Stellen uw kinderen vertrouwen in u?
„Kinderen, weest gehoorzaam aan uw ouders . . . gij, vaders, irriteert uw kinderen niet.” — Ef. 6:1, 4.
1. Beschrijf de verandering die zich vaak in de houding van een kind jegens zijn ouders voordoet als hij ouder wordt.
WAT is het verrukkelijk te zien hoe een jong kind opgewonden probeert zijn ouders over de een of andere kleine gebeurtenis die zich net heeft voorgedaan, te vertellen! Voor dit kind is er op dat moment niets belangrijkers dan vader en moeder het hele verhaal te vertellen, want het is van mening dat de ouders er in de allereerste plaats alles over moeten horen. Maar helaas! Enkele jaren later ontaardt dat hartelijke en intieme vertrouwen vaak in een ijzige stilte, waarna er een diepvriestoestand van elkaar-uit-de-weg-gaan ontstaat.
2. Wordt de reden waarom ouders het vertrouwen van hun kinderen verliezen, algemeen erkend? Wat is er dus nodig?
2 Waarom zo’n verandering in houding? Ouders en kinderen die zich in deze ongelukkige situatie bevinden, kunnen een hele waslijst met klachten tegen elkaar opnoemen, maar weinigen van hen weten de fundamentele redenen voor de verandering, want anders zouden zij er het hoofd aan kunnen bieden. Vaak staan zij te dicht bij het probleem en zijn zij er te emotioneel bij betrokken om zelf de oorzaak te herkennen of het geneesmiddel te vinden. Zij hebben hulp van buitenaf nodig. Zij hebben de hulp van Gods Woord de bijbel nodig, want hierin wordt nauwkeurig de oorzaak aangewezen en wordt het geneesmiddel sterk belicht.
3. Wanneer werden de zaadjes van opstand tegen ouders het eerst geplant, en door wie?
3 Bij het zoeken naar de oorzaak moet allereerst worden ingezien dat de zaadjes van opstand tegen ouderlijke autoriteit lang geleden werden geplant. De Duivel, de oorspronkelijke opstandeling die ook Satan wordt genoemd, hetgeen tegenstander betekent, bracht Adam en Eva ertoe hun vertrouwen in hun Vader Jehovah te verliezen door de goddelijke wet in twijfel te trekken (Gen. 3:1-6; 2 Kor. 11:3). Sindsdien hebben Adams nakomelingen, voor het merendeel „zonen der ongehoorzaamheid”, weinig geloof en vertrouwen in Jehovah of zijn Woord gesteld (Ef. 2:2). De religieuze leiders dragen in dit opzicht de grootste verantwoordelijkheid, hetgeen vooral in de hedendaagse tijd het geval is. De meeste geestelijken verwerpen de bijbel thans als niet door God geïnspireerd, terwijl zij in plaats daarvan prediken dat ’God dood is’ en dat de mens een voortbrengsel van de evolutie is. — Matth. 15:6, 9.
„KRITIEKE TIJDEN . . . DIE MOEILIJK ZIJN DOOR TE KOMEN”
4. Zijn de toestanden in deze tijd erger dan in vroegere generaties?
4 Hoewel de zaadjes van insubordinatie lang geleden werden geplant, is er pas in de hedendaagse tijd zo’n buitengewoon grote oogst aan opstandelingen verschenen. Door deze generatie van wettelozen is er een crisis op aarde ontstaan zoals er nog nooit eerder is geweest. In dezelfde tijd dat er internationale oorlogen worden gestreden wegens grensgeschillen, worden er op veel thuisfronten andere vormen van oorlog gevoerd, en deze laatste hebben de grootste uitwerking op jongeren. Een rel in de onmiddellijke omgeving heeft een grotere invloed op kinderen dan het bombarderen van dorpen in een oorlogszone aan de andere kant van de aardbol.
5. Wat zijn sommige van de dingen die in deze tijd „moeilijk zijn door te komen”?
5 Plaatselijke arbeidsconflicten komen steeds veelvuldiger voor, terwijl het steeds moeilijker valt erin te bemiddelen. De vrede met betrekking tot zulke conflicten wordt vaak slechts tijdelijk hersteld. Er heerst vrijwel geen vertrouwen meer. Werknemers en werkgevers hebben het vertrouwen in elkaar verloren. Iedereen heeft hieronder te lijden. De produkten en de diensten gaan achteruit, de kosten van het levensonderhoud vliegen omhoog, de druk van de belastingen neemt toe. Iedereen schijnt ontevreden te zijn.
6. Zijn de toestanden soms beter onder burgerlijke ambtenaren?
6 De opstand viert niet alleen hoogtij onder werknemers in het bedrijfsleven, maar ook veel burgerlijke ambtenaren staan op tegen het ingestelde gezag. Enkele jaren geleden waren stakingen onder gemeentelijke en regeringsambtenaren vrijwel onbekend. Maar in deze tijd wordt er door politieagenten, brandweerlieden, werknemers bij de gemeentereiniging, postambtenaren en anderen gestaakt, niet alleen om hogere lonen te krijgen, maar ook uit protest over andere zaken. Er zijn ook steeds meer onderwijzers en leraren die tegen schoolcommissies in opstand komen.
7. Welke opstandige geesteshoudingen zijn zelfs nog ernstiger van aard?
7 Nog afgezien van de geschillen over economische strijdpunten, zijn er de ontwikkelingen van ernstiger aard, waarbij protesten en opstand zijn betrokken tegen het huidige samenstel van dingen, tegen wat de ’establishment’ wordt genoemd. Er zijn veel „anti”-bewegingen gaande — anti-oorlog, anti-vrede, anti-rijk en anti-arm. Soms kunnen deze kleine vuren van ontevredenheid pas in bedwang gehouden worden nadat er enkele levens verloren zijn gegaan.
8. Hoe werden de huidige wereldtoestanden in de bijbelse profetie voorzegd?
8 De wereldtoestanden zijn werkelijk precies zoals de apostel Paulus had voorzegd, „kritieke tijden . . . die moeilijk zijn door te komen”! Paulus beschreef de details als volgt: „De mensen zullen zichzelf liefhebben, het geld liefhebben, zullen aanmatigend zijn, hoogmoedig, lasteraars, ongehoorzaam aan ouders, ondankbaar, deloyaal, geen natuurlijke genegenheid hebbend, niet ontvankelijk voor enige overeenkomst, kwaadsprekers, zonder zelfbeheersing, heftig, zonder liefde voor het goede, verraders, onbezonnen, opgeblazen van trots, met meer liefde voor genoegens dan liefde voor God, die een vorm van godvruchtige toewijding hebben, maar de kracht ervan niet blijken te bezitten.” Deze toestanden verschaffen beslist een berg van bewijsmateriaal dat wij in „de laatste dagen” van dit samenstel van dingen leven. — 2 Tim. 3:1-5.
9. Waarom móeten opgroeiende jongeren wel de invloed ondervinden van de huidige wereldtoestanden?
9 Het hoeft dan ook geen verbazing te wekken dat kinderen die te midden van deze wanhopige, kritieke tijden leven, in nadelige zin worden beïnvloed. De ouders hebben in veel gevallen het vertrouwen in hun maatschappelijke en politieke leiders, in hun werkgevers en in hun religieuze leraren verloren. Wat kan er dan van de kinderen verwacht worden wanneer zij voor zichzelf beginnen te denken? Ook zij verliezen het vertrouwen in het samenstel om hen heen en in hun ouders en grootouders, die zij voor het huidige wegrottende samenstel verantwoordelijk achten.
LUISTER NAAR DE KLACHTEN VAN UW KIND
10. Wat is één klacht die vaak tegen ouders wordt ingebracht?
10 Een van de klachten van opgroeiende kinderen is dat hun ouders hen niet begrijpen. Het komt bijvoorbeeld maar al te vaak voor dat wanneer opgroeiende jongeren inderdaad een probleem waarmee zij te kampen hebben aan hun ouders toevertrouwen en het aan hen onthullen, de ouders kwaad worden in plaats dat zij de nodige hulp geven. Om dus wrijving in het gezin te vermijden, zijn kinderen van mening dat het beter is hun problemen niet aan hun ouders, die toch geen begrip voor hen tonen, mee te delen.
11. (a) Wat verzuimen sommige ouders bij het geven van instructies aan kinderen te doen? (b) Zijn de beloften en meningen van ouders altijd betrouwbaar?
11 Er zijn nog meer klachten. Ouders zeggen kinderen vaak wat zij niet mogen doen, maar zij zeggen zelden wat zij wel moeten doen of hoe zij dit moeten doen. Met andere woorden, de nadruk wordt gelegd op negatief in plaats van opbouwend onderricht. Maar al te vaak houden ouders zich niet aan hun beloften. Zij beloven hun kinderen iets heel begeerlijks, maar blijven vervolgens in gebreke de belofte na te komen onder het ’doorzichtige’ voorwendsel dat zij het te druk hebben of dat zij te moe zijn. Dus hoe zou een kind zulke ouders kunnen vertrouwen als zij een belofte doen? Hetzelfde geldt met betrekking tot ouderlijke bedreigingen. Soms worden ze uitgevoerd in de meeste gevallen niet. Het wordt dus een kansspel, een kwestie van gokken, en het kind leert al gauw dat het woord van de ouder in de meeste gevallen onbetrouwbaar is. Ook komt het vaak voor dat kinderen een verschrikkelijke uitbrander krijgen omdat zij bepaalde dingen verkeerd hebben gedaan, terwijl er op andere tijden, zonder enig commentaar, aan deze zelfde dingen wordt voorbijgegaan alsof het iets onbelangrijks betreft. Maar al te vaak zijn deze veranderlijke grillen, luimen en wispelturige buien van de ouders voldoende om het vertrouwen van het kind te verwoesten en het wat zijn aanhankelijkheid en genegenheid betreft, van de ouders te vervreemden.
12. Wat ontbreekt er wanneer ouders nalaten hun kinderen de bijzonderheden van de menselijke voortplanting bij te brengen?
12 Tot de ernstiger beschuldigingen van veel tieners behoort het verwijt dat hun ouders verzuimen hen in de grondbeginselen van het leven en de voortplanting ervan te onderwijzen, dat wil zeggen in kwesties die met juiste seksuele betrekkingen te maken hebben. Is er geen sprake van gebrek aan ware liefde wanneer ouders nalaten hun kinderen over de heiligheid van het huwelijk te onderrichten of hen te waarschuwen voor vrij geslachtelijk verkeer en de gevolgen van een los moreel gedrag, zoals schandelijke buitenechtelijke zwangerschap en besmettelijke venerische ziekten die tot blindheid, steriliteit en krankzinnigheid leiden? Waar is de ouderlijke liefde wanneer niet aan een dochter wordt verteld dat een meisje dat het niet zo nauw neemt met deugdzaamheid uiteindelijk verachtelijk wordt in de ogen van haar zogenaamde „minnaars”? Waar is de liefde van de zijde van ouders die hun kinderen de bijzonderheden in de menselijke voortplanting van de verdorven en ontaarde elementen van de maatschappij laten leren?
13. Wie zijn in grote mate verantwoordelijk voor het verderven van de jeugd door middel van pornografie?
13 De beschuldiging van de tieners is waar: Het zijn volwassenen — in veel gevallen zelfs vaders en moeders — die pornografische boeken en platen produceren en verschaffen waardoor de jeugd in moreel opzicht wordt verdorven. Het schijnt wel alsof sommige ouders zich al net zomin zorgen maken over het feit dat hun kinderen smerige lectuur lezen als over de metgezellen met wie zij omgaan.
