Nieuwsberichten brengen een grote tegenstelling tussen religieuze vooruitgang en achteruitgang aan het licht
UIT alle delen van de wereld komen berichten binnen van kerken die in grote moeilijkheden verkeren. Geestelijken en leken verlaten de kerken in steeds grotere aantallen, terwijl er in veel kerkstelsels grote onenigheid heerst. Werpt dit een ongunstig licht op de bijbel of op het christendom? Neen, want er zijn duidelijke aanwijzingen dat de bijbel niet aan kracht heeft ingeboet en dat het christendom praktisch is wanneer het werkelijk wordt beoefend. De berichten tonen dan ook een grote tegenstelling aan.
GETUIGEN MAKEN BEKEND DAT ’ALLE NATIËN BINNENKORT FRONTAAL MET GOD IN BOTSING ZULLEN KOMEN’
Op 30 juni begon in Amerika de serie „Goddelijke naam”-districtsvergaderingen van Jehovah’s getuigen. De openbare lezing, „Wanneer alle natiën frontaal met God in botsing komen”, is bijzonder belangwekkend. De spreker in het Newyorkse Yankee Stadion, N.H. Knorr, president van het Wachttorengenootschap, maakte bekend dat alle natiën van de wereld heel binnenkort frontaal met God in botsing zullen komen. Waarom is die botsing onvermijdelijk? Omdat de natiën Gods wil hebben tegengestaan, zo legde hij uit. Het gaat om de wereldheerschappij. De natiën eisen deze voor zichzelf op. God heeft dat recht aan het koninkrijk van zijn Zoon Jezus Christus gegeven. Daarom zal de handelwijze van de natiën op een frontale botsing met God uitlopen. De spreker vroeg: „Zullen mensen de botsing kunnen overleven?” Hij toonde uit Gods Woord de bijbel aan dat alleen degenen die aan Gods zijde staan, die fatale frontale botsing kunnen vermijden en waarschuwde: „Bewandel niet met de natiën een weg die tegengesteld is aan God en die onvermijdelijk tot die ophanden zijnde botsing leidt.” Hij merkte op dat God degenen die zijn zijde kiezen, eeuwig leven in volmaakte gezondheid en volmaakt geluk in een nimmer verdwijnend paradijs op aarde heeft beloofd. Op de zesenveertig congressen die dit jaar alleen al in de Verenigde Staten en Canada werden gehouden, hebben honderdduizenden personen de openbare lezing, met deze opwindende inlichtingen, bijgewoond. Bovendien werden er over de gehele wereld nog veel meer congressen gehouden.
Er bestaat een duidelijke tegenstelling tussen de toename in het aantal personen die zich bij de christelijke getuigen van Jehovah aansluiten en de achteruitgang in de vele kerken van de christenheid. Waaraan moet dit worden toegeschreven? Degenen die zich bij de Getuigen aansluiten, zeggen dat het antwoord is gelegen in de geloofversterkende bijbelse inlichtingen die zij betreffende Gods voornemens ontvangen.
„KERKEN NEGEREN CHRISTUS’ ONDERWIJZINGEN”
Zo luidde het opschrift van een artikel door C. King, dat in de „Citizen” van Ottawa, Canada, werd gepubliceerd. Hij bracht zijn voortdurende verbazing tot uitdrukking over het „deprimerende onvermogen van de kerken om het begrip dat alle mensen broeders zijn, ingang te doen vinden”. Dit blijkt wel uit het feit dat mensen van dezelfde religie, of deze nu „christelijk” of „heidens” wordt genoemd, elkaar in oorlogstijd doden. King vestigde de aandacht op de religieuze onlusten — vaak gewelddadig en gepaard met bloedvergieten — in Noord-Ierland, Oost-Bengalen, Zuid-Vietnam, het Midden-Oosten en Zuid-Afrika. Hij haalde de bijbelse leer in 1 Johannes 4:16-21 aan, waar staat: „God is liefde . . . Indien iemand de bewering uit:’Ik heb God lief’, en toch zijn broeder haat, is hij een leugenaar. . . . degene die God liefheeft, [moet] ook zijn broeder . . . liefhebben. De kerken doen dit niet.
KERK KEURT ABORTUS GOED
Op een generale synode in de Amerikaanse staat Michigan gaf de Verenigde Kerk van Christus haar goedkeuring aan abortus. Ze eiste intrekking van alle beperkingen op therapeutische abortussen. Toch toont Gods Woord aan dat een dergelijke beroving van menselijk leven moord is. De omvang van wat deze kerk thans goedkeurt, wordt duidelijk wanneer men beschouwt wat er alleen al in de stad New York gebeurt. Abortus werd daar op 1 juli 1970 gelegaliseerd. In het jaar dat sindsdien is verlopen, zijn er 165.000 abortussen verricht. Tegen juni 1971 was het aantal zo snel gestegen, dat er 950 abortussen werden verricht op elke 1000 geboorten. Men verwacht dat het totaal in het volgende jaar nog meer omhoog zal gaan. Deze grootscheepse slachting wordt nu door de Verenigde Kerk van Christus gewettigd.
