Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w72 15/2 blz. 99-101
  • Hoe de bijbel wordt beschouwd

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Hoe de bijbel wordt beschouwd
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1972
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • MODERNE RELIGIEUZE HOUDING
  • HET „FUNDAMENTALISTISCHE” STANDPUNT
  • HET STANDPUNT VAN JEHOVAH’S GETUIGEN
  • Wat zal er met de kerken gebeuren? — De betekenis voor u
    Ontwaakt! 1970
  • Wat de kerken u niet vertellen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1975
  • Religie in het nieuws
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1972
  • Miljoenen hebben de kerken verlaten — Moet u dit ook doen?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1975
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1972
w72 15/2 blz. 99-101

Hoe de bijbel wordt beschouwd

ER ZIJN in de christenheid, het gebied waar de bijbel het meest verspreid is, vele religies en tegenwoordig zeggen sommige mensen: „Het doet er niet zoveel toe naar welke kerk men gaat. Ze leren allemaal uit het Goede Boek, de bijbel.” Maar is dat zo?

Toegegeven, alle kerken van de christenheid gebruiken de bijbel. Hoe bezien ze de bijbel echter? Aanvaarden de kerkelijke leiders de bijbel werkelijk als het geïnspireerde Woord van God, als betrouwbaar, waarachtig en vrij van dwalingen? Leren zij hun kerkleden dat de bijbel de goddelijke maatstaven bevat waaraan de mensen, indien zij wensen te leven, zich dienen te houden? Laten wij eens zien.

MODERNE RELIGIEUZE HOUDING

Beschouw eerst eens de houding ten opzichte van de bijbel op religieuze seminaries waar toekomstige bedienaren worden onderwezen en geoefend. De religieuze uitgever L. Cassels citeert de presbyteriaanse theoloog J. R. Bodo, die zegt dat een jongeman, indien hij besluit een seminarie te gaan bezoeken, „een schokvrij geloof dient te bezitten”. Waarom? Omdat dikwijls afbrokkeling van het geloof het resultaat is. Zoals Cassels ook verder zegt: „Hoe bekender het seminarie is, hoe meer de faculteit en studentengemeenschap doordrongen schijnen te zijn van de afbrekende sfeer van scepticisme.”

Een bewijs hoe sterk dit scepticisme heerst, vindt men in de bewering die werd geuit door de deken van een zeer vooraanstaand episcopaals seminarie dat ’maar heel weinigen onder zijn studenten persoonlijke gebeden opzonden’. De reden: ’de meesten van hen geloofden niet in de soort van persoonlijke God tot wie iemand zou kunnen bidden!’

Misschien vindt u dit vreemd of zelfs moeilijk te geloven. Laten wij echter, gedachtig aan Jezus’ woorden dat ’men een boom aan zijn vruchten zou kennen’ (Matth. 7:16-20), eens enkele vruchten van deze seminaries beschouwen: de bedienaren die ze hebben voortgebracht.

Onder het opschrift „Wat is geloof?” wordt in een artikel in de Herald-Examiner van Los Angeles (24 januari 1968) een opinieonderzoek besproken dat werd gehouden onder 3000 protestantse bedienaren uit geheel de Verenigde Staten. Wat bleek hieruit? Het artikel zegt: „Over de meerderheid van de jongere geestelijken kon men zeggen dat zij niet langer in de maagdelijke geboorte geloofden, noch Jezus als goddelijk beschouwden op de traditionele wijze waarop de meeste oudere protestanten zijn onderwezen. En de bijbel had zijn betekenis verloren: ’Behalve dat de bijbel niet letterlijk genomen kan worden — minder dan vijf percent van alle ondervraagden deed dit nog wel — is er ook weinig duidelijke leiding voor bepaalde problemen in te vinden’, luidde de conclusie van de ondervragers.”

Ter illustratie van het gebrek aan geloof in de goddelijke inspiratie van de bijbel publiceerde een toonaangevend Amerikaans protestants weekblad, The Christian Century (19 augustus 1970), een artikel van Dr. R. E. Willis, voorganger van de Verenigde Presbyteriaanse Kerk. Hij beschuldigde de bijbel ervan antisemitische passages te bevatten en zegt dat deze bijbelgedeelten dienen te worden „gebrandmerkt als vijandig aan Gods waarheid”. „Om dit doel te bereiken,” zo vervolgt deze bedienaar, „dient de kerk een omschrijving van Gods waarheid te ontwikkelen welke niet slaafs afhankelijk is van het aanvaarden van het Nieuwe Testament in zijn geheel als het Woord van God.”

Is deze houding echter alleen kenmerkend voor protestantse geloofsrichtingen? Blijkbaar niet. In de Morning Record van Meriden, in de Amerikaanse staat Connecticut (26 maart 1970),wordt commentaar geleverd op een lezing, gehouden door priester E. J. McLean van het katholieke inlichtingenbureau van Hartford. De priester wordt geciteerd wanneer hij onder andere zegt: „De geschiedenis van Adam en Eva is geen historisch verslag over de oorsprong van de mens . . . Het is een theologisch verslag, een allegorie of letterkundige vorm.” De ’verhalen over het paradijs, Noach en de toren van Babel waren eveneens bedoeld om als zodanig te worden uitgelegd’, aldus deze katholieke geestelijke.

Een andere nieuwsbron, de Daily Oklahoman van 30 april 1971, geeft een verslag over het standpunt van Dr. Gr. Baum, een vooraanstaand katholiek theoloog. Zijn woorden worden aangehaald wanneer hij zegt dat ’steeds meer gelovigen zich afwenden van God als de „onzichtbare vriend” met wie velen menen niet meer te kunnen spreken en dat zij een nieuwe God beginnen te ontdekken in hun dagelijkse belevenissen’. Deze „nieuwe God” zal men, volgens deze katholieke theoloog, kunnen vinden ’door zelfkennis, door met andere mensen te spreken en doordat men door middel van politieke en sociale groei leert beslissen wat goed en wat kwaad is’. Hij zegt dat men de kerkleden niet langer ’duidelijk omlijnde leerstellingen’ zal opleggen. Waar blijft dan de bijbel met zijn openbaring van God en zijn duidelijk omlijnde leerstellingen?

HET „FUNDAMENTALISTISCHE” STANDPUNT

Weliswaar bezien niet alle kerken en religieuze leiders van de christenheid de bijbel op deze wijze. Sommige, zoals de zogenaamde „fundamentalistische” kerken, beweren nog steeds dat ze de gehele bijbel als geïnspireerd aanvaarden. Hoe staat het echter met de leerstellingen in hun kerkelijke geloofsbelijdenissen? De bijbel zegt bijvoorbeeld: „De ziel, die zondigt, die zal sterven” (Ezech. 18:4, SV). Leren deze kerken dit ook? Of leren ze dat de menselijke ziel onsterfelijk is?

De bijbel zegt: „De bezoldiging der zonde is de dood” en „de dooden weten niet met al” (Rom. 6:23; Pred. 9:5, SV). Is dit ook de leer van deze kerken? Of leren ze dat de bezoldiging der zonde het bij bewustzijn lijden in een eeuwige, vurige kwelling is?

De bijbel vermeldt dat Jezus eens heeft gezegd: „Mijn Vader is meerder dan ik” (Joh. 14:28, SV). Is dat hetgeen deze kerken leren? Of stellen ze Jezus voor als een deel van een Drieëenheid, als „van gelijke eeuwigheid en gelijk aan zijn Vader”? Wat leert uw eigen kerk? Hebt u dit ooit wel eens onderzocht?

HET STANDPUNT VAN JEHOVAH’S GETUIGEN

Wat is het standpunt van de christelijke gemeente van Jehovah’s getuigen ten aanzien van de bijbel? Komt het overeen met dat van de modernistische geestelijkheid, die de volledige inspiratie van de bijbel in twijfel trekt? Of lijkt het meer op dat van de „fundamentalistische” kerken? Geen van beide.

Jehovah’s getuigen beschouwen de gehele bijbel als geïnspireerd door God. In plaats van scepticisme hebben zij het volste vertrouwen in en zijn zij overtuigd van de waarachtigheid van de bijbel. Een van de redenen hiervoor is dat zij hebben ondervonden dat de raad die erin gegeven wordt succes heeft, dat zij door de bijbelse beginselen en leerstellingen in hun dagelijks leven toe te passen de manier hebben gevonden om hun problemen op te lossen en een gelukkig, vruchtbaar leven te leiden. Ja, zij hebben ondervonden wat de psalmist tot God zei: „Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht op mijn pad.” — Ps. 119:105.

Deze christelijke getuigen vinden dat de openbaring welke de bijbel over God en zijn grootse voornemens met betrekking tot de mensheid geeft, een van de meest overtuigende bewijzen voor de echtheid en goddelijke inspiratie ervan vormt. Ofschoon zij eens ontmoedigd waren doordat zij in verwarring naar God zochten en louter door middel van „zelfkennis” en politieke en maatschappelijke activiteiten achter de ware betekenis van het leven trachtten te komen, zien zij thans hoe de bijbelse profetieën op wonderbaarlijke wijze licht werpen op de gebeurtenissen van onze tijd en vooruitwijzen naar een rechtvaardige nieuwe ordening waarvan God de Maker is.

Hoewel zij erkennen dat de bijbel gelijkenissen en uitdrukkingen bevat welke symbolisch en figuurlijk zijn, proberen Jehovah’s getuigen niet andere bijbelplaatsen welke duidelijk letterlijk zijn bedoeld, te ’verwateren’. Zij aanvaarden de geschiedenis in de bijbel als authentiek en niet slechts als een allegorie. Zij zijn het met Jezus en zijn apostelen eens over de waarachtigheid van het bijbelverslag over de schepping van de mens in Eden, de komst van de Vloed en andere historische gebeurtenissen (Matth. 19:4-6; 24:37-39; 1 Kor. 15:45-48; 2 Petr. 2:5). Zij bezitten slechts een geloofsbelijdenis: de bijbel zelf, en zij proberen niet de leerstellingen ervan te wijzigen om ze in overeenstemming te brengen met een geloofsleer over een Drieëenheid van goden, aangeboren onsterfelijkheid van de ziel of eeuwige pijniging.

Denk nu eens na. Indien iemand aan uw woorden twijfelt, de waarheid ervan in twijfel trekt, is dat dan geen inbreuk op uw rechtschapenheid? Indien iemand uw woorden verkeerd weergeeft of dingen voorstaat die er lijnrecht tegen indruisen, terwijl hij beweert uw woorden te aanvaarden, is dat dan geen verraad, een huichelarij waar u een afkeer van hebt? Indien nu de kerken van de christenheid zich ten aanzien van Gods Woord aan een van deze handelwijzen schuldig maken, gelooft u dan dat God met zulke kerken ingenomen is? Zou hij met u ingenomen zijn wanneer u zich bij zulke kerken zou aansluiten en ze zou ondersteunen? Of dient u thans te zoeken naar en u aan te sluiten bij hen die Gods Woord, de bijbel, moedig en oprecht ondersteunen, leren en ernaar leven?

[Kader op blz. 101]

JEHOVAH’S GETUIGEN — Hun leerstellingen en praktijken

Zij geloven werkelijk in de bijbel en trachten ernaar te leven door de bijbel in alle aangelegenheden van het leven als hun gids te gebruiken. — 2 Tim. 3:16, 17.

Er bestaat bij hen geen onderscheid tussen geestelijken en leken. — Mark. 10:42-45.

Hun religie is geen stelsel van kerkvoorschriften maar een levenswijze. — Rom. 12:1, 2.

Zij onthouden zich van rassendiscriminatie. — Hand. 17:26; 10:34, 35.

Zij houden vast aan eerlijkheid en morele reinheid. — 1 Petr. 1:14-16; 4:3, 4.

„Het opmerkelijkste van de Getuigen is wellicht dat zij voor alles vasthouden aan hun verbondenheid met God, boven elke andere macht in de wereld.” — „These Also Believe”, C. S. Braden [Hand. 5:29].

Zij eren, respecteren en gebruiken Gods eigen naam, Jehovah. — Ps. 83:18.

Zij geloven dat Jezus Christus waarlijk Gods Zoon is en dat alle hoop op toekomstig leven afhangt van geloof in hem. — Hand. 4:12.

In plaats van oorlog te voeren tegen hun naaste hebben zij in elk land ’hun zwaarden tot ploegscharen omgesmeed . . . en zij zullen de oorlog met meer leren: — Jes. 2:4.

Zij geloven dat in de zeer nabije toekomst Gods koninkrijk het huidige goddeloze samenstel zal vernietigen en deze aarde in een Paradijs zal veranderen. — Dan. 2:44; Luk. 23:43.

Elke Getuige heeft een aandeel aan het verkondigen van het goede nieuws uit Gods Woord aan anderen. Zij zijn thans in 206 landen werkzaam. — Matth. 28:19, 20.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen