’De foetus is „levend”’
● Dr. M. J. Halberstam, een arts in Washington D. C., schreef in het medische tijdschrift Ob.Gyn.News van 15 mei 1970 een artikel over abortus. Onder de dingen die hij besprak, verdient vooral het volgende aandacht: „De geneeskunde is een wetenschap die zich in het bijzonder met het leven bezighoudt. Het is de arts opgelegd het leven te beschermen en te behouden. Ik spreek nu over het biologische leven . . . het leven dat te maken heeft met het welzijn van, laten wij zeggen, de moeder, een gezin of van een samenleving in haar geheel.
De arts leert dat hij geen onderscheid dient te maken ten aanzien van het stadium of de hoedanigheid van het leven dat hij moet beschermen.” Vervolgens vermeldde doktor Halberstam dat „de foetus [het ongeboren kind] bij de conceptie het gehele genetische potentieel van RNZ en DNZ ontvangt. . . .
De foetus is ook enig in zijn soort. De exacte combinatie van proteïnen van iedere foetus heeft nooit eerder bestaan en zal nooit meer bestaan.
Het staat onomstotelijk vast dat de foetus, hoewel op een bijzondere wijze, ’levend’ is. Daar ik niet in de onsterfelijkheid van de ziel geloof, stel ik het leven van de foetus niet op één lijn met het leven van de moeder, maar als arts weet ik dat de foetus leeft en als menselijk wezen heb ik er eerbied voor.” En de wet van Jehovah God aan Israël laat zien dat hij de foetus of het kind in ontwikkeling als levend beschouwde en dus werd het ook als een leven gerespecteerd. — Ex. 21:22, 23.