Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w75 15/5 blz. 301-303
  • Hoe worden christenen geestelijk gevoed?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Hoe worden christenen geestelijk gevoed?
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1975
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • DE „SLAAF” EN DE „HUISKNECHTEN”
  • WANNEER DE „SLAAF”-KLASSE BEGON
  • DE „SLAAF”-KLASSE IN DE HEDENDAAGSE TIJD
  • De „slaaf” die nog leefde toen het „teken” te zien was
    Gods duizendjarige koninkrijk is nabij gekomen
  • Een „slaaf” die zowel getrouw als beleidvol is
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2004
  • „Wie is werkelijk de getrouwe en beleidvolle slaaf?”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2013
  • Een schitterende beloning voor getrouwheid
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1975
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1975
w75 15/5 blz. 301-303

Hoe worden christenen geestelijk gevoed?

HOE voedt God zijn volk in geestelijk opzicht? Gebeurt dit op individuele basis, dat wil zeggen, ontvangen christenen hun geestelijke voedsel als afzonderlijke personen, onafhankelijk, zonder noodzakelijkerwijs om te gaan met andere christenen die het ware geloof hebben ? Kunnen zij de bijbel louter op zichzelf bestuderen en God op zichzelf dienen?

Wij kunnen een antwoord op deze vragen krijgen door te beschouwen wat Jezus Christus slechts drie dagen vóór zijn dood tot zijn apostelen zei. Toen hij over toekomstige dingen sprak, zette hij gedetailleerd uiteen welke gebeurtenissen het „teken” van zijn tegenwoordigheid zouden vormen als hij in hemelse macht en heerlijkheid zou wederkomen. Hij waarschuwde hen waakzaam te zijn met betrekking tot zijn komst, wanneer hij zijn discipelen, die hij „slaven” noemde, zou inspecteren en oordelen (Matth. 24:1-44). Hij kon deze uitdrukking met betrekking tot hen gebruiken omdat hij hen weldra met zijn eigen bloed zou kopen. — 1 Kor. 6:20; 7:23.

DE „SLAAF” EN DE „HUISKNECHTEN”

Jezus zei in verband met zijn waarschuwing ook: „Wie is werkelijk de getrouwe en beleidvolle slaaf, die door zijn meester over diens huisknechten is aangesteld om hun te rechter tijd hun voedsel te geven?” — Matth. 24:45.

„Huisknechten” zijn dienstknechten of slaven. Als leden van Gods huisgezin zouden zulke personen als groep gevoed worden, aangezien zij met elkaar samenwerken, elkaar kennen, met elkaar omgaan en elkaar helpen. Wanneer wij Jezus’ illustratieve verklaring beschouwen, zullen wij opmerken dat met de uitdrukking „slaaf” (enkelvoud) alle huisknechten te zamen als groep worden bedoeld, terwijl de uitdrukking „huisknechten” (meervoud) betrekking heeft op hen als afzonderlijke personen.

Dat een groep mensen, ja, zelfs een hele natie aldus als een slaaf of dienstknecht werd beschouwd, was niet nieuw voor Jezus’ discipelen. Jehovah God had de natie Israël verscheidene malen als zijn knecht toegesproken. Hij zei: „Gij, o Israël, zijt mijn knecht, gij, o Jakob, die ik verkozen heb, het zaad van mijn vriend Abraham; gij, die ik gegrepen heb van de uiteinden der aarde, en gij, die ik geroepen heb zelfs uit haar afgelegen streken. En daarom heb ik tot u gezegd: ’Gij zijt mijn knecht; ik heb u verkozen, en ik heb u niet verworpen’” (Jes. 41:8, 9). De Schepper maakte duidelijk dat deze samengestelde „knecht” uit vele afzonderlijke personen bestond door tot de natie Israël te zeggen: „’Gij zijt mijn getuigen’, is de uitspraak van Jehovah, ’ja, mijn knecht die ik verkozen heb.’ . . . En nu, luister, o Jakob mijn knecht, en gij, o Israël, die ik verkozen heb. Dit heeft Jehovah gezegd, . . . ’Heb ik het u niet van die tijd af ieder afzonderlijk doen horen en aangekondigd? En gij zijt mijn getuigen.’” — Jes. 43:10; 44:1-8; ook 42:19; 44:21; 48:20; 49:3; Jer. 30:10.