14. Welke andere harde kritiek wordt er in deze tijd tegen veel ouders ingebracht, en is deze gerechtvaardigd?
14 Kinderen hebben ook harde maar eerlijke kritiek te leveren wanneer het om het persoonlijke leven gaat dat ouders soms leiden en het voorbeeld dat zij aldus aan de jeugd geven. Overal vindt men ouders die leugenaars en dieven zijn, die prat gaan op oneerlijke zakenpraktijken, die materiaal van hun werkgever stelen en knoeien met het opgeven van werkuren, die de snelheidswetten overtreden en de inkomstenbelasting ontduiken. Sommige ouders zijn alcoholici, sommigen zijn verslaafd aan verdovende middelen, sommigen zijn overspelig en in seksueel opzicht pervers. Het is tamelijk gewoon wanneer man en vrouw in het bijzijn van hun kinderen tegen elkaar schreeuwen en elkaar verwensingen naar het hoofd slingeren. En ondanks dit alles wenden deze zelfde ouders nog een soort van religieuze toewijding voor. Wat een komedie! Wat een vrome huichelarij! En hun kinderen weten dit heel goed.
15, 16. (a) Welke metgezellen zoeken opstandige opgroeiende jongeren vaak uit, en waarom? (b) Lost omgang met vrienden de problemen van opgroeiende jongeren op?
15 Is het redelijk te verwachten dat de kinderen van zulke mensen vertrouwen in hun ouders zullen stellen? Nauwelijks! Het is waarschijnlijker dat zij metgezellen zullen zoeken met wie zij graag samen zijn, en volgens de natuurlijke wet dat ’soort soort zoekt’, zullen die metgezellen waarschijnlijk jongeren zijn die met overeenkomstige problemen te kampen hebben. Deze jongelui zullen dan ook vertrouwen in elkaar stellen en zullen hun gemeenschappelijke klachten openlijk met elkaar bespreken. Of de conclusies die zij bereiken de problemen zullen oplossen, maakt weinig uit. Zij hebben op zijn minst iemand tegen wie zij kunnen praten, iemand die zal luisteren, iemand die met hen zal meevoelen.
16 Geleidelijk aan worden deze jongelui aan de hoede van hun ouders onttrokken. Als zij nu in moeilijkheden geraken, vertrouwen zij dit aan hun vriendenkring toe. Naarmate hun gevoel van zekerheid in de vriendenkring groeit, verdiept het gevoel van bitterheid jegens hun ouders zich. Het is nu nog maar een kleine stap naar het deelnemen aan „protest”-bewegingen, in een poging lucht te geven aan hun verachting voor de maatschappij waarmee hun ouders worden vereenzelvigd.
HOE HET VERTROUWEN VAN UW KINDEREN TE WINNEN
17. Wat dient u, als ouders, of u nu het vertrouwen van uw kinderen geniet of niet, te doen?
17 Het is veel gemakkelijker het vertrouwen van een kind te behouden dan het terug te winnen wanneer het eenmaal verloren is gegaan. Wanneer uw kinderen dus vertrouwen in u stellen, beschouw dit dan niet als iets vanzelfsprekends, maar werk er hard aan om deze goede verhouding, die wederzijds zo nuttig is, in stand te houden. Indien u echter tot de vele duizenden wanhopige ouders behoort die het vertrouwen van hun kinderen hebben verloren, zal het alleszins de tijd en moeite waard blijken te zijn om dit vertrouwen terug te winnen. Hier zijn enkele suggesties hoe dit tot stand gebracht kan worden.
18. Hoe belangrijk is het voor ouders volledig op Jehovah te vertrouwen?
18 Begin met het leggen van een solide fundament. Dat duurzame fundament is uw eigen vertrouwen en geloof in uw hemelse Vader, Jehovah, en in zijn Woord de bijbel. „Vertrouw op Jehovah met heel uw hart”, luidt de spreuk, „en steun niet op uw eigen verstand. Sla in al uw wegen acht op hem, en hij zal uw paden recht maken.” Als u zulk een onvoorwaardelijk vertrouwen in Jehovah stelt, gelooft u dan niet dat uw kinderen op hun beurt vertrouwen in u zullen stellen? Gewoonlijk zullen zij dit ook doen. — Spr. 3:5, 6.
