De belangrijkste viering van het jaar — Zult u er aanwezig zijn?
U wordt beleefd uitgenodigd voor de GEDACHTENISVIERING — ter herdenking aan Jezus Christus’ dood
Dinsdag 17 april Na 6 uur n.m.
In alle Koninkrijkszalen van Jehovah’s getuigen en op verscheidene andere plaatsen in meer dan 200 landen
Gratis zitplaatsen Geen collecte
ELKE formele viering ter gelegenheid waarvan een bezoekeraantal van meer dan drie en een half miljoen mensen wordt verwacht, moet beslist uiterst belangrijk zijn. En dit geldt zeer zeker voor de hier bedoelde viering! Nu zult u misschien zeggen dat u nog nooit zo’n viering hebt bijgewoond. In dat geval zult u ongetwijfeld graag meer over de aangelegenheid willen weten. Door wie wordt de viering georganiseerd? Hoe belangrijk is de viering? Waarom is het zo belangrijk aanwezig te zijn?
De geschiedenis leert ons het volgende: In de lente van het jaar 33 van onze gewone tijdrekening (op donderdagavond of 14 Nisan volgens de joodse kalender) vierde de Heer Jezus Christus het Pascha met zijn twaalf apostelen. Daarna, toen zij nog steeds rondom die paschatafel aanlagen, stelde Jezus iets nieuws in, iets wat zijn getrouwe volgelingen van die tijd af tot nu toe hebben onderhouden. Het wordt de „Gedachtenisviering” of het „Avondmaal des Heren” genoemd, welke viering jaarlijks ter „gedachtenis” aan Jezus’ loskoopoffer wordt onderhouden. — Mark. 14:22-26; 1 Kor. 11:23-26.
Sommige details van die historische avond 1940 jaar geleden zijn speciaal belangwekkend. De apostel Matthéüs, een ooggetuige, beschrijft voor ons wat er gebeurde: „Terwijl zij verder aten, nam Jezus een brood, en na de zegen te hebben uitgesproken, brak hij het en gaf het aan de discipelen en zei: ’Neemt, eet. Dit betekent mijn lichaam.’ Ook nam hij een beker, en na een dankgebed te hebben uitgesproken, gaf hij die aan hen, terwijl hij zei: ’Drinkt allen hieruit; want dit betekent mijn „bloed van het verbond”, dat ten behoeve van velen vergoten zal worden tot vergeving van zonden. Maar ik zeg u: Van nu af zal ik geenszins meer iets van dit produkt van de wijnstok drinken tot op die dag waarop ik het met u nieuw zal drinken in het koninkrijk van mijn Vader.’ Tenslotte gingen zij, na het zingen van lofzangen, naar de Olijfberg.” — Matth. 26:26-30.
DE SYMBOLEN — WAT BETEKENEN ZE?
Wat bedoelde Jezus toen hij het brood en de wijn aan zijn discipelen aanreikte en volgens de Statenvertaling zei: „Dat is Mijn lichaam . . . dat is Mijn bloed”? (Matth. 26:26, 28) Bij het weergeven van Jezus’ woorden gebruikt Matthéüs hier het Griekse woord estin, dat gewoonlijk met „is” wordt vertaald maar hier wordt gebezigd in de zin van „betekent”, „staat voor”, „houdt in” of „stelt voor”. Vandaar dat de Nieuwe-Wereldvertaling, in overeenstemming met Moffatt, luidt: „Dit betekent mijn lichaam . . . dit betekent mijn ’bloed’.” De Charles B. Williams-vertaling zegt: Dit „stelt mijn lichaam voor . . . dit stelt mijn bloed voor”.a
Was het brood een passend symbool van Jezus’ letterlijke vleselijke lichaam? Ja, want het was ongezuurd paschabrood. Het bevatte geen zuurdeeg of gist, waardoor soms zonde en huichelarij werden afgebeeld (Matth. 16:6, 11, 12; Luk. 12:1; 1 Kor. 5:7-11). Het ongezuurde brood vormde een passende afbeelding van de heilige en volmaakte Jezus, die „schuldeloos, onbesmet, afgescheiden van de zondaars” en vrij van alle huichelarij was. — Hebr. 7:26; Luk. 1:35; 1 Petr. 2:22.
