Hoe de christelijke moraal wordt bezien
WAT maakt iemand werkelijk tot een christen? Dient zijn moraal hier niet een grote rol in te spelen en dienen zijn morele maatstaven niet hoger te zijn dan die van niet-christenen? Indien dit niet zo was, hoe zou een christen dan kunnen geloven dat zijn religie superieur is aan de niet-christelijke religies? En ten slotte, indien iemand beweert een christen te zijn, dienen zijn morele maatstaven dan niet de maatstaven te zijn die in de bijbel worden aangetroffen?
Er is een tijd geweest dat de kerken van de christenheid, over het geheel genomen, hun moraal op de bijbel baseerden. Maar hoe bezien de kerken van de christenheid de christelijke moraal in deze tijd?
Een bericht uit de Dallas Morning News van 6 augustus 1970 luidt: „Kerken onderzoeken seksualiteit. De verenigde presbyterianen en de lutheranen aanvaarden eigentijdse zienswijze.” Wat is deze eigentijdse zienswijze?
Het verslag vervolgt met aan te tonen dat, volgens de lutherse verklaring, „geslachtsverkeer buiten het huwelijk een toenemende werkelijkheid van onze tijd is” en dat men „door categorisch te verklaren dat het verkeerd is, de kwestie wettisch benadert zonder met de omstandigheden rekening te houden”. Volgens de presbyteriaanse verklaringen, die veelal op hetzelfde neerkomen, „kunnen er uitzonderlijke omstandigheden zijn waarin buitenechtelijk geslachtsverkeer niet in strijd is met het ten toon spreiden van oprechte zorg voor het welzijn van de huwelijkspartner”.
Uit experts bestaande commissies die door de twee geloofsrichtingen waren aangesteld, werkten de verklaringen uit en namen een overeenkomstige liberale en eigentijdse zienswijze aan, niet alleen met betrekking tot overspel en hoererij maar ook met betrekking tot homoseksualiteit, abortus, masturbatie en kunstmatige inseminatie. Zoals wordt beweerd zijn al deze dingen, op zichzelf genomen, niet verkeerd; ’het hangt helemaal van de omstandigheden af’. Het lutherse document werd formeel als het standpunt van die kerk aanvaard. De presbyteriaanse verklaring werd door die kerk ter bestudering aanvaard.
Net zoals dit in Rotterdam in een rooms-katholieke kerk is gebeurd, is in een methodistische kerk in San Francisco het huwelijk tussen twee manlijke homoseksuelen bevestigd (Daily Pilot, 27 maart 1971). En de anglicaanse theoloog N. Pittenger, van de Cambridge universiteit, heeft een code van ethisch gedrag voor homoseksuelen voorgesteld. — Caspar Star-Tribune, 16 januari 1971.
Het is vanzelfsprekend waar dat wellicht niet alle religies zulke zienswijzen met betrekking tot moraliteit openlijk of officieel onderschrijven, en ook zijn niet alle geestelijken het hiermee eens. Toch hechten de meesten van hen hier stilzwijgend hun goedkeuring aan door toe te laten dat lidmaten die zulke dingen beoefenen goed bij de kerk blijven aangeschreven. Hebt u niet opgemerkt dat dit zo is?
Zoals welbekend is, is de Rooms-Katholieke Kerk een grote tegenstandster van abortus, alsook van echtscheiding en geboortenregeling. Maar het is eveneens algemeen bekend dat het aantal onwettige geboorten in veel overheersend katholieke landen bijzonder hoog is. Om slechts één voorbeeld aan te halen: in het officiële katholieke weekblad Orientación (24 september 1967) werden getallen gepubliceerd waaruit blijkt dat 66,5 percent van alle geboorten in El Salvador onwettig waren. Ook het prostitutiecijfer is in veel katholieke landen hoog, zoals wel blijkt uit het bericht in het Italiaanse weekblad Lo Specchio, waarin stond dat in de afgelopen jaren alleen al in Rome 100.000 prostituées actief waren. Ondanks het hoge cijfer van concubinaatverhoudingen, overspel en hoererij in veel van zulke landen, komt excommunicatie wegens deze praktijken zelden voor. Deze praktijken blijven derhalve welig tieren.
Hebt u ooit aan de voorganger van uw kerk gevraagd hoe hij over de christelijke moraal denkt? Zijn antwoord zou u wel eens kunnen verbazen.
Hoe laten de gezichtspunten en het standpunt van Jehovah’s getuigen zich met de hierboven genoemde vergelijken? Volgen zij de hedendaagse tendens?
Hun standpunt komt in het kort op het volgende neer: Zij geloven het bijbelse verslag waarin staat dat God, toen hij de mens schiep, mensen hun manlijke en vrouwelijke eigenschappen schonk (Gen. 1:27). Op grond hiervan en wegens het feit dat de seksuele vermogens betrekking hebben op de voortplanting van leven (dat in de bijbel als heilig wordt voorgesteld), erkennen zij dat alleen God de autoriteit en het recht bezit te zeggen wat juist en goed en wat onjuist en slecht is met betrekking tot het gebruik van onze seksuele vermogens. Wegens deze heiligheid van het leven beschouwen zij ook de opzettelijke vernietiging van een levende foetus door abortus als moord. — Gen. 9:6; Ex. 21:22, 23.
In de New Catholic Encyclopedia (1967) Deel 7, blz. 846, wordt over de geloofsovertuiging van Jehovah’s getuigen opgemerkt: „Afgezien van geboortenregeling, die zij aan de beslissing van het echtpaar zelf overlaten, is hun echtelijke en seksuele moraal behoorlijk streng. . . . Zij beschouwen de bijbel als de bron van hun geloof en gedragsregels.”
Wat heeft de bijbel dan over de seksuele moraal te zeggen? Wordt hierin ruimte gelaten voor „uitzonderlijke omstandigheden” ter rechtvaardiging van overspel, hoererij of homoseksualiteit? In Hebreeën 13:4 staat: „Het huwelijk zij eerbaar onder allen en het huwelijksbed zonder verontreiniging, want God zal hoereerders en overspelers oordelen.” En in 1 Korinthiërs 6:9, 10 lezen wij: „Wat! Weet gij niet dat onrechtvaardigen Gods koninkrijk niet zullen beërven? Wordt niet misleid. Noch hoereerders, noch afgodendienaars, noch overspelers, noch mannen die er voor tegennatuurlijke doeleinden op na worden gehouden, noch mannen die bij mannen liggen, noch dieven, noch hebzuchtige personen, noch dronkaards, noch beschimpers, noch afpersers zullen Gods koninkrijk beërven.” Is de betekenis hiervan niet onmiskenbaar duidelijk?
Jehovah’s getuigen geloven ook dat zij, om Gods gunst te kunnen behouden, als gemeente rein moeten blijven. Zij beseffen dat, net als een klein beetje zuurdeeg het hele meeldeeg doet gisten of een slechte appel een hele mand met appelen doet rotten, een immoreel persoon die in een gemeente wordt getolereerd, een bezoedelende uitwerking op anderen in de gemeente zal hebben. Vandaar dat iedereen die zich aan immorele daden schuldig maakt, zich aan „uitsluiting” blootstelt, dat wil zeggen, aan uitsluiting uit alle gemeenten van Jehovah’s getuigen. Hoewel het waar is dat zulke personen na een bepaalde periode opnieuw aanvaard kunnen worden, geldt dit alleen wanneer er blijk is gegeven van oprecht berouw en wanneer men de verkeerde handelwijze de rug heeft toegekeerd.
Wat heeft de bijbel hierover te zeggen? De apostel Paulus gaf betreffende een immoreel levende man in de christelijke gemeente te Korinthe het bevel: „Verwijdert de goddeloze man uit uw midden.” En hij verklaarde in dat verband: „Nu schrijf ik u, niet langer in gezelschap te verkeren van iemand, een broeder genoemd, die een hoereerder of een hebzuchtig persoon of een afgodendienaar of een beschimper of een dronkaard of een afperser is, en met zo iemand zelfs niet te eten” (1 Kor. 5:11-13). Wordt dit bevel in de kerk die u bezoekt, opgevolgd?
De regel in Gods Woord is dat ’men zal oogsten wat men zaait’ (Gal. 6:7, 8). Waartoe leidt de hedendaagse tendens met betrekking tot sex? Is het niet waar dat echtscheiding en uiteengevallen huisgezinnen toenemen en dat zulke uiteengevallen huisgezinnen een vruchtbare voedingsbodem vormen voor jeugdmisdaad? Is het niet waar dat gezondheidsautoriteiten nu de waarschuwing uiten dat venerische ziekten epidemische vormen aannemen? En is het niet waar dat het aantal onwettige geboorten omhoogvliegt, terwijl steeds jongere ongehuwde meisjes moeder worden of een abortus ondergaan om dit te voorkomen? Denkt u dat deze vruchten het voortbrengsel zijn van zaaien wat goed is?
Gods wetten zijn niet alleen gezaghebbend maar ook verstandig en voor ’s mensen welzijn. „Godvruchtige toewijding is nuttig voor alle dingen, daar ze een belofte inhoudt voor het tegenwoordige en het toekomende leven” (1 Tim. 4:8). Ja, overeenkomstig bijbelse beginselen leven, leidt tot een gelukkig en verenigd huisgezin en tot de beloning van eindeloos leven in Gods gunst. Is dat wat u wenst? Indien ja, dan beseft u ongetwijfeld de belangrijkheid van de christelijke moraal. Dient u in een wereld die in moreel verval verkeert, niet degenen te mijden die er blijk van geven alleen maar in naam christenen te zijn en dient u in plaats daarvan geen omgang te zoeken met degenen die in moreel opzicht rein zijn? U zult deze omgang verfrissend vinden en bemerken dat ze tot een rein en gezond gedrag bijdraagt.