23.
EEN JUISTE GEEST EN BEWEEGREDEN BIJ HET GEVEN VAN RAAD EN TERECHTWIJZINGEN
Raad kan soms ook een terechtwijzing omvatten. Het Hebreeuwse grondwoord voor „terechtwijzen” heeft de betekenis: ’kwesties beslissen, zaken rechtzetten.’ In de bijbelse zin betekent een terechtwijzing op zichzelf een vriendelijk, rechtstreeks aantonen van wat in een kwestie goed en wat verkeerd is. Het hangt van de omstandigheden en de houding van degene die wordt terechtgewezen af of de terechtwijzing van een bestraffing vergezeld gaat.
De apostel onthulde wat de juiste geest dient te zijn van degene die raad geeft, toen hij over de verantwoordelijkheid van ouderlingen in de christelijke gemeente sprak: „Broeders, zelfs al doet iemand een misstap voordat hij zich ervan bewust is, tracht gij, die geestelijke hoedanigheden hebt, zo iemand in een geest van zachtaardigheid te herstellen, terwijl een ieder van u zichzelf in het oog houdt, opdat ook gij niet verzocht wordt.” — Gal. 6:1.
Indien een ouderling dus ziet dat een christelijke broeder, uit onervarenheid of wegens een gebrekkig inzicht, een handelwijze volgt die wel eens heel onwenselijk zou kunnen aflopen, zal hij zich niet eenvoudig omdraaien en zijn broeder de gevolgen laten ondergaan. Ook zal hij hem geen uitbrander geven. In plaats daarvan is hij uit liefde verplicht zijn broeder in een geest van zachtaardigheid op het gevaar, het onverstandige of het verkeerde van zijn handelwijze of denkwijze te wijzen.
Een terechtwijzing wordt derhalve gegeven met de beweegreden de terechtgewezene te helpen. Ook bekommert degene die de terechtwijzing geeft zich erom de vrede en een gezonde geest in de gemeente te bewaren. Indien degene die de terechtwijzing ontvangt, hier op juiste wijze op reageert, voorkomt dit dat hij in moeilijkheden geraakt en Gods gunst verliest. Hij zal veranderingen aanbrengen en weer op het goede pad worden gebracht.
HOE STAAT HET ERMEE ALS DE RAAD PIJN DOET?
Hoe staat het er echter mee als u vindt dat een bepaalde raad die u gegeven wordt, onverstandig is en misschien alleen maar de mening van de raadgever weerspiegelt? Beschouw, voordat u de raad verwerpt, echter eerst eens uw eigen houding. Tracht u zichzelf te behagen of God? Misschien is uw handelwijze op zichzelf genomen niet verkeerd. Maar bekommert u zich er niet om welke uitwerking deze op anderen zou kunnen hebben? De apostel herinnert ons aan het volgende: „Wij . . . die sterk zijn, behoren de zwakheden te dragen van hen die niet sterk zijn en niet onszelf te behagen. Laat een ieder van ons zijn naaste behagen in datgene wat zijn opbouw ten goede komt.” — Rom. 15:1, 2.
Ten einde ons te helpen een handelwijze te volgen waardoor wij God behagen, zei Paulus ook nog: „Alle dingen zijn geoorloofd, maar niet alle dingen zijn heilzaam. Alle dingen zijn geoorloofd, maar niet alle dingen bouwen op” (1 Kor. 10:23). Binnen het raamwerk van de christelijke wet heeft een christen veel vrijheid van handelen, en hij moet veel kwesties overeenkomstig zijn christelijke geweten beslissen. Hij moet echter ook rekening houden met het geweten van anderen. Niet alle dingen bouwen hetzij hemzelf of anderen op. Zulke dingen kunnen best worden opgeofferd, vooral wanneer liefde en vrede op het spel staan.
Soms wordt iemand geen raad gegeven omdat hij iets verkeerds gedaan heeft, maar opdat hij zich kan verbeteren en vorderingen kan maken. Laten wij bijvoorbeeld eens aannemen dat u raad ontvangt over de kwaliteit van uw voorlezen in het openbaar. Dit overvalt u misschien als een schok, aangezien u dacht dat u heel goed kon lezen. Wat zult u doen? Waarom zou u niet te weten zien te komen in welk opzicht uw voorlezen zwak is en hoe het verbeterd zal worden? Wij kunnen beslist geen van allen volmaakt voorlezen — het is altijd mogelijk hierin verbetering aan te brengen. Oefen uzelf in het voorlezen. Bereid u op een openbare voorleesbeurt voor door van tevoren de uitspraak en de betekenis van woorden op te zoeken, de betekenis van zinsdelen en de juiste klemtoon te beschouwen, enzovoort. U zult op deze manier beslist beter gaan lezen, terwijl u er ook meer plezier uit zult putten.
Of misschien ontvangt u wel de raad dat u vriendelijker moet zijn jegens anderen. Misschien hebt u altijd van uzelf gedacht dat u een vriendelijke persoonlijkheid hebt. Maar klaarblijkelijk treedt dit niet voor anderen duidelijk aan het licht. Welnu, accepteer de raad dan door ervan uit te gaan dat er een zekere basis voor bestaat; tracht een grotere belangstelling voor anderen aan de dag te leggen; wees spontaner en expressiever en toon meer waardering. Niet alleen zult u hierdoor betere vriendschappen ontwikkelen, maar ook uw eigen geest zal erop vooruitgaan, terwijl u tevens gelukkiger zult worden.
Ook al voelt u zich als gevolg van raad diep gekwetst, houd dan Davids voorbeeld in gedachten. Hij ontving veel streng onderricht, maar God oefende hem hierdoor voor grotere dingen. David zei uit ervaring: „De rechtvaardige sla mij, het zal weldadigheid zijn; en hij bestraffe mij, het zal olie des hoofds zijn, het zal mijn hoofd niet breken,’ (Ps. 141:5, Statenvertaling). Zelfs al is de raad van een broeder moeilijk te verteren, toch zult u er hetzij fysiek of geestelijk niet dood door gaan, terwijl de raad in plaats daarvan als een verzachtende en verfrissende olie kan blijken te zijn. Indien u de raad ter harte neemt, zult u de vervulling van de spreuk ervaren: „Wie een terechtwijzing in acht neemt, dié wordt verheerlijkt.” — Spr. 13:18; Hebr. 12:11.