Toen Jezus’ getrouwe apostelen van het brood gebruikten, vormde het een zekere voeding voor hen. En voeding houdt verband met leven en bestaan. Aanvaarding van wat door het brood wordt voorgesteld, is dus te vergelijken met het gebruiken van levenonderhoudend voedsel. Daarom zei Jezus met betrekking tot de voordelen die het offer van zijn vleselijke lichaam zou afwerpen, over zichzelf: „Ik ben het brood des levens. . . . Dit is het brood dat uit de hemel neerdaalt, opdat een ieder ervan kan eten en niet zal sterven. Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald; als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid, en werkelijk, het brood dat ik zal geven, is mijn vlees ten behoeve van het leven der wereld.” — Joh. 6:48-51; Hebr. 10:10.
Er moest tijdens deze jaarlijkse viering echter meer herdacht worden dan het lichaam van Jezus. Daarom gaf Jezus vervolgens een beker wijn aan zijn discipelen door, met de woorden: „Dit betekent mijn ’bloed van het verbond’, dat ten behoeve van velen vergoten zal worden tot vergeving van zonden” (Matth. 26:27, 28). Evenals het geval was geweest met het oude Mozaïsche Wetsverbond, zou ook het „nieuwe verbond”, met Christus Jezus als Middelaar, alleen door middel van het vergieten van bloed van kracht worden. En in verband met dat nieuwe verbond zou ook de mensheid zonder het vergieten van dat kostbare bloed van Jezus geen vergeving van zonden kunnen hebben (Hebr. 9:17-20, 22; Ex. 24:7, 8). De tijdens de gedachtenisviering gebruikte wijnbeker is een afbeelding van deze wonderbare voorziening die Jehovah door middel van de offerandelijke dood van de Heer Jezus Christus voor de redding van de mensheid heeft getroffen en doet ons aan deze voorziening denken. — Hebr. 9:12, 14, 15; 10:28, 29.
WEINIG DEELNEMERS — WAAROM?
Als u de uitnodiging aanneemt en de jaarlijkse Gedachtenisviering bijwoont, zult u opmerken dat weinigen of geen van de aanwezigen van de symbolen, het brood en de wijn, gebruiken. Vorig jaar waren er bijvoorbeeld over de gehele wereld slechts drie deelnemers op elke duizend aanwezigen. Wie komt er derhalve voor in aanmerking van de symbolen te gebruiken? In de allereerste plaats wordt iemand hiervan buitengesloten als hij geen gedoopte aanbidder van Jehovah is en niet actief — in navolging van Christus Jezus, „de Getrouwe Getuige”, en zijn apostelen — als een van Jehovah’s getuigen dienst verricht. Wil dit zeggen dat alle christelijke getuigen van Jehovah van de symbolen gebruiken? Neen. Slechts een heel klein percentage van hen gebruikt ervan. — Openb. 1:5; 3:14; Joh. 18:37.
Dit is begrijpelijk met het oog op hetgeen er gebeurde toen de Gedachtenisviering in 33 G.T. voor het eerst werd ingesteld. Bij die gelegenheid waren slechts elf getrouwe apostelen aanwezig die door Jezus werden uitgenodigd in een Koninkrijksverbond met hem opgenomen te worden. „Gij zijt degenen die in mijn beproevingen steeds bij mij zijt gebleven; en ik sluit een verbond met u, evenals mijn Vader een verbond met mij heeft gesloten, voor een koninkrijk, opdat gij in mijn koninkrijk aan mijn tafel moogt eten en drinken, en op tronen moogt zitten om de twaalf stammen Israëls te oordelen.” Jezus zei ook tegen hen: „Ik ga heen om een plaats voor u te bereiden . . . opdat ook gij moogt zijn waar ik ben” (Luk. 22:28-30; Joh. 14:1-3; Matth. 19:28). Uiteindelijk zullen degenen die deel uitmaken van deze „kleine kudde” medeërfgenamen en metgezellen van Christus Jezus in de hemel slechts 144.000 in aantal bedragen. — Luk. 12:32; Openb. 14:1-3.
Op het ogenblik vertoeven er nog slechts enkele duizenden van deze voor de hemel bestemde klasse op aarde, een overblijfsel slechts, en alleen zij komen ervoor in aanmerking van de symbolen te gebruiken. In tegenstelling tot dit aantal is er met dit overblijfsel „een grote schare” van ongeveer anderhalf miljoen personen verbonden die de hoop koesteren eeuwig op aarde te leven ten einde onderdanen van het Koninkrijk met zijn 144.000 regeerders te worden (Openb. 7:9, 10). Al deze mensen met een aardse hoop zijn bijzonder blij deze jaarlijkse Gedachtenisviering te kunnen bijwonen, want zij hebben belangstelling voor de regering die erop zal toezien dat Gods wil op aarde geschiedt. Maar aangezien zij weten dat zij niet in het Koninkrijksverbond zijn opgenomen, gebruiken zij niet van de symbolen. Op deze wijze geven zij er blijk van deze kwestie in het juiste licht te bezien en het juiste respect voor de gelegenheid te bezitten.
ZORG ER BESLIST VOOR AANWEZIG TE ZIJN
Sta hier eens bij stil: Voordat de aarde één omwenteling om haar as heeft gemaakt, zullen mensen in meer dan 200 landen, die meer dan 160 talen spreken, deze grootse viering onderhouden hebben. Ja, in veel landen waar Jehovah’s aanbidding verboden is, zullen tienduizenden personen het Avondmaal in het geheim vieren, waarbij zij hun vrijheid en misschien zelfs wel hun leven riskeren!
Welnu, zou u denken dat deze mensen zulke risico’s zouden nemen voor een maaltijd van stoffelijk voedsel waarvan de meesten niet eens gebruik maken? Natuurlijk niet! De geestelijke aspecten van deze belangrijke viering sporen hen ertoe aan aanwezig te zijn. De aandacht van de aanwezigen zal volledig gericht zijn op de Bron van het leven, Jehovah zelf, en zijn grootse voorziening voor eeuwig leven door middel van het loskoopoffer van zijn geliefde Zoon, onze Heer en Redder Jezus Christus. Diens dood aan een martelpaal zal worden herdacht, niet alleen omdat hierdoor een losprijs voor de mensheid werd verschaft, maar ook omdat Jezus’ liefde, toewijding en gehoorzaamheid aan Jehovah erdoor werden gedemonstreerd. Op deze wijze bewees Jezus dat de Duivel een leugenaar was, waardoor Jehovah’s Woord en naam werden gerechtvaardigd.
Iedereen die opzettelijk verzuimt deze viering op 17 april bij te wonen, doet er derhalve goed aan deze vraag te beschouwen: Indien opzettelijke veronachtzaming van het vroegere Pascha met de dood werd gestraft, zal er dan niet een veel zwaardere straf worden toegediend aan degene die het Avondmaal des Heren veracht en de voorziening die door het brood en de wijn wordt afgebeeld, met voeten treedt? U zult de uitnodiging om deze viering bij te wonen, stellig willen aanvaarden en de voorziening van Jezus’ loskoopoffer willen accepteren. — Num. 9:13; Hebr. 10:26-31.
[Voetnoten]
a Een voetnoot bij Matthéüs 26:26 in The New Testament door Geo. W. Clark en J. M. Pendleton, voor het eerst gepubliceerd in 1884 en herdrukt in 1947 door The Judson Press, luidt: „26. Dit is mijn lichaam: niet letterlijk, want Christus was in zijn lichaam aanwezig en het gebroken brood maakte er kennelijk geen deel van uit. De betekenis is: Dit stelt mijn lichaam voor. Zo noemt Jezus zich een deur (Joh. 10:9), een wijnstok (Joh. 15:1), een ster (Openb. 22:16). Zo zegt Paulus: ’Die rots was Christus’ (1 Kor. 10:4), ’Agar is de berg Sinaï’ (Gal. 4:25). Zulke symbolische uitdrukkingen zijn in alle talen gewoon en worden gemakkelijk begrepen.”