Wie zou, nadat God het natuurlijke Israël wegens hun ongehoorzaamheid als zijn dienstknecht had verworpen, nu zijn dienstknecht, zijn aardse instrument, gevormd door zijn getuigen op aarde, worden? Laten wij eens zien wat de apostel Paulus hierover zegt. Het was omstreeks de jaren 50-52 G.T. dat Paulus de christelijke gemeenten in Galátië over deze kwestie schreef. Het nieuwe verbond, dat het Wetsverbond verving, was sinds Pinksteren van het jaar 33 G.T. werkzaam geweest. De christelijke gemeente functioneerde derhalve al ongeveer achttien jaar. Paulus zei tot de christenen in Galátië: „Noch besnijdenis noch onbesnedenheid is iets, maar een nieuwe schepping is iets. En allen die volgens deze gedragsregel ordelijk zullen wandelen, op hen zij vrede en barmhartigheid, ja, op het Israël Gods.” — Gal. 6:15, 16.

De christelijke gemeente bestond uit mensen die volgens die regel betreffende een „nieuwe schepping” ordelijk wandelden. Als een verenigde gemeente vormde ze aldus Gods „knecht”, evenals het Israël uit de oudheid dit was geweest. De passage in Jesaja 43:10 kon derhalve in geestelijk opzicht op de gemeente als het „Israël Gods” van toepassing gebracht worden: „’Gij zijt mijn getuigen’, is de uitspraak van Jehovah, ’ja, mij knecht.’”

WANNEER DE „SLAAF”-KLASSE BEGON

Wanneer ontstond deze getrouwe „slaaf”? Met Pinksteren, in het jaar 33 G.T. De eerste 120 personen op wie heilige geest werd uitgestort, gingen onmiddellijk aan het werk om de anderen te voeden die tot Gods geestelijke feestmaal werden uitgenodigd, namelijk de joden, van wie er 3000 het aangeboden geestelijke „voedsel” aanvaardden en werden gedoopt. Hierna bleven de 3000 geestelijk voedsel tot zich nemen totdat zij goed gesterkt waren. Velen gingen toen weer terug naar hun huis in andere landen, alwaar zij gemeenten oprichtten en ermee voortgingen met elkaar om te gaan en in harmonie met de ware leer van de apostelen te leven. — Hand. 2:1-4, 37-42.

Nog geen drie en een half jaar later beijverde de „getrouwe en beleidvolle slaaf” zich voedsel uit te reiken aan de heidenen toen Petrus het goede nieuws aan Cornelius en zijn huisgezin uiteenzette. Naarmate er nieuwe discipelen binnenkwamen, hielpen ook zij als „huisknechten” eraan mee anderen te voeden. Er werd een regeling getroffen waardoor de apostelen, en vooral Paulus en de mede-”huisknechten” die met hem reisden, vele personen in andere landen voedden. Zij brachten Jezus’ woorden ten uitvoer: „Gaat daarom en maakt discipelen van mensen uit alle natiën, hen dopende in de naam van de Vader en van de Zoon en van de heilige geest, en leert hun onderhouden alles wat ik u geboden heb.” — Matth. 28:19, 20.

Ten einde een blijvende hulp bij het uitdelen van het geestelijke voedsel te verschaffen, werden de apostelen en andere eerste-eeuwse discipelen van Jezus Christus er door God toe geïnspireerd zevenentwintig boeken te schrijven die de christelijke Griekse Geschriften vormen. Deze, te zamen met de reeds bestaande Hebreeuwse Geschriften, verschaften voor hen destijds, en voor christenen tot op deze tijd, het geestelijke voedsel in schriftelijke vorm.

Jezus had gezegd: „Ziet! ik ben met u alle dagen tot het besluit van het samenstel van dingen” (Matth. 28:20). Jezus Christus is het Hoofd van de gemeente, zijn slaaf, en zijn woorden tonen aan dat hij hen dermate zou sterken dat zij zijn „huisknechten” door alle eeuwen heen van voedsel zouden voorzien. Klaarblijkelijk gaf de ene generatie van de „slaaf”-klasse het voedsel aan de volgende generatie door, terwijl zij ook zichzelf van voedsel bleven voorzien.

Iemand zou de vraag kunnen stellen: ’Hoe kan de „slaaf”, die uit de „huisknechten” is samengesteld, de „huisknechten” voeden? Dat zou erop neerkomen dat de „slaaf” zichzelf voedt.’ Dit zou geïllustreerd kunnen worden met een groot gezin dat naar een boerderij verhuist. Een van hun eerste behoeften is voor voedsel te zorgen. Verschaft de vader al het voedsel en stopt hij dit persoonlijk in de mond van de andere gezinsleden? Neen. Elk gezinslid verricht een verschillende taak. De een zal misschien ploegen. Anderen zullen misschien een put graven. Sommigen houden zich bezig met planten. Sommigen verzorgen het vee en melken de koeien. Vanzelfsprekend helpen allen mee bepaalde facetten van het werk te verrichten. Naar alle waarschijnlijkheid zullen ook allen aan de oogst mee helpen. De vrouwen gaan vervolgens voedsel inmaken om dit in de toekomst te kunnen gebruiken. Zij bereiden ook de maaltijden en dienen het voedsel aan de familie op. Welnu, geen enkele afzonderlijke persoon zou zo goed gezorgd kunnen hebben. Maar met de gezamenlijke krachtsinspanningen van alle gezinsleden worden allen goed gevoed. Als gezin zijn zij één lichaam of groep van mensen, evenals de „getrouwe en beleidvolle slaaf” dit is. Als individuele personen zijn zij echter werkers die als „huisknechten” in een gezin voedsel klaarmaken en opdienen. Een overeenkomstige illustratie die de apostel Paulus in 1 Korinthiërs 12:12-27 geeft, is die van een stoffelijk menselijk lichaam en de leden ervan.

DE „SLAAF”-KLASSE IN DE HEDENDAAGSE TIJD

Jezus zei over deze „slaaf”: „Gelukkig is die slaaf wanneer zijn meester hem bij zijn aankomst daarmee bezig vindt” (Matth. 24:46). Hier sprak Jezus over zijn terugkeer om zijn „slaaf”-klasse te inspecteren en te zien of zij ’daarmee bezig waren’, dat wil zeggen, of zij zijn huisknechten te rechter tijd hun voedsel gaven. Wie zou die „slaaf” in deze tijd zijn?

Op grond van de door Jezus vermelde regel „De boom wordt aan zijn vrucht gekend”, kunnen wij vaststellen wie die „slaaf” is (Matth. 12:33). Negentien eeuwen geleden, toen de „getrouwe en beleidvolle slaaf”-klasse voor het eerst werd gevormd, maakte deze het goede nieuws van Gods Messiaanse koninkrijk en de komende vernietiging van het joodse samenstel van dingen bekend. Alleen deze getrouwe klasse bracht ware Koninkrijksvruchten voort. Hoewel de personen die deel uitmaakten van deze klasse, werden vervolgd, overleefden zij de woelige tijdsperiode die als een eerste vervulling van Jezus’ profetie in Matthéüs 24:4-22, Markus 13:5-20 en Lukas 21:8-24 kwam.

In het jaar 1914 G.T. kwam de tijd van de volledige vervulling van Jezus’ profetie over het „teken van [zijn] tegenwoordigheid en van het besluit van het samenstel van dingen”. De „getrouwe en beleidvolle slaaf” dient in deze dringende tijd van het einde derhalve zeer actief het Messiaanse koninkrijk van God en het besluit van dit huidige wereldstelsel te prediken. En evenals de „slaaf”-klasse van de eerste eeuw dienen zij zich ondanks wijdverbreide vervolging te handhaven. Van wie kan dit thans gezegd worden? Wie brengen de ware christelijke vruchten voort? De feiten duiden op het kleine groepje gezalfde leden van Christus’ ware gemeente op aarde in deze tijd. Zij hebben tot op heden op energieke wijze geestelijk voedsel uit Gods Woord verschaft, waardoor zij hun eigen geestelijke gezindheid hebben bewaard.

Bovendien hebben ongeveer 2.000.000 andere personen zich met de hedendaagse „slaaf” verbonden. De „slaaf” heeft er inderdaad blijk van gegeven Jehovah’s „knecht” — zijn getuigen — te zijn. De metgezellen van deze „slaaf” hebben de hoop eeuwig in een aards paradijs te leven. Zij worden op overvloedige wijze door de „getrouwe en beleidvolle slaaf” gevoed. Het geestelijke voedsel dat zij ontvangen, is voedsel „te rechter tijd”, omdat de toestanden nog nooit zo kritiek zijn geweest en de noodzaak om uit dit samenstel van dingen te vluchten en op Gods voorziening voor overleving te vertrouwen, nog nooit zo dringend is geweest.

Wij zien derhalve dat Jezus Christus zelf de aandacht heeft gevestigd op deze methode om zijn volk te voeden — niet als afzonderlijke, onafhankelijke personen, maar als een hechte groep christenen die werkelijke liefde en zorg voor elkaar hebben. Dit is thans onder de gemeenten van Jehovah’s getuigen in alle landen het geval. Dit móet wel zo zijn, want gedurende Christus’ duizendjarige regering over de aarde zullen de mensen beslist eendrachtig samenwerken om de aarde te verfraaien. Op geen enkele andere manier is geluk mogelijk en kunnen de vruchten van de geest worden voortgebracht, namelijk „liefde, vreugde, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtaardigheid, zelfbeheersing” (Gal. 5:22, 23). Alleen wanneer deze hoedanigheden in mensen werkzaam zijn, kan er vrede bestaan en kan men volledig van het leven hier op aarde genieten.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen