Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w71 1/9 blz. 537-538
  • Kinderen uit de dood opgewekt

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Kinderen uit de dood opgewekt
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1971
  • Vergelijkbare artikelen
  • Kinderen uit de dood opgewekt
    Naar de Grote Onderwijzer luisteren
  • We kunnen wakker worden uit de dood!
    Lessen van de Grote Onderwijzer
  • Jezus wekt doden op
    Mijn boek met bijbelverhalen
  • Een jong meisje komt weer tot leven!
    Jezus: De weg, de waarheid, het leven
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1971
w71 1/9 blz. 537-538

Kinderen uit de dood opgewekt

Een artikel dat speciaal is bestemd om door ouders met hun kinderen gelezen te worden

IS HET niet heerlijk te weten dat iemand van je houdt? Het is fijn om met mensen om te gaan die werkelijk om je geven. Maar wist je dat er iemand is die je meer liefheeft dan wie maar ook op aarde? Dat is Jehovah God.

Hoeveel houdt Jehovah van ons? Denkt hij alleen maar aan ons als wij levend zijn en vergeet hij ons als wij zijn gestorven? Of denkt hij werkelijk aan ons? De bijbel zegt dat geen ’dood of leven, geen tegenwoordige dingen of toekomende dingen ons kunnen scheiden van Gods liefde’. — Rom. 8:38, 39.

God vergeet de mensen dus niet. Hij denkt aan de mensen die hem dienen en hij denkt ook aan hun kinderen. Ook al zouden zij sterven, dan zal hij hen weer levend maken.

Toen Gods Zoon Jezus op aarde was, liet hij zien dat Jehovah voor kleine kinderen zorgt. Jezus nam er de tijd voor kinderen over God te vertellen. Hij gebruikte Gods macht zelfs om kinderen uit de dood op te wekken. Zou je willen horen hoe Jezus dat voor een gezin deed?

Er was een man die Jaïrus heette. Hij woonde met zijn vrouw en twaalfjarige dochter niet zo ver van het Meer van Galiléa vandaan. De vader en moeder hielden heel veel van hun dochter. Zij was hun enige kind.

Je kunt je dus voorstellen hoe diepbedroefd zij waren toen hun dochtertje heel erg ziek werd. Zij deden al het mogelijke om haar beter te maken, maar ze werd steeds zieker. Jaïrus zag dat zijn kind zou sterven. En er was helemaal niets wat hij of wat de doktoren konden doen om haar te helpen.

Maar misschien kon Jezus haar helpen. Jaïrus had over deze bijzondere man horen vertellen en had gehoord hoe hij mensen beter kon maken. Daarom ging Jaïrus hem opzoeken. Hij vond Jezus aan de oever van het Meer van Galiléa, waar hij heel veel mensen onderwees.

Jaïrus liep door de mensenmenigte heen en viel aan Jezus’ voeten neer. Hij zei tegen hem: ’Mijn dochtertje is heel erg ziek. Wilt u alstublieft komen en haar helpen? Komt u toch alstublieft.’

Jezus ging onmiddellijk met Jaïrus mee. De grote menigte die was gekomen om de Grote Onderwijzer te zien, liep ook mee. Maar toen zij al een flink eind gelopen hadden, kwamen er een paar mannen van het huis van Jaïrus die tegen hem zeiden: ’Uw dochter is gestorven! Waarom zou u de onderwijzer nog langer lastig vallen?’

Jezus hoorde de mannen dit zeggen. Hij wist wat het voor Jaïrus betekende zijn enige kind te moeten verliezen. Daarom zei hij tegen hem: ’Wees maar niet bang. Heb alleen geloof in God. Het komt allemaal goed met uw dochter.’

Zij bleven dus doorlopen totdat zij bij Jaïrus’ huis waren gekomen. Hier waren vrienden van het gezin aan het huilen. Zij hadden verdriet omdat hun vriendinnetje was gestorven. Maar Jezus zei tegen hen: ’Houdt ermee op te huilen. Het jonge kind is niet gestorven maar ze slaapt.’