BISSCHOP TREEDT UIT
Bisschop B. Kelly, van Providence, Rhode Island, deed katholieken versteld staan door de katholieke priesterschap vaarwel te zeggen. Hij zei dat hij de stap deed wegens een „blijvend gevoel van frustratie” met betrekking tot de standpunten en gedragslijnen van Amerikaanse bisschoppen. Toen hem werd gevraagd welke gebeurtenis het meest tot zijn besluit had bijgedragen, zei hij dat dit de Nationale Vergadering van katholieke bisschoppen in Detroit was. Hij betreurde het dat de bisschoppen de „status quo” in de kerk opnieuw hadden bevestigd en de door priesters ingediende aanbevelingen voor veranderingen hadden genegeerd. Kelly’s uittreding, zo zeiden katholieke functionarissen, kon een ernstige uitwerking hebben op priesters en op degenen die voor de priesterschap studeerden. Hij is, na J. Shannon van St. Paul-Minneapolis in 1959, de tweede Amerikaanse bisschop die uittreedt.
MEER GEESTELIJKEN OVERWEGEN UITTREDING
Het aantal geestelijken dat uittreedt, zal waarschijnlijk toenemen. Een enquête die in de Verenigde Staten werd gehouden, bracht aan het licht dat 43 percent van de joodse rabbijnen, 32 percent van de protestantse predikanten en 23 percent van de katholieke priesters ernstig overweegt het religieuze leven de rug toe te keren. De enquête merkte ook een toenemende onverschilligheid in religie onder kerklidmaten op, die nu meer belangstelling voor materialistische bezigheden aan de dag leggen.
ACHTERUITGANG DUURT VOORT
Het officiële katholieke jaarboek voor 1971 betreffende de Verenigde Staten bericht de voortdurende achteruitgang van katholieke religieuze instellingen gedurende 1970. Volgens de hierin verstrekte gegevens, die slechts weinig verschillen van die van andere katholieke bronnen, was er van 1969 tot 1970 een achteruitgang van 7286 nonnen waardoor er 153.645 overbleven. Dat totaal is ruim 26.000 minder dan het aantal dat in het jaarboek voor 1965 werd bericht. Ook loopt het aantal nieuwe seminariekandidaten hard achteruit, aangezien er een daling van 3256 vergeleken met het aantal in 1969 werd bericht. Er blijven dus nog 25.710 seminaristen over, een treffende achteruitgang vergeleken met de 48.992 die in het jaarboek voor 1965 werden bericht. Het totale aantal priesters nam met 1031 af, waardoor er 58.161 overbleven. Velen verwachten dat dit aantal in de onmiddellijke toekomst een sterke daling te zien zal geven ten gevolge van de enorme achteruitgang in het aantal seminariekandidaten en het toenemende aantal uittredende priesters. Het aantal katholieke onderwijsinstellingen, waartoe 51 seminaries behoorden, ging met 529 achteruit.
ZONDAGSSCHOOLBEZOEK NEEMT AF
Canadese kerkfunctionarissen berichten een sterke achteruitgang in het aantal kinderen dat de zondagsschool bezoekt. De Verenigde Kerk van Canada bericht dat acht jaar geleden 757.388 kinderen de zondagsschool bezochten. In 1969 was dit aantal tot 425.467 gedaald en in 1970 daalde het tot 369.959. De Anglicaanse Kerk had in 1967 186.000 ingeschrevenen, maar in 1969 slechts 150.300. De presbyterianen berichtten in 1967 102.730 ingeschrevenen, maar in 1969 89.373. En voor 1970 en 1971 worden nog lagere aantallen verwacht. Als belangrijkste reden wordt het gebrek aan belangstelling voor religie van de zijde van ouders opgegeven.
IERSE JONGEREN MIJDEN PRIESTERSCHAP
De in Limerick verschijnende „Weekly Echo” berichtte dat Ierlands jeugd geen belangstelling meer heeft voor de priesterschap. Volgens het Ierse katholieke jaarboek voor 1971 was er tussen de jaren 1965 en 1970 een achteruitgang van 39 percent in het aantal geordineerde personen voor de priesterschap. Het aantal nieuwe seminaristen liep van 1960 tot 1970 met 45 percent achteruit. Het nieuwsblad merkte op: „Het aantal uittredingen in Ierland blijkt deel uit te maken van een wereldomvattend verschijnsel.”
Terwijl dit echter in de gehele wereld in de belangrijkste religies van de christenheid plaatsvindt, ondervinden Jehovah’s getuigen de grootste groei in hun geschiedenis. Zij hebben in de afgelopen vier jaar meer dan 500.000 personen gedoopt, en al dezen hadden vóór hun doop een voorgeschreven bijbelstudiecursus gevolgd en waren in staat hun geloof uit te leggen.