19. (a) Waarom is liefde voor Jehovah zo belangrijk? (b) Zijn kinderen meer geneigd vertrouwen te stellen in ouders die het slechte haten?
19 Welnu, leg op dit solide fundament van vertrouwen de belangrijke hoeksteen die liefde wordt genoemd, liefde voor uw Vader Jehovah. Hem met geheel uw hart, ziel, verstand en kracht liefhebben, is „het grootste en eerste gebod” (Matth. 22:37, 38, Mark. 12:30). Indien u Jehovah liefhebt, zult u datgene liefhebben wat hij liefheeft en datgene haten wat hij haat. Jehovah haat iedereen die slechtheid beoefent — hoereerders, afgodendienaars, overspelers, homoseksuelen, dieven, hebzuchtige personen, dronkaards, beschimpers, afpersers, leugenaars. God zegt dat zulke personen niet onder zijn rechtvaardige Koninkrijksregering zullen leven tenzij zij hun handelwijze radicaal veranderen (1 Kor. 6:9, 10; Gal. 5:19-21; Ef. 5:3-5; Openb. 21:8; 22:15). Welnu, indien u „Jehovah liefhebt, haat [dan] het slechte” door u van al zulke praktijken te onthouden (Ps. 97:10; 1 Joh. 5:3). Gelooft u niet dat uw kinderen als gevolg hiervan vertrouwen in u zullen gaan stellen? Natuurlijk zullen zij dat. — Kol. 3:5-9.
20. Beschrijf de „nieuwe persoonlijkheid” tot het aantrekken waarvan ouders worden aangespoord.
20 Wanneer mensen deze slechte praktijken achterwege laten, is het alsof zij een „oude persoonlijkheid” hebben uitgedaan. In plaats daarvan worden zij aangemoedigd een „nieuwe persoonlijkheid” aan te doen die bestaat uit tedere genegenheden van mededogen, goedheid, nederigheid, zachtaardigheid, lankmoedigheid, liefde, verdraagzaamheid jegens anderen en een vergevensgezinde houding jegens allen die hen mogelijk kwaad berokkenen (Kol. 3:10-14; Ef. 4:22-24). Wat zou u denken: zullen uw kinderen vertrouwen in u stellen als u zo’n aangename persoonlijkheid aan de dag legt, een persoonlijkheid die de ’vrucht van Gods geest’ weerspiegelt? Dat zullen zij heel beslist! — Gal. 5:22, 23.
21. Wat moeten ouders doen als zij graag willen dat hun kinderen vertrouwen in hen stellen?
21 De Schrift zegt: „Indien wij onze zonden belijden, dan is hij getrouw en rechtvaardig om ons onze zonden te vergeven en ons van alle onrechtvaardigheid te reinigen” (1 Joh. 1:9). Alleen wanneer u, ouders, aldus vertrouwen stelt in Jehovah, en hem in gebed vraagt ’u uw schulden te vergeven zoals u ook uw schuldenaren hebt vergeven’, terwijl u hem vraagt u de juiste weg te wijzen in deze goddeloze wereld en zegt: „Onderricht mij, o Jehovah, in uw weg, en leid mij in het pad van oprechtheid, vanwege mijn vijanden”, alleen dan kunt u verwachten dat uw kinderen zich vrij zullen voelen om met hun problemen bij u te komen en raad te vragen over de handelwijze die zij dienen te volgen. — Matth. 6:12; Ps. 27:11.
22. Welk voorbeeld met betrekking tot het betonen van barmhartigheid dienen ouders terecht na te volgen?
22 En als uw kinderen bij u komen om hun hart bij u uit te storten, hoe zullen zij dan worden behandeld? Zult u barmhartig jegens hen zijn, net zoals u van uw Vader in de hemel verwacht dat hij jegens u barmhartigheid betoont? Houd in gedachten dat „wie geen barmhartigheid beoefent, . . . zijn oordeel [zal] hebben zonder barmhartigheid” (Jak. 2:13; Mark. 11:25; Luk. 6:36). U bent er blij om dat uw hemelse Vader lankmoedig en geduldig met u is, dat hij „met veel lankmoedigheid de vaten der gramschap heeft verdragen, die voor de vernietiging geschikt waren gemaakt”, en dat „hij . . . geduldig met u [is], omdat hij niet wenst dat er iemand vernietigd wordt” (Rom. 9:22; 2 Petr. 3:9). Zorg er daarom op uw beurt voor dat u lankmoedig en geduldig bent jegens uw kinderen en hun problemen. De spreuk zegt in dit verband: „Wat een ieder betreft die zijn oor toesluit voor het klaaggeschrei van de geringe, ook híj zal roepen en geen antwoord krijgen.” — Spr. 21:13.
23. Waarom dient u nooit te denken dat de problemen van uw kinderen te onbelangrijk zijn om u er druk over te maken?
23 Nog iets: Denk nooit dat de problemen van uw kinderen te onbelangrijk en klein voor u zijn om u er druk over te maken en maak u er nooit van af met de verontschuldiging dat u het te druk hebt om er aandacht aan te schenken. Sta er eens bij stil hoe klein en onbetekenend uw problemen in de ogen van de Almachtige God moeten zijn! En wie zou het drukker kunnen hebben dan hij? Toch bent u heel dankbaar dat zijn oren dag en nacht voor uw geroep open staan en dat hij het nooit moe wordt naar uw gebeden te luisteren en ze te verhoren, ook al zijn ze nog zo onbeduidend. — Ps. 34:15; Luk. 18:7, 8.
HOE HET VERTROUWEN VAN KINDEREN BEHOUDEN KAN WORDEN
24. Welke punten dienen in gedachten gehouden te worden wanneer u met uw kinderen van gedachten wisselt?
24 Zorg er als ouders die volledig op Jehovah vertrouwen, beslist voor dat u zijn wijze raad en onderricht met betrekking tot de omgang met uw kinderen toepast als u wilt dat zij vertrouwen in u stellen. Wissel met hen van gedachten en doe dit bovendien op hun leeftijdsniveau. Als het al wat grotere kinderen zijn, behandel hen dan niet als baby’s; als het tieners zijn, spreek dan ook op die basis met hen (1 Kor. 13:11) Wanneer u met uw kinderen spreekt, deel hun dan kennis mee, vooral over Gods voornemens zoals die in de bijbel staan opgetekend. Redeneer met hen, laat hen vragen stellen en hun eigen mening onder woorden brengen. Als zij het bij het verkeerde eind hebben, wees dan zo vriendelijk hen op een liefdevolle wijze en niet kleinerend op hun fout te wijzen.
25. Wat dienen ouders, behalve onderwijs, nog meer aan hun kinderen te geven, maar wat zegt Hebreeën 12:11 hierover?
25 Wil het ouderlijk onderricht tot het beoogde doel leiden, dan moet het met corrigerend streng onderricht gepaard gaan. Begin kinderen streng te onderrichten wanneer zij nog heel klein zijn; dan zullen zij wanneer zij opgroeien, niet de problemen hebben waarmee andere opgroeiende kinderen te kampen hebben. Er staat namelijk geschreven: „Leid een knaap op overeenkomstig de weg voor hem; ook als hij oud wordt, zal hij er niet van afwijken.” „Geen enkel streng onderricht schijnt weliswaar op het ogenblik zelf vreugdevol te zijn, maar bedroevend; toch werpt het later voor hen die erdoor geoefend zijn een vreedzame vrucht af, namelijk rechtvaardigheid.” — Spr. 22:6; Hebr. 12:11.
26. Waarom dienen ouders niet te aarzelen indien nodig de roede te gebruiken om kinderen streng te onderrichten?
26 Aarzel niet de roede te gebruiken wanneer u streng onderricht toedient. „Dwaasheid is aan het hart van een knaap gebonden; de roede van streng onderricht is wat ze ver van hem zal verwijderen.” „Ingeval gij hem met de roede slaat, zal hij niet sterven. Met de roede dient gijzelf hem te slaan, opdat gij zijn ziel van Sjeool zelf moogt bevrijden.” — Spr. 22:15; 23:13, 14.
27. (a) Welke voorzorgsmaatregelen zijn evenwel noodzakelijk wanneer men straf toedient? (b) Waarom is het belangrijk dat de regels van het huisgezin op de bijbel en de daarin opgetekende beginselen zijn gebaseerd?
27 Een dergelijke straf dient echter nooit in een vlaag van woede toegediend te worden en ook dient het geen emotionele uitbarsting te zijn ten gevolge van gebrek aan zelfbeheersing. Het kan moeilijk rechtvaardig genoemd worden een kind te straffen voor iets waarvan hem nog nooit eerder was gezegd dat het verkeerd was. Eerst moet er zorgvuldig en geduldig onderricht worden gegeven in de „gezaghebbende raad van Jehovah”, waardoor het kind niet alleen weet wat er redelijkerwijs verwacht wordt, maar ook waarom (Ef. 6:4). Wanneer u dus regels vaststelt en voorschriften geeft, wees er dan zeker van dat deze in overeenstemming zijn met bijbelse beginselen, zodat u altijd kunt zeggen: ’Het woord van God zegt dit.’ Dit zal het kind dat God vreest en zijn wetten liefheeft helpen de regels van het huisgezin met blijdschap te gehoorzamen. Indien hierna straf noodzakelijk is, zal het kind weten dat dit komt doordat het de op de bijbel gebaseerde instructies moedwillig en opzettelijk heeft overtreden.
28. Hoe dienen ouders hun kinderen, in navolging van Jehovah, streng te onderrichten?
28 Dien de straf echter zelfs in dat geval toe met gerechtigheid die getemperd is door barmhartigheid. Laat de ouder, in navolging van de hemelse Vader, begrip en sympathie ten toon spreiden, te zamen met geduld en zelfbeheersing. Wanneer u het kind straft door het in het bijzijn van vrienden te bespotten, maakt u het kind moedeloos en zelfs vijandig gezind. Vandaar de raad: „Gij vaders, tergt uw kinderen niet, zodat zij niet moedeloos worden.” „Irriteert uw kinderen niet.” — Kol. 3:21; Ef. 6:4.
29. Welke andere deugden dienen ouders aan te kweken?
29 In dit alles dienen ouders nooit besluiteloos te zijn en de ene keer dit en de andere keer weer iets anders te zeggen. „Laat uw Ja, Ja betekenen en uw Neen, Neen” (Jak. 5:12; 4:8). Nederigheid is eveneens een grote deugd die God behaagt. Ook uw kinderen zullen u liefhebben als u nederig bent van geest, en als zij u liefhebben, zullen zij eveneens vertrouwen in u stellen. — Spr. 16:5; 1 Petr. 5:5, 6.
30. Hoe alleen kunnen ouders het vertrouwen van hun kinderen winnen en behouden?
30 Het is allemaal heel duidelijk. Willen kinderen ongedwongen vertrouwen stellen in hun ouders, dan moeten de ouders er zelf blijk van geven geloof te hebben in Jehovah, hem toegewijd te zijn en zijn Woord te gehoorzamen. Zij moeten ook in hun dagelijks leven zulke godvruchtige hoedanigheden ten toon spreiden als barmhartigheid, medegevoel, vriendelijkheid en zelfbeheersing, naast rechtschapenheid ten opzichte van de waarheid en liefde voor rechtvaardigheid. Alleen op deze wijze kunnen ouders hopen het vertrouwen van hun kinderen te winnen en te behouden.
[Illustratie op blz. 13]
Door welwillend naar de problemen en klachten van zijn kinderen te luisteren, moedigt een ouder zijn kind aan vertrouwen in hem te stellen
[Illustratie op blz. 13]
Als uw kinderen vertrouwen in u stellen, beschouw dit dan niet als iets vanzelfsprekends, maar werk er hard aan om deze goede verhouding in stand te houden