Toen Jezus dit zei, begonnen de mensen hem uit te lachen. Zij wisten namelijk dat het meisje was gestorven. Maar Jezus zei dat het meisje alleen maar sliep om die mensen een les te leren. Hij wilde hun laten weten dat hij door middel van Gods kracht net zo gemakkelijk een dode persoon levend kon maken als wij iemand die slaapt wakker kunnen maken.

Jezus liet nu iedereen uit de kamer weggaan op drie van zijn apostelen en de vader en moeder van het meisje na. Toen ging hij naar het jonge meisje toe. Hij pakte haar bij de hand en zei: ’Meisje, sta op!’ En onmiddellijk stond zij op en begon te lopen! De vader en moeder waren overgelukkig. — Mark. 5:21-24, 35-43; Luk. 8:40-42, 49-56.

Heb jij ooit een vriendje of vriendinnetje gehad dat is gestorven? Hoe zou je het vinden als zo iemand weer levend kon worden, zodat je met hem of haar zou kunnen omgaan? Geloof je dat dit mogelijk is?

Jezus heeft gezegd dat dode personen in Gods nieuwe samenstel van dingen levend gemaakt zullen worden. Sta er eens bij stil hoe geweldig het zal zijn deze mensen weer te zien! God belooft niet dat hij dieren uit de dood zal opwekken, maar hij zegt wel dat zijn Zoon Jezus mensen uit de dood zal terugbrengen — vele, vele miljoenen mensen. — Joh. 5:28, 29.

Geloof je dat Jezus dit wil doen? Vindt hij het fijn dode mensen levend te maken? Door wat er op zekere dag in de buurt van het stadje Naïn gebeurde, kunnen wij weten hoe Jezus hier over denkt.

Er woonde in Naïn een gezin van drie personen. Er waren een vader, een moeder en hun zoon. Toen stierf de vader. Wat was de vrouw bedroefd! Maar zij had haar zoon nog, en dit gaf haar troost. Toen stierf haar zoon. Nu had zij helemaal geen familie meer. Zij was werkelijk diepbedroefd!

De tijd kwam dat de jongen begraven moest worden. Heel veel mensen uit Naïn liepen mee toen het lichaam van de jongen de stad uit werd gedragen. De moeder van de jongen huilde en de mensen konden niets doen om haar te troosten. Het was allemaal heel verdrietig.

Nu gingen Jezus en zijn discipelen op deze dag toevallig naar het stadje Naïn. En in de buurt van de stadspoort kwamen zij de vele mensen tegen die op weg waren om de zoon van de vrouw te begraven. Toen Jezus de mensenmenigte en de huilende vrouw zag, kreeg hij medelijden met haar. Zijn hart werd door haar grote verdriet getroffen. Hij wilde haar helpen.

Met tederheid en toch met een vastberadenheid die haar deed luisteren, zei de Grote Onderwijzer daarom: ’Houd op met huilen.’ Zijn manier van optreden maakte dat iedereen aandachtig naar hem keek. Toen Jezus naar het lichaam van de jongen toe ging, zullen alle mensen wel benieuwd geweest zijn wat hij nu ging doen.

Jezus sprak tegen de dode jongen en zei: „Jongeman, ik zeg u: Sta op!” En onmiddellijk ging de jongen zitten en begon te spreken. — Luk. 7:11-17.

Stel je eens voor hoe de vrouw zich gevoeld moet hebben! Hoe zou jij je voelen als je een geliefde dode zou terugkrijgen? Er zijn gewoon geen woorden voor om zo iets geweldigs te beschrijven!

Wordt hierdoor niet duidelijk gemaakt dat Jezus werkelijk van de mensen houdt en hen wil helpen? Is het niet heerlijk te weten dat Jehovah God en zijn Zoon Jezus werkelijk om ons geven en voor ons zorgen? Wat zal het in Gods nieuwe samenstel van dingen geweldig zijn als geliefden uit de dood worden opgewekt!

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen